Woensdag 18/05/2022

james 'tony soprano' gandolfini over de tv-serie die hem beroemd maakte

'Ik ben een doodgewone vent. Als de mensen zouden weten hoe saai ik ben, zullen ze niet meer willen kijken''Veel jonge acteurs laten zich op de buis interviewen en beginnen te denken dat ze belangrijk zijn. Maar dat zijn wij niet'

'In 'The Sopranos' mogen ouderen tenminste nog seks hebben'

Hij werd pas acteur toen hij na zijn jaren aan de universiteit in Manhattan woonde en aan de kost kwam als manager van een club, uitsmijter en barman. Toen raakte hij verslaafd aan acteren, wat The Sopranos-fans enkel kunnen toejuichen. Ondertussen heeft Emmy-winnaar James Gandolfini al alles gedaan: toneel, film en televisie en wil hij na The Sopranos gaan regisseren. 'Ik wil dat mijn zoon me later in andere rollen kan zien.'

New Jersey

New Jersey Monthly

Rebecca Brill Moody

Zijn doorbraak kende hij op Broadway naast Jessica Lange en Alec Baldwin in A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams, waarin hij Stanley Kowalski's legermakker Mitch speelde. Het leverde hem de aandacht op van Hollywood en rollen in films als A Stranger Among Us, True Romance, A Civil Action, Get Shorty, Angie en 8MM. Recenter was hij te zien in The Mexican en The Last Castle. Na The Sopranos zou hij graag personages spelen dan de duistere, gewelddadige rollen die hij meestal heeft vertolkt en hoopt hij te kunnen regisseren. Zijn volgende project wordt zeker een uitdaging, want binnenkort staat hij naast John Turturro in Cigarettes and Romance, een musical geproduceerd door Joel en Ethan Coen. Gandolfini ontvangt ons tijdens een familiefeestje in zijn achtertuin zodat hij na het eten een sigaar kan roken.

Is het voor een nogal teruggetrokken man als u niet moeilijk om met de beroemdheid van een succes als The Sopranos om te gaan?

Gandolfini: "Eigenlijk alleen omdat ik zo vervelend ben dat ik de mensen liever niet te dicht in mijn buurt laat komen. Als ze weten hoe saai ik ben, zullen ze niet meer willen kijken. Ik ben een doodgewone vent. Het zijn de scenario's en de personages die het doen. Over mij valt er weinig te vertellen."

Wordt u achtervolgd door Tony Soprano en de bekendheid van het programma?

"Zo erg is het niet. Ik kan nog naar zee gaan. Het hoort bij het vak en meestal zijn de mensen aardig. Soms wordt het wat te veel, je bent moe en dan komt er een meute op je af. Op een keer was ik misselijk van iets dat ik op het vliegtuig had gegeten. Jammer genoeg geraakte ik niet tot in de toiletten. Ik moest op de landingsbaan overgeven en prompt komt er een vrouw naar me toe: 'Mag ik met u op de foto?' Ze had mij zien kotsen maar het kon haar niets schelen. Ze heeft haar foto niet gekregen; ik vond haar nogal grof."

Wat doet u om u ontspannen? U zei daarnet iets over de zee.

"Ik lees veel. En ik heb mijn zoon. Als ik met mijn zoontje speel kan ik alles van me af zetten, dan denk ik alleen aan hem en vergeet ik al de rest."

Wanneer wist u voor het eerst dat u wilde acteren?

"Dat was na de universiteit. Ik was een jaar of 24. Een vriend van me volgde acteerles en dat zag ik wel zitten. Ik had er vroeger al aan gedacht, maar niemand in mijn familie had ooit zoiets gedaan. Ik vond het een beetje een belachelijk idee. Maar de lessen vielen mee en ik ging terug en werd min of meer verslaafd."

Wat had u oorspronkelijk na de universiteit willen doen?

"Ik had Engelse literatuur en communicatiewetenschappen gestudeerd maar ik wist eerlijk gezegd niet wat ik wilde. Dan ben ik maar naar New York gegaan. Ik heb manager gespeeld in nachtclubs, eerst in een tent die Private Eyes heette, in 24th Street. Ik wist er niets van maar ik leerde heel snel. Je zag een heleboel verschillende mensen een heleboel verschillende dingen doen. Het was een interessante leerervaring. Mijn eerst echte kans was in A Streetcar Named Desire. Een paar vrienden kenden de casting director en ik kreeg die baan. De meeste van mijn eerste rollen waren in nieuwe stukken waarvan niemand heeft gehoord, zoals Tarantulas Dancing en een heleboel andere producties in zaaltjes in New York."

Wat is het verschil tussen acteren op de planken en voor de televisie of de film?

"Toneel is twee uur concentratie aan een stuk. Film is een hele dag concentratie, met stukken en brokken. Na twee uur toneel ben je helemaal opgeladen door het contact met het publiek, maar na een dag filmen ben je kapot. Daarom ga je na een toneelstuk bijna altijd eten of iets doen. Na een film ga je naar huis omdat je zo moe bent. Ik denk dat het iets met de elektronica van het medium te maken heeft. Het is allemaal heel systematisch, terwijl toneel spelen natuurlijker is. Op de planken doe je elke keer hetzelfde, zodat je na drie maanden zin krijgt om zelfmoord te plegen. Maar tegelijkertijd krijg je veel energie en heeft het iets prachtigs."

Wat is dat precies volgens u?

"Het komt door de ervaring die je deelt. Het is het verschil tussen naar de bioscoop gaan en thuis alleen voor de buis zitten. Mensen maken samen iets mee. Dat bestaat al honderden jaren en het voelt goed."

Wat was uw lastigste rol in het theater of voor de film?

"Get Shorty. Omdat ik niet wist wat ik met het personage moest doen en nog niet genoeg ervaring had. Toen ik mijn mond opendeed, sprak ik me een accent uit het zuiden. Ik weet nog altijd niet waarom. Het was fout, dat kan ik je wel vertellen. Rotzooi."

Uw favoriete rol?

"Mijn personages in True Romance of Civil Action, of misschien Mitch in Streetcar. En Tony Soprano, natuurlijk. Dat spreekt vanzelf, omdat de serie zo goed geschreven is. Hij komt uit Jersey, kan het nog makkelijker?"

Waren de scènes met Dr. Melfi in The Sopranos het moeilijkste om te spelen?

"Ja, voor een stuk omdat tv zoveel sneller gaat dan film. Televisie is zeven of acht pagina's scenario per dag, film misschien twee. Je moet zoveel tekst onthouden! De camera hangt recht voor je neus. Je kunt hem niet negeren. Je mag geen fouten maken, je mag niet twijfelen. Ik denk dat de serie veel van haar succes aan die gesprekken met Dr. Melfi dankt. Ze zijn als het koor in een Griekse tragedie: het publiek weet wat de personages ervaren. Meestal zie je de personages wel maar kun je niet in hun hoofd kijken. In die scènes kon dat wel en daardoor kwam Tony dichter bij het publiek. Zonder die scènes was het een heel andere serie geworden. Ze zijn ongelooflijk belangrijk."

Wat vindt u van de vrouwen in de serie?

"Ze zijn ontzettend sterk. Een van de grote troeven van het feuilleton is dat de vrouwen zo sterk zijn, sterker dan de mannen. Kijk maar naar Carmella. Tony is voor een of misschien twee mensen bang: zijn moeder en zijn vrouw. En zijn dochter! Dat zijn de drie mensen voor wie Tony waarschijnlijk het bangst is. Daar zit veel waarheid in, want ik geloof echt dat vrouwen enorm sterk zijn. Zij zijn de lijm die alles samenhoudt.

Vervolg op pagina 23

'Wat ik ook goed vind is dat de oudere personages machtig zijn, intelligent en nog altijd seksueel actief. Waar op de televisie zie je oudere mensen met een gezonde seksualiteit? Bijna nergens. In The Sopranos wel, daar mogen ouderen tenminste nog seks hebben, daar hebben de oudere figuren nog altijd een leven, ze zijn waardevol. Dat vind ik knap. En de serie is goed omdat hij over generaties gaat en niet alleen over kinderen van zeventien op high school. Toestanden op school zijn niet zo verschrikkelijk interessant, behalve natuurlijk als je zeventien bent. Niet voor de bevolking in haar geheel. Het spijt me, maar kinderen van zeventien hebben nog niet zoveel te zeggen. Denk ik toch."

Hebt u een favoriete aflevering van The Sopranos?

"Ja, waarschijnlijk die waarin ik Meadow naar de universiteit breng, omdat je daar de twee kanten van Tony's leven ziet. Maar mijn favoriete personage is Uncle Junior. Ik vind hem een geweldig figuur, hij heeft zoveel grandeur. Voor mij is Uncle Junior een wijze oude man: hij is slim, bitter en ongelooflijk grappig."

Hebt u ooit geblunderd op het podium of in een film?

"Veertig miljoen keer. Op een keer speelde ik in Zweden, in een zaal waar het podium een meter of drie boven de orkestbak was. Het was de bedoeling dat je als het licht uitging stilletjes achter de coulissen verdween, maar ik stond aan de rand van dat podium en ik viel recht de orkestbak in, midden tussen de metalen klapstoelen. Het kabaal was ongelooflijk. En het is me vaak genoeg overkomen dat ik mijn tekst vergat. Op een keer kreeg ik in de laatste scène van Streetcar, als ze haar naar het gekkenhuis wegbrengen, opeens de slappe lach. Mijn tegenspeler begon ook en we zaten daar allebei te giechelen op onze stoel met onze kop tussen onze knieën. Ik lachte me bijna dood, en dat in een drama... Zo zijn er massa's dingen gebeurd, maar nooit iets wereldschokkends."

Kijkt u naar eigen werk? Sluipt u nooit een bioscoop binnen om naar een van uw eigen films te kijken?

"Nee. Het lijkt goed te gaan zoals het is, zodat ik niet naar mezelf wil gaan kijken en dingen veranderen. Ik zou toch alleen maar de fouten zien."

Hebt u ooit een acteur als voorbeeld genomen?

"Nee. Ik kijk op naar een heleboel auteurs maar ik heb geen voorbeeld."

Wat vindt u van New York? U bent er niet echt opgegroeid, maar beschouwt u het als thuis?

"Ik zou nergens anders kunnen wonen. Het moet niet in de stad zelf zijn, maar ik wil niet weg uit de omgeving van New York. Ik heb ongeveer anderhalf jaar in Los Angeles gewoond. Ik was niet goed voor LA en LA was niet goed voor mij."

In werkelijkheid bent u een familieman?

"Ik heb een goede familie, mensen die me op het rechte pad houden. Heel verstandige mensen en ze hebben een goed hart. Maar we zijn zoals alle families. We hebben onze eigenaardige trekjes maar ik zou me nooit schamen om iemand mee naar huis te brengen. En ik denk dat ze mij in alles zouden steunen. Meer moet je van een familie niet verwachten."

Hadden uw ouders zich kunnen voorstellen dat u het zo ver zou schoppen?

"Helemaal niet! Mijn ouders lachten mij uit. Toen ik succes begon te krijgen, was ik halvelings van plan mijn naam te veranderen. Ik vroeg thuis wat ze daarvan vonden. We praatten erover en toen ik ging plassen of zo, hoorde ik mijn zusters en mijn moeder hysterisch lachen. 'Hij heeft het nogal in zijn bol! Hij denkt dat hij zijn naam moet veranderen!' Nu lopen zij met een naam die iedereen kent en vinden ze dat vervelend. Wie laatst lacht..."

U haalt graag practical jokes uit met uw familie. Geef eens een voorbeeld?

"Ik vind het leuk om mijn nichtjes opgezette beesten te geven, op feestdagen en verjaardagen. Ik geef ze meestal geld en steek dat in de ene of andere lichaamsopening, zodat ze in het beest moeten zoeken om erbij te kunnen. Dat vinden ze echt goor."

Haalt u met de collega's van The Sopranos ook grappen uit?

"We sluiten wel eens weddenschappen af en als ik dan verlies betaal ik in penny's. Ik heb een keer verloren van Robert Iler, die in de serie met mijn zoon speelt, en toen heb ik hem duizend dollar in penny's gegeven. Hij had een truck nodig om ze mee te nemen, zo zwaar woog dat. Maar op de set hou ik het rustig, er moet gewerkt worden."

Zou u herbeginnen, nu u weet wat beroemd zijn is? De inbreuken op uw privacy, de aandacht van de media...

"Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Film is anders dan televisie. Als je op tv komt denken de mensen dat ze je kennen. Ja, ik zou het waarschijnlijk opnieuw doen. Het is alles bij elkaar een goede ervaring geweest. Ik heb de kans gehad om veel plaatsen te bezoeken en veel mensen te ontmoeten. En ik word overal goed ontvangen omdat ze me kennen van de televisie. Maar het heeft natuurlijk ook zijn nadelen. Het kan lastig zijn voor de mensen in je omgeving. Daar maak ik mij soms wel een beetje zorgen over. Als je ziet wat ze soms in de pers schrijven, vraag je je af hoe die mensen 's nachts kunnen slapen."

Wat is de interessantste plek die u voor uw werk hebt bezocht?

"Voor een van mijn eerste films met Charlie Sheen ben ik in Moskou geweest. Dat was prachtig. Ik heb in Mexico City gewerkt, dat was ook geweldig. Voor The Sopranos zijn we nog maar een paar dagen geleden naar een cracktent in East Orange geweest. Ik heb de directeur van de gevangenis van Leavenworth ontmoet. Je komt op plaatsen en je ontmoet mensen die je anders nooit zou tegenkomen. Eigenlijk is de research een van de interessantste dingen. Je gaat naar buiten en je praat met mensen. Je pakt wat je kunt krijgen. Dat betekent niet altijd dat je de rol goed zult spelen, maar op zijn minst heb je interessante mensen gezien."

Met wie hebt u het liefst samengewerkt?

"Met iedereen in The Sopranos. Gene Hackman. Alec Baldwin. Ik heb nog nooit met tegenzin met iemand gewerkt. Ik merk niets van de verhalen die ze over mensen vertellen. Die lui hebben hard gewerkt om te geraken waar ze zijn. George C. Scott en Jack Lemmon waren verbazend om mee te werken. Ik heb veel geluk gehad."

Volgens de media wordt u getypecast. Vindt u dat zelf ook?

"Tot op zekere hoogte wel, omdat deze serie zo populair is, iedereen heeft ze gezien. Als het voorbij is, zal ik een bewuste inspanning doen om andere rollen te vinden. Het zou te stom zijn om mijn hele leven gangster te blijven. En ik heb een zoon, ik wil dat hij me later in andere rollen kan zien. Als je keer op keer duistere figuren speelt, kan dat je gaan achtervolgen. Maar ja, ik weeg 110 kilo, ik heb een bepaald soort kop; ik zal nooit Tinkerbell spelen.

Welke raad hebt u voor jonge acteurs?

"Jonge mensen staren zich blind op contracten, hun cv, hun foto's. Dat is allemaal nonsens. Werk! Speel in stukken. Leer je vak en ga naar school. Blijf werken. Niemand zal je een baan geven omdat je naar de juiste fuiven gaat en dat soort nonsens. En als dat wel gebeurt, zul je er niet klaar voor zijn. Ga de deur uit, geef je ogen de kost, doe dingen. Amuseer je maar werk. Daar gaat het om. Ik heb in kleine stukken gespeeld met zes man in de zaal. Ik leerde. Soms was ik vreselijk slecht. Daar leer je van. De volgende dag probeer je het opnieuw. En je wordt beter. Tennessee Williams heeft Streetcar een keer of 26 herschreven voor hij het goed had. Het lukt niemand van de eerste keer."

Wat is de belangrijkste les die het leven u hebt geleerd?

"Dat je niets voor niets krijgt. Niets. In het eerste seizoen van The Sopranos voelde ik me dikwijls totaal overdonderd door de hoeveelheid werk. Ik zat hele avonden te studeren, ik sliep drie of vier uur en ik dacht dat het mij nooit zou lukken. Je moet werken en werken en nog eens werken. Het klinkt misschien belachelijk, maar ik heb jaren gewerkt en daar ben ik trots op. Trots dat ik het heb gehaald. The Sopranos is dagen van veertien of vijftien uur op de set. Ik kom thuis, ik eet en dan komen een paar vrienden om mij te helpen bij het repeteren. Daarna ga ik slapen. Het lukt omdat we zo hard ons best doen."

U praat niet graag over uzelf. Wat moeten de mensen weten over James Gandolfini?

"Dat ik de gewone man een stem probeer te geven. Jan met de pet, die het gezeik van de regering en van de rijken en van al de rest over zich heen krijgt. Dat is de enige reden waarom ik dit werk graag doe. Soms krijg je de kans om een verhaal over iemand te vertellen. Zelf ben ik niet interessant en dus geef ik liever geen interviews. Zeker niet op de televisie. Ik kom uit een arbeidersmilieu van eerlijke, hard werkende mensen.

"Veel jonge acteurs laten zich op de buis interviewen en beginnen te denken dat ze belangrijk zijn. Maar dat zijn wij niet. Wij zijn niets bijzonders. Daarom hou ik niet van talkshows. Ik zie liever wetenschappers of leraren in plaats van al die stomme acteurs die gebakken lucht verkopen. Ik interesseer mij voor andere mensen en voor wat ze doen. Ik probeer hun verhaal te vertellen. Mijn eigen mening is veel minder belangrijk dan de boodschappen die ik met mijn personages probeer te portretteren. Daarom werken die jonge acteurs me op de zenuwen, jongens van achttien die over de wereldvrede leuteren. Dan denk ik: 'Klets niet uit je nek, wacht nog maar een poosje.'

'Het zou te stom zijn om altijd gangster te blijven'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234