Zaterdag 21/09/2019

Dierenwelzijn

Is een viervoeter in huis nog van deze tijd?

Larry, de kat van 10 Downing Street, de ambtswoning van de Britse premier. Beeld Reuters

Van onze kat maken we een huismus. Honden schieten vol stress. En onze konijnen knuffelen we haast dood. Een huisdier hebben veroorzaakt dierenleed én is ook nog eens belastend voor het milieu, stellen experts. Is een viervoeter in huis nog wel van deze tijd?

Onlangs op het terras van een landelijke brasserie, één tafel naast ons. Een meisje komt aangehold en roept het uit. “Mama, ik wil een hangbuikvarkentje!” Ze wijst naar de bijbehorende boerderij. “Kijk hoe schattig ze zijn.” Eén uur later betaalt het gezin de lunch, het minivarken krijgen ze er gratis bovenop. Jolijt alom bij de nieuwe baasjes. Maar, zo gonst het op het terras: wat als dat varkentje straks het huis verbouwt, 100 kilo weegt en de strakke tuin tot een modderpoel omwroet? Hoe schattig is het dan nog? En welk lot is het dier dan beschoren?

Meer dan ooit zien we onze viervoeters als een volwaardig lid van het gezin, bemerken experts. Maar nu we met zijn allen meer wakker liggen van dierenleed dringt ook deze ethische vraag zich op: is het wel nog van deze tijd om een huisdier te houden? En hoe gemeen is dat eigenlijk voor die beesten zelf?

In het ideale geval heb je een win-winsituatie, stelt Christel Moons, professor toegepast diergedrag en dierenwelzijn aan de UGent. “Zowel voor het dier, dat voldoende eten en beschutting krijgt en kan genieten van de interactie met mensen, als voor de eigenaar, want dieren hebben een voordelig effect op mensen. Als je je huisdier aait, dan daalt je bloeddruk, vertraagt je hartslag en komen er stoffen vrij die je een goed gevoel geven. Ook bij het dier is dat zo.”

Maar, zo zien kenners, in vele gevallen is er geen win-win, althans niet voor het dier. Moons: “Denk aan konijnen: dat zijn geen knuffeldieren, maar toch worden ze zo aan de man gebracht. Het zijn prooidieren. Worden ze in het wild opgepakt, dan betekent dat meestal hun doodvonnis. Ga je een konijn om de haverklap optillen, terwijl het niet getraind werd om dat leuk te vinden, dan zal dit een erg bang konijn worden. Op den duur kan het beginnen bijten, om zich zo te verdedigen.”

Kijk ook naar de kat, gesteld op zijn vrijheid en beweging. Moons: “Katten die in het wild leven, moeten veel jagen om aan voedsel te geraken. Maar wat als wij hen dan op hun wenken bedienen en hun eten zomaar kant-en-klaar voorschotelen? Zo valt er een groot deel van hun bezigheid weg. Dat kan tot verveling leiden, en dus tot gedragsproblemen. Ook de kans op ‘kattenkwaad’ wordt groter wanneer ze dingen zoeken om zich te entertainen. Hou je de poes toch binnen? Zorg er dan voor dat ze genoeg omhanden heeft.”

Eenzaam en verveeld

De gepamperde kat die een huismus wordt. Het konijn dat, haast doodgeknuffeld, zijn oren laat hangen. Een heleboel huisdieren leidt – of lijdt – een “niet zo leuk bestaan”, meent Kristien Hens, die als ethicus aan de UAntwerpen en gastprofessor aan de KU Leuven lezingen geeft over dierenethiek. “Akkoord, je hebt baasjes die het heel goed doen. Maar soms zie je mensen een golden retriever kopen voor de kinderen, en dan vliegt die hond buiten in een hok – “want al dat haar op de zetel is toch ambetant”. Dan zie je: daar loopt het mis. Dat is leed. Want die honden zijn sociale dieren, ze hebben nood aan contact. Anders krijgen ze psychische problemen. Dan is het toch belangrijk om te denken: hoe zorgen we ervoor dat ons huisdier een dierwaardig leven heeft? Een leven met een goed welzijn.”

Iedereen kent er wel eentje. Die ene goudvis die onophoudelijk baantjes trekt. Of nog: één cavia, de pedalen kwijt in zijn rad. Veel huisdieren, die van nature groepsbeesten zijn, vervelen zich dood in hun eentje, signaleren experts. Soms zelfs letterlijk, zo bleek jaren geleden al uit een Nederlandse studie. Wordt een konijn in het wild nog makkelijk tussen de acht en vijftien jaar, dan ligt de gemiddelde levensverwachting in een kooi op een schamele drie jaar. “Konijnen vallen snel ten prooi aan eenzaamheid en verveling”, besloten de onderzoekers. Dat uit zich onder meer in knagen op de tralies, veel krabben, rondjes rennen, en tegen de kanten van de kooi aan schuren. Het bracht de Nederlandse gedragsbioloog Berry Spruijt (Universiteit Utrecht) tot de waarschuwing dat “konijnen níét geschikt zijn als huisdier.” Hij riep op tot een verbod op de verkoop ervan in tuincentra en niet-erkende dierenwinkels.

Beeld AFP

De man had een punt, treedt ethicus Kristien Hens hem bij. “Konijnen zijn sociale dieren én ze moeten ook kunnen graven. Maar de gemiddelde Vlaming zal geen berg aanleggen in zijn tuin om er zijn ene konijn in los te laten. Meestal zit zo’n beest al te vaak op zijn eentje te verpieteren in een kooi.”

Aan de andere kant: dieren samen zetten, is ook geen walk in the park, erkennen gedragsbiologen. “Zet zomaar twee konijnen samen die elkaar niet kennen en dat kan een strijd worden op leven en dood”, weet Christel Moons. “Ook bij solitaire overlevers, zoals de kat, sta je als baasje voor een hele uitdaging. De meeste gedragsproblemen doen zich voor in huishoudens waar er meerdere poezen zijn. Katten moeten op een correcte manier kunnen kennismaken en hebben echt wel de tijd nodig om aan elkaar te wennen. Om te kunnen samenleven, zonder stress.”

Christel Moons, baasje van Zoef (v) en Rocky (m), spreekt uit ervaring. “Onze kat en kater tolereren elkaar. We hebben veel moeite gedaan om ze aan elkaar te introduceren. En ze hebben veel keuzevrijheid en ruimte, dat helpt. Als ze elkaar 95 procent van de dag níét zien, zijn ze perfect gelukkig. (lacht) Zelf zou ik er graag nog een hondje bij nemen, maar ik doe het niet. Omdat ik weet dat die verandering te veel stress zou brengen voor de katten. Ik heb zo het vermoeden dat hun leven – en onrechtstreeks dat van mij – er niet plezanter op zou worden.”

Impulsaankoop

Volstaat het dan om rekening te houden met wat onze huisdieren echt nodig hebben? Nee, schudden sommige psychologen en ethici. Zij gaan nog een stap verder en vinden huisdieren niet meer van deze tijd. Zo noemt de Amerikaanse bio-ethicus Jessica Pierce het houden van dieren “onethisch” en “onnatuurlijk”. “Dat we hen achter tralies stoppen, herinnert ons eraan dat we ze tegen hun wil vasthouden”, hekelt ze in haar boek Run, Spot, Run. Bovendien, zo betoogt Pierce, is het het baasje dat alles in zo’n dierenleven bepaalt: van voeding en slaapplaats, tot seksueel gedrag. “Want geen enkele kat of hond vraagt erom om gecastreerd of gesteriliseerd te worden.”

Houden we dan echt een aantal levende wezens gevangen, puur voor ons eigen geluk? Dat is te kort door de bocht, vindt ethicus Kristien Hens. “Maar wat we ons wel meer moeten afvragen, is: wat heeft het dier aan mij? Nu denken we nog al te vaak: wat heb ík aan mijn dier? Een huisdier staat in een kwetsbare relatie tot ons, een beetje zoals een kind. Juist die kwetsbaarheid maakt dat we ze niet mogen behandelen zoals we maar willen, we dragen er een grote verantwoordelijkheid voor.”

“Te veel mensen nemen een huisdier in de eerste plaats voor zichzelf”, laakt Chris Dusauchoit, bekend van het tv-programma Dieren in nesten en auteur van Honden zoals ze echt zijn. “Kijk naar de populariteit van de chihuahua. Voor veel baasjes is die hond halvelings een accessoire – ‘Ik neem een klein hondje, want dat past goed bij mijn handtas, en dan ben ik hip’. Hetzelfde met de pitbull. Veel mannen die zo’n hond kopen, zien het dier louter als een verlengstuk van hun eigen macho-zijn. Is dat dan wel de gezonde motivatie om een dier in huis te halen?”

Baasjes hebben redenen te over. Ze willen een maatje ‘om voor te zorgen’, ‘voor de kinderen’, ‘voor de status’, ‘voor de onvoorwaardelijke liefde’. Huisdieren blijven dan ook in trek, zo blijkt uit cijfers van Statbel, het nationale statistiekbureau. Alles samen hebben de Belgen zo’n 2,2 miljoen katten en bijna 1,5 miljoen honden in huis. Bijna een op de drie gezinnen heeft minstens één kat, bijna een op de vier telt ten minste één hond.

Beeld rv

Maar, zo betreuren experts, niet zelden gaat het om een impulsaankoop, zonder enige voorkennis. “Denk ook aan al wie een tuincentrum binnenstapt, op zoek naar een plant, maar terugkeert met een cavia, hamster of parkiet”, vertelt Christel Moons. “Vaak in een veel te kleine kooi, zonder de uitleg erbij dat die níét geschikt is om je dier 24 uur per dag in op te sluiten.”

De gedachte flitst Moons terug naar haar eigen kindertijd, toen ze van haar ouders ook zo’n hamster kreeg. “Als ik daaraan terugdenk, met wat ik nu weet: ‘Ocharme, dat beestje.’ Achteraf bekeken had hij maar een triest bestaan. Hij zat in zo’n typisch hamsterhok, met een rad en een huisje, en dat was het. Ik had hem niet tam gekregen, waardoor hij altijd in mijn vingers beet. Dus op den duur liet ik hem daar de hele dag zitten.”

Hamsters die hijgen, katten die het te kwaad krijgen: ook al hebben veel baasjes de beste bedoelingen van de wereld, toch weten velen niet hoe hun dier in elkaar steekt, klinkt het.

“Je kat of hond gewoon graag zien en strelen is bijlange niet genoeg”, duidt ethicus Kristien Hens. “We moeten ons nog veel meer proberen in te leven in ons dier. Hoe kan ik mijn kat nog echt een kat laten zijn? Alleen zo kom je tot een soort wederzijds begrip.” 

Stress in de massa

Je harige huisgenoot begrijpen, dat betekent ook: lichaamstaal lezen. Kijk naar de ogen, de oren, de staart en de rug, en je weet al snel hoe je dier zich voelt. Professor Moons: “Op stads- en muziekfestivals zie ik vaak honden, trillend op hun poten, maar de eigenaars merken dat niet. Zij willen natuurlijk goed doen: ‘Zo is onze hond ook nog eens buiten.’ Maar mochten ze beseffen hoeveel stress hun dier in die mensenmassa heeft, zouden ze het wellicht thuis laten. Om maar te zeggen: hoe meer baasjes weten over hun dier – over de biologie en het gedrag ervan – hoe meer ze zullen leren inschatten hoe hun kat of hond zich voelt. Is hij rustig, bang of moe? Heeft hij echt zin om gestreeld te worden, of laat ik hem beter met rust? Sommige baasjes zeggen dan: zo heb ik toch niks meer aan mijn dier? Maar dat is niet waar. Het is juist een heel boeiende oefening.”

Dat gebrek aan basiskennis bij baasjes is een van de grootste pijnpunten, meent ook Chris Dusauchoit, die zelf een golden retriever (8) en een teckel (12) heeft rondlopen. “Velen denken dat ze met gezond verstand ver genoeg komen om hun huisdier op te voeden. Maar dat blijkt helemaal niet het geval. Of ze blijven verkeerdelijk hangen in clichés: ‘Ha, de hond is nog niet zindelijk? Dan duwen we hem wel met zijn snoet in zijn eigen plas.’ Dat zijn foute uitgangspunten die het dierenwelzijn ernstig in het gedrang brengen.”

In één adem pleit Dusauchoit daarom voor een soort ‘huisdierenbewijs’. “Net zoals je met een rijbewijs moet aantonen dat je niet alleen met je wagen om kunt, maar ook de verkeersregels kent. Ook voor dieren zou dat zeker niet slecht zijn. Het zou toch zeker die impulsaankopen al kunnen drukken.”

Wettelijk gezien hebben baasjes bijna vrij spel. De dierenwelzijnswet van 1986 schrijft wel voor hoe je een dier moet houden, maar dat blijft vrij vaag. Daarom boog de Brusselse Raad voor Dierenwelzijn zich over een aantal minimumnormen, om honden- en kattenbezitters te sensibiliseren en te inspireren. Zo krijgen kattenliefhebbers de tip mee om poeslief genoeg vrijheid te laten, en de maaltijd iets spannender te maken dan voorgeschotelde brokjes. Dat kan met uitdagende voederpuzzels, maar evengoed met een simpel wc-rolletje waar de kat wat brokjes uit peutert.

Lever en hart

Rest dan nog de vraag: is zo’n hongerige kat in huis wel een strak plan, nu we massaal aandacht hebben voor het klimaat? Want, zo stellen onderzoekers, onze Max en Minoe zijn, net als landbouwdieren, best belastend voor het milieu. Wie punten denkt te scoren door geen vlees te eten en zonnepanelen te leggen, is eraan voor de moeite als er thuis ook nog een hond en twee katten rondlopen.

Zo gaf een Zwitserse studie begin dit jaar nog aan dat een hond net zo slecht is voor het klimaat als met een SUV Europa doorkruisen: goed voor een rit van 3.677 kilometer. Je lieve poes? Een reisje van 1.413 km. Je fluffy konijn? 691 km.

“Huisdieren hebben hun voordelen, maar ze hebben ook een flinke ecologische ‘pootafdruk’”, beaamt Amerikaans hoogleraar Gregory Okin in het vakblad PLOS One. Vooral hun voeding is de boosdoener, besluit hij. Huisdieren die vlees eten, zorgen, volgens Okin, voor zo’n 64 miljoen ton CO2 per jaar. Dat komt overeen met één jaar aan uitlaatgassen van 13,6 miljoen auto’s.

Beeld Thinkstock

Toch zweren de meeste baasjes nog altijd bij de klassiekers: de brokjes of de natte voeding, nuanceert Myriam Hesta, professor voeding voor gezelschapsdieren (UGent). “De dierlijke eiwitbronnen die daarin gebruikt worden, zijn voor een groot stuk afkomstig van bijproducten die wij als mens zelden of nooit consumeren. Denk aan organen zoals de lever of het hart. Kijk je naar duurzaamheid, dan is het juist heel positief dat die bijproducten in dierenvoeding worden verwerkt.”

Wel is het tegenwoordig een trend bij honden- en kattenbaasjes om een biefstuk in plaats van brokjes te voeren. “Het gaat dan om voeding op basis van vers vlees, zoals wij eten”, stelt professor Hesta. “Die voeding bevat vaak meer dierlijk eiwit – en minder dierlijke bijproducten – en dat verhoogt hun voetafdruk fors.”

Bovendien is het niet altijd gezond, zeker niet als je het op eigen houtje doet. Er is zoiets als het all meat-syndroom, waarschuwt Hesta. “Geef je je kat of hond enkel en alleen vers vlees, dan krijgt het een tekort aan calcium. Het dier krijgt botafwijkingen, loopt mank, en de tanden komen los te staan. Zo kom je toch in de problemen.”

Ook Chris Dusauchoit, die zijn honden de klassiekers voorschotelt, heeft zo zijn bedenkingen bij de voedingstrends. “Veel baasjes projecteren hun eigen verlangens en gevoelens op hun dier. Ze willen als een viersterrenchef staan koken voor hun hond, terwijl die beesten totaal niet geïnteresseerd zijn in de smaak van voedsel. De geur, dat boeit hen. En dat kunnen de walgelijkste geuren zijn. (lacht)

Zit, Robot!

Maar wat als we nu echt duurzamer willen leven? Moeten we onze loebas dan links laten liggen? “Zeker niet”, weerlegt Myriam Hesta. “Als we gewoon stoppen met ze te overvoeden, zou dat al heel wat zijn. Mochten we de normale hoeveelheid voederen, dan zouden er al veel minder dierlijke eiwitbronnen geproduceerd en aangesproken worden. Dat zou hun voetafdruk flink verkleinen. Trouwens, je dier wegdoen omwille van het milieu? Dat lijkt me straf. Als baasje heb je toch een engagement.”

Een verantwoordelijkheid die bovendien nooit ophoudt, meent Chris Dusauchoit. “Je huisdier wegdoen om je voetafdruk te verkleinen? Dan denk ik dat je als baasje geweldig de wind van voren krijgt – en terecht. (fel) Dan was je het niet waard om die hond in huis te halen.”

Toch beweert de Amerikaanse psycholoog Hal Herzog dat “het houden van huisdieren op lange termijn uit de mode kan raken”. Twee jaar geleden liet hij in de Britse krant The Guardian nog optekenen “dat robots hun plaats zullen innemen, of dat huisdieren nog slechts voor een select publiek weggelegd zullen zijn”. Sony sprong vorig jaar alvast op de kar door zijn robothond AIBO nieuw leven in te blazen. AIBO, ‘compagnon’ in het Japans, heeft een hoop sensors en aandrijvingen om zo interactief mogelijk te zijn. Een neuscamera helpt hem om zijn baasje te herkennen, en met een puppy-app leer je hem kunstjes aan.

Welkom affectie, weg haren op de zetel? Zo’n vaart zal het niet lopen, meent ethicus Kristien Hens. “Het feit dat je zo’n robothond kunt aan- en uitzetten, is niet wat mensen in een huisdier zoeken. Er zit toch nog iets extra aan een gewone hond: het spontane, het onvoorspelbare, de weerstand die zo’n dier soms biedt. Iets wat je het idee geeft: hiervoor kom ik ’s ochtends mijn bed uit. Dat kan een robothond niet waarmaken, denk ik. Tenzij je hem niet afzet natuurlijk. (lacht)

Een geprogrammeerd pootje geven? Het idee alleen al doet Chris Dusauchoit op zijn achterste poten staan: “In plaats van daar uw schoon geld in te steken, ga je beter een sukkelaar halen in het asiel. Dat kost je honderd keer minder, en je zult er duizend keer meer plezier aan hebben.”

Meer info: www.huisdierinfo.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234