Zaterdag 07/12/2019

'Jaco was de Jimi Hendrix van de bas'

In het dagelijks leven is Robert Trujillo bassist van 's werelds grootste metalband. Na zijn uren bij Metallica verdiept hij zich in de muziekgeschiedenis. Dat leverde een intrigerende documentaire op over wijlen jazzbassist Jaco Pastorius, de held van iedere zichzelf respecterende basgitarist.

De Electric Lady Studio in Greenwich Village, New York, is van buiten een geometrisch kantoorblok, waar je zo aan voorbij zou lopen. Niet doen. Want binnen zit een broeierige muziekhemel voor types die met het hoofd in de ijle wolken van de popgeschiedenis lopen. Aan de muren hangen hoezen van historische rockplaten. Posters van de culthardrockband Cactus. En er hangen portretten. Zoals die van Jimi Hendrix, de man die de studio enkele maanden voor zijn dood in 1970 uit de grond stampte. Gewijde muziekgrond is het, waarvoor best wat respect mag worden opgebracht.

Mooi dat we juist hier tegen Robert Trujillo aanlopen, het baswonder (52) uit Santa Monica, Californië, dat in 2003 toetrad tot de band Metallica. Trujillo is een man die muziekgeschiedenis leeft, en zelfs nieuw leven geeft. Ja, hij speelt al veertien jaar in Metallica, de grootste metalband op aarde, die begin november in het Antwerpse Sportpaleis passeert. Hij doet zijn werk, en dat doet hij goed. Daarnaast is Trujillo een autodidactisch muziekhistoricus, die onlangs een cinematografisch monument oprichtte voor de mythische Amerikaanse bassist Jaco Pastorius. Het jazzgenie dat aan lager wal raakte en in 1987 op 35-jarige leeftijd overleed na een fatale klap van een buitenwipper. De held van iedere serieuze bassist. Ook van Robert Trujillo.

Sabbatical

Het gaat eindelijk weer goed met Metallica, zegt Trujillo. De ideeën stromen, dat heeft iedereen kunnen horen op de eind vorig jaar verschenen plaat Hardwired...to Self-Destruct. "Daarmee is de machine weer gestart. We hadden bijna tien jaar geen muziek uitgebracht. Niet eens zozeer omdat we geen idee hadden wat voor muziek we in godsnaam móésten uitbrengen. Maar we passeerden allemaal de 50 en gingen ons dus richten op andere zaken. Dingen die we ineens veel belangrijker gingen vinden - familieleven en zo. Het schijnt bij de leeftijd te horen."

De fans van Metallica - wereldwijd nog altijd miljoenen - baalden ervan, maar de band dreef vanaf 2008, na het verschijnen van de plaat Death Magnetic, langzaam een onaangekondigde sabbatical in. Drummer en bandoprichter Lars Ulrich ging op in zijn arthousehobby en verscheen liever op film- dan op muziekfestivals. Gitarist Kirk Hammett leefde zich uit in de kunst, ging verzamelen en exposeren. En Trujillo? Die stortte zich op zijn muzikale goeroe Jaco Pastorius. De bassist die het leven van Trujillo veranderde en die, voor wie het horen wil, zelfs is te vinden in de celstructuur van het rockmonster Metallica.

In de jaren 70 was Pastorius, een slungelige jongen die opgroeide in Oakland Park, Florida, een fenomeen dat de jazzwereld verbijsterde. Hij leerde zichzelf spelen en vond zich binnen een paar jaar nogal arrogant 'de beste bassist van de wereld'.

Treurig einde

"Pastorius wilde geen onzichtbare sideman zijn bij een band", zegt Trujillo. "Niet die man die met de drummer op de achtergrond het ritmewerk verzorgt. Hij maakte van de bas een solo-instrument, waarmee hij bovendien uiterst emotioneel kon spelen. Hij duwde tegen de grenzen aan, veranderde de muziek. Hij haalde de fretten van zijn bas en speelde met melodieuze kracht. Bijna als een cello, of een saxofoon. Wat Jimi Hendrix deed voor de elektrische gitaar, deed Pastorius met zijn bas."

Pastorius speelde na Weather Report een hoofdrol op de klassieke plaat Hejira van Joni Mitchell. Werd aanbeden op de grootste muziekfestivals, door collega-musici en zeker ook het brede pop- en jazzpubliek. Maar hij vond het moeilijk met zijn roem om te gaan. Hij raakte aan de drank en drugs. En zuchtte onder zware psychische klachten, die hem tot waanzin dreven. Pastorius raakte de weg kwijt, belandde op straat in New York en speelde zelfs enige tijd als straatmuzikant, met een koffiebekertje voor de munten naast zich. En hij zocht links en rechts ruzie, uiteindelijk dus met dodelijk gevolg. Op 11 september 1987 werd hij geweigerd bij een schimmige nachtclub met de toepasselijke naam Midnight Bottle Club. Hij schopte een raam in en kreeg vervolgens een dreun voor zijn hoofd van de portier, die ongelukkigerwijs beschikte over de zwarte band karate. Pastorius raakte in coma en overleed tien dagen later.

Een dieptragisch verhaal. Dat volgens Trujillo een al even treurig vervolg kreeg omdat Pastorius na zijn dood wegzakte in de vergetelheid. Hij had in de laatste jaren van zijn leven mensen van zich weggeduwd. Platenmaatschappijen tot razernij gedreven. "Niemand had het nog over Jaco Pastorius, terwijl hij toch een van de grote genieën van de muziek is geweest en zo vreselijk veel muzikanten heeft beïnvloed."

Hoezeer Pastorius ook aanwezig was en is in vele muzikale genres, van jazz tot metal en pop: hij kreeg volgens Trujillo niet de eer die hem toekwam. Terwijl Pastorius in de optiek van Trujillo absoluut in het rijtje van Miles Davis, Charlie Parker en John Coltrane hoort: de Galerij der Groten. In 2008 begon Trujillo aan een documentaire over Pastorius, die de nalatenschap van de bassist moest veiligstellen. Hij zou er zes jaar van zijn leven voor offeren. "En dat is geen grootspraak, ik was er echt zes jaar, elke minuut van de dag mee bezig. Ik dook in het leven van Pastorius, sprak met de musici met wie hij heeft gespeeld. Met bassisten als Flea, Sting en Bootsy Collins, ze zijn allemaal door Pastorius beïnvloed. En ik sprak met zijn nabestaanden, met zijn kinderen. Dat hakte er bij mij nog het meest in: ik werd onderdeel van die familie en ging me steeds meer verantwoordelijk voelen voor Pastorius' erfgoed. Ik had het me vooraf niet zo gerealiseerd, maar dit document was voor de familie van Pastorius natuurlijk óók vreselijk belangrijk."

Belang van familie

Twee jaar geleden verscheen het twee uur durende portret Jaco, over een onwaarschijnlijk muzikaal leven met dieptrieste afloop. Trujillo werd er de hemel voor ingeprezen, maar vindt die waardering van ondergeschikt belang.

Trujillo: "Ik heb hiermee de kunst en de erfenis van Pastorius recht willen doen en gedaan. Dat moest gebeuren. Maar het project heeft mijzelf ook veranderd. Ik heb gezien hoe belangrijk transities in het leven zijn. Hoe je ermee om moet gaan: iets wat Pastorius zelf niet goed kon. En ik ben ook gaan beseffen hoe belangrijk familie is. Daardoor ben ik als kunstenaar sterker geworden. Ik heb meer een doel voor ogen gekregen en ik weet ook beter waar ik heen wil. Ook met de band, met Metallica."

De door Robert Trujillo geproduceerde documentaire Jaco is morgenavond te zien in de Gentse cinema Sphinx. De vertoning wordt ingeleid door Michel Hatzigeorgiou, bassist van Aka Moon en persoonlijke vriend van Jaco Pastorius. Metallica staat op 1 en 3 november in het Antwerpse Sportpaleis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234