Maandag 26/10/2020

'Is het waar of is het niet waar?'

film

regisseur dany deprez en scenarist-producent jean-claude van rijckeghem over 'science fiction'

Zondag beleeft de Vlaamse film Science Fiction zijn wereldpremière op het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent. Het betreft hier de tweede jeugdfilm van regisseur Dany Deprez en producent Jean-Claude Van Rijckeghem, die samen eerder voor De Bal tekenden. Dat bleek een goede leerschool: 'We waren nu vrij rustig. Er zijn deze keer geen momenten geweest dat we het niet meer zagen zitten.'

Gent

Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

Het verhaal van Science-Fiction, naar een scenario van Chris Craps en Jean-Claude Van Rijckeghem, draait om de tienjarige Andreas, die voor de zoveelste keer verhuisd is. Aan zijn klasgenootjes vertelt hij dat zijn ouders heel intens met wetenschappelijk onderzoek bezig zijn. Maar buurmeisje Vero vindt dat die ouders zich toch maar vreemd gedragen. Zo ontdekken ze bijvoorbeeld dat het mysterieuze onderzoeksproject Linea heet. En als men die letters anders rangschikt, dan krijgt men toch het woord... 'alien'. Zijn de ouders van Andreas misschien buitenaardse wezens?

"Bij De Bal hebben we alles geleerd", vertelt Jean-Claude Van Rijckeghem. "Ik hou heel erg van die film, maar als ik De Bal opnieuw bekijk, zie ik vooral de fouten. Bij Science Fiction ging het veel vlotter, er was ook meer zelfvertrouwen. Aan de financiering van De Bal hebben we vijf jaar gewerkt, terwijl we dat hier in anderhalf jaar rond hebben gekregen. Het scenario sprak iedereen onmiddellijk aan en aangezien De Bal aan een heleboel landen verkocht was, hadden we een zekere geloofwaardigheid. In tegenstelling tot De Bal moesten we niet van nul beginnen."

"Bij deze film was alles over het verhaal al op voorhand uitgepraat", zegt regisseur Dany Deprez. "Altijd maar opnieuw, altijd maar op zoek naar flinterdunne dingetjes die onder het verhaal zaten, maar die er nog niet 'stonden'. Ik ben blij dat we daar door zijn geraakt. Hebben we ruzie gemaakt? Ja, natuurlijk, maar alleen om de kwaliteit van de film te verbeteren. Over iets anders moest er niet gesproken worden."

Het scenario werd geschreven door Chris Craps en Jean-Claude Van Rijckeghem, die de film ook produceerde. Twee functies die niet altijd makkelijk te combineren vallen.

"Dat klopt. Vanuit 'creatief' oogpunt wil je als verteller, samen met Dany en Chris, voor het beste en mooiste gaan, ook al kun je dat 'productioneel' niet maken. Dat is het grote nadeel. Als je als koele producent redeneert, voor wie het maar een project is, ga je minder geld uitgeven en meer voor jezelf als producent zorgen, terwijl nu de film het belangrijkste is.

"Onze ambitie is eigenlijk dezelfde: we willen allebei een goed vertelde film realiseren. Bij De Bal was het vooral een kwestie van goede bedoelingen. Bij deze film hebben we op alle terreinen een professionelere houding aangenomen: we gingen naar ons werk. We waren eigenlijk vrij rustig bij het maken van Science Fiction. Er zijn deze keer geen momenten geweest dat we het niet meer zagen zitten.

"Bij De Bal zaten een aantal genres door elkaar - sociaal drama en sprookje - wat het project ook moeilijker maakte. Na die film hebben Chris en ik een jaar gezocht naar wat we daarna wilden doen. Toen hebben we voor een heel duidelijk genre gekozen: een sciencefictionfilm. Het is beperkender, maar tegelijk stimulerender om binnen welbepaalde genreconventies te werken. Toch is het geen zuivere sciencefictionfilm geworden. Het zit op de rand: is het nu waar of is het nu niet waar? Uiteindelijk is het een film over twijfel."

Genres kunnen stigmatiserend werken. Zo hebben jullie niet graag dat Science Fiction een 'kinderfilm' genoemd wordt, want dan zou een deel van het publiek kunnen afhaken.

"Het belangrijkste blijft een goed vertelde film maken, die een ruim publiek aanspreekt", zegt Dany Deprez. "Ik zeg altijd: 'Wat ik buiten mijn speelfilms doe, is mijn lab'. Maar als ik een budget krijg van... ". (Even informeren bij zijn producent om hoeveel geld het precies ging). ".. van ruim 1,8 miljoen euro, dan heb je als regisseur een bepaalde verantwoordelijkheid. Het thema bepaalt voor een stuk het genre. Dit verhaal gaat over een gezin, dat her en der gewoond heeft, waarvan de ouders met wetenschappelijk onderzoek bezig zijn en waarvan het kind zo'n beetje in de steek gelaten wordt. Wat mij aan de basis interesseerde, was hoe beangstigend dat milieu kan zijn, hoe de kinderwereld minder en minder bestaat voor dat soort mensen. Zij zien niet dat hun kind eenzaam is. Dat zoontje wordt niet eens benoemd. 'Het is stil vandaag', zeggen ze. Met dat gegeven kun je een sterk, spannend en boeiend verhaal vertellen. Wat niet of zeer weinig in jeugdfilms aan bod komt, is angst. Soms is er wel sprake van wat ik 'mathematische angst' zou noemen. Zo van: 'Wat zit er achter de deur?' en dat soort dingen. Maar hier gaat het om de angst bij een kind dat om de zes maanden in een andere biotoop neergezet wordt. Dát vind ik reële angst.

"Zowel op het gebied van jeugdliteratuur als jeugdfilm wordt er altijd een beetje denigrerend gedaan: 'Het is maar voor de jeugd'. Maar bij het schrijven van het scenario hebben Chris en ik nooit gedacht: 'Het is voor de jeugd, laten we ons een beetje inhouden'. Het uitgangspunt van het verhaal was: een tienjarig jongetje gaat zich dingen inbeelden over zijn ouders. Maar beeldt hij zich dat wel in? Onze bedoeling was dat verhaal zo spannend mogelijk te maken. Iedereen moet er kunnen van genieten, want iedereen is ooit kind geweest, iedereen is ooit eenzaam geweest en iedereen heeft ooit een twijfel gehad over zijn ouders. We hebben ons dus nooit beperkt gevoeld in dat genre van de jeugdfilm. We hebben de film nooit 'kinderachtig' willen maken. The Wizard of Oz of E.T. waren toch ook geen kinderfilms. Dat waren films voor iedereen en dat is het genre films dat wij proberen te maken. Alle verhoudingen in acht genomen, natuurlijk."

"Films met universele thema's die op een klassieke manier verteld worden", vat Deprez het genre samen. "En met kinderen in de hoofdrol", vult Van Rijckeghem aan.

Op een bepaald moment roept Vero, het vriendinnetje van Andreas, tegen de onderwijzeres dat 'zijn ouders niet oké zijn; ze doen dingen met hem'. Zoiets kan makkelijk op verschillende manieren geïnterpreteerd worden.

"Het is een Belgische film, hé", knikt Van Rijckeghem. "We hebben zeer bewust voor die dialoog gekozen. Een van onze favoriete scènes is de confrontatie op het einde tussen Vero en haar vader, maar dat mag je natuurlijk niet verklappen. Het zijn absoluut geen 'onschuldige' kinderen. Dat blijkt onder meer uit wat ze hier allemaal doen, zoals de wereld van die ouders binnendringen. Iemand als Vero is zeer wereldwijs. Vandaag maakt bijvoorbeeld heel die Dutroux-affaire deel uit van de kinderlijke verbeelding. In een vroege scenarioversie zat zo'n verwijzing trouwens in een dialoog, maar we hebben dat eruit gehaald, want we wilden niet zo letterlijk gaan. Wat ook interessant is, is dat kinderen en volwassenen in totaal verschillende werelden leven. Het is zo tegenstrijdig: iedereen zit op het internet, de communicatie is iets ongelooflijks geworden, maar toch leven kinderen en ouders in twee verschillende werelden. In heel de film slagen ze er gewoon niet in om met elkaar te communiceren."

Een film over twijfel. Is het waar of is het niet waar? Werd er bij het schrijven van het scenario zelf ook getwijfeld hoe het uiteindelijk zou aflopen?

"Ja, we hebben verschillende keren het einde veranderd", geeft Van Rijckeghem toe. "We wilden dat het dubbelzinnig bleef. Tot de laatste minuut. Maar de film geeft wel degelijk een antwoord, want je mag de kijker niet het bos insturen met een open einde. Zeker niet bij een jeugdfilm. Maar toen we met de opnamen begonnen, stond het einde wel degelijk vast. Geeft de film een antwoord? Absoluut! Maar hij blijft iets dubbelzinnigs houden. Zo'n beetje zoals in Rosemary' s Baby. Het einde is zeer duidelijk, maar ergens zegt John Cassavetes: 'It's a delusion of pregnancy'. Dat kan, maar..." glimlacht hij. "Het grote voorbeeld van een echte sciencefictionschrijver is Ray Bradbury. Ik denk dat hij de allerbeste is. Hij was ook Fellini's favoriete auteur. Van hem zijn onder meer Fahrenheit 451 en The Martian Chronicles verfilmd en hij heeft ook verschillende afleveringen van The Twilight Zone geschreven. Sciencefiction is hét genre van de fantasie en hij benut dat volledig. Van in de jaren veertig, toen hij pas begon, zaten zijn kortverhalen boordevol verbeelding; ze waren zo onverwacht en hadden vaak een heel dromerige sfeer. Tijdens het schrijven van Science Fiction hebben we heel veel in Bradbury zitten lezen. En als we ons ergens op geïnspireerd hebben, dan waren het de sciencefictionfilms uit de jaren vijftig, als Invasion of the Body Snatchers en The Day the earth stood still. Die klassiekers en ook die oude monsterfilms zoals Tarantula heb ik als kind allemaal gezien en die hebben toen heel veel indruk gemaakt. Daarom is sciencefiction als genre zo aangenaam om in te schrijven; het is helemaal geschikt voor de film."

Science Fiction draait vanaf 23 oktober in de Belgische bioscopen. De voornaamste rollen worden vertolkt door Koen De Bouw, Wendy van Dijk, Ilse Van Hoecke, David Geclowicz, Fran Michiels, Wietse Tanghe en Jurre Baguet.

'Angst bij een kind dat om de zes maanden in een andere biotoop neergezet wordt. Dat vind ik reële angst'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234