Dinsdag 04/08/2020

is wat minder dood dan de anderen (1924-2004)

In het overlijdensbericht van de Belgische filmmaker en schrijver stond expliciet dat hij voor euthanasie had gekozen. 'Het recht op een waardige dood is het bewijs dat je ook waardig wilt leven'

Frans Buyens

Brussel

Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

'Er heeft geen herdenking plaats." Zo stond het gisteren in deze krant in het sobere overlijdensbericht van cineast-auteur Frans Buyens. Er stond ook uitdrukkelijk bij vermeld dat hij voor euthanasie gekozen had en dat hij zijn lichaam aan de VUB geschonken heeft voor wetenschappelijk onderzoek. Een ongewoon overlijdensbericht? Misschien, maar zeker niet voor de mensen die Buyens zelf of zijn kritisch en onafhankelijk, geëngageerd en eigenzinnig werk als filmmaker en schrijver kennen.

In 1985 schreef hij de korte autobiografische roman Ze is minder dood dan de anderen. Daarin had hij het over de dood van drie familieleden. Over zijn broer, wiens gorillavermomming tijdens een carnavalsfeest vuur vatte, een drama met dodelijke afloop. Over zijn oude vader, die wegkwijnt door kanker en die smeekt om zijn aftakelingsproces te verkorten. Hij vindt geen gehoor. Over zijn moeder, een oude vrouw die al besloten heeft afscheid te nemen van het leven als ze ongeneeslijk ziek zou worden en zichzelf niet meer kan zijn. Ze heeft het geluk dat ze daarbij geholpen wordt. Ze is minder dood dan de anderen.

Eenmaal het boekje er was, heeft het nog jaren geduurd vooraleer zijn vrouw, de schrijfster en cineaste Lydia Chagoll, Buyens kon overtuigen dat het absoluut de moeite loonde dat verhaal ook te verfilmen, vanwege het probleem dat erin behandeld werd, het recht op waardig sterven.

Op 12 juni 1991 begon Buyens in zijn geboortestad Temse met de opnamen van Minder dood dan de anderen, met Dora Van der Groen, Senne Rouffaer en Koen De Bouw in de voornaamste rollen. Maar zonder cultuursubsidies, want de toenmalige Selectiecommissie had een negatief advies uitgebracht. "Het is eigenlijk zeer onappetijtelijk als je het gevoel hebt dat je gestraft wordt voor een leven van openhartigheid, van vechten voor betere waarden", reageerde Buyens toen. Later besliste cultuurminister Patrick Dewael dat het project toch een subsidie verdiende.

"Deze film wordt gemaakt. Ik zal vechten tot hij er is", had een strijdlustige Buyens al in december 1990 in een interview met De Morgen verklaard. Hij heeft inderdaad moeten vechten, maar de film is er dan ook gekomen.

"Ik heb de dood van mijn broer nooit als een 'persoonlijk' drama gezien", vertelde Buyens in datzelfde gesprek. "Het is het probleem van de onverschilligheid. Hoe is het mogelijk dat iemand zo onverschillig is dat hij zich niet afvraagt wat er kan gebeuren als hij het vuur steekt aan een als aap verklede mens? Dat is voor mij onvoorstelbaar. Mijn broer was het slachtoffer van het gebrek aan verantwoordelijkheid in de maatschappij. Bij mijn vader was er de opstandigheid van iemand die het recht niet meer heeft over zichzelf te beslissen. Ik heb gezien hoe hij daar maanden in dat ziekenhuis lag. Hoe hij al die maanden wilde sterven en niet kon sterven."

Van haar kant had moeder Buyens al enkele jaren voor haar dood voor zichzelf beslist dat zij niet langdurig wilde lijden, dat ze geen last voor anderen en dat ze geen proefkonijn voor de medische wereld wilde zijn. "Mijn moeder heeft er pas met mij over gepraat toen ze die beslissing al genomen had en toen zij er al met haar dokter over gesproken had", vertelde Buyens. "Ze was toen helemaal nog niet ziek, maar ze had gezien hoe mijn vader maanden had liggen wegkwijnen. De morgen dat ze mij opbelde om te zeggen dat ze beslist had om het te laten doen, heeft ze met mij ook nog haar begrafenis besproken. Ik heb met haar geleefd tot de laatste seconde. Toen ze de inspuiting kreeg, lag ze in mijn armen. Ik wist ook niet dat ze dood was, tot de dokter terugkwam. Maar voor mij is ze minder dood dan de anderen. Nog steeds.

"Voor mij is het recht op een waardige dood eigenlijk het bewijs dat je ook waardig wilt leven. Waardig sterven betekent dat je over jezelf beslist. Ik beslis over mezelf, of ik een onderdaan zal zijn of iemand die verantwoordelijkheid neemt. Mijn moeder heeft bijvoorbeeld haar hele leven verantwoordelijkheid genomen, haar kinderen opvoeden, in een arm gezin - geen absolute armoede, maar toch. Mijn vader was altijd werkloos of toch bijna, een mandenmaker en socialistisch militant. Je moet het maar eens zien, in de jaren dertig."

Na de publicatie van Ze is minder dood dan de anderen vroeg de vereniging Recht op Waardig Sterven of Buyens geen voordrachten over het onderwerp wilde geven. Hij weigerde, "omdat het zou zijn alsof ik als literator de dood van mijn familie exploiteer".

Toen de film er eenmaal was, wilde hij wel voordrachten geven. "Nu is het anders. Over het probleem van waardig sterven wil ik overal gaan spreken. Ik ben nu beschikbaar. Het is vreemd hoeveel jaren daar overheen moeten gaan. Als ik er nu over praat, heb ik niet het gevoel dat ik over mezelf spreek. Mijn drie doden en ik, dat heb ik van mij afgeschreven. Het is abstract geworden. Ik spreek nu over iets dat eigenlijk van ieder mens is, iets waarmee iedereen vandaag of morgen geconfronteerd wordt. Eigenlijk zit er geen woord theorie in de film. De toeschouwer moet gewoon begrijpen dat het waanzinnig is iemand anders kwaad te berokkenen. Of je nu iemand in brand steekt omdat je niet nadenkt, of dronken achter het stuur een kind kapotmaakt, of in de fabriek geen voorzorgen laat nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. Ik zie het allemaal in die context. Het absolute gebrek aan verantwoordelijkheid, aan nadenken, aan inzicht."

Frans Buyens werd zowel bekend als schrijver (van essays, kinderverhalen, toneelstukken, fantastische verhalen) en als regisseur van kunstreportages (over Frans Masereel, Rik Poot, Henriëtte Roland Holst, Frits Van den Berghe, Ward Ruyslinck...), speelfilms (zoals de Elsschot-verfilming Het dwaallicht, de ecologische musical Waar de vogeltjes hoesten en het werkloosheidsdrama Tijd om gelukkig te zijn), maar vooral van geëngageerde documentaires, zoals Vechten voor onze rechten (over de staking tegen de eenheidswet), Deutschland Terminus Ost, Breendonk, Open dialoog en de negendelige cyclus Weten waarom (met getuigenissen over het verzet tegen het nazi-regime). Vorig jaar werkte hij nog de documentaire Het blanke meisje moest buigen voor keizer Hirohito af, waarin hij Chagoll liet getuigen over haar jeugdjaren in Japanse concentratiekampen.

Enkele jaren geleden draaide Gerrit Missiaen zelf een documentaire over Frans Buyens, onder de titel Tot mijn laatste adem, waarin hij de man portretteerde als een van de meest onafhankelijke en geëngageerde filmmakers in België. De titel was uiteraard een citaat van Buyens zelf, die daarmee wilde benadrukken dat hij "tot mijn laatste adem" zou blijven tegenstribbelen en zou weigeren dingen te doen die hij niet wilde doen. We mogen aannemen dat het hem gelukt is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234