Zaterdag 28/01/2023

Isola Comacina, de Belgische (t)rots in het Comomeer

Een kerk, een restaurant

en drie huisjes. Meer staat

er niet op het piepkleine Comacina-eiland in het Comomeer. Toch is het een intrigerend stuk Italië.

Niet alleen zijn de huisjes

er volledig ingericht

met Belgisch design, de restauranteigenaar kent ook de ware toedracht achter de fatale val van koning Albert I.

at is het eerste dat George Clooney ziet wanneer hij ’s morgens wakker wordt in zijn Italiaanse huis? Isola Comacina, het kleinste eiland in het majestueuze Comomeer. Ooit was het eigendom van België, nu is het een bezinningsoord voor artiesten en culinaire liefhebbers. Het eilandje ligt zo dicht tegen de kust van Como, dat de term ‘eiland’ misschien wat overdreven is. Ook al omdat Comacina slechts 200 bij 800 meter groot is. Maar een bezoek is het zeker waard, vooral nu de Belgische architect Alain Berteau de opdracht kreeg de kunstenaarswoningen op het eiland te vullen met Belgisch design. En er is nog een reden: Locanda dell’Isola Comacina, het heerlijke restaurant van Benvenuto Puricelli. Wie daar het prijzige zesgangenmenu bestelt, krijgt er een gratis stukje theater over de geschiedenis van het eiland bij. Terwijl Puricelli de dessertkoffie flambeert, zet hij een kleurrijke muts op, grijpt de microfoon en vertelt het toch wel bijzondere verhaal van Isola Comacina.

“Het eiland was ooit een toevluchtsoord voor christenen die er kwamen schuilen voor de aanval van de barbaren vanuit Como. Deze plaats kreeg de naam Christopolis en heel wat afgezette koningen en prinsen maakten er hun schuilplaats van. Er werden huizen gebouwd, wegen aangelegd en het eiland werd een autonome stad. Tot in 1169, toen Como het eiland opeiste en alle bouwsels met de grond gelijkmaakte. De bisschop van Como sprak op dat moment de profetische woorden ‘wie hier zaken doet of iets bouwt, zal een tragische dood sterven’.” Op dit punt in het betoog van restaurateur Puricelli zie je tafelgenoten hun smartphone snel wegstoppen en een aandachtige blik opzetten. “Want”, zo zet de charmante man zijn verhaal verder, “op het moment dat Albert I in 1911 het eiland krijgt, neemt hij wel zijn zakenpartners mee naar het eiland. En hoewel Albert I een jaar later al het eiland aan Italië terugschenkt, zal hij in 1934 gestraft worden door de vloek van de bisschop, wanneer de koning te pletter stort op de rotsen van Marche-les-Dames.”

Gelukkig had Albert I nog voor zijn dood strikte afspraken gemaakt met Italië over wat er met het Isola Comacina moest gebeuren. De Stichting Isola Comacina werd opgericht, met als voornaamste functie: kunstenaars aantrekken uit België of Italië die zich op het eiland konden komen bezinnen. Architect Pietro Lingeri bouwt drie bescheiden huisjes op het eiland, die helaas enkele jaren later, bij het uitbreken van WO II, al in verval raken. Daarna komen er tot in de jaren 70 af en toe artiesten op retraite, maar het onderhoud van de huizen is niet wat het moet zijn en het hele eiland raakt vergeten.

BRUTE SIMPELHEID

Jarenlang gebeurt er niets met het eiland. Alleen Benvenuto Puricelli strijkt er neer en begint een restaurant met adembenemend uitzicht over het meer. Hij ontdekt naar eigen zeggen ook een tegengif voor de vloek van de bisschop: vuur. En dus besluit hij zijn koffie steeds te flamberen. Wie regelmatig een straffe koffie komt nuttigen, is de Belgische consul François Cornet d’Elzius. Hij is beheerder van de Stichting Isola Comacina en wil de kunstenaarshuisjes nieuw lezen inblazen. Zijn open brief naar de Belgische culturele instanties blijft in eerste instantie helaas zonder resultaat. Misschien nog de schrik van de vloek? Alleen Laure Capitani van Wallonie-Bruxelles Design/Mode (de Waalse tegenhanger van Design Vlaanderen) vindt het project interessant. Ze contacteert architect Alain Berteau die een dossier opstelt en het project krijgt toegewezen. Twee van de drie huizen mag hij met Belgisch design inrichten, zodat ze opnieuw kunnen dienen als inspiratieplek. “De briefing was heel duidelijk”, vertelt Berteau in de woonkamer van een van de huizen.

“We mochten er geen showroom van maken, geen museum en zeker geen discotheek. Wel mochten de huizen een soort gebruikte vitrine worden met daarin het beste van het Belgisch design.” De inrichting van de huizen is sober en strak, zonder steriel te worden. “Brute simpelheid”, noemt Berteau het. “Stijl Van Duysen”, noemen we het zelf. Naast bestaande ontwerpen van Belgen, zoals de Torch Light van Sylvain Willenz en de stoel .03 van Maarten Van Severen, bevatten de huisjes ook een aantal prototypes. De elektrische haard/salontafel van Jaga bijvoorbeeld. Omdat de villaatjes beschermd erfgoed zijn, en er dus niet in gekapt mag worden om centrale verwarming aan te leggen, is de combinatie van meubel en verwarming hier ideaal. Er staan ook prototypes van een nieuwe sofa die Berteau ontwierp voor JNL. Zelfs de details zijn Belgisch: kaarsen van Baobab of de eerste exemplaren van de samenwerking tussen Atoma en Delvaux: eenvoudige schriftjes met een lederen kaft. Het keukentje is van Obumex, het servies van Stephan Schöning, de kapstok van Tamawa; de potten zijn van Demeyere, de tapijten van BIC, de kopjes van Royal Boch en de stoelen van Bulo. ‘Belgisch design’, het is geen stijl of specifieke stroming. Maar toch past het allemaal harmonieus bij elkaar.

BELGISCH BOOTJE

“De huizen zijn op dit moment nog niet representatief voor het aanbod aan Belgisch design”, legt Berteau uit. “We zijn nu heel snel te werk gegaan om de huizen klaar te krijgen tegen de designweek in Milaan. De bedoeling is echter dat er voortdurend nieuwe ontwerpen bijkomen. Tegen volgend jaar zal het er hier anders uitzien dan nu.” Dat wisselen van meubilair (dat trouwens allemaal wordt gesponsord door de bedrijven in kwestie) is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Elk object dat hier staat werd immers per helikopter van het vasteland overgebracht. “De Italianen waren bang dat het bootje zou zinken”, lacht Berteau. Een Belgisch bootje is het eerste waar Berteau naar op zoek wil gaan. Want op zo’n eiland zit je toch een beetje opgesloten, zegt hij. Het Belgisch-Nederlandse duo Studio Job heeft een boot, merken we op. Maar zo’n gigantisch jacht raakt hier niet aangemeerd. Bovendien past het niet bij de brute, sobere stijl van het eiland.

Drie jaar blijft Alain Berteau de curator van dit project. Bedoeling is dat er vanaf mei tot oktober Belgische of Italiaanse artiesten en kunstenaars hun intrek nemen in de huisjes. Wie denkt daarvoor in aanmerking te komen, mag een dossier indienen bij de Stichting Isola Comacina. Die overlegt voor inzendingen uit Vlaanderen met het Vlaamse ministerie van Cultuur. Wie wordt geselecteerd, mag drie weken lang op bezinning komen. “Nee, een huisje huren kan niet”, aldus Berteau. Ontgoocheling bij de verzamelde pers. Want het is niet zozeer het Belgisch design of de wonderlijke geschiedenis die het eiland zo speciaal maken, maar de totale rust en stilte, en de prachtige bergachtige omgeving. En oké, we geven het toe, George Clooney als overbuur is ook geen onaantrekkelijke gedachte.

Brussels architect Alain Berteau richtte twee van de drie kunstenaarswoningen in met Belgisch design.

Op aanvraag kunnen kunstenaars drie weken op retraite komen in het rustige decor van Isola Comacina.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234