Maandag 05/12/2022

AnalyseBuitenland

Italië maakt zich op voor zeer rechtse regering, al is de vraag hoe radicaal ze echt wordt

Zondag kiest Italië een nieuw parlement. De partij van de uiterst rechtse Giorgia Meloni is favoriet. Zij hoopt een regering te leiden met Matteo Salvini en Silvio Berlusconi als bondgenoten, maar die moet nog wel even gevormd worden.

Rosa van Gool

Giorgia Meloni’s partij Fratelli d’Italia (‘Broeders van Italië’) koerst zondag af op verkiezingswinst. Peilingen zijn in Italië niet toegestaan in de twee weken voor de stembus opengaat, maar spannend lijkt het niet te worden. De vraag is hooguit of het bandwagon-effect (waarbij een mening meer geloofd wordt naarmate er meer medestanders zijn) Meloni’s partij ver boven de eerder voorspelde 25 procent uit zal stuwen.

Honderd jaar na Mussolini’s mars op Rome, luidt de inmiddels talloze keren gemaakte vergelijking, herhaalt de geschiedenis zich. Het is het soort historische rijm waar commentatoren van houden, zeker in een weinig verheffende campagne die amper stof tot inhoudelijk debat geeft.

Meloni’s partij is inderdaad een verre nazaat van de partij van Benito Mussolini, en schorste deze week een kandidaat omdat hij Hitler ooit op Facebook prees als “groot staatsman”. Ondertussen bracht een lokale Fdi-schepen de nazigroet op een begrafenis, terwijl Meloni deze campagne juist haar best deed om vooral de buitenlandse pers ervan te overtuigen dat ze haar jeugdsympathieën voor het fascisme allang begraven heeft.

Het moge duidelijk zijn dat Fratelli d’Italia meerdere gezichten heeft. Fascisme expliciet steunen zal de partijtop – zeker tijdens een campagne – niet doen, maar er echt hard mee breken ook niet, of die keuze nu voortkomt uit electoraal opportunisme of overtuiging.

In Italië is een bagatelliserende houding tegenover het fascisme (“Mussolini heeft ook goede dingen gedaan”) op veel plekken nog altijd geen taboe. Ook erfgenamen van Mussolini op het pluche zijn niet nieuw. In 1994 nam de voorloper van Fratelli d’Italia, Alleanza Nazionale, al plaats in de eerste Berlusconi-regering.

In het derde Berlusoni-kabinet (2001-2005) was partijleider Gianfranco Fini zelfs vicepremier. “Wij hebben de Lega en de fascisten in 1994 voor het eerst weer gelegitimeerd”, zei Silvio Berlusconi er een paar jaar geleden op trotse toon over.

Verrechtsend Europa

Tegelijk dreigt de fixatie op het juiste label voor Meloni (fascist, post-fascist, of toch neofascist?) haar succes af te schilderen als een bij uitstek Italiaans en bijna exotisch fenomeen: kijk eens, hoe het de Italianen maar niet lukt om hun fascistische verleden af te schudden.

Dat klopt, maar de opkomst van Meloni valt net zo goed te begrijpen in de internationale trend van een verrechtsend Europa. Want qua partijprogramma en officiële uitingen verschilt Fratelli d’Italia niet wezenlijk van de radicaal-rechtse partij die in Zweden regeringsinvloed krijgt, of van Geert Wilders. De PVV-leider, onlangs te gast op een denktankforum aan het Comomeer, sprak daar vol lof over Meloni: “Als zij wint, zou dat een historisch moment zijn voor wie onze ideeën heeft in Europa.”

De partij is anti-immigratie en cultureel zeer conservatief. In het Europarlement zit Fdi in dezelfde groep als N-VA. Tot veler verrassing toont Meloni zich sinds de oorlog in Oekraïne pro-NAVO en slaat ze deze verkiezingscampagne een gematigder toon aan over de EU dan voorheen – vermoedelijk mede omdat het pro-Europese sentiment in Italië flink is toegenomen sinds het coronasteunfonds.

De kans dat een rechts kabinet direct voor internationale ramkoers kiest, lijkt dus klein, al kan een zware inflatie-winter daar wellicht verandering in brengen. Maar eerst moet de rechtse regering überhaupt nog van de grond komen, en dat is meer dan een formaliteit. In het centrum van Rome dook deze week een muurschildering op van een innig zoenende Giorgia Meloni en Matteo Salvini, die elk met één hand een dolk achter hun rug verstoppen, terwijl Berlusconi grijnzend toekijkt.

Want waar Meloni, Salvini en Berlusconi nu als eendrachtig blok opereren, ondanks verschillende ideeën over buitenland- en begrotingsbeleid, is het de vraag of dat na zondag nog steeds lukt. Het antwoord zal er mede van afhangen hoe groot de drie rechtse partijen samen precies zijn en hoe de onderlinge verhoudingen uitpakken, oftewel, hoe diep de ego’s van Salvini en Berlusconi maandag gebutst zijn.

Zo is er ook nog een piepkleine kans dat het niet tot een rechtse regering komt. De bal voor het aanwijzen van een formateur ligt namelijk bij president Sergio Mattarella, en als de uitslag niet eenduidig is of de partijen er samen niet uitkomen, is zijn rol aanzienlijk. Het is een publiek geheim dat het staatshoofd een kabinet-Meloni graag zou vermijden.

Toch blijft dat verreweg de meest waarschijnlijke uitkomst: Giorgia Meloni aan het hoofd van een rechtse regering, als eerste vrouwelijke premier van Italië. Komende winter zal dan, onder een lucht waar zich donkere economische wolken samenpakken, moeten blijken welk gezicht haar ware is: het oerconservatieve maar relatief kalme campagnegelaat, of een radicalere variant.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234