Maandag 26/07/2021

Is de Great American 9/11-novel nu geschreven?

Op de tiende verjaardag liggen de boekenrekken vol fictie over de dag die Amerika nog altijd in zijn greep houdt. Blijft de prangende vraag: is de ultieme roman die het hele drama omvat en overstijgt nu eindelijk geschreven?

Ik zag geen lichamen vallen. Tenminste, dat denk ik toch. Op dat moment van paniek, een moment waarop de dood een absolute mogelijkheid leek, daar in mijn woonkamer, twee blokken van het World Trade Center vandaan, te dichtbij om erachter te komen wat er aan de hand was achter dat dwarrelende papier en de glasscherven, afwegend of ik weg moest rennen of juist binnen moest blijven, op dat moment heb ik misschien wel meer - of minder - gezien dan ik me herinner. Wat ik wel zeker weet is dat ik vele weken later, dicht bij waar de barricade van de National Guard had gestaan aan het eind van de straat, venters foto's van lichaamsdelen heb zien verkopen. Hoe kun je je geheugen vertrouwen - of je ogen - als je halvelings verwacht dat elk laag vliegend vliegtuig in het gebouw zal smakken, als elke ongerept blauwe hemel de opmaat lijkt voor rampspoed?

Privédrama

Mijn 11 september was een verloren, onheroïsche dag. De avond tevoren had ik een punt gezet achter een negenjarige relatie. Uren later werd ik wakker met brandende torens. Mijn privédrama reflecteerde griezelig een veel grotere ramp in de fysieke en politieke wereld. Ik verliet mijn appartement die ochtend net voor de torens instortten en verhuisde in de twee jaar daarna zeven keer naar een ander appartement. In de tijd dat mijn hebben en houden in plastic zakken zat, leek mijn werk - de studie van fictie - totaal betekenisloos.

Toch had ik geluk. De dochter van een vriendin van me stierf die dag in het World Trade Center. De 9/11 van mijn vriendin en die van mij hebben weinig met elkaar te maken. Mijn ervaringen betroffen vergeleken met die van haar banale details, zoals huisvesting en nachtmerries. Dit is niet het grote drama waarover je leest in kranten - verhalen van mensen die familieleden verloren, verhalen van reddingswerkers - maar het is misschien wel typisch voor de kleinere verhalen die minder aan bod kwamen in de journalistiek en non-fictie.

Voor Amerikanen, en zeker New Yorkers, zijn de tekenen van 11 september tien jaar na de feiten nog alom: onze kranten, onze luchthavens, onze bioscopen, onze muziek, onze televisie, onze graffiti - zelfs onze tattoos. Sommigen beginnen 9/11-moeheid te vertonen. Maar de gestage aanvoer van boeken over de gebeurtenis geeft aan dat er nog altijd sluimerende vragen zijn, onopgeloste kwesties, of verhalen die tussen de plooien van de krantenkoppen vallen maar wel verteld moeten worden. Zulke verhalen hebben hun eigen archivarissen: fictieschrijvers.

Geen enkele gebeurtenis in de Amerikaanse geschiedenis werd zo snel getransformeerd tot fictie, ook al vroegen critici zich af of er genoeg tijd overheen gegaan was om betekenisvolle literatuur over 9/11 voort te brengen. De eerste golf van 9/11-fictie richtte zich vooral op heroïek, verlies en rehabilitatie, en las als nauwelijks gemaskeerde memoires. Eerst was er poëzie, daarna volgden drama en korte verhalen. Toen kwamen de romans. Momenteel bestaat er een enorm corpus literatuur dat 9/11 verwerkt of als thema heeft, en elke dag komt er nog nieuw werk bij.

De roman, als volgehouden vertelling van een overtuigend samenhangende (of overtuigend onsamenhangende) verbeelde wereld, roept esthetische en politieke vragen op over de mogelijkheid om historische gebeurtenissen op te nemen in een fictioneel kader. Kan 9/11 fungeren als achtergrond, of wordt het automatisch voorgrond? Is elke representatie van 9/11 noodzakelijk een daad van culturele kritiek? Heeft de romancier bepaalde verplichtingen aangaande waarheidsbetrachting als hij het heeft over 9/11, zelfs binnen een fictioneel universum?

De verwachtingen zijn hooggespannen als een Amerikaanse romanschrijver met renommee als sociaal chroniqueur zich waagt aan 9/11. Maar bijna altijd waren critici teleurgesteld in het resultaat - te rigide, te gratuit, te direct, te sensationeel. In een zoveelste poging gaan we nog maar eens op zoek naar de Grote Amerikaanse Roman over 9/11. Zoals in Waiting for Godot is niet meteen duidelijk waarop we allemaal aan het wachten zijn (historische weerklank? beklijvende directheid? collectief of persoonlijk inzicht?), en of we hem zullen herkennen als we hem tegenkomen.

Twee van de belangrijkste 9/11-romans tot nog toe zijn Extremely Loud and Incredibly Close (Extreem luid en ongelofelijk dichtbij) van Jonathan Safran Foer en Falling Man van Don DeLillo. De eerste gaat over een negenjarige jongen die de dood van zijn vader in het World Trade Center probeert te verwerken. Het boek staat vol mysterieuze blanco passages, cryptische beelden en onontcijferbare palimpsesten die staan voor de inspanningen van het personage om de wonden van het verleden te verwerken. De controversiële conclusie van Foer is een flipboekje waarin een man naar boven valt van het World Trade Center: woorden ruimen plaats voor beelden. Ook al is Foers metafictie ontroerend, toch komt het boek in het algemeen wat geforceerd over; de romancier zoekt nieuwe manieren om dit verhaal over een trauma te vertellen en zoekt onhandig een compromis tussen de echte en fictionele wereld.

Falling Man van Don DeLillo was een van de romans over 9/11 waarnaar het hardst werd uitgekeken. Geen enkele levende auteur leek beter geschikt: DeLillo had eerder al episodes uit de Amerikaanse geschiedenis zoals de moord op Kennedy en de Koude Oorlog aangepakt, de machinaties van het kapitalisme, het internationaal terrorisme en de postmoderne mediacultuur. DeLillo roept het landschap van een verdoofd Manhattan op in de nasleep van de aanslagen, en geeft zijn personages een taaltje dat past bij hun versufte toestand. De roman hanteert een gedempte toon, en DeLillo valt vaak terug op 9/11-clichés: "Dit zijn de dagen erna. Alles wordt tegenwoordig gemeten aan het erna." Terwijl de meeste schrijvers het verhaal van de terroristen gescheiden hielden van de verhalen van de slachtoffers, mengt DeLillo de verhalen van de overlevenden met hoofdstukken die een jonge terrorist volgen, een collega van Muhammad Atta, van Duitsland naar Florida en New York. De daders van DeLillo zijn aanwezig, maar ze blijven op een afstand en worden niet uitgewerkt; het ritme van hun gedachten is gestileerd en abstract. Falling Man is ambitieus en verreikend - elke kant van het verhaal wordt verteld - maar de roman veegt de bloedstollende paniek van die ochtend onder de mat.

Zo irreëel

Beide romans illustreren hoe moeilijk het is over 9/11 te schrijven. De gebeurtenissen zelf waren zo irreëel dat fictie bijna overbodig lijkt. Welk aspect van die schokkende opeenvolging van gebeurtenissen - de meest gefotografeerde ooit, die vele mensen live volgden op televisie - kan de literatuur voor zichzelf opeisen? Het is zelfs zo dat sommige van de belangrijkste Amerikaanse teksten over 9/11 niet zozeer fictie maar non-fictie zijn: de necrologieën in The New York Times onder de titel 'Portraits of Grief', die via persoonlijke details mensenlevens opriepen, het 9/11 Commission Report, dat bijwijlen leest als een pakkende thriller, het onderzoeksessay van Tom Junod in het magazine Esquire, 'The Falling Man', dat op zoek gaat naar de identiteit van een persoon die werd gefotografeerd terwijl hij naar beneden tuimelde uit een toren. Die documenten proberen allemaal het surrealistische van 9/11 te beschrijven of te verklaren, maar geven ook aan wat niet geweten is. Met zoveel vindingrijkheid in non-fictie was niet meteen duidelijk welke rol nog was weggelegd voor fictie.

Een andere complicatie voor Amerikaanse romanschrijvers was dat de verwachtingen zo hooggespannen waren om op een bijzondere manier over 9/11 te schrijven dat het heel moeilijk werd de verbeelding helemaal de vrije loop te laten en voort te bouwen op de gebeurtenissen van die dag. In haar recensie uit 2006 van het boek van Jay McInerney, The Good Life, een verhaal over bourgeois inwoners van Manhattan van middelbare leeftijd, merkte Joyce Carol Oates op dat "heel weinig fictieschrijvers de uitdaging zijn aangegaan, en nog minder zich in de buurt wagen van de eigenlijke gebeurtenis; 11 september is een soort Holocaustonderwerp geworden, gewijde grond die je betreedt met ontzag, een siddering en bijna omzichtig".

Cynische reactie

Ook al zijn Amerikaanse schrijvers niet meer terughoudend om over 9/11 te schrijven, toch hebben er maar weinig de torens echt bezocht - zoals de Franse auteur Frédéric Beigbeder doet in Windows on the World, waarin hij zich afvraagt wat er gebeurd moet zijn tussen 8.30 en 10.29 uur - of zich in de nabijheid van het geweld gewaagd. De meeste Amerikaanse prozaschrijvers hebben meer aandacht voor de nasleep, alsof de gebeurtenis zelf behoort tot de non-fictie of de fotojournalistiek. Rouw en melancholie zijn vaker de teneur van Amerikaanse 9/11-romans dan gruwel.

Er zijn ook Amerikaanse romans die een ander - duisterder, vreemder, complexer - verhaal vertellen. De komische roman A Disorder Peculiar to the Country van Ken Kalfus gaat over een scheidend koppel, waarbij beide partijen geïntrigeerd zijn door de gedachte dat de ander de dood vond in de torens of op een van de gekaapte vliegtuigen. In de satirische roman The Zero van Jess Walter brengt 9/11 de gladde opportunist in ons allen boven. Een politieman wordt benaderd door een impresario die hem op het hart drukt zijn verhaal te verkopen om gebruik te maken van "die cyclus van opportuniteiten: eerst complottheorieën, kinderen en dieren, dat soort rommel; dan de achtergrondverhalen, hij noemde het het thuisfront... en daarna het grote geld - thrillers... Na thrillers komen verjaardagen: vijf jaar, tien, en het grote geld... nostalgie." Beide romans staan voor een cynische maar niet minder legitieme reactie op de culturele assimilatie van 9/11.

De Amerikaanse kritiek had vooral een boontje voor romans die 9/11 indirect of allegorisch benaderen, of voor elegante realistische teksten die 9/11 beschouwen als een gebeurtenis die kaderde binnen een ruimer sociaal landschap en niet te hard inzoomden op de gebeurtenissen zelf. Zo werd het postapocalyptische verhaal The Road van Cormac McCarthy, waarmee hij een Pulitzer won, sterk geprezen als een indirecte reactie op 9/11. The Emperor's Children van Claire Messud en Netherland van Joseph O'Neill nemen 9/11 op als een episode in een panorama van vertellingen. In A Visit from the Good Squad van Jennifer Egan, ook een Pulitzerprijswinnaar, kijkt een personage in een verhaallijn die handelt over het verleden van een muzikant naar de stad en naar de "lege ruimte waar de Twin Towers gestaan hadden. 'Daar zou iets moeten staan', merkt ze op. 'Als een echo. Of een contour.'" Waarna het verhaal gewoon doorgaat.

Geen literaire vernieuwing

The Submission van Amy Waldman is de laatste roman die poogt 9/11 te kaderen in een groter geheel. Waldmans slimme, grappige roman wijzigt de recente geschiedenis enigszins en gaat ervan uit dat een islamitisch architect de wedstrijd heeft gewonnen om een nieuw ontwerp te maken voor Ground Zero, wat een storm van protest teweegbrengt. Waldman bewijst dat ze de kneepjes van het vak kent als voormalig journalist van The New York Times en schetst heel herkenbare New Yorkse typetjes: een 'sterweduwe' van 9/11, geslepen lokale politici, een cartoonesk boze Ierse Amerikaan, de typische tics van de New Yorkse pers met haar woordspelerige koppen zoals 'ADDING ISLAM TO INJURY?'.

The Submission vindt een mooi evenwicht tussen gevatte dialoog en meer bedachtzame overpeinzingen over de praktijk van het zich herinneren. Toch voelt het heel lokaal aan, en het biedt geen literaire of narratieve vernieuwing. Zal The Submission over 30 jaar nog gelezen worden? Zal het buiten Amerika gelezen worden?

Schrijvers behandelen 9/11 alsmaar vindingrijker, maar hier speelt tijd wel degelijk een rol. Het historisch momentum is nog niet 'voorbij', noch temporeel, noch psychologisch. Manhattan wordt nog altijd heropgebouwd. De internationale gevolgen van die dag blijven zich ontwikkelen, verplaatsen, verdiepen. Het terrein is nog in aanbouw en daardoor ook de vertellingen. Misschien neemt het verhaal binnenkort een wending die voor altijd zal veranderen hoe we 9/11 begrijpen. Misschien komt de Grote Roman over 9/11 wel niet uit Amerika...

Door een speling van het vastgoedlot woon ik nu in een appartement met uitzicht op Lower Manhattan en die jaap waar vroeger het World Trade Center stond. De nieuwe wolkenkrabber klimt traag maar gestaag naar boven. Elk jaar licht de Tribute of Light onze huiskamer op. De spooktorens vullen de skyline met droefenis maar ook met een enorm gebaar van publieke kunst. Geen enkele roman evenaart de vormelijke en emotionele kracht van die stralen. Door hun evocatie van afwezigheid en aanwezigheid vertegenwoordigt deze sculptuur van ontastbare monumentaliteit het verleden, het heden en de toekomst, wat verloren is gegaan (mensen, mogelijkheden, de illusie van veiligheid) en wat had kunnen zijn. Elk jaar weer ben ik onder de indruk en gerustgesteld bij hun aanblik. Elk jaar weer wil ik dat ze elke maand, elke nacht zelfs, oplichten. En elk jaar weer ben ik blij dat ze weer weg gaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234