Woensdag 05/08/2020

Is er echt niemand die een au-pairmeisje mist?

Ze was blond en tussen de veertien en achttien jaar oud. Haar lijk zou sinds een jaar of elf ergens in een vijver in Sart-Custinne 'begraven' liggen. En dat is meteen alles wat de speurders in Dinant na een jaar zoeken weten over het au-pairmeisje van Michel Fourniret. Terwijl er volgende maand in Sart-Custinne opnieuw wordt gegraven, vraagt de vader van de in 1990 vermoorde Britse studente Joanna Parrish zich af of er geen sprake kan zijn van een misverstand.

Douglas De Coninck

Ja. Een blond meisje. Zestien jaar oud of zo. Franstalig. In de zomer, "maar vraag niet meer welke". Het is dat enkele buurtbewoners in Sart Custinne begin juli tegenover aanbellende speurders lieten verstaan dat ze zo'n meisje ooit wel eens "bij Michel en Monique" meenden te hebben gezien, anders zouden de speurders in Dinant wellicht de moed al hebben opgegeven.

Een naam, laat staan een voornaam, herinnert niemand zich. Een foto is er niet. Over haar leeftijd maakten de begin deze maand door de politie op de jaarlijkse dansavonden in Gedinne verspreide strooibriefjes melding van "veertien à achttien jaar". De speurders hebben redenen om te denken dat het au-pairmeisje - "in de zomer van 1992, 1993 of 1994" - op een van die avonden is verschenen aan de zijde van een vriendje uit het dorp. Waarna Michel Fourniret haar in een bui van jaloezie gewurgd zou hebben. De politie hoopte dat oude foto's of video-opnamen zouden opduiken. Maar wederom niks.

"We weten nog steeds niet hoe dat meisje heette en waar ze vandaan kwam", zegt substituut Philippe Morandini op het parket in Dinant. "We weten eigenlijk, toegegeven, vrij weinig."

De betichting als zou de moord op au pair X moeten worden toegevoegd aan het lijstje van negen waarover de Franse boswachter al bekentenissen aflegde, komt van een goed geplaatste bron. Zijn echtgenote, Monique Olivier. Aanvankelijk klonk haar verhaal erg precies. Zestien jaar oud, weeskind, inwonend in het huis in Sart-Custinne in de zomer van 1993. Net zo precies als, bijvoorbeeld, haar relaas over de moord op Elizabeth Brichet.

"Het is op z'n minst merkwaardig dat zelfs Olivier zich geen voornaam kan herinneren", zegt Luc Balleux, de advocaat van Fourniret. "Iemand woont enkele weken in je huis en je vergeet de naam? Er zijn inmiddels oproepen gelanceerd in de media, er zijn strooibriefjes verspreid en nog steeds is er niemand die zich heeft gemeld: 'O ja juist, tien jaar geleden is dat tienermeisje verdwenen.' Gesteld dat dat meisje ooit heeft bestaan, dan moet iémand haar toch gekend hebben? Er zit nogal wat variatie in de verklaringen van Olivier. In haar laatste verhoren was ze al niet meer zo zeker of het wel 1993 was. Tja."

Straks, begin september, zijn de graafmachines daar weer. Achter het huis in Sart-Custinne pompte de civiele bescherming onlangs een vijver leeg en in wat rest van de bodem zal worden gezicht naar de stoffelijke resten van au pair X. Het is al de derde keer dat de speurders aarde omwoelen in de hoop haar te vinden. Eerst in juli 2003, na de arrestatie van Fourniret, en vorige maand opnieuw. Ondergronds werden net zo weinig sporen gevonden als bovengronds. Logisch, bezweert Fourniret zijn ondervragers al maandenlang: "Om de simpele reden dat er nooit een vermoord au-pairmeisje is geweest."

Aan het begin van de zomer zag het er naar uit dat het een kwestie van wachten was, of driekwart van de nog onopgehelderde verdwijningen van de afgelopen twintig jaar in België en wijde omtrek kon aan de gebrilde boswachter uit de Franse Ardennen worden toegeschreven. Naarmate dna-stalen werden vergeleken en tijdsgebruik werd nagetrokken, worden namen geschrapt. Voor de verdwijning van Estelle Mouzin (9), vorig jaar in Seine-et-Marne, lijkt de Franse justitie alweer andere paden te moeten gaan bewandelen. Geen enkele match met de in de woonst en bestelwagen van Fourniret gevonden dna-sporen.

Volgens advocaat Balleux is ook de moordpoging op een meisje van elf in het Deense Falter in 1999 al van de lijst geschrapt. "De speurders verrichten goed werk", vindt hij. "Ze hebben hun lessen getrokken uit de affaire-Dutroux. Ze storten zich niet halsoverkop op om het even welk spoor. Zo is het ook al een uitgemaakte zaak dat mijn cliënt, zoals hij zelf zei, Jean-Marc Houdmont nooit heeft gekend (een man die begin 1997 om het leven kwam in een verkeersongeval, een uur voor hij de speurders van de cel-Brichet aan de telefoon had gezegd dat hij een "stommiteit" had begaan en "alles zou komen vertellen", DDC). Behoudens verrassingen is het Belgische luik van het onderzoek binnen het jaar afgerond."

Net als zoveel serial killers en pedofielen - opmerkelijk overigens - is Michel Fourniret een geweldige schaker. Hij spreekt verschillende talen, ontleent in de gevangenisbibliotheek vooral literatuur met een grote L en is enkel van zijn stuk te brengen als iemand hem "de tweede Du-troux" noemt. Beledigend, vindt hij. Ander niveau. Niks mee te maken. Fourniret meet zich de attitude aan van een professor, vergelijkingen met de beroemde Amerikaanse seriemoordenaar Ed Kemper of de Rus Andrej Sjikatilo enkel kracht bijzettend.

Alles is gezegd, houdt hij vol. Men kan graven en ondervragen zoveel men wil: er valt buiten de negen bekende moorden niets meer te vertellen. Fourniret zat al sinds juni 2003 in voorhechtenis. Hij werd opgepakt na een poging tot ontvoering van een 13-jarig meisje in Ciney. Een jaar lang bleef hij zijn ondervragers te baas. De dag waarop de raadkamer in Dinant zijn vrijlating zou bevelen leek niet veraf, tot Monique Olivier eind juni naar het gerecht stapte en hem finaal verlinkte. Gegokt en verloren.

Zo erudiet is Michel Fourniret. Als je zijn advocaat mag geloven, neemt hij zijn vrouw helemaal niets kwalijk. "Het enige wat hij wil, is dat zij uit de gevangenis kan geraken en voor de opvoeding van zijn zoon kan instaan", zegt Balleux. "Echt heel gek. 'Als dat kon helpen, bekende ik 54 moorden', zei hij me eens. Maar dat heeft natuurlijk geen zin. Alleen al vanwege het feit dat Olivier zich blijkbaar medeplichtig maakte aan ontvoeringen."

Meer nog dan opheldering voor hypothetische nabestaanden van een hypothetisch au-pairmeisje, is de geloofwaardigheid van professor Fourniret de inzet van de nakende graafwerken. Weinigen achten het aannemelijk dat een man als hij tussen 1990 en 2000 kan hebben weerstaan aan de drang die in de periode daarvoor vijf en die daarna zeven meisjes het leven kostte. Maar toch.

"Poorten sluiten" is een vaak gehoord credo bij de speurders in Dinant. Wordt er straks in Sart-Custinne weer geen lijk gevonden, dan moet stilaan rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat Fourniret de waarheid spreekt, vindt Balleux: "Men kan niet blijven zoeken naar een meisje van wie niemand weet hoe ze heette en voor wie buiten de verklaring van Olivier de vage getuigenissen van enkele buren de enige aanwijzingen zijn."

Michelle Martin, het grote voorbeeld van Monique Olivier, wist het ook niet altijd allemaal zo precies. Ze ging tijdens haar ondervragingen vooral voort op wat ze Marc Dutroux had "horen zeggen". Ze vertelde over een verkrachting die hij in 1992 zou hebben gepleegd op een Franse camping. Het slachtoffer is nooit geïdentificeerd.

In Frankrijk staan tientallen magistraten, her en der in het land, te trappelen om Fourniret uitgeleverd te krijgen. De Franse media maken melding van dertig moorden, veelal op tienermeisjes, waarvoor (bovenop diegene die hij bekende) "een verband" werd gezien met Fourniret. Twee gevallen situeren zich in Auxerre: de moord op Joanna Parrish (1990) en de verdwijning van Marie-Angèle Domèce (1987). Michel Fourniret woonde vanaf 1987 een jaar lang in het dorp Saint-Cyr-les-Colons, zo'n twintig kilometer ten oosten van Auxerre. Hij opereerde van daaruit toen hij eind 1987 - volgens eigen bekentenis - de 17-jarige Isabelle Laville vermoordde.

Een luguber toeval is dat. Het 40.000 inwoners tellende Auxerre beleefde tussen 1977 en 1990 een plaag van kindermoorden of -verdwijningen. En van een uitzonderlijk onwillige justitie om daar wat aan te doen. Met de arrestaties van maniakken als Claude Dunand (1984) en Emile Louis (in 2000 pas) werden negen mysteries op een totaal van een stuk of twintig opgehelderd (DM 7/8). Aan ouders van vermoorde of vermiste kinderen is in de stad nog steeds geen gebrek en zij hebben het moeilijk om te geloven dat daar in enkele jaren tijd niet twee maar drie geïsoleerde perverten rondliepen. Maar dat is wat justitie in Auxerre denkt: reden waarom het een rogatoire commissie naar België aankondigde om de betrokkenheid van Fourniret bij de moorden op Joanna Parrish en Marie-Angèle Domèce te onderzoeken.

Joanna was twintig en donkerblond. Ze was een Britse studente. Ze had moderne talen gestudeerd aan de universiteit van Leeds. Als onderdeel van haar eindwerk gaf ze in het voorjaar van 1990 Engels in het Jacques Amyot-lycem in Auxerre. Samen met enkele andere buitenlandse studenten bewoonde ze een kamer in het schoolcomplex.

Ze werd voor het laatst gezien op 16 mei op een terrasje in het centrum van Auxerre. Ze vertelde haar vriendin Janet, een Canadees au-pairmeisje, dat ze die avond een afspraak had met een man die had gereageerd op haar advertentie in L'Yonne Républicaine. De man was op zoek naar een Engelstalige die zijn zoon aan huis bijlessen kon geven. Joanna zocht een baantje, om te sparen voor haar later op het jaar geplande huwelijk. Een naam of adres waar Joanna die avond zijn moest, kreeg de Canadese vrien-din niet te horen.

Het levenloze lichaam van Joanna werd de ochtend na haar verdwijning door een hengelaar opgemerkt in een waterplas aan de rand van de rivier de Yonne in Monéteau, iets ten noorden van Auxerre. Er waren enkele zekerheden. De plek waar het lijk in het water gegooid werd, was erg moeilijk te vinden. Toch niet door iemand die de streek niet kende.

Logisch, zou je denken, dat men in Auxerre de hand van Fourniret ontwaart. Logisch ook, misschien, dat men er in Dinant rekening mee houdt dat Olivier, verward als ze is, de zaken een beetje door elkaar haalt en dat au pair X wel eens Joanna Parrish zou kunnen zijn.

Het is maar een suggestie.

Subsituut Philippe Morandini: "Joanna Parrish? Weet ik niks vanaf. Die zit niet in ons dossier. De Fransen zouden een rogatoire commissie hebben gestuurd? Ze kunnen dat wel hebben aangekondigd, maar ik heb hier in elk geval nog niks ontvangen."

Is het niet vreemd dat Monique Olivier zo precies was in haar beschuldigingen tegen haar man en er niemand is die een naam kan plakken op het au-pairmeisje?

"Jamaar, u zit daar, als ik het goed begrijp, met een zaak uit 1990. Wij zijn bezig met iets dat zich in 1993 moet hebben afgespeeld, of misschien zelfs eerder 1994."

Kan Olivier niet twee meisjes uit het eindeloze parcours van haar man met elkaar hebben verward?

"Alles kan. We sluiten geen enkele mogelijkheid uit."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234