Woensdag 20/11/2019

Interview Jan Denys

Jan Denys maakt gehakt van ons arbeidsmarktbeleid: “België is een gestold land”

Jan Denys boog zich over een decennium arbeidsmarktbeleid Beeld Tim Dirven

In 2010 maakte Jan Denys een analyse van de Belgische arbeidsmarkt. Zijn werkstuk ‘Free to Work’ geldt nog steeds als een standaardwerk. Vandaag presenteert Denys een actuele stand van zaken. Meer specifiek, hoe zijn de verhoudingen geëvolueerd en hebben we onze positie in Europa kunnen verbeteren. Het resultaat is een heuse wake-upcall.

Wie zijn analyse de titel meegeeft: ‘Het verdriet van de Belgische arbeidsmarkt’ geeft de conclusie al weg bij voorbaat. En toch is de lectuur ervan sterk aan te bevelen. Dat er van alles schort met onze arbeidsmarkt, dat weten we min of meer. De kracht van deze nota is echter de feitelijke opeenvolging van de statistieken. Pas bij de analyse van de vele pijnpunten, en vooral de evolutie ervan in Europese context, zie je echt hoe ziek onze arbeidsmarkt eigenlijk wel is. “Zelfs ik was verrast bij de uitkomst van deze nota”, zegt de auteur. “Ik had wel enigszins een dergelijk scenario in gedachten, maar het is eerlijk gezegd nog slechter dan ik had verwacht.”

Natuurlijk is er in het voorbije decennium veel gebeurd. En de algemene ontwikkeling is er dikwijls een van vooruitgang, maar zelden in een mate dat de positie binnen Europa ook verbetert. Met andere woorden, België maakt wel progressie maar niet meer dan het gemiddelde van de andere Europese landen, die uiteraard ook niet stilzitten. Dit betekent dat historische achterstanden niet worden ingehaald. Soms loopt de achterstand zelfs verder op: bijvoorbeeld inzake de duur van de loopbaan, de regionale spreiding van de werkloosheidsgraden of de vacaturegraad. Dit valt op geen enkele manier positief te duiden. “Het is vooral de combinatie van de verschillende pijnpunten die van België een moeilijk te genezen patiënt maken”, oordeelt Jan Denys.

Verontrustende vaststelling is dat onze zo geprezen productiviteit achteruitgaat?

Jan Denys: “Dat klopt, en dat is een zeer belangrijk gegeven. Buiten het feit dat we op heel wat van onze zogeheten pijnpunten geen vooruitgang hebben geboekt, zelfs een achteruitgang in Europees perspectief, neemt ook de productiviteit af. Dat was lange tijd een van onze stabilisatoren. Ja, onze arbeid is duur, ja we hebben te korte loopbanen enz. We konden daar lange tijd onze hoge productiviteit tegenover plaatsen, als een van onze weinige sterktes die andere zwaktes deels compenseerde. Maar nu ook dit wegvalt, is de analyse eigenlijk nog erger. Het bewijst vooral dat verder aanmodderen in de marge niet langer nog een optie mag zijn.”

Wat opvalt is dat de kloof tussen de gewesten verder groeit?

“Ik vind dat dus ook. Italië was lange tijd nog voor ons op het vlak van heterogeniteit, met het zuiden en het noorden. Nu hebben we zelfs Italië ingehaald. Je moet niet eens een communautaire scherpslijper zijn om te weten dat dit zal doorwegen op politiek vlak met de aankomende verkiezingen. Zeker als je weet dat Vlaanderen in 2018 een merkwaardige remonte heeft gemaakt. Het moet nog blijken of dit fundamenteel dan wel eenmalig is, feit is wel dat de kloof met Wallonië nog groter is daardoor.”

In dat opzicht is het ook opvallend dat de instroom van werkzoekenden vanuit Brussel en Wallonië naar Vlaanderen nog is gedaald?

“In Vlaanderen kwam in 2006 1,9 procent van de werkenden uit Brussel en nog eens 2,9 procent uit Wallonië. In 2015, de laatste beschikbare cijfers, was dit 1,9 procent voor Brussel en 2,3 procent voor Wallonië. De relatieve instroom uit de andere gewesten is dus gedaald. De instroom in Vlaanderen komt in vergelijking met 2006 nu meer uit het buitenland (1,3 versus 1,9 in 2015, LID). Buitenlanders vinden met andere woorden gemakkelijker de weg naar Vlaanderen dan de Brusselaars en de Walen. En dat ondanks alle inspanningen van de VDAB en Actiris. En dat mag je gerust problematisch noemen. Anders gezegd, ons land drijft verder uit elkaar. Je kunt je de vraag stellen, doen we het juiste, op de juiste manier?”

Zegt u het maar?

“Ik herhaal het nog maar eens, zolang de werkloosheidsuitkeringen onbeperkt in de tijd blijven, zal je dat niet structureel kunnen aanpakken. Dit zorgt er immers voor dat een relevant deel van werkzoekenden niet ingaan op openstaande vacatures die in principe geschikt zijn. België is het enige land in de Europese Unie met dit systeem. Het blijft moeilijk te verklaren waarom dit systeem zoveel bijval blijft hebben bij academici en drukkingsgroepen. Tegelijk weet ik ook dat er geen politieke meerderheid is om dit aan te pakken, dus zal er niets gebeuren. Binnen nog eens tien jaar stellen we samen vast dat er weer niets gewijzigd is.”

We voeren toch een steeds strenger activeringsbeleid?

“We doen dat al sinds begin de jaren 2000, toen nog onder Frank Vandenbroucke (sp.a). Als je dan merkt dat de doorstroom nog gedaald is, dan is er toch iets grondig fout? Je kan je kop blijven in het zand steken, je kan er ook iets aan doen. Ik vind het altijd fascinerend om te zien hoe hysterisch er wordt gereageerd als we het hebben over activeren. Nu recent ook weer met de activering van zieken. Het deed me denken aan de hysterie toen we meer werklozen gingen activeren. Je kreeg dat berichten over ‘de jacht op werklozen’. We voelen ons in progressief Vlaanderen precies comfortabeler als we die mensen een uitkering geven, en er verder niet meer naar omzien. Terwijl het volgens mij, vanuit datzelfde progressief denkkader, nog altijd beter is om een baan te hebben. Ik vind dat vreemd.”

De arbeidsmarkt en het arbeidsmarktbeleid kapen veel aandacht weg. Hoe komt het dan dat het resultaat zo bedroevend is?

“We boeken al twintig jaar geen vooruitgang. Daarvoor spelen er drie zaken. Je botst op een zeer bureaucratisch en institutioneel systeem. Wetten en regels blokken alles af. Denk aan de bestaande CAO’s, alles zit rotsvast. Het politieke landschap is compleet versnipperd, en inert. Je hebt daardoor nooit de politieke slagkracht om fundamentele hervormingen door te voeren. Zie maar naar Michel I, ideologisch dacht iedereen dat het dit keer wel kon. Het dossier van de werkloosheidsuitkeringen lag zelfs op tafel. We stellen vast dat het weer niet is gebeurd.

“En als de politiek dan toch eens iets gedaan krijgt, dan heb je de sociale partners die bij de uitvoering ervan er de scherpe kantjes afvijlen, of het gewoonweg afwijzen. In dat opzicht speelt ook het hoge aandeel van overheidspersoneel in ons land mee als een remmende factor. Ambtenaren zijn niet gevoelig voor globalisering en concurrentie, wat maakt dat ze heel huiverig staan tegenover hervormingen. En dat is een electoraal groot publiek. De conclusie is dat we een gestold land zijn en de inertie ingebakken zit in het systeem. Ik geloof dus niet dat er snel iets zal veranderen, behoudens een zwarte zwaan, in de vorm van een crisis, of druk van Europa.”

Onze arbeidsmarkt is goed voor wie een job heeft, veel minder voor wie een job wil?

“Een mooie illustratie van het feit dat in het Belgisch arbeidsmarktbeleid te weinig aandacht is voor die outsiders, is bijvoorbeeld het feit dat ons land een heel beperkt laagloon­segment kent. Alleen Zweden gaat België hier vooraf. Ook dit wordt door velen als een positief element van de Belgische arbeidsmarkt beschouwd. Ze pleiten integendeel voor het verder optrekken van de minimumlonen die nu al tot de hoogste in Europa behoren. Het nadeel is dat het ontbreken van dergelijk laagloonsegment kansen ontneemt aan laaggeschoolden om de arbeidsmarkt te betreden. Dit wordt meestal vergeten.”

Zoals mensen van vreemde origine die hier, meer dan in andere landen, maar moeilijk aan de bak geraken?

“Wat is de verklaring voor deze geringe uitstroom naar werk? Voor sommigen ligt het aan de werkgevers die discrimineren of minderwaardige jobs aanbieden in slechte arbeidsomstandigheden. Gemiddeld genomen zijn er in België weinig laagbetaalde jobs en is de kwaliteit van de arbeid van een redelijk hoog niveau. Werkgeversgedrag is dus wellicht niet de verklarende factor. 

“Discriminerend gedrag zal zich effectief voordoen op de arbeidsmarkt. Alleen is het weinig waarschijnlijk dat Belgische werkgevers gemiddeld meer discrimineren dan collega’s elders in Europa. Zeker wat rekruteringsgedrag van jongeren betreft, is er geen reden om aan te nemen dat Belgische werkgevers zich hier meer schuldig aan zouden maken dan buitenlandse. Het zou ook vreemd zijn dat werkgevers meer beginnen te discrimineren naarmate er meer vacatures langer open staan.”

De toenemende digitalisering rijmt op disruptie, tijdelijke contracten en doorgedreven flexibiliteit. De mens staat dan minder centraal?

“Ook dat moeten we met een flinke korrel zout nemen. De perceptie is niet in lijn met de realiteit. Het aandeel tijdelijke contracten in Europa is in tien jaar tijd niet gewijzigd. Het gemiddelde blijft op 14,3 procent. Alvast wat tijdelijke arbeid betreft is er dus geen sprake van een flexibilisering van de arbeid.

“In ons land is er een lichte toename van 8,6 naar 10,4 procent, dus nog steeds onder het Europees gemiddelde. Bovendien kost ons dat ook enkele procenten in werkzaamheidsgraad. We werken veel minder in de nacht of op zondag. Bij jongeren is er wel een lichte stijging van tijdelijke contracten, dat komt door het wegvallen van de proefperiode. Maar tegelijk is er wel de doorstroming van tijdelijk naar vast contract.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234