Zondag 26/06/2022

Is dit alles, wat er is?

Bril is met zijn productie van ruim vijfhonderd teksten per jaar het schrijvende equivalent van een vijfkamper

Recensie door Dirk Leyman

Martin Bril

Evelien

Uitgeverij Bert Bakker/Prometheus, Amsterdam, 204 p., 522 frank.

Tot nader order is schrijven geen Olympische discipline. Maar Martin Bril (°1959) is héél hard op weg om er een van te maken. Met een haast verontrustende planmatigheid heeft hij zichzelf afgericht om te schrijven. Dag in, dag uit. Zonder haperen. Ziet hij er daarom zo afgetraind (en medaillerijp) uit?

Bril is met zijn productie van ruim vijfhonderd teksten per jaar voor tien bladen (waaronder Vrij Nederland, Het Parool en zijn zaterdagse '424 woorden' in deze krant) het schrijvende equivalent van een vijfkamper. Bril eet immers met een onthutsend gemak van vele (Amsterdamse) walletjes: je kunt hem naargelang de output columnist, poprecensent, journalist, portretteur of reporter noemen. Hoe journalistiek aangeblazen zijn teksten ook zijn, het meest van al is hij echter schrijver, voor Bril een uiterst belangrijke nuance. Schrijven voor het volle pond is waarmee hij (een tikkeltje ouderwets, dat beseft hij zelf) eer wil behalen: "Het gaat niet om het verhaal... het gaat om schrijven", verklaarde hij ooit aan de Volkskrant. "Ik denk dat ik behoor tot de laatste generatie die met schrijvende ambities in de journalistiek is begonnen. Opgegroeid in de hoogtijdagen van de Nederlandse weekbladjournalistiek. Vrij Nederland, De Haagse Post, wat Eelke de Jong deed, of Bibeb of Martin Schouten... als je daar in je initiërende jaren mee wordt geconfronteerd, is dat heel andere koek. De meeste ambities zijn nu op televisie gericht. Met hun kop op TV willen ze of een bureaubaan, of in het Style-supplement. Maar het gewone handwerk..."

Langdurig heeft Bril dat routineuze handwerk verricht, ook voor glimmende stijlbladen als Esquire of voor de Nieuwe Revu. Tot hij zichzelf als freelancer "uitgehusseld" vond en inzag dat hij zijn tijd aan het vergooien was. Samen met zijn kompaan Dirk Van Weelden maakte hij het bruggetje naar het literaire veld met Arbeidsvitaminen (1987), een succulente bundel vol encyclopedisch mengelwerk, waarin de stad Amsterdam een prominente rol begon te spelen. Bril schreef onder meer ook twee soloromans: Voordewind en Altijd zomer, altijd zondag, betrekkelijk lauw ontvangen, wellicht omdat ze de hoog opgestapelde verwachtingen niet inlosten.

Maar voor Bril geldt: hoe minder plaats hij krijgt, hoe beter hij schrijft. Pas sedert zijn toetreding tot het dagelijkse columnisme kwam zijn ruim bemeten talent tot volledige bloei. Mag Nederland niet klagen over een tekort aan begaafde columnisten (Jan Mulder, Remco Campert, Kees Van Kooten, Henk Hofland, Max Pam - om een paar kleppers te noemen), toch werd Bril de nieuwe vaandeldrager van een haast dagelijks door inflatie bedreigd genre. Brils columns zijn meer dan akkefietjes met een lekker meegenomen literair randje. Bril werkt in een bepaalde traditie, waarvan hij zich zeer bewust is. Zijn stukjes in Het Parool staan niet voor niets op precies dezelfde plek als wijlen Simon Carmiggelts 'Kronkel' en Ischa Meijers 'Dikke Man'. In dezelfde Volkskrant benadrukt hij: "Ik beschouw het niet als journalistiek, maar als literatuur. Tegelijk zou ik niet willen dat het werd gelezen alsof ik het allemaal verzon. Een kroniek moet het zijn. Zoals Louis Paul Boon in dagblad Vooruit. Zo'n column roept een wereld op die bevolkt wordt door mensen die we allemaal kennen. Maar in een bepaald licht. Mijn licht." Dat Bril-schijnsel valt in hoofdzaak op de stad Amsterdam. Weinigen hebben de Amsterdamse binnenbuik zo secuur geausculteerd als Bril. Het liefste registreert hij, gaat hij overal kijken, als een wandelende webcam. Hij meert elke dag aan bij zijn vaste ankerplaatsen: Bob van broodjeszaak Het Balkje, de rechtbank, de Albert Heijn en cafés waar hij gulzig gesprekken inhaleert. Of hij gaat tegels lichten in de wijken Amsterdam-Zuid of Oud-West. Om zich vervolgens in korte, naadloos lopende zinnen (die zelden langer zijn dan tien woorden) de nuchtere maar gevoelvolle chroniqueur te tonen. Uitmondend in korte baantjes Amsterdam, rijk aan in toom gehouden liefde voor de stad en even rijk aan klein leed en minuscuul geluk van haar bewoners. Vooral de drie verzamelbundels stadsarabesken Etalagebenen, Stadsogen en Hollandse luchten leggen er getuigenis van af.

Nu is er Evelien. Volgens Bril in Vrij Nederland "meer een soort roman dan een verzameling stukjes", volgens de achterflap "een boek dat het midden houdt tussen een soap-opera en een roman". Dat wekt een ander verwachtingspatroon en vraagt wellicht ook een minder hak-op-de-takkerige manier van lezen.

De huwelijkse verwikkelingen van de zesendertigjarige Evelien Van Brakem uit Amsterdam-Zuid, moeder van Julia en Regina, getrouwd met de "laconiek saaie" Harko en worstelend met haar gevoelens voor haar minnaar Theo, doken al sporadisch op in Stadsogen en Hollandse luchten. Bril heeft zo'n vijftigtal Evelien-stukjes geordend, bij elkaar gezet en grondig herschreven: "Ik vind het leuk om over verschillende soorten boeken na te denken, ik wil niet louter columns bundelen. Ik dacht: aan Evelien kan ik me geen buil vallen, ze is er al, ik heb al een band met die vrouw", zei hij daarover in Vrij Nederland.

Evelien is een zorgzame huisvrouw, zonder al te veel guts, met nogal modale verlangens en kampend met een troebel zelfbeeld en eeuwige zelftwijfel. Ze wordt soms overvallen door "een leegte zonder weerga", "in haar buik, haar verbeelding, in haar leven". Haar man Harko, wat vilein bedeeld met het beroep van registeraccountant, is nog gezapiger, nog doordeweekser. Financiële of andere zorgen heeft het koppel niet. De kinderen zijn bijdehand. In Amsterdam-Zuid is het leven mild. Maar zowel Evelien als Harko, elf jaar met elkaar getrouwd, zitten opgezadeld met een kanjer van een midlifecrisis, waar ze volgens gebaande paden een uitweg voor zoeken. Evelien heeft echter geen zin meer in haar minnaar Theo en zet hem, na lang getob, aan de dijk. De voorgestelde afscheidswip kan hij op zijn buik schrijven.

Kort daarna ontdekt Evelien op vakantie in Frankrijk dat Harko een affaire heeft. "Een blonde meid met grote tieten had de hots voor hem, het was nauwelijks te geloven. Het woord alleen al. Evelien had er nog nooit van gehoord." Het zet de boel in beweging. Harko gaat op kamers wonen en gaat aan het zwalpen. Het Doe Maar-gevoel ("Is dit alles, wat er is?") aan den lijve uitproberen, valt niet mee. Voor beiden wordt het behelpen en aanmodderen, want Harko is al even labberlottig in het beslissen als Evelien. Nadat Evelien heeft vernomen dat haar ex-minnaar Theo is gestorven en Harko's blonde Wendy geen droomdame blijkt, ziet het er toch naar uit dat Evelien en Harko opnieuw samen van wal steken. Met een stootje in de rug van Elvis Presley.

Bril kiest in Evelien voor vaak vertoonde echtelijke tribulaties, waarvoor je op het eerste gezicht moeilijk kunt warmlopen. Groots en meeslepend zijn deze levens niet. Maar onder Brils penvoering kunnen de meest doordeweekse clichés opglanzen, en meer zelfs, kunnen die clichés een weldaad zijn. Schamperen of ironiseren komt er bij Bril weinig aan te pas. Daarentegen is het onderhuidse mededogen perfect gedoseerd.

Naar goede gewoonte legt Bril in gewiekste hakbijlzinnetjes een hele geschiedenis bloot, met middenin vaak nog een binnengesmokkelde uitval die haarscherp zegt waar het op staat. Op het hoogtepunt van de echtelijke crisis staat het er bijvoorbeeld zo: "Hij was weer over zijn gevoelens begonnen. Dat hij niet wist of hij zo wel door kon gaan, dat hij 's nachts wakker lag met het idee dat hij zijn leven verspilde, dat hij zich gevangen voelde, dat hij ruimte nodig had. Evelien had hem uitgelachen. Ze had het nu wel genoeg gehoord. Een man die twijfelde, had eigenlijk zijn beslissing al genomen, maar durfde haar niet uit te voeren.

'Schijthuis' had ze geroepen, 'je weet al lang wat je wilt. Hoepel nou maar gauw op naar die meid van je! Ga maar lekker met haar over het leven nadenken. Lul!'

Hij sliep die nacht op de bank.

En Evelien op een Seresta."

Niet altijd wordt de soep zo heet opgediend. Er is veel gedub, veel gedrein van de kinderen, veel rondgefiets en veel heen en weer getelefoneer. Erg accuraat in de huwelijkscrisis is de functie van de mobiele telefoon, als geniepig instrument van ontrouw en stil verraad. Zoals altijd zijn Brils (telefoon)dialogen om vingers en duimen bij af te likken: "Waar was je de hele avond?" vroeg ze nu. Woede welde in haar op. 'Hoezo? Nergens. Hapje eten', antwoordde Harko vaag. Meteen informeren naar het waarom van een vraag, daarna alles ontkennen, tot slot een onvolledig antwoord. Story of her life. Evelien ontplofte zowat. 'Je dochter had je nodig. Ze heeft je gebeld, maar je nam niet op. Je was er niet.' 'Ik was er wel. (...)'"

Vermakelijk zijn de guest appearances van Bekende Nederlanders als Jan Mulder, Connie Palmen ("Connie Palmen stootte een glas wijn om, wat enorme commotie bij het bedienende personeel veroorzaakte") en Hans van Mierlo ("Ze zag Van Mierlo even naar haar kijken. De oude minister zag er versleten uit").

Het is evenwel niet altijd raak. Het verbaast niet dat er in Evelien ook een paar stukjes zitten die zonder veel pit de opstekende dreinerigheid van het hoofdpersonage lijken te weerspiegelen ('Vijf voor halftwee'). Andere fragmenten tikken meteen aan (bijvoorbeeld het briljante 'Hoe ik mijn verjaardag vierde', met een titelknipoog naar Campert, en 'De luizen van Zappa'). Volgens de spelregels van het aan Hemingway ontleende adagium "easy reading is hard writing", heeft Bril aan bepaalde stukken zo geschaafd en geschuurd dat ze amper een komma beter kunnen (de vakantiehuisellende in 'Als het onkruid bloeit', met de titel die dan weer naar Boon verwijst).

Hoe uitzichtloos het er allemaal soms uitziet voor Evelien, door het folium van Brils stijlvermogen blijft de ellende iets lichtvoetigs behouden. "We zijn verliezers en we weten het. Maar dat is nog geen reden om de moed zomaar te laten zakken", schreef Aleid Truijens in de Volkskrant ooit over Brils werk. Die vaststelling gaat eveneens op voor Evelien.

Toch lijkt Evelien Van Brakem als fictionele figuur haar beste tijd te hebben gehad. Zij is een tikje te contourloos, springt te weinig uit de band, is welbeschouwd een beetje te schraal (net als haar Harko eigenlijk). Ik betwijfel of Bril Evelien ooit weer zal opvissen. Bril laat het afhangen van het succes. In Vrij Nederland dacht hij onlangs al vooruit: "Ik denk erover om een serie over een nieuwe figuur te maken. Een jonge vrouw van vijfentwintig, single. Een soort Bridget Jones, maar dan beter geschreven, zoals Sex in the City. Zij is er eigenlijk al: Roos, de jongere zuster van Harko."

Een andere zweem van ontgoocheling is na lezing van Evelien evenmin uitgesloten. Hoezeer Bril zijn best heeft gedaan om dit boek als een roman te concipiëren, toch blijft het gek genoeg in zijn voordeel om de stukken als verzamelde columns te blijven beschouwen. Het lijmwerk en het aanbrengen van een chronologie heeft her en der haperingen nagelaten. Sommige stukjes willen zich zichtbaar niet voegen naar de pasvorm van de roman. Voor een roman vind ik Evelien bij momenten te flets en te weinig body hebben. Net echt, maar net niet echt genoeg.

Omdat Evelien een te weifelende roman is, suggereerde Max Pam in de Haagse Post dat Bril er nu beter aan zou doen een tijdlang geen columns te schrijven: "Een jaar met alles stoppen en een grote roman schrijven, zou dat iets zijn?" Bril heeft in NRC Handelsblad van vorige vrijdag een onrechtstreeks antwoord gegeven op Pams opwerping. Daarin ventileert Bril in de serie 'Het beslissende boek' zijn bewondering voor Remco Campert, meer bepaald voor het "heel erg geslaagde tussendoortje" De Harm en Miepje Kurk Story uit 1983 en zegt: "Campert is een auteur waarvan ze jarenlang dachten dat hij een grote roman zou schrijven en hij heeft dat ook wel een aantal malen geprobeerd maar het is er nooit van gekomen. Dat is helemaal niet erg." Wat hij over Campert oppert, is misschien ook ooit op hemzelf van toepassing. Bril besluit monter en geheel 'Olympisch' van teneur: "(...) Je kunt maar beter gewoon zo hard mogelijk je best doen en zo goed mogelijk werken, en je verder geen zorgen maken over wat de geleerden er van vinden, ik bedoel, die hebben er toch geen verstand van."

Ik wil er niet aan denken hoe je een jaar doorkomt zonder de columns van Martin Bril.

De columns van Martin Bril in 'Het Parool' kunt u nalezen op de website van de krant: http://www.parool.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234