Zaterdag 20/07/2019

Reconstructie

Is Vorst het nieuwe Molenbeek?

Het huis in de Driesstraat 60, waar Mohamed Belkaid dinsdag werd doodgeschoten na een belegering van meer dan drie uur. Beeld Wouter Van Vooren

Zijn onze inlichtingendiensten gepatenteerde knoeiers? En is Vorst het nieuwe Molenbeek? Terugblik op een bewogen week in Vorst, een gemeente met vele gezichten.

Karim beleefde de meest lucratieve dag tot hiertoe. Het was woensdagnamiddag al, zijn taxi stond scheef geparkeerd op het pleintje voor de Driesstraat 60. Hij stond rustig een sigaretje te rollen, genietend van de zon. Praatje aan het maken met zijn nicht, die hier in de buurt woont. Haar vragen of ze er wat voor voelde om CNN te woord te staan.

"Mijn teller loopt al sinds tien uur deze ochtend. (grijns) Ik werd gebeld. Of ik snel naar dat hotel kon komen. Het was een Amerikaanse ploeg. De cameraman vroeg me bij ons vertrek of het in dat Forest erg gevaarlijk zou zijn. Ik zei: 'Ik breng u naar Donald Trumps nieuwe hellhole. Hij vond het niet grappig."

Op het huis links van hét huis is onlangs klimop verwijderd. De gevel staat nog vol spikkels van verwijderde klimplant en de journaliste van CNN ging er bij aankomst voor staan, camera op haar gericht: "Hier zien we de kogelgaten."

Dit was het punt waarop Karim besloot dat hij er, gelegenheidsfikser zijnde, toch wat van moest zeggen. "Dat zijn geen kogelgaten, dat zijn restanten van klimop."

Slecht voorbereid

Het vuurgevecht brak dinsdagnamiddag om 14.15 uur uit. De agenten, vier Belgische en twee Franse, riepen pro forma "police!", alvorens aan te kloppen op de eerste verdieping. Vrijwel onmiddellijk regende het kogels doorheen de houten deur.

Bij een agent moest achteraf hagel, afgevuurd uit een riotgun, uit het kogelvrije vest worden gepulkt. De agenten hadden enkel hun Glocks bij zich, hun gewone dienstwapens. Een vuurgevecht met aan de ene kant vier Glocks en aan de andere een riotgun en een kalasjnikov is als een waterpistool versus een kanon. Het was de eerste vraag op sociale media, dinsdag: hoe kon een huiszoeking die verband hield met de aanslagen in Parijs worden uitgevoerd zonder assistentie van de speciale eenheden?

Het huis in de Driesstraat 60. Beeld Wouter Van Vooren

"Sinds 14 november werden meer dan honderd huiszoekingen uitgevoerd", somde federaal procureur Eric Van der Sypt de volgende ochtend op tegenover de internationale pers. "Achtenvijftig personen zijn geïnterpelleerd in het onderzoek naar de aanslagen en daar bovenop nog eens drieëntwintig in aanverwante dossiers."

Justitieminister Koen Geens (CD&V) verduidelijkte later dat de speciale eenheden in terreurdossiers bij niet meer dan één op drie huiszoekingen worden opgetrommeld. De tip die aan de basis lag van de huiszoeking kwam uit Parijs. Een adres in Vorst dat na een analyse door de Belgische antiterreureenheid OA3 was gelinkt aan Mohamed Bakkali, de man die ook in het Waalse Auvelais onder een valse naam een appartement had gehuurd, dat als uitvalsbasis had gediend voor het zelfmoordcommando in Parijs. Bakkali was ook betrokken bij het bommengordelatelier in Schaarbeek. Bakkali zit sinds 26 november opgesloten in de gevangenis, wat de kans om hem in de Driesstraat aan te treffen op nul bracht.

Bewoners doen hun verhaal voor de camera's. Beeld Wouter Van Vooren

Volgens de nutsmaatschappijen waren water en elektriciteit afgesloten. De eigenaar en tevens laatste bewoner was een Chinees die vijf maanden geleden was vertrokken en van wie de naam nog op een met plakband bevestigd stukje karton op de brievenbus hing: Qian Houning Chenbiyng. Alles wees op een verlaten safehouse waarvan de operationele rol vijf maanden geleden al was uitgespeeld.

Waarom zo lang gewacht?

De belegering in de Driesstraat duurde meer dan drie uur. Achter het politielint kon je dinsdagnamiddag tot driemaal toe het geratel van een kalasjnikov horen. Op de daken zag je scherpschutters hangen, uren aan een stuk. Wachtend.

Het was heel anders dan bij de ontmanteling van de terreurcel in Verviers of de liquidatie van Abdelhamid Abaaoud en zijn medestanders in Saint-Denis, vijf dagen na Parijs. De politie vuurde in Saint-Denis om en nabij de 5.000 kogels af en achteraf bleek nauwelijks nog enig forensisch onderzoek mogelijk op wat restte van de getroffen lichamen. De vraag is wat je als bewoner van de rechtsstaat het liefst ziet: Saint-Denis of Vorst.

Twee mannen waren gaan lopen, de derde was tijdens het korte vuurgevecht in de traphal door een schot uit een Glock geraakt en kon amper nog stappen.

"Men wist eerst niet met 100 procent zekerheid dat de man die achteraf de Algerijn Mohamed Belkaid bleek te zijn de enige achtergeblevene was", zegt een bij de actie betrokken bron.

"Achter het huis lag een gigantische open ruimte, een toekomstige bouwput voor een appartementsblok. Er waren ook meer dan dertig garageboxen en achtertuintjes waar een vierde dader zich eventueel kon schuilhouden."

De speciale eenheden waren na minder dan een uur ter plaatse. De eerste agent die de zone inging, was er een op vier poten. Met een camera op z'n kop begon een hond de omgeving uit te kammen, net zo lang tot kwam vast te staan dat er maar één IS-strijder meer was.

Het was dat, het geratel van de kalasjnikov, dat journalisten rond 16 uur achter het politielint hoorden. Belkaid die mikte op de hond. En miste. Het was meteen wel duidelijk: de achtergebleven jihadist was vastbesloten om te strijden tot het einde.

Eens hij in de gaten had dat boven op de loft aan de overkant van de straat twee scherpschutters van de speciale eenheden zaten te wachten op een goed perspectief, sleepte Belkaid zich naar het midden van het appartement, beschermd door muren.

Eric Van der Sypt: "In de daarop volgende uren werd er nog verschillende keren geschoten op de aanwezige politiediensten vanuit het appartement. Daarbij raakte nog een politieman lichtgewond aan het hoofd."

Achter het huis waren meer dan 30 garageboxen en tuintjes waar een vierde verdachte zich eventueel schuil kon houden. Beeld Wouter Van Vooren

Enkele tientallen meters hier vandaan werden peuters in veiligheid gebracht in de kelder van hun crèche. De zesdejaars van de Nederlandstalige basisschool Wereldbrug werden in een aparte ruimte ondergebracht met de belofte van pizza, als het nog lang zou duren.

Klokslag 18.00 uur was een eerste van drie doffe knallen hoorbaar. Drie afgevuurde lichte granaten die de woning vulden met zwarte rook. Het was voor Belkaid stikken of zich tot bij het stuk geschoten raam slepen. In het zicht van de scherpschutter op het dak. Iets na zessen werd hij geraakt. "Geneutraliseerd", zoals het later die avond heette.

Omwonenden noch schoolkinderen zijn op één enkel moment in de vuurlijn terechtgekomen. De politie heeft niet meer schoten gelost dan strikt noodzakelijk. Als er aan de politieschool ooit lesmateriaal dient geput uit de antiterreuracties van de afgelopen maanden, zal het wellicht eerder Vorst zijn dan Verviers of Saint-Denis.

Het nieuwe Molenbeek?

Luckas Vander Taelen was de volgende dag alomtegenwoordig. Hij was Vlaams schepen voor Groen in Vorst van 2006 tot 2009. Hij vertelde ons dat hij er zeven jaar geleden al voor had gewaarschuwd in een column. Dat hij toen was verketterd, met zijn aanklacht over toenemende agressie in laag-Vorst. Hangjongeren, hoofddoeken, moskeeën, snackbars waar enkel nog halal wordt geserveerd. Hij plaatste meteen een nieuwe column: "Waarom wat in Vorst gebeurde allerminst verbazend is."

De Driesstraat in Vorst, the day after: kijken en bekeken worden Beeld Wouter Van Vooren

Als je twee dagen lang in de buurt rond de Driesstraat hebt gekampeerd, heb je er nochtans weinig van te zien gekregen. Je hebt pintjes gedronken met arbeiders van de Audi-fabriek en zattemansgrappen geïncasseerd in hun stamcafé Mon P'tit Lou. De dame met hoofddoek en kinderwagen, wachtend achter het politielint op nieuws over haar zoontje, blijkt een Nederlandse binnenhuisarchitecte te zijn. Karim, de taxichauffeur, woont tegenwoordig in Asse. "Maar mijn kinderen, voor wie ik naar Asse ben verhuisd, die willen nu terug naar Brussel."

Jutta Buyse, huidig Vlaams schepen in Vorst voor sp.a, wikt aan het eind van de week haar woorden: "We hebben op heel veel plaatsen in het Brussels Gewest te maken met verpauperde wijken, met armoede en met radicalisering. Zeker. Maar de wijk rond het Sint-Denijsplein zou ik toch niet omschrijven als een plek waar jihadisten zich veiliger voelen dan elders. Het is een volkswijk, die tegelijkertijd grootstedelijk en heel provinciaal aanvoelt.

"Er zijn veel oude volkscafés en anders dan Luckas zou ik niet durven klagen over een gebrek aan bier. Het plein was een paar jaar geleden het decor voor de reeks De vijfhoek op Eén. Je hebt hier de beste sushi, restaurant 'Histoire sans faim', uitgebaat door een Vlaams koppel, en de naaisters van Elite Couture. Het is een unieke ervaring om met een vrouw in een lang gewaad en hoofddoek in discussie te gaan over de lengte van je jurk. Want dan zegt zij: 'Pour vous, ça doit être beaucoup, beaucoup plus court!' We hebben hier ook de prachtige abdij van Vorst, waar we nu een cultuurhuis van gaan maken."

Jutta mengde zich dinsdagnamiddag met wat schroom tussen de wachtende ouders, het geratel van een kalasjnikov op de achtergrond, iedereen verzekerend dat alles vast goed zou komen. Ze trachtte uitgelegd te krijgen dat de politie een evacuatie van de school onder het oog van een gewapende IS-strijder riskanter vond dan de kinderen ter plekke te houden en werd getroffen door het collectieve begrip. "Ik hoefde helemaal niks te doen. Er was geen enkele ouder die zijn kalmte verloor." Waarom koos IS dit huis, deze schijnbaar doodnormale Brusselse wijk? Wellicht verschilt het antwoord in weinig van wat de mensen zich ook al afvroegen in Auvelais, Schaarbeek en Verviers. Waar criminelen zich verbergen, doen ze dat meestal op plekken waar ze hopen niet te worden ontdekt.

Beeld Wouter Van Vooren

Waarom geen niveau 4?

Volgens de analyses van OA3 was het huis in Driesstraat vijf maanden na Parijs van geen enkel nut meer. Waren er in Schaarbeek en Verviers achteraf meldingen van een constant af-en-aangeloop van figuren als de latere zelfmoordterroristen Ibrahim Abdeslam en Bilal Hadfi, dan hing er rond het huis in de Driesstraat alleen stilte.

"Wij wisten dat de eerste verdieping sinds begin november bewoond was, maar we hebben die mensen amper gezien", zegt bovenbuur Mohamed. "Ze kwamen nooit buiten. En als dat gebeurde, dan spraken ze geen woord."

Er is een vage herinnering aan de lange slungel van wie woensdag een robotfoto zijn weg naar de wereld vond. 1,85 meter groot, blauwe schoenen, honkbalpet. Van de andere voortvluchtige heeft niemand een herinnering, en Mohamed Belkaid was al helemaal een spook. Hier zat een IS-cel op een in alle opzichten verbrand adres, schuw voor daglicht. Het terreurniveau bleef hangen op 3, ook al zijn er twee jihadisten gaan lopen met minstens een riotgun.

Alles lijkt erop te wijzen dat deze IS-cel na Parijs geen andere plek had om naartoe te gaan. Dat wordt bevestigd door het nieuws van vrijdagmiddag dat er vingerafdrukken van Salah Abdeslam zijn aangetroffen in het appartement waar dinsdag de inval was. En ook al staat het vast dat IS z'n strijd zal doorzetten, nieuwe aanslagen plannen en onze levens verder zal willen destabiliseren, kan dat ergens misschien ook worden gezien als goed nieuws.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden