Zondag 05/04/2020

J.M. Coetzee herschrijft de Bijbel

In 'De kinderjaren van Jezus' wist J.M. Coetzee het belaste christelijke verleden uit. 'Omdat de geschiedenis alleen maar verzonnen verhaal is', aldus een van zijn personages.

Blijkbaar is de tijd rijp voor een areligieuze visie op Jezus, een visie waarin kritische kanttekeningen worden geplaatst bij ons beeld van het verleden, maar ook bij hoogst actuele morele vraagstukken. Zo bekijkt Colm Tóibín met The Testament of Mary Jezus vanuit de ogen van zijn moeder, waarin hij haar als ontspoorde zoon de rug toekeert. Tóibín voedt het idee dat Jezus in zijn rechtlijnige denken de voorloper van de huidige islamfanatici zou kunnen zijn. Coetzee kleurt nu de onbekende kinderjaren van Jezus in, in een moderne parabel. Niet om als Tóibín een historische interpretatie te creëren, een mogelijkheid ingeperkt door historische feiten, maar om als experiment een idealistische oplossing voor een wereldprobleem uit te testen.

Stel dat je de bevolking van Israël opnieuw laat beginnen op een andere plek. Wat gebeurt er dan? Waarschijnlijk ontstaat al snel een welvarende samenleving. Je krijgt de sfeer van de pioniers uit de jaren vijftig, een van de werkelijkheid losgezongen kibboetsgeest uit de romans van Amos Oz.

Coetzee zet een oudere man en een jongetje van vijf in zo'n nieuwe maatschappij, waarbij zich allerlei associaties opdringen met de ontvangst van vluchtelingen in de westerse wereld. De twee ontmoeten elkaar op de boot naar het nieuwe land, krijgen nieuwe namen en arriveren in de stad Novilla. Simón, de oudere man, ontfermt zich over de jongen omdat die zijn ouders is kwijtgeraakt. Het jongetje heet heel symbolisch David. Na wat tragikomische, kafkaësk bureaucratische ongemakkelijkheden regelt Simón als voogd onderdak en vindt een baan als stuwadoor in de haven, waar graan nog zak voor zak op de rug het ruim uit wordt gedragen. Simón meent Davids 'moeder' te herkennen in een maagd op een tennisbaan en geeft hem weg aan deze onbekende. Dat is wat onwaarschijnlijk, maar de jongen 'móét' een moeder hebben. Zij behandelt hem als een prinsje en gaat een symbiotische relatie met hem aan, wat doet denken aan de relatie die Coetzee had met zijn moeder. Het wemelt ondertussen van de speelse verwijzingen naar het christendom.

Maar de mensen uit Novilla kennen geen geloof. Iedereen kwam als vreemdeling in dit land aan en is zonder historie: ervaringen gaan niet verder terug dan tot het moment van aankomst. Coetzee beschouwde de geschiedenis van Zuid-Afrika altijd als een gif, omdat het raciale conflict onontkoombaar de psyche binnendringt en de verbeelding doodt. Bovendien vroeg hij zich altijd af of geschiedenis een waarheidsgetrouwe afspiegeling van de werkelijkheid kan zijn; is het geen fictie?

In dit nieuwe land zijn de mensen daarvan bevrijd en dat maakt hen ongelooflijk barmhartig en tevreden. Het is welwillendheid troef. Maar ze missen ook ieder streven, zo merkt Simón verwondert op. Ze hebben geen behoefte aan overvloed of efficiëntie, aan emotie of verbeelding. Droog brood is hen genoeg, geef hen kale feiten en de ratio. Het lijkt een paradijselijke wereld, een Brave New World. Vrijwel alles is gratis, zelfs cultuur. Dit ideaal is 'onbewust' christelij

Coetzee wist zo het belaste christelijke verleden uit en herschrijft de Bijbel. Jezus krijgt nieuwe kansen, met Simón als aangever. En wie weet waartoe zo'n nieuw Israël leidt. Misschien wel tot iets kwalijks, want je kunt in de inwoners evengoed een vage (cynische) afspiegeling van de Afrikaners zien, voor wie welvoeglijkheid, betamelijkheid en fatsoen tijdens de Apartheid de hoofddeugden waren. Wat maar aangeeft hoe universeel toepasbaar dit experiment van Coetzee is, hoe duizelingwekkend caleidoscopisch de reikwijdte van deze allegorie.

Maar zo'n vredelievende, welwillende maatschappij roept uiteraard vragen op. Liefdadigheid is immers ook een vorm van onderdrukking, een idee dat Coetzee in Leven en wandel van Michael K. al uitwerkte. Simón krijgt de indruk dat de mensen zich bewust blinddoeken, al hebben ze overal een logisch antwoord op (waarom de zakken graan niet met een hijskraan tillen? Uitvoering daarvan leidt echter tot zijn ondergang). De verwende, hyperintelligente David krijgt waanideeën, hij wil niet naar school omdat hij liever in de fantasiewereld van Don Quichot verkeert, die de mensen net als Jezus wilde redden.

Hoe reageert deze samenleving op andersdenkenden? Door ze met ijzeren logica af te troeven: Simón delft het onderspit in het filosofische discours met zijn collega-havenarbeiders. Of door ze naar een verbeteringsinstituut te sturen, zoals David te wachten staat. Het geeft te denken over hoe wij in West-Europa vluchtelingen ontvangen: aanpassen of wegwezen. Maar zonder geschiedenis of fictie kun je geen mens zijn, zoveel is duidelijk.

In alles is deze roman hallucinair. Zoals het hoort in een boek van Coetzee ontspoort het realisme. Als schepje daar bovenop resoneert het ingewikkelde magisch-realisme van Luis Borges en Mario Vargas Llosa erin, terwijl Coetzee een hoogst intelligent spel speelt met de hegeliaanse meester-knechtrelatie. Soms is het verhaal daardoor ongrijpbaar en ook dat is niet nieuw. Wel nieuw is dat voor het eerst wreedheid ontbreekt. Simon leest Don Quichot aan David voor. Hij legt uit dat David moet opgroeien tot een goed mens met diepe wortels, net als deze held. Beter te vechten tegen denkbeeldige reuzen dan tegen de mensheid, beter te geloven in de fictie dan in de realiteit. Maar de eigenlijke Don Quichot is Coetzee zelf, die in dit boek de mogelijkheden van een andere, utopischer wereld aftast. En dat maakt deze roman tot zijn meest hoopvolle ooit.

Is dit J.M. Coetzee?

In 2010 organiseerde uitgeverij Cossee een festival ter ere van J.M. Coetzees zeventigste verjaardag. Het heette: 'Is dit J.M. Coetzee?' Met de biografie van J.C. Kannemeyer ligt het antwoord binnen bereik. Althans... wie je bent is de optelsom van je 'ik' in verschillende sociale omgevingen. Coetzee nam het heft in eigen handen. Met drie autobiografische romans voert hij de regie over zijn gefictionaliseerde 'ik'. Zoals hij bevestigt - en het blijkt eveneens uit de biografie, is iedere terugblik een keuze. Hoe eerlijk je ook het dieptelood neerlaat, altijd versterk je bepaalde lijnen in je verhaal, terwijl er blinde vlekken blijven of beschamende overdrijvingen. Feit wordt fictie zodra vandaag gisteren is. Ook een biograaf kiest, maar Kannemeyer toont een breed pallet aan feiten.

Wel richt hij zijn pijlen op de hang naar een teruggetrokken bestaan. Coetzee voelt zich volgens zijn biograaf al sinds zijn jeugd een vreemde. Zo was hij verzot op zijn grootvaders boerderij, Voëlfontein in de Karoo, waar hij zelfs zou willen sterven, maar besefte hij (in Jongensjaren) dat hij daar als familielid altijd gast zou blijven. Op school was hij een buitenbeentje. Niet alleen door zijn ultrahoge cijfers, als beste van de klas sloeg hij al snel een jaar over zodat hij fysiek achterbleef. Maar ook doordat hij uit een areligieus milieu kwam terwijl iedereen gereformeerd (lagere school) en later katholiek (middelbare school) was. Daarbij beheerste hij de subtiele finesses van het Afrikaans onvoldoende, zelfs in de taal was hij de gelijke van anderen niet.

Buitenstaander zijn is echter een voorwaarde voor het schrijverschap, zowel voor poëzie, waarin Coetzee in beginsel hoopte te excelleren, als voor proza, waarin hij in 1974 debuteerde. Het grappige is, en ook dat laat Kannemeyer zien, dat Coetzee geen zonderling is. Zo haalde hij grappen en grollen uit met medestudenten (hij sloot hen nota bene voor de lol op in een kast). Op de vraag of hij vergelijkbare moeite met het sociale leven heeft als zijn voorbeeld Samuel Beckett antwoordde hij dat hij net als Beckett gewoon vrienden heeft. Is iemand een oester omdat hij zijn tijd niet wil verdoen met de gemakzucht en het egoïsme van anderen?

Hella Haasse zei: wie mij wil leren kennen, moet mijn werk lezen. Kannemeyer beperkt zich gelukkig niet tot het zoeken naar de autistische buitenstaander in Coetzees werk. Wat in de biografie minstens zo in het oog springt, is hoe ongelooflijk zorgvuldig en bedachtzaam Coetzee in alles is; introvert, intelligent en wars van ieder autoritair of kwaadaardig streven (al staat zijn werk vol wreedheden). In het dagelijks leven is hij een conflictvermijder, hij strijdt liever met de pen dan met een degen. Zo wist hij zijn weigerachtige zoon niet naar bed te krijgen. Op anderen komt dit gedrag al gauw over als arrogant, afzijdig of koel. Het verklaart zijn reputatie.

Boeiender is het om Coetzees verontrustende blik op de ondergang van het Westen te begrijpen, waarvan zijn werk doordesemt is. Coetzee bewonderde T.S. Eliot, die hij een besmette diagnosticus noemde. Eliot leed volgens hem onder de laat-industriële, laat-imperialistische, post-christelijke malaise en verkeerde daardoor in de beste positie om te zien wat er mis was met zijn beschaving. Ook Coetzee zit gevangen in een paradox: hij verzet zich tegen Zuid-Afrika in al zijn vormen door universele werelden te scheppen, maar maakt er onmiskenbaar deel van uit.

Zijn visie is breed. Hij woonde in Engeland, Amerika, Zuid-Afrika en woont nu in Australië. Hij onderzocht aan de universiteit nauwkeurig de Europese cultuur, studeerde cum laude af. Als universitair docent bestudeerde hij de fundamenten van menselijkheid. Geen wonder dat hij in al zijn proza boven zichzelf probeert uit te stijgen door met zijn vinger in de wonden van de maatschappij te poeren. Zelfs in zijn autobiografische romans ontbreekt het niet aan elementaire kritiek op onze beschaving. Coetzees werk is doortrokken van eerlijkheid en rechtvaardigheid; hij portretteert de lijdende mens. Compromisloos en puntig streeft hij vreedzaamheid na op alle vlakken: het politieke, het ethische, het esthetische, het persoonlijke.

Duidelijk blijkt uit de biografie dat Coetzee een eigenzinnig, nieuw soort avant-gardeliteratuur schrijft, waarin hij het realisme ondergraaft met uitdagende structuren, wiskundige precisie, efficiënt taalgebruik en droge humor. Zijn literatuurwetenschappelijke en politieke inzichten lopen doorgaans parallel met zijn romans. Zijn afkeer van Amerika's wangedrag in de Vietnamoorlog belandde bijvoorbeeld in Schemerlanden.

Door zijn overweldigende eruditie vormen zijn zinnen bergtopjes. Iedere zin is gestut door een massa aan ideeën en verwijzingen naar andere literatuur. Iedere alinea is in al haar helderheid een filosofisch discours, soms zelfs letterlijk. Dan is een roman doorspekt met essays, maar vaker proberen elkaar tegensprekende stemmen socratisch de 'waarheid' te ontmaskeren. Dat levert behalve lof ook ongemakkelijkheid op. Want doordat Coetzee voortdurend confronterende vragen stelt, dwingt zijn werk tot gewetensonderzoek en is zijn proza bepaald geen strandlectuur.

Opmerkelijk is tot slot dat het leven van Coetzee ondraaglijk zwaar moet zijn. Hij verloor zijn zoon in 1989, zijn ex-vrouw overleed aan kanker, zijn dochter lijdt aan zware epilepsie en ontsnapte maar net aan de dood, zijn broer stierf onlangs door longvlieskanker en bij hemzelf werd prostaatkanker geconstateerd. Temidden van al die ellende en eindigheid weet hij steeds de discipline en kracht te vinden om met optimisme de duistere kanten van de mens te exploreren. Alleen dat al dwingt enorme bewondering af.

J.C. Kannemeyer, J.M. Coetzee. Een schrijversleven, Cossee, 752 p., 45 euro. Vertaling: Joost Poort.

J.M. Coetzee, De kinderjaren van Jezus, Cossee, 318 p., 19,90 euro. Vertaling: Peter Bergsma.

IMPOSANT OEUVRE

1974 Schemerlanden

1977 In het hart van het land

1980 Wachten op de barbaren

1983 Wereld en wandel van Michael K, Bookerprize

1990 IJzertijden

1998 Jongensjaren

1999 In ongenade, Bookerprize

2002 Portret van een jongeman

2003 Nobelprijs

2003 Elizabeth Costello, longlist Bookerprize

2005 Langzame man, longlist Bookerprize

2007 Dagboek van een slecht jaar

2009 Zomertijd, shortlist Bookerprize

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234