Zaterdag 04/07/2020

Focus

Italiaans lab identificeert bootvluchtelingen die omkwamen op zee

Bezittingen van de 368 vluchtelingen die omkwamen toen hun boot eind 2013 voor de kust van Lampedusa kapseisde. Zij worden nu door het Labanof-lab in Milaan onderzochtBeeld © NYT/ FABIO BUCCIARELLI

Dit jaar verdronken al bijna drieduizend vluchtelingen toen ze zich aan de oversteek naar Europa waagden. Velen stierven naamloos, ver van huis. Het laboratorium van de universiteit van Milaan probeert nu een naam te plakken op de slachtoffers. "Het is onze strijd de doden niet te verliezen."

Op de ene foto glimlacht een mooie jonge Eritrese vrouw met felgekleurde kleren stralend naar de camera. In de andere staren doffe ogen je aan vanuit een blauw, opgezwollen gelaat, typisch voor verdrinkingsslachtoffers. Maar het zijn de tanden, gefixeerd in de grimas van de dood, die de wetenschappers hier het hardst interesseren. Er is een duidelijke overeenkomst.

Die vaststelling zal hen in staat stellen de familie van de vrouw - hun dochter, echtgenote of zus - met zekerheid te melden dat zij een van de 368 migranten was die omkwamen toen de boot waarop ze zaten twee jaar geleden kapseisde voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa.

Dit jaar verdronken al bijna 2.900 migranten toen ze vanuit Noord-Afrika Europa probeerden te bereiken. Heel vaak zijn ze anonieme slachtoffers van de massale migratiestromen die mensen op de vlucht voor oorlog en armoede naar Europa drijven. Ze sterven naamloos, ver van huis. Hun familie is in het ongewisse over hun lot, de autoriteiten staan voor de aartsmoeilijke taak hun identiteit te achterhalen.

Maar sinds de lente van 2014 probeert dit laboratorium van de universiteit van Milaan een naam te plakken op de honderden niet-geïdentificeerde migranten die verdronken tijdens hun overtocht. "Het is onze strijd de doden niet te verliezen", zegt dr. Cristina Cattaneo, de forensisch patholoog die het Labanof leidt, het laboratorium dat een databank uitbouwt die moet helpen om de vele slachtoffers van scheepsrampen te identificeren.

Beeld © NYT/ FABIO BUCCIARELLI

Staat van ontbinding

Twee jaar na de ramp met de boot voor Lampedusa zijn nog altijd bijna 200 slachtoffers niet officieel geïdentificeerd. "Hoe verder gevorderd de staat van ontbinding, hoe moeilijker dat wordt", zegt dr. Cattaneo.

Vele migranten worden afgeschrikt door de regel dat ze asiel moeten aanvragen in het eerste land dat ze bereiken en hebben geen documenten bij zich die hun identiteit kunnen aantonen. Het maakt de identificatie alleen maar moeilijker.

Een andere moeilijkheid is contact leggen met de familie van de slachtoffers. Velen leven in landen waar oorlog woedt, waar een repressief regime heerst of waar het moeilijk is om de hand te leggen op medische gegevens. "Ons probleem is het contact met verwanten", zegt Vittorio Piscitelli, sinds 2014 hoge commissaris voor vermiste personen in Italië. Hij en zijn diensten werken onder meer samen met ambassades en humanitaire organisaties.

Als familie opgespoord kan worden in Europa, dan is het vaak een tijdrovende en dure aangelegenheid om die te laten overkomen voor een identificatie. Daar komt bij dat familie van migranten in landen als Eritrea, waar veel van de Lampedusa-slachtoffers vandaan kwamen, het risico lopen vervolgd te worden door een repressieve overheid.

Het neemt niet weg dat familie van vermeende slachtoffers in de voorbije jaren soms naar Italië gereisd is - aanvankelijk naar Rome maar nu naar het lab - in de hoop nieuws te vinden over hun geliefden. Ze hebben flarden bij van verloren levens - foto's, identiteitsdocumenten, filmpjes, medische gegevens, gebitsgegevens, persoonlijke dingen zoals tandenborstels of kammen - die kunnen helpen om overeenkomsten te vinden.

Speciaal opgeleide mensen in het lab ondervragen hen met de assistentie van een psycholoog. Ze snuisteren in een alsmaar uitdijend databestand van persoonlijke zaken, zoals kettinkjes en armbandjes, telefoons en kleding, op zoek naar de aanwijzing die identificatie mogelijk maakt.

Er wordt ook DNA vergeleken; veel van de gegevens komen van autopsieën: tatoeages, littekens van operaties, gebitsgegevens en andere biologische restanten.

Adal Neguse (40), een Eritrese migrant die nu in Stockholm woont, was het eerste familielid dat in Lampedusa arriveerde na de schipbreuk van 3 oktober 2013. Hij was op zoek naar zijn broer Abraham. Hij had op basis van getuigenissen van overlevenden besloten dat zijn broer dood was en probeerde een week vruchteloos zijn lichaam te vinden door naar foto's te kijken. "Ik moest ermee stoppen, want het was te zwaar." Uiteindelijk kon hij zijn broer een paar maanden later identificeren aan de hand van de kleren die hij droeg.

Op Lampedusa werd Neguse overrompeld door telefoontjes van andere Eritreeërs die de reis niet konden maken en niet wisten wie ze moesten bellen voor informatie. "Mensen belden me dag en nacht op", zegt Neguse.

Beeld © NYT/ FABIO BUCCIARELLI

Forensische tandartsen

Het doel van het lab en van de Italiaanse overheidsdienst die er toezicht op houdt, is de ondersteuning van mensen die familie willen identificeren met een uitgebreid databestand van alle slachtoffers die zijn omgekomen op de Middellandse Zee op weg naar Italië. "Italië doet dat om humanitaire en ethische redenen, uit een gevoel van medeleven met de slachtoffers en om de nabestaanden gemoedsrust te geven", zegt Piscitelli, die het werk in het lab coördineert.

De schipbreuk van 3 oktober 2013 was een tragedie die wereldwijd de aandacht vestigde op de enorme omvang en de gevaren van zulke overtochten. Toch is het slechts een van de vele rampen waarmee de Italiaanse autoriteiten en het lab geconfronteerd worden. Acht dagen later kwamen nog eens een 200-tal migranten om voor Lampedusa. Ook toen kwamen de meesten uit Eritrea. En in april van dit jaar verdronken meer dan 700 mensen toen hun de boot zonk, 70 zeemijlen voor de kust van Libië.

In juli begon de Italiaanse marine de lichamen van die laatste ramp te bergen. Sindsdien voert het team van dr. Cattaneo autopsieën uit op de lichamen in een geïmproviseerde maar hoogtechnologische tent in de NAVO-basis van Melilli op Sicilië. In het team zitten experts van vier universiteiten, en ook biologen, antropologen, forensische tandartsen en gespecialiseerde technici die een standaardprocedure ontwikkelen die bij elke scheepsramp gevolgd kan worden.

Na de autopsieën werden de drenkelingen begraven op begraafplaatsen verspreid over Sicilië.

Tot dusver werden zo'n twintig slachtoffers geïdentificeerd. "Dat zijn er niet veel, maar het bewijst wel dat de procedure werkt", zegt Cattaneo. "Het probleem is nu het op grotere schaal te doen. Hoe groter de aantallen, hoe hoger de kosten."

De diensten van Piscitelli lobbyen er nu voor om het databestand uit te breiden naar alle slachtoffers van schipbreuken in Italië. Tot nog toe lag de focus op drie grote scheepsrampen. Andere gevallen werden behandeld door de lokale politie en procureurs, maar volgens Piscitelli is het efficiënter werken als alles in één database zit. Voorlopig heeft hij daar echter de middelen niet voor, wat bij humanitaire organisaties het vermoeden wekt dat vermiste migranten geen prioriteit zijn.

De politieke en economische omstandigheden blijven onstabiel in delen van het Midden-Oosten en Afrika, en dus is er geen indicatie dat migranten ermee zullen ophouden hun leven op het spel te zetten voor een betere toekomst in Europa. En dus, hoor je hier, zal het lab alsmaar meer werk hebben.

Beeld © NYT/ FABIO BUCCIARELLI
Beeld © NYT/ FABIO BUCCIARELLI
Studenten aan de universiteit van Milaan maken menselijke resten schoon voor identificatie.Beeld © Fabio Bucciarelli / NYT
Adal Neguse was het eerste familielid dat in Lampedusa arriveerde na de schipbreuk van oktober 2013. Hij was op zoek naar zijn broer Abraham.Beeld © Alessandro Penso / NYT
Het wrak van de vissersboot die op 3 oktober 2013 voor de kust van Lampedusa zonk.Beeld ©francesco zizola / NOOR
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234