Donderdag 13/05/2021

‘Ja, wij zijn geluksvogels’

Je kunt rijk zijn en toch ongelukkig. Omdat Bill Gates altijd rijker zal zijn. Of omdat je streven naar perfectie nooit helemaal wordt ingevuld. ‘Misschien moeten we wat minder blind zijn voor onze verworvenheden’, zegt de Nederlandse filosoof Sebastien Valkenberg. In de strijd tegen het heersende (cultuur)pessimisme schreef hij een boek dat Geluksvogels heet. En die geluksvogels, dat zijn wij.

Geluksvogels verscheen vorig jaar al, maar bijna elke dag ziet en leest Sebastien Valkenberg hoe opiniemakers zich bezondigen aan wat hij cultuurpessimisme noemt. Valkenberg roeit bewust tegen die stroom op, zegt de filosoof die halftijds verbonden is aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en in de rest van zijn tijd schrijft. Boeken, maar ook columns voor Trouw. “Vorige week bracht HP/De Tijd een interview met Umberto Eco over zijn laatste boek (‘De begraafplaats van Praag’, RVP), een mooi boek dat prachtige recensies krijgt”, zegt Valkenberg. “Wat wil een schrijver nog meer, denk ik dan. Toch sloeg Eco in dat gesprek al snel een sombere toon aan. Hij had immers toch liever dat maar drieduizend mensen zijn boek zouden lezen, maar dan wel goéd. Tja. Hetzelfde met Jonathan Franzen. Geweldig succes gehad met Freedom, een van de best verkopende boeken van het jaar. Maar als de auteur zijn licht mag laten schijnen over cultuur, dan gaat hij klagen over het fenomeen van de ontlezing. Dat noem ik cultuurpessimisme.”

Waar komt dat vandaan?

“Dat is niet eenduidig te verklaren. Vanuit biologisch oogpunt zou je kunnen zeggen: voor een organisme is het veiliger om er van uit te gaan dat een glas halfleeg is, eerder dan halfvol. Als dier kun je maar beter denken dat er een leeuw achter je rug zit. Als dat dan niet zo is, valt het allemaal nogal mee. Zelf neig ik echter naar een andere verklaring, die te maken heeft met een manier om politiek te bedrijven. Hiervoor heb ik de term ‘radicale politiek’ geleend van de Franse filosoof Alain Finkielkraut, die hem dan weer bij Jean-Jacques Rousseau haalde. Radicale politiek gaat er vanuit dat alles oplosbaar is, dat geen doel of ambitie te veel is. Maar ga je als mens zo denken, dan valt wat je aantreft toch tegen. Dat zie ik bij Eco en Franzen. Ze hebben veel lezers, daarvoor ben je dan schrijver, maar toch is het weer niet perfect. Als je de hele wereld door die radicaal politieke bril gaat bekijken, valt alles tegen. Voor mij hoef je niet altijd je zegeningen te tellen, maar misschien moeten we toch wat minder blind zijn voor onze verworvenheden.”

Dat cultuurpessimisme ziet u echter vooral in opiniestukken opduiken.

“Het valt me inderdaad op dat mensen er zo makkelijk mee wegkomen. Het wordt verstopt in een bijzinnetje en het hoeft niet meer toegelicht. Dan lees je een bijzin als ‘doorgeschoten individualisme’, punt. Is dat zo? Waar zit dat precies? Ik ben er zeker van dat het niet zo is. Op het einde van vorig jaar verscheen een overzicht van het vrijwilligerswerk in heel Europa. Daaruit bleek dat Nederland daarin koploper is. Een op de drie Nederlanders doet vrijwilligerswerk, niet betaald dus en niet vanuit egoïsme. Dat wijst er toch op dat zo’n opmerking als dat ‘doorgedreven egoïsme’ niet zomaar gedropt kan worden. Toch gebeurt het.

“Het laatste hoofdstuk van mijn boek heet ‘Eindelijk Liefde’ en gaat erover dat deze generatie haar eigen partners mag kiezen en dat liefde eindelijk een factor mag zijn. Terwijl liefde in een relatie, nog niet zo gek lang geleden, een minor detail was. Toen telde vooral de familienaam en of iemand een goede partij was. In andere delen van de wereld geldt dat nog, daar telt dan de stam. Dit soort individualisme, dat bij ons kan, vind ik dan weer goed. Wat nog altijd niet betekent dat we in een perfecte samenleving leven.”

Is de invloed van die opiniemakers zo groot dat u dat pessimisme ziet doorsijpelen bij de man in de straat?

“Dat denk ik niet. Ga op straat en vraag hoe gelukkig men is. De Rotterdamse geluksprofessor Ruut Veenhoven heeft de hele wereld in kaart gebracht, bleek dat Nederlanders bovenaan stonden met zestig gelukkige jaren. In Zimbabwe was dat natuurlijk maar 12,5 jaar. Dat is toch ontroerend? Vroeger wérden mensen in Nederland niet eens zestig. Natuurlijk gaat dat over het eigen kleine geluk en is het in de samenleving misschien minder florissant. Maar door intellectuelen wordt dat laatste vaak gedramatiseerd op opiniepagina’s.

“Enkele jaren geleden was de term ‘pornoficatie van de samenleving’ amper van die pagina’s weg te slaan. Dat was zo, punt. Moest men niet staven. Natuurlijk is er meer bloot op tv, maar leidt dat tot een andere seksuele moraal? Neen, schreef journaliste Elma Drayer, 85 procent van de jongeren vindt trouw in een relatie nog altijd belangrijk. Het idee van een losgeslagen bende zonder moraal is fout. Pubermeisjes raken gefrustreerd door het beeld dat ze van topmodellen op billboards krijgen, dat lees je altijd. Terwijl vorig jaar in Groningen een psychologe gepromoveerd is op de conclusie dat we ons juist optrekken aan het kijken naar mooie mensen.”

Zorgen steeds nieuwe behoeften niet voor frustraties? Vorig jaar was je een loser als je de eerste iPad niet had, nu ben je er een als je hem nog hebt.

“De verleider wordt vaak de schuld gegeven. Bij die pornoficatie zei men: beperk de prikkels die je geeft. Maar trek ik dat door, dan moet ik ook klagen als in in de stad een Porsche zie staan die ik wil maar niet kan krijgen. In plaats van hard te werken kan ik dan eisen dat ze er een doek over gooien zodat ik hem niet zie. In de opvoeding moet je deugden trainen, leren ‘neen’ zeggen en leren omgaan met de grenzen van de wereld. Zelfbeheersing heet zoiets. Apple heeft het recht om ons van alles aan te praten, je moet als individu leren hoe met die deugden om te gaan.”

Maar de verzuurde burger rekent daarvoor op de overheid.

“We verwachten van de overheid dat ze bepaalde dingen doet en andere dingen niet. En vaak draait dat omgekeerd uit. Ik weet niet of het in België ook zo is, maar in Nederland worden ontzettend veel subsidies uitgegeven waarvan ik me afvraag of ze nodig zijn. Een voorbeeld is de opkuis van rotzooi in een stadsdeel van Amsterdam. In plaats van een agent in te zetten die mensen daarvoor beboet, wordt 50.000 euro geïnvesteerd in een computerspelletje dat jongeren moet informeren. Dat begrijp ik niet. Dat is 50.000 euro voor een spelletje dat eigenlijk zegt wat ouders aan hun kinderen moeten zeggen: rotzooi gooi je niet op straat.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234