Zondag 20/06/2021

Is het ons menens met de millenniumdoelen?

Ik heb gemerkt dat New Yorkers de neiging hebben om het woord ‘top’ te onthalen op een geïrriteerd rollen met de ogen, een grom, een ongeduldige blik op het polshorloge. In Manhattan heeft een top niets te maken met klimijzers en houwelen, maar verwijst het naar een grote ontmoeting van belangrijke mensen, genre staatshoofden, en hun blitse gevolg in de omgeving van het gebouw van de Verenigde Naties, waardoor de East End zowat volledig stilstaat.

De laatste topontmoetingen waren een flop, en dus is de wereld toe aan een goede multilaterale babbel, die niet alleen gaat over woorden maar ook over daden. Het onderwerp van de top deze week is even gigantisch belangrijk als zijn merkbekendheid klein is: de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

Die doelstellingen zijn misschien wel de meest visionaire afspraken waarover de meeste mensen nog nooit gehoord hebben. In de aanloop naar de 21ste eeuw werd een grote internationale overeenkomst onderhandeld op een reeks topontmoetingen en vervolgens ondertekend in 2000. De ‘Millenniumverklaring’ van de VN meldde plechtig dat alles in het werk zal worden gesteld “om te verzekeren dat de globalisering een positieve kracht wordt voor alle mensen op aarde”, vooral de meest kwetsbaren in de ontwikkelingslanden. Het was geen belofte van rijke landen aan arme; het was een een partnerschap, waarbij elke partij zijn verplichtingen aan zijn eigen burgers zou nakomen en aan elkaar.

Uiteraard is dit het soort hoogdravend gedoe dat mensen op topontmoetingen nu eenmaal zeggen en waarmee ze wegkomen omdat niemand er aandacht aan besteedt. De top van 2000 was echter anders, omdat de ondertekenaars zich akkoord verklaarden over specifieke doelen en een specifiek tijdsschema: de honger en de armoede halveren, basisonderwijs voor alle meisjes en jongens, de kinder- en moedersterfte met respectievelijk twee derde en drie kwart verminderen, en de verspreiding van aids, tbc en malaria tegengaan. En dat allemaal tegen 2015. Een A voor Ambitie.

Maar waar staan we nu, tien jaar later, met een paar economieën in de ‘eerste wereld’ die zo kunnen ontploffen, en een paar economieën van tweede en derde garnituur die de indruk geven dat ze ons uit de soep kunnen helpen?

Wel, ik wil u doorverwijzen naar de plenaire zittingen en de paneldiscussies voor een gedetailleerd antwoord. Maar als u het te druk hebt deze week, dan is mijn mening - gebaseerd op de gegevens en wat ik gezien heb op het terrein - dat het op vele plaatsen beter gaat dan je zou denken.

Veel beter, eigenlijk. Er gaan tientallen miljoenen kinderen meer naar school dankzij schuldkwijtschelding. Er werden miljoenen mensenlevens gered dankzij de strijd tegen te voorkomen ziekten, en vooral dankzij het Global Fund to Fight Aids, Tuberculosis and Malaria. Ook ondanks de schade aangericht door de instorting van de markten is de economische groei in Afrika toegenomen - meer dan 5 procent per jaar in het decennium dat eindigde in 2009. De armoede nam af met 1 procent per jaar tussen 1999 en 2005.

Tezelfdertijd herinneren de problemen van landen als Congo ons eraan dat er nog een hele weg af te leggen is. Er is serieuze tegenwind: 64 miljoen mensen zijn weer in de armoede terechtgekomen door de financiële crisis, en 150 miljoen mensen lijden honger door de voedselcrisis. Er moet dus geen champagne geschonken worden op de top dit jaar. De tiende verjaardag van dit millennium mag niet zomaar voorbijgaan, maar moet ons aanzetten om onze inspanningen te verdubbelen. Uiteindelijk rest er ons nog maar vijf jaar tot 2015, nog maar vijf jaar om die files op Second Avenue de moeite waard te maken. Met dat in het achterhoofd wil ik drie tests voorstellen om uit te zoeken hoe hard het ons menens is nu de termijn bijna verstreken is.

Ga op zoek naar wat werkt en breid dat uit

Energetisch, efficiënt en effectief. Het fonds (tegen aids, tbc en malaria, nvdr) redt elke dag 4.000 mensenlevens. Zelfs een Wall Streeter moet erkennen: niet mis qua return on investment. De onopgemerkte successen van het fonds moeten belicht worden, en na deze top moet zijn werk ook volledig gefinancierd worden. Dat moet mee de absurditeit tegengaan dat mensen nog doodgestoken worden door een mug en verhinderen dat nog elke dag duizend baby’s geboren worden met hiv, overgedragen door hun moeder omdat ze geen toegang heeft tot effectieve, goedkope geneesmiddelen.

Beleid als

katalysator

In de lente wees ik er in deze column al op dat sommige Afrikanen die ik ontmoet heb de corruptie dodelijker vinden dan de dodelijkste ziekte. Ik heb het niet alleen over ‘hun’ corruptie maar ook over die van ons. Oliemultinationals bijvoorbeeld. Zij willen olie, en regeringen van arme landen die alleen dik in het zwarte goud zitten, willen hun olie verkopen. Maar sommige bedrijven nemen bewust deel aan een systeem van omkoping en steekpenningen waarbij het gastland uiteindelijk bedrogen wordt.

Ik breng u graag het laatste nieuws over een interventie die sommigen onder ons heel belangrijk vonden. Ergens verborgen in de financiële hervormingswet van Dodd & Frank (de ‘Dodd-Frank Wall Street and Consumer Protection Act’) staat een heel belangrijk ‘transparantieamendement’, dat werd toegevoegd door de senatoren Richard Lugar en Benjamin Cardin. Energiebedrijven op de Amerikaanse beurs moeten elke betaling aan overheidsmensen bekendmaken. Als geld van eigenaar verandert, dan moet dat in alle openheid gebeuren. Dit is het soort daglicht dat de kakkerlakken op de loop jaagt.

De Britse regering moet hetzelfde doen voor bedrijven die in Groot-Brittannië actief zijn, alsook de rest van de Europese Unie en alle leden van de G20. Volgens de Afrikaanse ondernemer Mo Ibrahim, een van de voornaamste stemmen op het continent, kan transparantie zelfs meer bewerkstelligen om Afrika te transformeren dan schuldkwijtschelding.

En het kost ons niks, nada. Iets om over na te denken in de file.

Eis duidelijkheid;

meet input en output

Over transparantie gesproken: er mag er best ook wat meer zijn als het gaat over wie iets doet aan welke doelstellingen en met welk resultaat. We moeten weten waar we staan om te weten hoe veel we nog moeten doen. Op dit moment is het zowat onmogelijk om het te volgen. Stap de wereld van de millenniumdoelstellingen binnen en je wordt geconfronteerd met een duizelingwekkend gamma van vage financieringen en beleidsengagementen omtrent cruciale zaken, zoals moedersterfte en de landbouwontwikkeling.

Wat we nodig hebben, is een onafhankelijke instelling die beloften en vooruitgang controleert, niet alleen wat de hulp betreft, maar ook de handel, het beleid, investeringen. Het is essentieel voor de geloofwaardigheid van de VN, de millenniumdoelstellingen en iedereen die daar mee bezig is.

En dat was de afspraak, niet? De belofte die we in 2000 deden was niet dat we de oude relaties tussen donoren en ontvangers zouden voortzetten, maar dat we er nieuwe zouden creëren, met echte partners die verantwoording verschuldigd zijn aan elkaar, maar vooral aan de burgers voor wie die systemen behoren te werken.

Geen enkele leider die het woord zal nemen op de top is zich daar zo bewust van als president Obama, die verleden jaar nog beloofde dat hij een wereldomvattend plan zou voorleggen om de ontwikkelingsdoelen te halen. Als de promotie van transparantie en investeren in wat werkt daar de kern van uitmaken, dan kan hij de Amerikanen verzekeren dat hun dollars hun waarde onderstrepen, en dat hun wereldleiderschap onverminderd doorgaat. Er is nood aan actie om deze woorden, de saaie cijfers, te doen zingen. Het zal wellicht geen popdeuntje zijn, maar het zal zich in je hoofd nestelen - dit praktische, verwezenlijkbare idee dat de wereld, nu hij uit de penarie is, zich kan herbalanceren en iedereen, en niet alleen sommigen, een uitweg kan bieden uit de verschrikkelijke achterstelling.

Ik begrijp de critici die zuchten of hun slaap niet zullen laten voor de vrome verklaringen die zullen weerklinken op het podium van de Algemene Vergadering. Maar in mijn hart en mijn verstand blijft onverminderd de gedachte aanwezig die Nelson Mandela formuleerde toen hij de extreme armoede wilde bestrijden: “Soms overkomt het een generatie groots te zijn.”

We moeten heel wat bewijzen, maar als de millenniumdoelstellingen er niet waren gekomen in 2000, dan was er nog minder gebeurd. We zijn nu al getuige geweest van ontwikkelingen ten goede voor miljoenen mensen, wiens leven vorm krijgt door de prioriteiten van mensen die ze nooit zullen kennen of tegenkomen - dezelfde mensen die deze week een opstopping zullen veroorzaken. Alvast daarvoor moet de wereld de New Yorkers dankbaar zijn omdat ze hun stad ter beschikking stellen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234