Dinsdag 27/10/2020

Interview

Iron Maiden-zanger openhartig: "Die kanker was een boeiend ongemak"

Beeld RV

'De grootste nicheband ter wereld.' Zo omschrijft zanger Bruce Dickinson (57) Iron Maiden, en dat is de spijker op de kop. De groep houdt zich ver van de mainstream, maar verkoopt miljoenen platen en vult op elk continent de grootste stadions. Ook nu Dickinson 'zijn kloteziekte' overwon. 'We hebben nooit onze ziel verkocht.'

Het jaar 2015 had een feest moeten worden voor Iron Maiden. De band bestaat veertig jaar, en zou dat vieren met een nieuwe cd én een grootschalige jubileumtournee. Maar in februari liet Bruce Dickinson weten dat hij aan tongkanker leed, waardoor zowel de plaat als de geplande concerten onmiddellijk on hold werden gezet. Het nieuws kwam behoorlijk aan in het metalmilieu, want de voorbije decennia is Iron Maiden uitgegroeid tot een van de grootste rockbands in de geschiedenis. En vooral: het aandeel van showman Dickinson valt daarbij niet te onderschatten.

Toen hij in '93 uit de band stapte, leek dat de doodsteek voor de vaandeldragers van de zogenaamde New Wave Of British Heavy Metal. De platen met vervanger Blaze Bayley lieten niet meteen een blijvende indruk na, en zes jaar na de split werden de plooien met Dickinson weer glad gestreken. Sindsdien lijkt er geen maat te staan op de populariteit van de groep. Op de koop toe heeft de zanger naast de groep nog een reeks bezigheden die eveneens tot de verbeelding spreken. Zo is Dickinson een piloot in actieve dienst, was hij lange tijd één van de beste schermers van Groot-Brittannië, én werkte de inmiddels zevenenvijftigjarige Brit lange tijd als presentator voor BBC Radio 6. Twee jaar geleden startte hij ook nog eens zijn eigen biermerk op, dat inmiddels in meer dan veertig landen verkocht wordt. Een kleurrijk figuur dus. En iemand die niet stil kan zitten.

Ik ontmoet Dickinson in Parijs, de plek waar hij samen met de rest van de band vorig jaar The Book Of Souls opnam, de zestiende cd van de groep, en meteen de eerste dubbelaar. Dat de plaat met bijna zes maand vertraging nu toch verschijnt, heeft een reden: Dickinson werd onlangs helemaal kankervrij verklaard. Een opluchting. "Volgens mijn dokter heb ik 95 procent kans dat ik de eerstvolgende tien jaar niet opnieuw kanker zal krijgen. Dat is méér dan voor ik ziek werd."

Hij zegt het met een knipoog, maar geeft tegelijk toe dat hij de laatste keer met een flink ei in de broek onder de scanner is gegaan. "Omdat die uitsluitsel zou bieden op de vraag of de behandeling gewerkt had. Dat bleek gelukkig het geval. De tumor was helemaal weg."

Beeld RV

Wikipedia-tumor

Dickinson zat halfweg de opnames van de nieuwe plaat toen hij eind vorig jaar een gezwel in de nek voelde. En meteen was er argwaan. "Ik weet hoe het voelt om een zere keel te hebben. Of wat het is om verkouden te zijn. Een keelontsteking heb ik ook al eens gehad. Maar dit was anders. Nog diezelfde avond ben ik wat gaan neuzen op Wikipedia. Er bleven twee diagnoses over: een virus, of een tumor. Wellicht in mijn tong.

"Gezien mijn leeftijd, en het feit dat ik nooit gerookt heb, leek de laatste optie de meest plausibele. Alleen: ik moest de volgende drie weken nog een hoop nieuwe songs inzingen, dus ik maakte mezelf wijs dat het vanzelf wel zou overgaan. Pas op de laatste opnamedag hebben we er een Franse dokter bij gehaald.

Na zijn onderzoek besloot hij meteen dat ik de volgende drie dagen een CAT-scan, een MRI én een biopsie moest ondergaan. Toen wist ik het zeker: this was no regular cold."

Terug in Groot-Brittannië bleek zijn medisch team behoorlijk onder de indruk van de vechtlust waarmee Dickinson de kanker te lijf ging. "Ze vonden dat ik er nogal licht overheen ging", knikt de zanger. "Maar hoeveel opties heb je in zo'n geval? Natuurlijk: ik had over de grond kunnen liggen rollen en blaffen als een hond. Alleen zou dat mijn probleem niet oplossen. In plaats daarvan deed ik mezelf een nieuwe fulltime job cadeau: die kloteziekte bekampen tot ze er met de staart tussen de benen vandoor zou gaan."

De zanger vond een oncoloog die ook van Rush (Canadese band die Iron Maiden beïnvloedde, red.) hield, en gezien hij niets anders om handen had, begon Dickinson zich in te lezen. "Ik zag het als een gelegenheid om zo veel mogelijk over kanker te leren. Ik besefte heel goed dat het levensbedreigend kon zijn, maar alleen als aan het eind van de rit zou blijken dat de behandeling niet gewerkt had. Tot het zover was, vond ik het vooral een boeiend ongemak. Omdat mijn leven erdoor overhoop werd gehaald, en de rest van de groep daar ook hinder van ondervond."

Als ik 'm vraag wat hem het meest is bijgebleven, hoeft Dickinson daar niet lang over na te denken. "Twee dingen. Eerst en vooral: ik wist niet dat iets zoveel pijn kon doen. Daar was ik écht van onder de indruk. En aan het einde van de behandeling was ik totaal op. Uitgeput. Leeg. Ze hadden me gewaarschuwd dat ik door de chemo veel gewicht zou verliezen. Dus ik dacht: Kerstmis komt eraan, ik vreet me een ongeluk. Ik woog vijfenzeventig kilo voor de bestraling begon. Daar bleven er achteraf nog zesenzestig van over. Ik had nooit kunnen inschatten dat de chemo me zo zou afmatten.

"Dat was mijn manier om ermee om te gaan: totale verwondering. Nog voor ik genezen werd verklaard, ben ik met wat vrienden op vakantie vertrokken. Eén van hen ging elke ochtend joggen, en ik dacht: vier à vijf kilometer, dát lukt me nog wel. En het is gelukt. Alleen kon ik na een paar dagen nog nauwelijks op mijn benen staan. Als je gewend bent om twee uur aan een stuk als een gek over en weer te rennen op het podium, blijft dat toch een harde reality check." Dan valt Dickinson - een spraakwaterval waar nauwelijks een speld tussen valt te krijgen - voor het eerst even stil. Dan, aarzelend. "Eigenlijk is het een positieve ervaring geweest. Zo positief als ze had kunnen zijn. En de dag dat ik kankervrij werd verklaard, was een overwinning. Alsof er tien ton van mijn schouders viel."

Maya-cultuur

Straks is het tijd om met de voorbereidingen voor de nieuwe tournee te beginnen, en Dickinson laat er geen twijfel over bestaan dat volgend jaar ook België op het programma staat. Alleen: eerst nog even aansterken. In afwachting hebben we het over het overlevingsinstinct van Iron Maiden, een band die pieken en dalen heeft gekend, maar altijd koppig door is blijven gaan. Hoe moeilijk vindt Dickinson het om relevant te blijven in een branche waar het geluid van gisteren vandaag al als passé wordt beschouwd?

"Dat is een vraag waar we nooit bij stil staan", beweert hij. "Wij blijven relevant zolang we goeie platen maken voor onze fanbase. Soms volgt het publiek niet, en dan hebben we het verknald. Los daarvan: we maken muziek waar we zélf in geloven. Het was vooraf ook niet het opzet om een dubbel-cd te maken.

't Is gewoon zo uitgedraaid. Niemand brengt nog dubbelaars uit. Platenfirma's beschouwen het als commerciële zelfmoord, en toen we het onze manager vertelden, zakte de moed hem letterlijk in de schoenen. Maar ik redeneer vanuit het standpunt van een Iron Maiden-fan: dubbel zoveel muziek, dubbel zoveel verpakking, dubbel zoveel artwork. Cool! We hebben er zelfs een song van achttien minuten opgezet. Probeer dat maar eens gestreamd te krijgen, Spotify!"

Het idee om in de privéstudio van oprichter, bassist en voornaamste songschrijver Steve Harris op te nemen, werd gauw aan de kant geschoven. Uit angst voor rondhangende fans die voortijdig opnamen zouden laten lekken, zoals in het recente verleden ook al bij U2 en de Rolling Stones was gebeurd. In plaats daarvan vonden ze een studio in Parijs, waar demo's meteen tot volwaardige versies konden worden uitgewerkt. De titelsong werd het scharniernummer van The Book Of Souls. Daarin staat de Maya-cultuur centraal, en dat schepte volgens Dickinson - een man met een scherp zakeninstinct - eindeloze mogelijkheden qua merchandise, vanaf dag één een enorme bron van extra inkomsten voor de band.

Nog een opmerkelijke vaststelling: sinds de klassieke line-up van Iron Maiden in 1999 weer bij elkaar kwam, is de band populairder dan ooit, maar de platen die als klassiekers worden beschouwd - The Number Of The Beast, Powerslave en Seventh Son Of A Seventh Son - dateren allemaal uit de jaren tachtig. Dickinson knikt. "We zijn wel een van de weinige bands van wie de platenverkoop ook nu nog stand houdt, en qua aantal downloads hebben we al helemaal niet te klagen. Bovendien: voor veel van onze volgers was de eerste cd die ze ooit kochten Brave New World, de plaat die we ná onze reünie uitbrachten. Die generatie fans beschouwt dat ook als een mijlpaal. Voor hen is Powerslave niet meer dan een echo uit het verleden. Dat krijg je als je veertig jaar meedraait: verschillende generaties fans wijzen verschillende favorieten aan. Ik ben vooral blij dat ons publiek zich voortdurend blijft verjongen. Onze stadions zitten vol met kids van vijfentwintig."

Radio niet nodig

Ik wil weten waar volgens hem de verklaring voor het succes van Iron Maiden ligt. "Simpel: we hebben nooit onze ziel verkocht, en maken muziek die geen enkele andere band maakt. Iron Maiden is uniek én authentiek. Ook belangrijk: niemand van ons heeft ooit bekendheid nagejaagd. Het enige waar we op beoordeeld wilden worden, was de muziek. Een risico, want het kan altijd twee richtingen uit. Ofwel willen de mensen deel uitmaken van je bende, zoals op school vroeger. Ofwel kan het niemand wat schelen, en ga je plat op je gezicht. Ons publiek vindt het gelukkig cool om tot de Maiden-stam te behoren. We zijn geen groep die bij iedereen in de smaak valt, en dat werkt in ons voordeel. Doordat onze niche groot genoeg is, hoeven we ons niets aan te trekken van de belachelijke criteria die radiozenders vandaag hanteren wanneer ze hun playlist samenstellen. Iron Maiden heeft de radio niet nodig. Ik hoef niet mee te doen aan potsierlijke realityshows om in de aandacht te blijven, en sta nooit met mijn smoel in de roddelboekjes. We hebben - kortom - het beste van twee werelden."

Klopt, allemaal. Maar tegelijk kun je er niet omheen dat het metalgenre al jaren stagneert. Vergelijk een recente affiche van Graspop - een festival waar Iron Maiden al meermaals de grote publiekstrekker was - met het programma van vijftien jaar geleden, en je komt haast zonder uitzondering bij hetzelfde handjevol topacts uit. Er zijn nauwelijks nieuwe bands die erin slagen om door te groeien tot een echte headliner. Dickinson stelt tot zijn spijt precies hetzelfde vast.

"Het zou voor iedereen beter zijn mocht er wat meer competitie zijn, ook voor Iron Maiden. Als je nu naar een metalfestival gaat, zie je toch vooral pensioengerechtigde karaokeclubjes op het podium staan. Het metalpubliek is sowieso aan de conservatieve kant. Ze zouden jonge bands meer kansen moeten geven. Kijk naar Muse. Weliswaar geen echte metalband, maar ze zouden perfect passen op een metalfestival. Ze zijn cool, relevant én hebben net als wij een enorm nichepubliek. Zo'n groep bewijst dat het nog steeds kán, vandaag. Het hoeft dus niet altijd Kiss te zijn.

"Wat wel waar is: het kost tijd voor je als band de maturiteit hebt om een groot festival af te sluiten. En... je moet minstens drie goeie platen hebben. De meeste groepen halen dat vandaag niet meer. Die derde blijft tot vandaag de moeilijkste hindernis. Als je die met succes neemt, word je als vanzelf een soort instituut. Kijk naar ons: de eerste Maiden-plaat werd goed onthaald, de tweede was wat wisselvalliger, maar met The Number Of The Beast hebben we nadien onze reputatie gemaakt. Dus dat is de vuistregel: verrassen met de eerste, de nieuwsgierigheid prikkelen met de tweede, en genadeloos toeslaan met de derde. Anders raakt het publiek zijn interesse kwijt, en mag je inpakken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234