Woensdag 03/06/2020
Jan (l) en Frank Raes in de Antwerpse Opera.

Interview

Jan en Frank Raes: ‘Het grote vraagstuk: zullen de mensen naar stadions en theaters dúrven komen ?’

Jan (l) en Frank Raes in de Antwerpse Opera.Beeld Tim Coppens

Frank (65, journalist) en broer Jan Raes (60, Opera Ballet Vlaanderen) over moeilijkheden en mogelijkheden op het voetbalveld en in de cultuursector, over hun broederband en over die eerdere quarantaine: ‘Zeven maanden moest Frank thuisblijven.’

“Mag ik dat vertellen, Frank?” Jan checkt even bij zijn broer, maar zijn pretoogjes verraden dat hij het sowieso zal vertellen. “Hoe wij vroeger al eens samen in quarantaine hebben gezeten?”

De broers zitten aan een tafel op het podium van de imposante theaterzaal van de Antwerpse opera, met uitzicht op 1.100 lege rode fluwelen stoeltjes. Na negen plotloze weken, komt hier dankzij hen eindelijk nog eens een spannend verhaal op de planken. “Toen Frank in het eerste middelbaar zat, kreeg hij geelzucht. Hepatitis B, heel besmettelijk. Zeven maanden is hij thuis moeten blijven. Hij heeft mij besmet, en toen moest ik ook drie maanden mee in quarantaine.”

Frank: “Onze huisarts verkoos de ‘natuurlijke’ weg om uit te zieken, zonder zware medicatie, waardoor ik meer dan een half jaar in afzondering op mijn kamer zat. Af en toe kwam een schoolvriendje buiten op straat zwaaien voor de venster.”

Jan herinnert zich de geur van bleekwater, waarmee het hele huis ontsmet werd. En hoe hij nooit de tafels van vermenigvuldiging leerde. “Dat heb ik ondertussen wel ingehaald.” Dat ze leerden breien, op aansporen van nonkel Fernand, directeur van de steinerschool. Frank vergeet nooit hoe iedereen hem meed uit angst voor besmetting. En dat hun blauwe parkiet op een dag dood in zijn kooitje lag, “helemaal groen door de geelzucht”.

Frank: “Terug op school mocht ik niet meedoen met de lessen lichamelijke opvoeding, terwijl ik dolgraag weer wilde voetballen. Ik moest mijn jaar overdoen, terwijl al mijn vriendjes over mochten. Het gaf me het gevoel dat ik een outcast was, ik denk ik door die periode redelijk schuchter ben geworden. Ik blijf nog altijd liever wat op de achtergrond. Het is best vreemd dat ik op televisie kom. In een tv-studio voel ik me op mijn gemak, maar je had me vroeger niet voor een grote zaal met publiek moeten zetten. Enfin, we moeten het niet dramatischer maken dan het was. Maar toen was dat best een heftige tijd.”

Jan: “Net zoals onze kinderen zich deze periode ook altijd zullen herinneren. Ik heb drie dochters van 12, 14 en 17, het is fascinerend om te zien hoe die verschillende persoonlijkheden anders reageren op deze situatie.”

Frank: “Kinderen passen zich bijzonder snel aan. Mijn jongste zoon werd twaalf tijdens de lockdown, er was een groot feest gepland en dat was best triest toen we alles moesten annuleren. Het is straf hoe goed ze daarmee omgaan.”

De gebroeders Raes moesten de voorbije maanden toekijken hoe corona hun jobs en passies lamlegde. Jan Raes keerde in januari terug naar België, na elf jaar aan het hoofd van het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam. Hij had zich zijn eerste weken als interim-directeur van Opera Ballet Vlaanderen heel anders voorgesteld. Ook Frank Raes was net aan een nieuwe levensfase begonnen: sinds hij officieel met pensioen is, mocht hij elke maandag nog gastheer spelen voor zijn geliefde voetbalpraatprogramma Extra Time op Canvas. Ondertussen was hij zich aan het warmlopen voor de grote sportzomer, met het EK voetbal en de Olympische Spelen.

Frank Raes: ‘België telt te veel profclubs. Fusies zijn onvermijdelijk, maar niemand wil zijn eigen club zien verdwijnen.’ Beeld Tim Coppens

Terwijl het land zich stilaan weer op gang trekt, is er nog geen enkel perspectief voor de herstart van de podiumkunsten of sportevenementen. Durft iemand zich aan een pronostiek wagen, welke van de broers er als eerste in een volle theaterzaal of in een zinderend voetbalstadion zal zitten?

Jan: “Hier wordt achter de schermen hard gewerkt, maar voorlopig zitten we vast. De essentie van wat wij hier doen, is artiesten en publiek dicht bij elkaar brengen in eenzelfde ruimte. Samen dansen en spelen, al wat nu verboden is.”

Frank: “Ik ben benieuwd wanneer er opnieuw gevoetbald zal worden, maar een match in een vol stadion... dat zal wellicht nog maanden duren.”

Eén ijzeren wet uit het voetbal blijft wel overeind: de Duitsers winnen. De Bundesliga zal dit weekend als eerste de competitie hervatten, zonder publiek. Is het verantwoord om die spelers het veld op te sturen?

Frank: “De druk is groot omdat de financiële belangen in die grote competities gigantisch zijn. Maar wat als een van die spelers positief test? Voetbal is een contactsport, die gasten hangen constant aan elkaar. Ze verdienen veel geld, dus ze moeten renderen voor hun club, zo lijkt de redenering. Het zijn jonge, atletische mannen, die minder kwetsbaar zijn voor deze ziekte. Maar die gasten hebben ook familie, die ze niet in gevaar willen brengen. Ik begrijp dat er ongenoegen is bij sommige spelers. Gert Verheyen zei bij ons in de uitzending: ik zou onder deze omstandigheden niet spelen.”

Jan: “Het lijkt mij cruciaal om zulke financieel gedreven beslissingen in de culturele sector te vermijden. Ik vind dat je niemand – sporters, artiesten of wie dan ook – kunt verplichten om te werken als je geen veilige werkomstandigheden kunt garanderen. De gezondheid van je mensen gaat altijd voor.

“We hebben dit seizoen al zestien producties geannuleerd, veel internationale coproducties waar we nieuwe datums voor zoeken, een erg moeilijke puzzel. Maar wie kan voorspellen wanneer we opnieuw voorstellingen kunnen inplannen? Schuiven we op met zes maanden, een jaar, dertig maanden? We snakken naar perspectief. Als we in het najaar een voorstelling willen brengen, zouden we nu volop moeten voorbereiden en repeteren. Maar dat mag nog niet.”

Er was een livestream van het Europakonzert van de Berliner Philharmoniker die ons een bevreemdend toekomstbeeld toonde: geen publiek, muzikanten die op voorhand getest waren op Covid-19, en op meters afstand van elkaar zaten.

Jan: “Die denkoefeningen zijn wij uiteraard ook aan het maken: volgens die adviezen zouden we maximaal tien muzikanten veilig kunnen samenbrengen op dit grote podium. Maar daarmee breng je geen opera van Wagner of Verdi; in onze concertbak zitten normaal soms tot zeventig musici heel dicht op elkaar. Daarnaast heb je nog alle medewerkers in de backstage, voor kledij, make-up, decor.

“En het grote vraagstuk blijft het publiek. Een studie toonde aan dat je in bioscoop- en theaterzalen 17 procent van de stoelen zou kunnen bezetten. Hoe raak je uit de kosten als je maar 17 procent van je tickets kunt verkopen? En zullen de mensen durven komen? Dat zijn veel problemen waar op dit moment geen oplossing voor bestaat, zolang er besmettingsgevaar is. In de podiumkunsten draait alles om de magie die ontstaat wanneer je samen, met een veilig gevoel, iets moois beleeft.”

Frank: “Ik heb al voetbalmatchen meegemaakt in een leeg stadion, dat is ook vreselijk zielloos. Sport moet het hebben van sfeer en verbinding. Zelfs áls we opnieuw zouden voetballen zonder supporters, dan ben ik heel benieuwd welk effect dat zal hebben op de beleving van de sport. Gezellig is dat niet.”

Jan: “Onze artiesten staan te trappelen om weer aan de slag te gaan, de creativiteit is zeker niet aangetast. We zijn nu plannen aan het smeden om ‘miniatuur’-voorstellingen te creëren, met één danser en één musicus, bijvoorbeeld, liefst voor een klein publiek in openlucht.”

Milo Rau van NT Gent hield in The New York Times een pleidooi voor een meer sobere aanpak in het theater. Dit is een goed moment om te experimenteren, meent hij, en hij verwees naar de avant-garde die in de jaren 80 ontstond. ‘Toen maakten ze coronatheater, ze zaten niet te wachten tot ze een groot draaiend podium hadden en 500 figuranten.’ Voelt u zich aangesproken?

Jan: “Ik ben het er deels mee eens: uit de rebellie van die generatie met Luk Perceval en Anne Teresa De Keersmaeker zijn grensverleggende voorstellingen ontstaan. Experiment en vernieuwing moet er altijd zijn, niet alleen in crisistijd. Maar ik wil niet dat we dit moment gaan aangrijpen om de kathedralen van de kunstgeschiedenis bij het groot huisvuil te zetten.

“Ik merk ook dat in deze periode een nationalistische tendens de kop opsteekt, om enkel nog met artiesten van hier te werken. Zolang reizen moeilijk is, zullen we daar rekening mee moeten houden. Maar later moet je opnieuw internationale producties durven opzetten.”

Nu in het voetbal de geldstromen opdrogen, is downsizen ook daar het toverwoord.

Frank: “Er zal een grondige reset komen, aangezien alle clubs hun budgetten moeten herzien. Sponsoring, ticketverkoop, uitzendrechten, de transfermarkt: alle bronnen van inkomsten staan onder druk. De clubs die al in nauwe schoentjes zaten, zullen deze crisis niet overleven. Maar het lijkt me niet ongezond als de hele sector een beetje gesaneerd wordt.”

Toen anderhalf jaar geleden het fraudeschandaal in het Belgische voetbal losbrak, dachten we ook dat de hele sector grondig zou worden uitgemest. Maar het was snel business as usual.

Frank: “Ik heb nooit geloofd dat Operatie Propere Handen iets fundamenteel zou veranderen. Matchfixing is er altijd geweest, en ook de macht van de makelaars bleef onaangetast. Mogi Bayat heeft nooit betere zaken gedaan dan na zijn vrijlating (hij boekte een recordwinst van 4,7 miljoen euro in 2019, EM). Maar deze financiële klap is van een heel andere orde.

‘Ik wil niet dat we dit moment aangrijpen om de kathedralen van de kunstgeschiedenis bij het groot huisvuil te zetten.’Beeld Tim Coppens

“Voor zo’n klein land, telt België te veel profclubs. Iedereen is het erover eens dat fusies onvermijdbaar zijn, maar niemand wil zijn eigen club zien verdwijnen, en supporters gruwen bij het idee alleen al. Neem Moeskroen en Kortrijk, op amper tien kilometer van elkaar. Uit financiële noodzaak zullen ze die realiteit nu toch onder ogen moeten zien.”

Jan: “Dat is bij ons heel anders. Dit huis is al het resultaat van doorgedreven fusies. Er is geen vet meer om weg te snijden; de culturele sector is al vel over been.”

Jan, was u blij dat u net terug in België was of had u liever de Nederlandse ‘relaxte’ versie van de lockdown ondergaan?

Jan: “Ik vind dat België het best goed heeft aangepakt, ondanks alle moeilijke structuren in dit land. In Nederland zijn ze gaandeweg strenger moeten worden, ze hebben het probleem aanvankelijk geminimaliseerd, net als in de VS en het VK. De nuchtere koopmansgeest liet de commercie primeren. Dat heeft hen in Noord-Brabant in de beginfase veel slachtoffers gekost.

“Ik heb respect voor premier Wilmès die zich dienstbaar opstelt, terwijl de Nederlandse premier Rutte vooral bezig is met zijn herverkiezing. Ik stel ook vast dat de populistische stemmen hier niet veel gehoor krijgen in deze periode. Dit is een complexe situatie en ongekend terrein, er bestaan geen simpele oplossingen.”

Het leek wel of cultuur niet hoog op de agenda stond voor de Nationale Veiligheids­raad. We hoorden meer over tuincentra dan over musea, en er werd duidelijk harder gelobbyd voor wielerwedstrijden dan voor theatervoorstellingen.

Jan: “Voorbije woensdag heeft de Nationale Veiligheidsraad op de persconferentie cultuur wél duidelijk vermeld. Hopelijk wordt dat omgezet in ondersteunende maatregelen die zo lang als nodig worden aangehouden. Ik heb veel overleg achter de schermen met de politiek en de rest van de culturele sector; er wordt druk heen en weer gebeld, gemaild, gewhatsappt.

“Ik ben op dat vlak niet zo pessimistisch. Veel mensen beseffen in deze periode wat écht belangrijk is. De zorgsector, onderwijs, kunst, intimiteit tussen mensen… Ik durf te hopen dat de politiek dat signaal wel gehoord heeft, ook na de open brieven van de cultuursector afgelopen week, en dat ze er de komende jaren misschien wat guller mee zullen omgaan. Europa heeft meer dan ooit cultuur en creativiteit nodig.”

Frank: “Ik merk op persoonlijk vlak dat cultuur nog belangrijker is geworden in deze periode. We hebben meer tijd om te lezen, films te zien, muziek te ontdekken… Misschien zijn dat volgens de letter geen ‘essentiële’ zaken, maar ze waren erg waardevol om deze periode goed door te komen.”

Jan: “De oude voorstellingen die we op de website streamen, worden erg druk bekeken. We merken elke dag wat een warm hart het publiek ons toedraagt, door de giften die we krijgen, en de vele mensen die aangeven dat ze hun ticket voor geannuleerde voorstellingen niet terugbetaald willen krijgen.”

Frank: “Dat is bijna zo straf als KV Mechelen: die hebben nu al meer abonnementen verkocht dan vorig jaar, terwijl het nog lang niet zeker is of ze dit jaar een match live zullen meemaken. Dat is de liefde van de echte supporter.”

Jan: “Pas op, met solidariteit van het publiek alleen gaat de sector het niet redden. Veel freelancers en artiesten zien zwarte sneeuw.”

In De Tijd pleitte u voor ‘meer ondernemerschap en ambitie’, wat verstaat u daar onder?

Jan Raes: “Ik vind het op zich geen taboe om te bekijken of je meer eigen inkomsten kunt genereren uit de privésector. Met het Concertgebouworkest heb ik het percentage eigen inkomsten opgetrokken naar 53 procent. Meer kan niet zonder je ziel te verkopen. Volle zalen moeten een gevolg zijn van je goede werking, geen doel op zich. Als je alleen Vivaldi of Mahler zou spelen, zal je winkel goed draaien maar dan kun je geen risico’s meer opzoeken. Kunst moet meer zijn dan makkelijk amusement.

“In Nederland is het eenvoudiger geld vinden maar de cultuursector is er heel commercieel geworden, de slinger is daar wat mij betreft te ver doorgeslagen onder invloed van marktdenken en populisme. Iemand als Rutte zal zich niet meer op een voorstelling laten zien, want als politicus is het not done geworden om je te associëren met de gesubsidieerde kunsten, ze zijn bang dat dat niet goed ligt bij de kiezer.

“Dat is hier toch iets beter in evenwicht. Er zal gediscussieerd worden over financiering, maar de overtuiging leeft hier nog dat kunst en cultuur een onmisbaar deel uitmaken van het maatschappelijke weefsel.

“Daarom moet ook een openbare omroep niet meestappen in de logica van de commerciële zenders. Je investeert overheidsgeld om programma’s te brengen die relevant zijn, niet met als enige doel zoveel mogelijk kijkers te bereiken. In het buitenland zijn ze jaloers op een zender als Canvas, dat moeten we koesteren.”

Frank: “Ik heb dat tijdens mijn carrière bij de VRT helemaal zien verschuiven. De kijker is baas geworden. Ik zeg niet dat we terug moeten naar de tijd van hermetische dingen als Container (het ‘filosofisch praatprogramma’ ut 1989 op de toenmalige BRT2, red.). Maar net als Jan ben ik ervan overtuigd dat het publiek wel volgt als je iets goeds maakt. Ik wil ook wel eens getriggerd worden, door een echt diepgaand debat, meer dan wat soundbites van 13 seconden die ons met de paplepel worden aangereikt. Je moet het publiek niet onderschatten.

“Ik ben er trots op dat we met Extra Time iets maken waar we inhoudelijk helemaal achter staan. Mensen die een deftig gesprek voeren, de kijkers appreciëren dat blijkbaar. Ik erger me te pletter aan ludieke formats met BV’s, om de boel op te leuken. ‘We laten Rik Torfs penalty’s trappen.’ Alstublieft neen, laat Rik Torfs doen wat hij goed kan, maar blijf van die bal af.” (lacht)

Vinden jullie dit persoonlijk een moeilijke periode, met alle agenda’s die worden omgegooid?

Frank: “Mijn volgende maanden zaten goed vol: ik ging het EK volgen vanaf het thuisfront en een dagelijkse ochtendshow presenteren tijdens de Olympische Spelen. Die opdrachten vallen allemaal weg. Ik werk sinds mijn pensioen als free­lancer voor de VRT, geen idee wat de plannen zullen zijn nu alles wordt uitgesteld naar volgend jaar. Maar ik vind mijn persoonlijke bekommernissen niet zo relevant, dat lijkt me niet gepast terwijl we nog midden in deze crisis zitten.

“Wat ik het meeste mis, is het reizen. Wij hebben beiden met onze jobs de hele wereld gezien. Niet weten wanneer ik opnieuw zorgeloos op een vliegtuig zal kunnen stappen, dat vind ik lastig. Een van mijn zonen zou met zijn gezin in New York gaan wonen, omdat zijn vrouw daar voor de Verenigde Naties gaat werken, en ik zou hen in de zomer gaan bezoeken. Dat is uitgesteld, we hebben geen idee wanneer ze kunnen vertrekken.”

Jan: “Dat is één ding dat ik niet mis, het reizen. Ik heb vele uren gependeld tussen Antwerpen en Amsterdam, en de voorbije elf jaar speelde mijn leven zich voor een groot deel af in hotels en luchthavens. Nu ervaar ik wat dat écht is, thuiskomen. Dat hier wel eens een glas rosé op tafel komt bij de lunch, bijvoorbeeld, dat heb ik in Nederland nooit meegemaakt. (lacht) Dit is een interessante periode, om deze organisatie en de mensen hier snel te doorgronden. Ik probeer deze periode nuttig in te vullen; het is een uitgelezen moment om zowel privé als professioneel de balans op te maken. Voorts zien we wel. Dat is één van mijn levensmotto’s: ‘het toeval toelaten’.”

Zo staat het op uw wapenschild.

Frank: “Hebt gij een wapenschild? Dat wist ik helemaal niet.”

Jan: (lacht) “Het is een houding die in deze tijden goed van pas komt: je moet beseffen dat je niet alles zelf in de hand hebt.”

'In onze familie zijn de vrouwen het sterke geslacht; beide grootmoeders zijn 99 jaar geworden.'Beeld Tim Coppens

Frank, u hebt zich in deze periode nog meer op de fotografie gestort.

Frank: “Dat is de ultieme ontspanning voor mij, ik heb de voorbije weken vaak ’s avonds door de verlaten stad gestruind. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik foto’s maak. Vaak wandel ik tot aan het centraal station, een geweldig gebouw met een prachtige lichtinval. Het beeld van die lege straten en dat verlaten station, dat is uniek.

“Ik woon aan de Scheldebocht, met een weids uitzicht en prachtige zonsondergangen. Het licht vangen bij valavond, dat vind ik het mooiste. Of op een plek zoals hier: een mooie lichtinval zoeken wanneer het schemert. Vorig jaar was ik in IJsland tijdens een ‘white-out’, met alleen mist en sneeuw, erg fascinerend om dat vast te leggen.

“Ik ben er redelijk bezeten mee bezig, ja. Ik kan uren aan de computer foto’s zitten bewerken, ik ben een freak als het om de technische kant gaat. Ik werk aan een eigen website, ik wil wat vaker met mijn foto’s naar buiten komen. De lat ligt wel hoog.”

Als we u ook even tot de adelstand verheven, wat mag er dan op uw wapenschild staan?

Frank: (lacht) “Mag ik dan graaf zijn, een trapje hoger dan baron? (denkt na) ‘Wat je ook doet, doe het goed.’ Zoiets. Maar ook: besef dat het misschien totaal onbelangrijk kan zijn. Voetbal, fotograferen, het gras maaien. Ik geloof daar wel in, dat je alles met overtuiging moet doen.”

Jan: “Dat hebben wij wel van thuis meegekregen.”

Jan, u werd genoemd als een van de kandidaten om de nieuwe directeur te worden van Bozar. Lopen die sollicitaties nog?

Jan: “Het is niet het moment om ver in de toekomst te kijken, ik heb hier een opdracht van acht maanden, en dat doe ik elke dag heel graag en zo goed als het kan in deze nieuwe omstandigheden.”

Frank: “Jan is altijd erg ambitieus geweest.”

Jan: “Ja, maar die ambitie is in de eerste plaats iets zinvol doen, mooie dingen maken, met een team van verrijkende mensen. Mijn loopbaan begon als fluitist en docent, en het ligt blijkbaar in mijn natuur om wat verantwoordelijkheid en leiding op te nemen.

Frank: “Ik ben helemaal anders op dat vlak, ik ben nooit baas willen worden. Vroeger leek dat het evidente carrièrepad: als je ouder werd moest je opklimmen en dan werd je chef van de sportredactie bijvoorbeeld. Ik heb altijd het veldwerk willen blijven doen, dat is mijn metier, en wat ik het liefste doe.

“Daarom vind ik het fotograferen ook zo fijn, dat doe je in alle vrijheid in je eentje. Een hele machine meekrijgen en een groep mensen leiden, dat is een heel ander vak waar ik niet geschikt voor ben, denk ik. Ik heb zeker niet het geduld om met al die ego’s van de televisie om te gaan. (lacht) Jan is veel geduldiger dan ik, hij kan heel goed luisteren.”

Jan: “Ik vind dat juist heel interessant, om aan te voelen wat een organisatie nodig heeft. Ik kom niet ergens binnengewandeld met een groot plan of een vaste methode van een of andere managementgoeroe. Elk huis vergt een andere aanpak. Ik vind het belangrijk om me nederig op te stellen, goed te observeren en te luisteren. In een artistieke omgeving moeten de kunstenaars vanzelfsprekend mee betrokken zijn bij het beleid.”

Frank: “Zoals een goede trainer in het voetbal tegenwoordig ook een psycholoog en mental coach moet zijn. Hij moet er in de eerste plaats voor zorgen dat de spelers zich goed voelen en zich kunnen vinden in zijn aanpak. Je kunt niet meer zomaar je eigen systeem opdringen. Als een trainer zijn ploeg niet mee heeft, dan is het game over.”

Jan: “Leiderschap en hiërarchie zijn geëvolueerd. Een moderne dirigent zal in dialoog gaan met de musici, in plaats van te verwachten dat iedereen zich naar jouw stijl plooit. Die tijden zijn voorbij.”

Ze zoeken bij de VRT nog een CEO, die goed mensen kan verbinden en verzoenen…

Jan: (lacht) “Ik weet niet waar dat ineens vandaan komt.”

Frank: “Dat gerucht is beginnen circuleren, terwijl jij je nooit kandidaat hebt gesteld, toch?”

Jan: “Klopt. Dan zitten we weer bij ‘het toeval toelaten’. Veel kansen in mijn leven zijn door een gelukkige samenloop van omstandigheden op mijn pad gekomen.”

Mannen van jullie leeftijd zitten volgens de statistieken pal in de risicogroep voor Covid-19. De splitsing tussen ‘jong’ en ‘oud’ wordt steeds harder uitgetekend. Hebben jullie zich in deze periode kwetsbaarder gevoeld?

Frank: “Ik vind dat bizar, hoe sterk er op die leeftijden wordt gefocust. Iedereen weet dat sommige veertigers ongezonder zijn dan een actieve zestiger. Die lijn kun je toch niet trekken op basis van leeftijd? Ik heb een vervangstukje in mijn hart, en sindsdien ben ik kerngezond volgens de dokters. Ik ben dolgelukkig dat ik nog volop bezig kan blijven, met de dingen die ik het liefste doe.”

“Ik vind het ook erg hard, hoe we nog altijd om 11 uur en in elk journaal die nieuwe cijfers voorgeschoteld krijgen, als een hitparade met het aantal doden en nieuwe besmettingen. Vreselijk.”

Jan: “Toen wij jong waren leek iemand van zestig een oude mens, maar dat beeld moeten we al lang bijstellen. Veel mensen gaan ook te vroeg op pensioen. Onze vader is 90, en op zijn 63ste is hij gestopt met werken, daar heeft hij nu spijt van. Een mens heeft zingeving nodig, laten we mensen vooral niet te snel afschrijven.”

Qua genen zitten jullie wel goed: is het waar dat jullie grootmoeder 99 werd, en tot op late leeftijd elke dag in haar blootje ging zwemmen?

Frank: “Ook in onze familie zijn de vrouwen het sterke geslacht; beide grootmoeders zijn 99 jaar geworden. Onze grootmoeder langs moeders kant was een ziekelijk meisje met zwakke longen, dat door de dokters al was afgeschreven. Ze kwamen bij een natuurarts terecht, en haar hele leven heeft ze er een bijzondere alternatieve levensstijl op nagehouden. Veganistisch eten, zwemmen in openlucht in putje winter, en op de fiets naar de Ardennen. Ze is toch maar mooi bijna 100 geworden.

Jan: “Tien jaar lang heeft ze alle medicijnen die haar werden voorgeschreven in de gootsteen gegooid. Op het einde van haar leven zat ze in een rusthuis; toen de loodgieter daar de lavabo kwam ontstoppen, bleken de buizen vol pillen te zitten.” (lacht)

JAN •  geboren in Antwerpen op 13/08/1959 • studeerde dwarsfluit aan het Conservatorium A’pen • was o.a. intendant van deFilharmonie • werd in 2004 algemeen directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (2004-’08) en het Koninklijk Concertgebouworkest (2008-’19) in Amsterdam • coauteur van het boek Toon­aangevend • sinds medio februari algemeen directeur ad interim van Opera Ballet Vlaanderen • kreeg in 2014 de adellijke titel van baron • vader van drie dochters    

FRANK  • geboren in Brasschaat op 04/03/1954 • begon zijn carrière in 1980 bij Radio 1 • sportjournalist en voetbalcommentator bij Sporza tot aan zijn pensioen in 2019 • voetbalcommen­tator op Proximus TV • presenteert nog het wekelijkse voetbal­praatprogramma Extra Time op Canvas, tijdelijk enkel met thema-uitzendingen te zien via sporza.be en VRT NU • auteur van co lumns en boeken, waaronder Ik, Rik Coppens (2005) en Een hart voor voetbal (2009) • eerste foto-expo in 2019 tijdens Art of Antwerp • heeft vier zonen en twee kleinkinderen  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234