Donderdag 22/08/2019

Jack the Ripper waart weer door Londen

Museum in Docklands wijdt tentoonstelling aan 's werelds beruchtste seriemoordenaar JJJJ

Is Jack the Ripper een stadslegende? En was de seriemoordenaar op zijn eentje verantwoordelijk voor de slachtpartijen op elf vrouwen in het victoriaanse Engeland? Het Museum in Docklands schetst de sociologische context van een fait divers dat ons vandaag nog altijd beroert.

door Eliane Van den Ende

LONDEN l 'Jack the Ripper heeft meer gedaan voor de armoede in East End dan om het even welke sociale hervormer', stelde de Britse toneelschrijver George Bernard Shaw ironisch. Na de gruwelmoorden kwam er inderdaad verandering in de sloppenwijken van Whitechapel. Groezelige steegjes moesten plaats ruimen voor sociale modelwijken.

Een begeleide wandeling gidst ons langs de plekken in East End waar Jack the Ripper ooit toesloeg. Het is moeilijk om je de sfeer van toen voor te stellen. De Docklands werden inmiddels opgewaardeerd: de dokken zijn gereinigd en de pakhuizen herbergen luxelofts, bankkantoren, investeringsmaatschappijen en persagentschappen. Spitalfields en Bethnal Green hebben nu pittoreske marktjes en winkeltjes. Gestreepte pakken hebben de tweedehandslompen van de vroegere bewoners vervangen.

Op het einde van de negentiende eeuw stierf een op de vijf kinderen in de wijk. Families woonden met zijn twaalven in een klein kamertje. Ze sliepen met velen in één bed of op de grond. Eten, de was drogen, naaien en schoenen lappen, het gebeurde allemaal in dezelfde kamer. In de logementshuizen werden de bedden per uur betaald. Moeders voedden hun kinderen met gin. Zelf dronken ze ook, om de ellende te vergeten. Whitechapel Road telde over een afstand van 1 mijl maar liefst 45 kroegen en ginpaleizen. Een somber maar stemmig schilderij van de Fransman Gustave Doré evoceert samen met andere artefacten de bedompte tijd van toen. Gelukkig wordt de geur, de walm van verrotting, niet opnieuw opgeroepen.

Elf 'onfortuinlijke vrouwen' - zo werden prostituees destijds genoemd - werden tussen april 1888 en februari 1891 vermoord. Meer dan hun lijf bezaten ze niet en dus verkochten ze het voor een glas goedkope gin en een huurbed. Jong waren ze niet, de meeste vrouwen waren al in de veertig. Hun schamele kapje was het enige waar ze nog fier op durfden te zijn.

Seks en schande, het was toen al zoete koek voor de pers, die dankzij de nieuwe druktechnieken en morsetoestellen snel op de bal probeerde te spelen. Ze wilden saillant nieuws en human interest brengen. De namiddagkranten verkochten soms tot 1 miljoen exemplaren. Vaak werden ze dan nog doorgegeven en uitgeleend of werd er nagepraat in de kroeg. De concurrentie tussen de bladen was groot.

Een journalist van het Central News Agency ontving een brief ondertekend met 'Yours truly, Jack the Ripper'. De man overhandigde de brief pas enkele dagen later aan de politie, omdat hij dacht dat het een grap was. Maar de naam Jack the Ripper haalde wel de krantenkoppen en bleef zo aan het fenomeen 'seriemoordenaar' kleven.

Dagbladen volgden de moordonderzoeken op de voet en bekritiseerden het politiewerk. De gedetailleerde politieverslagen kunnen voor het eerst ingekeken worden op de tentoonstelling, zij het onder beperkt licht want de authentieke documenten zijn zo kwetsbaar dat sommige maar drie maanden te zien zullen zijn en dan vervangen worden.

De dader werd nooit gevat. Eerst gingen de verdachtmakingen in de richting van de nieuwe migranten die in de wijk toestroomden. Dat waren joodse vluchtelingen uit Oost-Europa. Racisme bestond toen ook. Zelfs socialisten werden verdacht.

Omdat de vrouwelijke slachtoffers zo erg verminkt waren en sommigen op een vakkundige manier van hun ingewanden beroofd waren, werd gedacht aan een slager of barbier. Of een dokter, zoals de lijfarts van koningin Victoria, die lid was van de vrijmetselaarsloge en aan wie men allerlei occulte praktijken toeschreef. De vader van Winston Churchill, ook een vrijmestelaar, werd eveneens met argwaan in de gaten gehouden.

Zelfs een telg van de koninklijke familie, prins Victor Albert, werd een poos verdacht. De prins kreeg les van schilder Walter Sickert, die in een van de logementen van een slachtoffer woonde en een morbide belangstelling toonde voor de Rippermoorden. Enkele jaren geleden verscheen er een Amerikaans boek waarin uitgegaan werd van de theorie dat de fin-de-siècleschilder de echte Jack the Ripper zou zijn. Maar Sickert vertoefde op het moment van de moorden in Frankrijk.

Sir Arthur Conan Doyle, de bedenker van Sherlock Holmes, was de eerste om te opperen dat de moorden misschien wel door een vrouw gepleegd waren. Een vrouw kon zich als kraam- of vroedvrouw vermommen en op die manier geen argwaan wekken met haar bebloede kleren. Recent DNA-onderzoek van het speeksel op de postzegel van de verstuurde brieven wees op een vrouwelijk profiel. En zo houdt Jack (Jackie) the Ripper de wereld nog altijd in de ban.

Jack the Ripper, tot 2 november te zien in Museum in Docklands, Londen, www.museumindocklands.org.uk/ jacktheripper.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden