Zaterdag 16/01/2021

Israël moet terug naar zijn universele roeping

Bij publicatie in 2005 zorgde Het woord 'Jood' van Alain Badiou voor behoorlijk wat intellectuele ophef in Frankrijk. Zijn expliciete antizionistische positie werd in bepaalde kringen onmiddellijk vertaald als een verkapt antisemitisme. Volledig ten onrechte. Wel houdt Badiou een pleidooi voor een nieuwe of andere Joodse identiteit. Door Erwin Jans

Op geen enkele pagina doet Badiou ook maar iets af van de gruwel van de Jodenvervolging en van het verwerpelijke karakter van ieder negationisme. Hij verzet zich eveneens met klem tegen het anti-Joodse discours dat in bepaalde moslimkringen en bij bepaalde verdedigers van de Palestijnse zaak floreert. Wel weigert Badiou aan het antisemitisme, aan de Jodenvernietiging en aan de staat Israël een uitzonderingspositie toe te kennen. En dat is hem kwalijk genomen. Badiou onderneemt een kritische analyse van de aparte status die het woord 'Jood' sinds de Tweede Wereldoorlog gekregen heeft. De Franse titel van de essaybundel luidt Portées du mot 'juif'. Portée betekent 'reikwijdte', maar kan ook als 'draagvermogen' vertaald worden. Wat draagt het woord 'Jood' en waardoor wordt het gedragen? Of nog anders geformuleerd: heeft het woord 'Jood' een bijzondere draagwijdte, een betekenis die geen enkel ander woord in de menselijke woordenschat heeft? Die vraag probeert Badiou te beantwoorden in een aantal korte opstellen die hij de voorbije twee decennia schreef. De vraag naar wat het betekent Jood te zijn, is geen onbelangrijke vraag op het ogenblik dat Israël zijn zestigste verjaardag viert. De oprichting van Israël als 'Joodse staat' heeft immers niet alleen de geopolitiek van het Midden-Oosten diepgaand hertekend, maar ook de internationale verhoudingen, en het denken over ethiek en moraal.

De uitzonderingspositie van het woord 'Jood' heeft alles te maken met de Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog. De door het nazisme geplande totale uitroeiing van het Europese Jodendom, heeft van de Joden de slachtoffers bij uitstek gemaakt. De Holocaust was en is de ultieme misdaad tegen de menselijkheid, de incarnatie van het absolute Kwaad. Badiou heeft fundamentele problemen met het religieuze en het transcendentale karakter van soortgelijke uitspraken. Holocaust is een religieuze term en verwijst naar een brandoffer dat gebracht moet worden. Door die religieuze dimensie is het woord 'Jood' uit de geschiedenis losgemaakt en heeft het een sacrale, onaantastbare betekenis gekregen. Badiou wijst erop dat het woord 'Jood' nu paradoxaal genoeg op dezelfde manier gehanteerd wordt als de nazi's dat deden. Ook voor hen stond de 'Jood' voor het 'sacrale', in dit geval het 'slacht-offer' dat gebracht moest worden om de arische zuiverheid veilig te stellen. Badiou begrijpt de nazistische Endlösung niet als een Radicaal Kwaad, maar als een bewust georganiseerde politiek van de uitroeiing en de vernietiging van de Europese Joden. Voor Badiou heeft de sacralisering van de Holocaust en van de Jood als ultiem slachtoffer tot gevolg dat Israël politiek haast onaantastbaar is geworden, en zich weinig gelegen laat aan het internationaal recht en internationale resoluties. Badiou ziet de stichting van de staat Israël als een koloniale onderneming en de huidige situatie als een militaire bezettting van Palestijns gebied. Hij staat niet alleen met zijn kritiek op het zionisme. De vertaling van zijn boek wordt ingeleid door Hajo Meyer, bestuurslid van Een Ander Joods Geluid, een Joodse organisatie die zich onder meer inzet voor een open en een eerlijke dialoog met de Palestijnen. Meyer maakt een onderscheid tussen twee vormen van Jodendom die beide hun wortels vinden in de Thora. Enerzijds een universalistisch en humanistisch Jodendom dat vooral door de profeten werd uitgedragen, en anderzijds een politiek zionisme dat gestoeld is op de eigen gemeenschap, etnische zuiverheid en (de belofte van) het Beloofde Land. Meyer pleit nadrukkelijk voor een universalistische en humanistische invulling van het Jood-zijn.

Ook Badiou houdt een pleidooi voor een nieuwe of andere Joodse identiteit. Als voorbeelden haalt hij Spinoza, Marx, Freud en vooral Paulus aan "die hun denken wijden aan de meest strikte universaliteit, en met gedenkwaardige funderende daden elke gesloten of identificerende bestemming van de Wet doorbreken". Paulus - over wie Badiou een essay schreef dat binnenkort in vertaling verschijnt - is de Jood bij uitstek, precies omdat hij de communautaire grenzen overschrijdt. Wat Badiou in Paulus bewondert, is diens universalisme: het ging hem in het uitdragen van de christelijke leer in de eerste plaats om het universele karakter ervan. De christelijke boodschap richtte zich tot iedereen, ongeacht afkomst, sekse, klasse, achtergrond, cultuur. Egalitarisme en universalisme vormen ook de basis van Badious ethiek. Hij verzet zich fel tegen de hedendaagse preoccupatie met culturele verschillen. Hij ontkent de verschillen niet - zij zijn het 'materiaal' waaruit het leven is opgebouwd - maar hecht er geen bijzondere waarde aan. Het gaat Badiou in de eerste plaats niet om het Andere, maar om Hetzelfde, het universele van de waarheid.

Met betrekking tot het bestaan van Israël heeft het denken van Badiou zwaarwegende en verreikende consequenties die zelfs de vorm van regelrechte provocaties aannemen. We moeten de Holocaust 'vergeten' aldus Badiou, anders is er in het Midden-Oosten geen vrede mogelijk. De concrete problemen van de staat Israël kunnen niet met een beroep op dat gruwelijke verleden worden opgelost: de Palestijnen zijn niet verantwoordelijk voor de daden van de nazi's. Een rechtvaardige vrede tussen Joden en Palestijnen kan volgens Badiou niet verkregen worden door de creatie van twee staten. Dat zou alleen maar een communautaire opdeling zijn: "Israël moet terugkeren naar zijn universele roeping: ten overstaan van de wereld een staat scheppen die is gebaseerd op principes en niet op zogenaamde nationale, religieuze of raciale substanties. (...) We moeten aanvaarden, als een vredesregel, dat een nationale entiteit een soort creatief patchwork wordt. Er is geen enkele reden om op dit punt een 'Joodse uitzondering' te maken." Dat betekent de facto de opheffing van de Joodse staat zoals die nu bestaat. Badiou stelt immers dat Israël zoals het nu bestaat - met zijn militaire bezetting, zijn koloniale houding, zijn Palestijnse tweederangsburgers - bij uitstek 'antisemitisch' is omdat het zijn universele opdracht niet waar maakt. Ook in zijn voorkeur voor een figuur als Paulus ziet Badiou de Joodse identiteit paradoxaal als een mogelijkheid tot de ontbinding en overschrijding van die identiteit. Het ware Jodendom is een Jodendom dat zichzelf opheft. Het zal niet verwonderen dat deze stellingen niet in alle kringen op bijval werden onthaald. Maar ook voor wie niet zover wil gaan, biedt het denken van Badiou ademruimte in een politieke, filosofische en ethische discussie die sinds de Tweede Wereldoorlog het westerse denken bezighoudt.

Alain Badiou

Het woord 'Jood'

Oorspronkelijke titel: Portées du mot 'juif'

Vertaald door Annette van der Elst

Ten Have, Kampen, 125 p., 14,90 euro.

Badiou pleit de facto voor de opheffing van de Joodse staat zoals die nu bestaat

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234