Zaterdag 24/07/2021

James 'Marty' Cappiau

Na jaren gediend te hebben bij het Vreemdelingenlegioen, werd 'kapitein Cappiau' in 1992 door een Kroatische generaal naar de Balkan gehaald om er in de Joegoslavische secessieoorlog te vechten

( ? -2001)

Een Belgische huurling ontmoette de maffia

Over de doden niets dan goeds, zegt men, maar wie het curriculum vitae van de Belg James 'Marty' Cappiau onder ogen krijgt, heeft het daar toch wel even moeilijk mee. Cappiau stierf vorig weekeinde in een ziekenhuis in de Kroatische hoofdstad Zagreb, nadat hij in het hoofd was geschoten door de lijfwacht van maffiabaas Vjeko Slisko, die even daarvoor door Cappiau zelf was neergekogeld in volle stadscentrum. De politie denkt dat Cappiau als huurmoordenaar een 'contract' uitvoerde om te beletten dat Slisko, die deze week stierf, tegen rivaliserende maffiosi getuigde.

De levensloop van Cappiau is even duister als zijn laatste beroep. Zo weet de Kroatische politie niet eens zijn precieze leeftijd, al wordt die als 'middelbaar' omschreven. Cappiau is geboren in Brussel, maar had volgens het politieverslag de Belgisch-Kroatische nationaliteit. Na jaren gediend te hebben bij het Vreemdelingenlegioen was hij in 1992 door een Kroatische generaal naar de Balkan gehaald om er in de Joegoslavische secessieoorlog te vechten. Hij nam dienst bij een elite-eenheid die door het Kroatische leger werd ingezet tegen Servische milities.

De Kroatische huurlingeneenheden hebben in die tijd misdaden tegen de menselijkheid gepleegd. Huurlingen worden er onder meer van verdacht in september 1993 in de omgeving van Medak, een Servische enclave, meer dan tachtig burgers te hebben omgebracht. Cappiau zelf werd echter nooit vervolgd. Integendeel. Na het laatste beslissende offensief van het Kroatische leger in de Krajina, de beruchte Operatie Storm uit 1995, waarbij honderden doden vielen en honderdzeventigduizend mensen op de vlucht werden gejaagd, kreeg 'kapitein' Cappiau zijn Kroatische naturalisatie, een medaille als 'held van de vaderlandse oorlog' en een officiële uitkering van de Kroatische staat.

Cappiau kon echter geen afstand nemen van zijn gewelddadige verleden. Hij belandde samen met een deel van zijn vroegere militiecollega's in de georganiseerde misdaad. In 1996 werd hij in het Kroatische Osijek van moord verdacht. Tot twee keer toe werd er een onderzoek ingesteld, maar telkens zetten bevriende rechters hem uit de wind. Cappiau was ondertussen ook in het buitenland in opspraak gekomen.

Als 'Marty' Cappiau, één van zijn aliassen volgens de Kroatische politie, dook hij op tijdens een Frans parlementair onderzoek naar de 'veiligheidsdiensten' van het uiterst-rechtse Front National, de DPS. Deze privé-militie van FN-leider Jean-Marie Le Pen telde onder haar leden heel wat gewezen soldaten van het Vreemdelingenlegioen, die in nauw contact stonden met hun vroegere maatjes, ook in het huurlingenmilieu.

Cappiau kreeg in het rapport van de Assemblée de bedenkelijke reputatie de spil te zijn geweest in duistere zaken tussen de DPS en wijlen de president van Tsjetsjenië, Djokhar Doedajev, die een bloedige afscheidingsstrijd bevocht met Rusland. Doedajev had sinds 1993 banden met de broers Bernard en Nicolas Courcelle, leidende DPS-figuren, die met de huurlingenorganisatie Groupe Onze een strategische pijplijn in Tsjetsjenië beveiligden. Bernard Courcelle beloofde Doedajev in 1995-1996 te voorzien van allerhande wapens, gaande van AK47-machinegeweren tot en met raketten. 'Marty' Cappiau was de wapenhandelaar die het zaakje zou regelen via de firma Joy Slovakia.

"Deze vennootschap werd geleid door Cappiau, een beruchte Belgische huurling", luidde in 1999 de parlementaire getuigenis van Stéphane Ravion, een journalist die in 1997 voor Le Vrai Journal van Canal+ een documentaire maakte over het FN en de 'affaire tchetchène'. "Cappiau zag de opportuniteit in om zich blijvend te vestigen in Zagreb en van daaruit de gepatenteerde leverancier te worden van lokale conflicten."

Maar Cappiau sloeg zijn vleugels ook breder uit. Volgens onderzoek van het Franse tijdschrift Le Monde du Renseignement leverde hij in 1996 ook voor 20 miljoen dollar wapens aan het toenmalige regime van de ondertussen verdreven president van Kongo-Brazzaville, Pascal Lissouba.

Terwijl de deal met Lissouba 'succesvol' verliep (al zullen de Kongolese oorlogsslachtoffers daar anders over denken) eindigde Cappiaus Tsjetsjeense avontuur nogal bizar. De Tsjetsjenen stortten wel één miljoen dollar, maar de wapens kwamen nooit op hun bestemming aan. Tijdens het Franse parlementair onderzoek werd geopperd dat dit ook nooit de bedoeling was: de levering was een dekmantel voor een 'moordcontract'.

Doedajev werd in april 1996 vermoord toen hij getroffen werd door een Russische raket. Doedajevs positie was gelokaliseerd door middel van zijn satelliettelefoon. De telefoon had hij als cadeau kreeg van DSP'er Courcelle tijdens één van de voorbereidende gesprekken over de wapendeal. Het 'cadeau' was hem geleverd via Cappiau en de Amerikaanse Diane Roazen, met wie de Belgische Kroaat betrokken was bij Groupe Onze International, de vestiging in de VS van de Franse huurlingenclub. Groupe Onze maakte volgens Ravion gebruik van een beproefd Frans procédé in Afrika: door het schenken van satelliettelefoons aan staatshoofden zoals Mobutu, hadden inlichtingendiensten de mogelijkheid om ze voortdurend te lokaliseren en af te luisteren. De 'satellietmoord' op Doedajev had volgens Ravion een welomschreven doel: drie dagen nadat de president was opgeblazen, werd de Tsjetsjeense oliemarkt ingepalmd door een concern van British Petroleum en andere Angelsaksische en Russische oliebedrijven, die afwilden van de eigenzinnige Doedajev...

Het 'Tsjetsjeense avontuur' is maar één van de vele 'wilde' verhalen die over de Belgische huurling de ronde doen. Over zijn achtergronden zal ongetwijfeld nog meer opduiken in de onderzoeken die momenteel worden gevoerd door het Joegoslavië-Tribunaal uit Den Haag naar oorlogsmisdaden die door huurlingen op de Balkan werden gepleegd.

Maarten Rabaey

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234