Maandag 26/10/2020

'IS ontstond in situatie zoals deze'

West-Mosoel werd onlangs op IS heroverd door het Iraakse leger. Van de oude stad is weinig meer over. De overlevenden proberen de draad weer op te pakken, maar dat loopt erg moeizaam. 'Ik ben al moe van de oorlog, de overheid maakt het nog erger.'

De mannen bij de brug hadden zich de bevrijding anders voorgesteld. Met honderden staan ze op de rivieroever, in een eindeloze rij vol stof en zweet. Ze komen uit West-Mosoel. Daarom worden ze met wantrouwen bekeken. Als ze de brug willen oversteken naar Oost-Mosoel, moeten ze uren wachten voordat duidelijk is dat hun naam niet voorkomt op een lijst met IS-verdachten.

Twee schoten boven het volk - laatste waarschuwing voor wie niet in de rij blijft staan.

Bashar Mohammed Saaed, 56 jaar, probeert onder een boom op adem te komen voordat hij zich aansluit bij zijn lotgenoten: twee uur wachten in de zon voor de controlepost, bij een temperatuur van bijna 50 graden. "Ik ben teleurgesteld", zegt hij met een dictie die zijn achtergrond verraadt als ambtenaar bij het ministerie van cultuur. IS, de "duisternis over ons leven", is verslagen, maar dit valt ook niet mee.

Luchtaanvallen

Welke prijs heeft West-Mosoel betaald voor de bevrijding eerder deze maand? Saaed probeert zijn huis weer bewoonbaar te maken, het huis dat zijn vader een halve eeuw geleden liet bouwen in Al Najar, een gegoede buurt in West-Mosoel. Van de stadsvilla resteert slechts een geblakerde ruïne. Eind mei schoten strijders van IS de voordeur kapot en namen de woning in bezit. Saaed vluchtte met zijn echtgenote en drie kinderen naar een kelder aan de overkant.

Net op tijd, want in een poging om IS te verdrijven, legde een luchtaanval zijn huis half in puin. Van de gezinsauto, een Mazda, resteert alleen een bergje geel stof. Voordat de IS-strijders vertrokken, staken ze het huis in brand. "In deze kamer lagen vijftien gedode terroristen."

De Iraakse regering heeft geen geld voor herbouw van huizen zoals het zijne, dus probeert de cultuurambtenaar dan maar zelf schoon te maken en op te ruimen. Elke middag als hij terugkeert naar zijn familie, die tijdelijk bivakkeert in Oost-Mosoel, moet hij weer in de rij voor de veiligheidscontrole bij de pontonbrug over de rivier de Tigris, de enige verbinding tussen beide stadsdelen. "Kijk naar mij, zo lang in de zon staan. Wat voel je dan?"

Ja, wat voelt hij? "De mensen hier zijn allemaal zoals ik: ze willen hun huis herbouwen. Ik kan dit niet alleen. De Iraakse overheid zou er voor ons moeten zijn. Maar de overheid doet niets."

Eén woord echoot in de mensenmassa voor de brug: "luchtaanval". Waar het oosten van de stad, heroverd in januari, relatief ongeschonden uit de oorlog is gekomen, zijn veel huizen in West-Mosoel geraakt door luchtaanvallen van het Iraakse leger of de internationale coalitie tegen IS, geleid door de Verenigde Staten.

"Het geeft niet, want hier zaten vooral winkels", zegt een commandant van de Iraakse Federale Politie die zich Mohammed noemt. Hij zetelt in een ondergronds hoofdkwartier in de oude stad. Wat tot voor kort een van de fraaiste historische centra van Irak was, is nu door straaljagers getransformeerd tot een verwrongen berg steen. Mosoel is na Aleppo in Syrië de tweede Arabische stad in nog geen jaar tijd die in een burgeroorlog haar monumentale stadshart heeft verloren.

"Families woonden hier nauwelijks", zegt de politiecommandant.

Maar nog steeds, weken na de bevrijding, worden op de westoever dagelijks tientallen lichamen geborgen. De commandant van de Burgerbescherming, Mohammed Mahmoud Suleiman, mag van de Iraakse regering in Bagdad geen cijfers noemen. Hij heeft bovendien het advies gekregen om journalisten te weren bij het bergingswerk. "Die verdraaien de feiten."

Maar dit wil de commandant van de Burgerbescherming wel kwijt: "De meeste slachtoffers in West-Mosoel zijn gevallen door luchtaanvallen. Niet door IS. IS vuurde vanuit huizen op Iraakse troepen. Die huizen zijn daarna gebombardeerd. Maar daar zaten natuurlijk ook nog burgers in." Suleiman komt uit West-Mosoel. Van zijn eigen huis blijft na een luchtaanval niets over. Gelukkig is hij bijtijds gevlucht met zijn familie.

Mohammed Ali, medewerker van het centrale mortuarium in de stad, heeft minder geluk gehad. Zijn zus, zwager en vijf neefjes en nichtjes kwamen om het leven bij een luchtaanval op het familiehuis in West-Mosoel. Met de resterende familieleden - vijftien man - bivakkeert hij nu in één kamer in Oost-Mosoel.

Nog elke dag komen bij het mortuarium veertig tot vijftig lijken binnen die uit het puin zijn gehaald. "IS-strijders", zegt Ali, terwijl hij aan de rits trekt van een zwarte lijkenzak. "Maar vooral burgers." Hij duikt weg om iets te zoeken dat hij zorgvuldig apart heeft gelegd, duwt dan een klein pakketje bijna in de armen van de verslaggever: een dode baby, bijna voldragen. "De moeder verloor het kind toen ze werd doodgeschoten door IS." Het waren niet alleen luchtaanvallen, wil hij maar zeggen.

Ali krijgt geen salaris van de regering in Bagdad en heeft geen beschermende kleding. Waarom doet hij dit werk? "We kunnen die mensen toch niet laten liggen."

Bomauto op scherp

Om iets te begrijpen van de situatie in West-Mosoel, moet je naar een wijk als Al Zanjili, niet ver van de oude stad, vorige maand heroverd. Deze arbeiderswijk is al sinds de val van dictator Saddam Hoessein in 2004 een broedplaats van opeenvolgende terreurgroepen: eerst Al Qaida, later IS. Wijken als Al Zanjili maken de generaals in Bagdad, maar ook beleidsmakers in het Amerikaanse Pentagon en burgers in het meer liberale Oost-Mosoel wantrouwig.

Toen het Iraakse leger wijken als deze moest betreden, vochten ze daarom niet van huis tot huis: in plaats daarvan bestelden ze luchtaanvallen. De straten in Al Zanjili zijn nu zo verwoest dat je er alleen te voet doorheen kunt. Terwijl een schop puin wegruimt, kijken mannen in traditionele kleding toe. "IS was hier heel sterk", zegt een man die zich Abu Mohammed noemt, in betere tijden eigenaar van een sapbarretje. Terwijl hij aanstalten maakt om de restanten van zijn huis te beklimmen, merkt hij bijna terloops op dat zich onder het puin een IS-bomauto bevindt. Op scherp. Niet onschadelijk gemaakt.

Hoe dat komt? Een IS-strijder klopte op de deur, aldus Abu Mohammed. "Hij zei: 'Je moet deze auto in je garage zetten.' Zelf klom hij als scherpschutter op het dak. Hij zei: je gaat niet vluchten naar het leger." Terwijl Abu Mohammed met zijn gezin beneden bleef zitten, gebruikte IS zijn huis als schutterspost.

Bij het Iraakse leger bleef dat niet onopgemerkt. De eerste luchtaanval trof de straat, de tweede was een voltreffer op het huis. Zijn zesjarige dochter Hannah raakte zwaargewond aan haar hoofd. "Ze kan niet meer praten en haar handen bewegen." Om haar te bezoeken in het ziekenhuis in Oost-Mosoel, staat Abu Mohammed dagelijks in de rij voor de brug. "Ik ben al moe van de oorlog. De overheid maakt het nog erger."

Sjiitische milities

Opnieuw schoten bij de brug die beide stadsdelen verbindt en tegelijkertijd ten diepste verdeelt. De legerkapitein bij het checkpoint op de andere oever heeft een vermoeden wie daarvoor verantwoordelijk is. "De hashd." De hashd al shaabi zijn de grotendeels sjiitische volksmilities van Irak. Het getreiter en de mensenrechtenschendingen van deze milities dreven veel Moslawi's in 2014 in de armen van IS. De afspraak is dat de milities zich niet opnieuw binnen de stadsgrenzen zullen wagen.

Maar nu sjezen voertuigen met het hashd-logo af en aan over de brug die voor gewone burgers alleen begaanbaar is na uren wachten. Winkeleigenaar Youssef Hassan kijkt verbijsterd toe. Hij staat al vijf uur in de rij met een weekendtas vol beschimmelde bankbiljetten die hij heeft opgegraven uit zijn tuin in West-Mosoel. "Verkeerde beslissingen zullen leiden tot meer fouten. De situatie waarin IS kon ontstaan, keert terug."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234