Maandag 25/10/2021

James Ensor

James Ensor is 150 jaar geleden geboren en dat is niet onopgemerkt voorbijgegaan. Aan de meester uit Oostende zijn al exposities gewijd in New York, Parijs, Antwerpen, Oostende en Brussel. Gent sluit de rij, maar doet dat met een opmerkelijke tentoonstelling: Ensor wordt in het Museum voor Schone Kunsten en het S.M.A.K. gepresenteerd als tijdloos schilder in dialoog en confrontatie met zeventig hedendaagse kunstenaars, onder wie Gerhard Richter, Cy Twombly, Raoul De Keyser, Thierry De Cordier, Cindy Sherman en Franz West. Hareng saur is een parel van een tentoonstelling die Ensor geeft wat hem toekomt als een van de aartsvaders van de hedendaagse kunst.door Eric Rinckhout

Verrassend hedendaags

Edouard Manet, Paul Cézanne en Vincent van Gogh worden het vaakst genoemd als de vaders van de moderne kunst. De ongrijpbare James Ensor (1860-1949) wordt meestal niet vermeld omdat hij nagenoeg onbekend is buiten België. Gelukkig is het tij aan het keren. De tentoonstelling in New York kreeg massale en positieve persbelangstelling en zelfs Parijs ging overstag voor “die rare, onbehouwen, non-conformistische Belg met zijn onafgewerkte schilderijen”.

Een hinderpaal bij de verspreiding van Ensors faam is de rijkdom van de Belgische musea. Net zoals William Turner, wiens grensverleggende schilderijen vooral in Britse collecties hangen, zit Ensors oeuvre hoofdzakelijk in de musea van Antwerpen, Brussel, Gent en Oostende. In 1987 werd Ensors reusachtige meesterwerk De intrede van Christus in Brussel (1888) gekocht door het gerenommeerde Getty Museum in Los Angeles: een geluk bij een ongeluk. Het schilderij, 2,5 bij 4 meter, hing tot de jaren tachtig in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen als langdurige bruikleen van de familie Franck, die begin twintigste eeuw een belangrijke rol had gespeeld in de verspreiding van de renommée van Ensor. België verspeelde een van Ensors topwerken aan de Verenigde Staten, maar net daardoor kreeg Ensor buitenlandse publiciteit. Dat iemand als Bob Dylan zich op Ensors Intrede baseerde voor zijn song ‘Desolation Row’ is natuurlijk meegenomen: het gaf Ensor zelfs ‘airplay’.

Ensor is dus aan een gestage opmars bezig. Opnieuw. Want tijdens zijn leven werd hij al erkend als pionier van de moderne kunst. Avant-gardekunstenaars als Wassily Kandinsky en Emil Nolde bezochten de meester in zijn geboortestad Oostende. Na de Tweede Wereldoorlog waren het de Cobrakunstenaars Pierre Alechinsky en Asger Jorn die Ensor omarmden als illustere voorganger en inspirator.

De samenstellers van de Gentse tentoonstelling hebben evenwel niet teruggegrepen naar de kunstenaars van de historische avant-garde. Ze hebben een nieuw reservoir aangeboord en kozen er resoluut voor om Ensor te omringen met hedendaagse kunstenaars. Onder hen blijkt er trouwens een levendige belangstelling voor Ensor te heersen. Dat blijkt ook uit een handvol tekstbijdragen aan de catalogus.

De titel van de tentoonstelling Hareng saur verwijst naar een van die typische woordspelletjes van Ensor (‘hareng saur’= ‘art Ensor’) en naar zijn schilderij Squelettes se disputant un hareng saur uit 1891, waarop twee geraamten bekvechten om een bokking of gerookte haring. Het werk, dat ook in Gent hangt, is een cynisch commentaar van Ensor op de toenmalige kunstcritici van wie hij vond dat ze zijn schilderijen ‘verscheurden’. Bij leven en welzijn zorgde Ensor al voor ernstige controverse en meer dan honderd jaar later is de discussie over zijn belang en invloed nog lang niet beslecht.

“Het werk van Ensor bezit een grote spanning en veel betekenislagen”, zegt Robert Hoozee, directeur van het Gentse Museum voor Schone Kunsten. “Hij is het volstrekte tegendeel van de homogene en monolithische kunstenaar zoals Van Gogh en Matisse, en kan daardoor nog altijd een groot aantal uiteenlopende kunstenaars aanspreken.” Hoozee heeft, samen met zijn collega van het S.M.A.K. Philippe Van Cauteren, de tentoonstelling in de twee musea associatief opgebouwd. “De invloed van Ensor kun je wel aanvoelen, maar is moeilijk meetbaar.” Er zijn dus kunstenaars opgenomen die letterlijk verwijzen naar Ensor, zoals de Zwitserse kunstenaar Thomas Hirschhorn (°1957) met een grote manifestatie-installatie in het halfrond van het Museum voor Schone Kunsten (een vette knipoog naar Ensors Intrede van Christus in Brussel), terwijl de band tussen Ensor en iemand als de Amerikaanse schilder Raymond Pettibon (°1957) veel losser en conceptueler is.

James Ensor was veel kunstenaars. Op die diversiteit is de tentoonstelling uitgebouwd. Even was er het idee om Ensor zelf in het Museum voor Schone Kunsten te tonen en de hedendaagse kunstenaars in het S.M.A.K., maar gelukkig is men daarvan afgestapt en worden oud en nieuw door elkaar gepresenteerd in de twee samenwerkende musea. Er is gekozen voor een heldere en overzichtelijke thematische aanpak met onderwerpen als het licht, het groteske, maskers en skeletten, het zelfportret, sociale kritiek, het scatologische, de dood en de massa. Rond één of enkele werken van Ensor worden verwante hedendaagse kunstenaars samengebracht. “We hebben Ensor benaderd als hedendaags kunstenaar”, zegt Van Cauteren.

Er ontstaat een wisselwerking tussen hem en de kunstenaars van nu. We zien bijvoorbeeld hoe belangrijk de verwezenlijkingen van Ensor zijn voor het werk van de Amerikaanse schilder Cy Twombly (°1928). Maar tegelijk wordt ook duidelijk hoe verrassend hedendaags Ensor is door de dialoog met Twombly.

De tentoonstelling begint meteen sterk. In de hal van het Museum voor Schone Kunsten staat een grootschalige en opmerkelijke installatie van de Chinese kunstenaar Yang Jiechang met mensenbotten en schedels, gemaakt van blauwwit porselein, maar toch is het vooral in de eerste zaal dat de tentoonstelling meteen de juiste toon vindt. Onder de titel La création de la lumière / De schepping van het licht gaat een klein schilderijtje van Ensor, De rand van het bos uit 1888-’90, geschilderd met ferme penseeltrekken en balancerend op de rand van figuratie en abstractie, de dialoog aan met een werk van Gerhard Richter. Dat mag dan Zelfportret (1971) heten, het is resoluut abstract en fors geschilderd. In de zaal hangen ook werken van Cy Twombly, de Canadees-Amerikaanse schilder Philip Guston en zijn Belgische collega Raoul De Keyser, die alledrie - elk op hun geheel eigen manier - de herkenbare vormen verder laten ontbinden. Allesverterend licht vinden we niet alleen bij Ensor, maar ook bij de onbekende Braziliaans-Duitse schilderes Rosilene Luduvico: een boom op het schilderij wordt door het licht opgeslokt. Wat verderop laat Raymond Pettibon in een van zijn landschappen de zon op ensoriaanse wijze door de wolken breken. De zon lijkt licht uit te braken - indrukwekkend.

Maatschappijkritische maskerades

De vele wriemelende massataferelen in het werk van Ensor vinden een echo in het grote zwart-witschilderij van de Amerikaanse Sue Williams, waar tientallen figuurtjes elkaar neuken, pijpen en beffen. Om de hoek gaat het er rustiger aan toe. Onder de titel Etoiles au cimetière / Sterrenhemel boven het kerkhof wordt een ronduit adembenemende prent van Ensor - een technisch verbluffende sterrenwolk in zwart-wit, de vlekken lijken wel met etszuur ingebeten - geconfronteerd met marines van Ensor zelf en van Thierry De Cordier.

Sterk is ook Zelfportret (‘Pas fini’) van Ensor uit 1885-’86, waaruit nog maar eens blijkt wat een superieure tekenaar hij was. Het gaat in dialoog met een in zwart verzonken zelfportret van de Franse kunstenaar Eugène Leroy.

En zo gaat het door. Grote en minder grote namen passeren de revue: Marlene Dumas, Jimmie Durham, Elly Strik, Francis Alÿs, Jake & Dinos Chapman, Chris Ofili, Leo Copers, Jan Vercruysse, Angele Vergara, Thomas Schütte, enzoverder enzovoort. De tentoonstelling loopt door in het S.M.A.K., waar de sfeer anders wordt, alsof daar gruwel en duisternis heersen en de wereld verder versplintert.

Hareng saur is op zijn best als Ensor gepresenteerd wordt als de visionaire kunstenaar die grenzen verlegde en mogelijkheden aanboorde die de hedendaagse kunstenaars nog altijd verder verkennen. Ensor dus als kunstenaar die met zijn cynische cartoons en maatschappijkritische maskerades zijn tijd ver vooruit was. Die schimpte op koning en kerk, maar zelf de brenger van het licht wou zijn. Die figuratieve vormen liet ontploffen en het licht verschroeiend over zijn onderwerp liet schijnen. Door de dialoog met kunstenaars van nu blijkt dan hoe innoverend de meester uit Oostende wel was.

Minder boeiend is het wanneer hedendaagse kunstenaars al te letterlijk uit Ensors oeuvre putten, met als resultaat werken waarin schedels en maskers te expliciet figureren. Dat gebeurt gelukkig uiterst zelden.

Hareng saur is niet alleen een erg boeiende tentoonstelling die Ensor zijn rechtmatige plaats geeft als aartsvader van de avant-garde, maar ook een verfijnde expositie waarin de kunstwerken uitstekend opgehangen en geplaatst zijn. Er is veel te zien, maar het is oordeelkundig en smaakvol gedoseerd.

De Amerikaanse schilder Leon Golub beweerde ooit dat de modernistische schilderkunst niet in Parijs maar in Oostende was ontstaan. De tentoonstelling in Gent bewijst zijn absolute gelijk.

Hareng saur. Ensor en de hedendaagse kunst, tot 27 februari 2011 in Museum voor Schone Kunsten en S.M.A.K., Citadelpark, Gent. Van dinsdag

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234