Vrijdag 04/12/2020

Italië woedend over Amerikaanse spionagemethoden

De beslissing van een Italiaanse rechter om arrestatiebevelen uit te vaardigen tegen dertien CIA-officieren legt de groeiende kloof bloot tussen de Amerikaanse en Europese manier om terrorisme te bestrijden. De CIA-officieren, die in Italië hulp boden bij een terreuronderzoek, hadden in 2003 een Egyptische geestelijke, die in Milaan een extremistische moskee leidde, ontvoerd en verhoord zonder medeweten van de Italianen. Italië toonde zich afgelopen weekend woedend over de manier waarop de Amerikanen te werk gingen in de zaak.

Brussel

Eigen berichtgeving

De Egyptische geestelijke Hassan Mustafa Osama Nasr leidde een militante moskee in Milaan toen de Italiaanse geheime dienst begin 2003 een onderzoek naar hem begon. De Italianen kregen daarbij de hulp van Amerikaanse geheim agenten. De Italianen zeiden dat Abu Omar bezig was met de uitbouw van een netwerk om terroristen te rekruteren die mogelijk naar Irak of naar de VS zouden worden gestuurd. Op 17 februari 2003 verdween Nasr spoorloos. Toen de Italianen de zaak onderzochten, begrepen ze al snel dat een aantal CIA-agenten, die hen aanvankelijk hadden geholpen, betrokken waren bij de ontvoering. Na twee jaar onderzoek, geleid door Milanese procureurs, werden dertien arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen CIA-agenten en -officieren. Waar ze zitten, is nog niet geweten, maar als ze schuldig worden bevonden, riskeren ze straffen tot tien jaar cel. "We voelen ons nogal verraden omdat wij hen informatie gaven die zij tegen ons gebruikten, waardoor een hele operatie tegen een terreurnetwerk werd ondermijnd", verklaarde een hoge Italiaanse politieambtenaar aan The New York Times.

De zaak-Abu Omar toont duidelijk aan hoe verschillend de manier is waarop Europeanen en Amerikanen te werk gaan bij terreurbestrijding. Europese antiterreurspecialisten bouwen een dossier op tegen terreurverdachten door middel van bewaking, afluistering, detectivemethoden en het gerechtssysteem. Maar in de VS heeft sinds 11 september 2001 een andere manier van terreurbestrijding opgang gemaakt: het ontvoeren van terreurverdachten in het buitenland naar een derde land, waar ze worden ondervraagd en soms onderworpen aan martelpraktijken.

De CIA weigerde alle commentaar over de zaak-Abu Omar, net als het Amerikaanse consulaat in Milaan en de Amerikaanse ambassade in Rome.

Het is niet de eerste keer dat het botst tussen Europese en Amerikaanse inlichtingendiensten in het kader van terrorismeonderzoeken in Europa. Ook in de zaak rond Mounir el-Motassadeq, die verdacht werd van hulp aan de aanslagen van 11 september, waren de Amerikanen laks in het geven van informatie. El-Motassadeq werd op 19 februari in Duitsland veroordeeld en was de eerste die achter tralies zou vliegen voor medewerking aan de 9/11-aanslagen. Maar de zaak liep vast in beroep en de man werd in april 2004 vrijgelaten. De Duitsers gaven toen openlijk de schuld aan de Amerikanen omdat die niet over de brug waren gekomen met cruciale informatie.

Dat was ook het geval bij Ramzi bin al-Shibh. Spanje had de Al-Qaeda-verdachte, die in de VS gevangenzat, graag verhoord in het kader van hun zaak tegen twee verdachten die hulp zouden hebben geboden bij de aanslagen van 11 september. De VS weigerde het verzoek echter. "Het is een eenrichtingsweg. Wij geven hen wat wij hebben, maar we krijgen nauwelijks bruikbare informatie terug", verklaarde een Italiaanse speurder van de antiterreurcel afgelopen weekend. (AE)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234