Zaterdag 20/07/2019

VS stappen uit Iran-akkoord

Iran schaakt op vele borden: Hoe Teheran zich staande houdt in de regio

De Iraanse minister van buitenlandse zaken Mohammad Javad Zarif en de chef buitenland van de EU Federica Mogherini op 25 april in Brussel. Beeld EPA

President Trump van de Verenigde Staten heeft gisteravond het nucleaire akkoord met Iran opgezegd en wil het land opnieuw sancties opleggen. Het regime in Teheran waarschuwde eerder al dat het met gelijke munt zal terugbetalen. Vier vragen over waarom Iran vindt dat het recht heeft op zijn raketten en op invloed in de regio. 

Waarom heeft Iran een raketprogramma?

De Verenigde Staten eisen dat Iran stopt met het testen en bouwen van ballistische raketten. Daarmee zou het land namelijk zijn buurlanden, Israël of de talrijke Amerikaanse legerbases in het Midden-Oosten kunnen raken.

Maar in de ogen van de Iraanse leiders zijn de raketten noodzakelijk voor zelfverdediging. Wie het Iraanse standpunt wil begrijpen, moet terugkeren naar 1980. De Iraakse dictator Saddam Hoessein begon toen een oorlog tegen Iran. Hij hoopte zo te profiteren van de chaos in zijn buurland. In 1979 hadden straatprotesten daar de sjah verdreven, waarna de religieuze leider Ruhollah Khomeini een islamitische republiek stichtte.

Het revolutionaire Iran bleek een taaiere tegenstander dan gedacht. Daarom zette Saddam op het slagveld gifgas in. Met ballistische raketten beschoot hij Iraanse steden. Ondanks deze vuile oorlog kon Irak op internationale steun rekenen. De Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Europese landen en Saudi-Arabië leverden wapens, grondstoffen voor gifgas en inlichtingen.

Iran was internationaal geïsoleerd, maar slaagde er wel in om eigen raketten te kopen van andere internationale buitenbeentjes zoals Libië en Syrië. Dit was ook het begin van een vriendschap met het Syrische Assad-regime die tot vandaag voortduurt.

Sindsdien hecht Iran aan ballistische raketten. Onder de sjah had het land een modern leger met Amerikaanse straaljagers en tanks. Maar als internationale paria die een dure en bloedige oorlog had gevochten, moest Iran iets anders bedenken. Het land koos voor een raketarsenaal dat steden of industrie van mogelijke vijanden in de regio kan raken. Dat moet een potentiële nieuwe agressor afschrikken.

Is Iran uit op een conflict?

In het begin wilden de nieuwe machthebbers in Teheran hun Islamitische Revolutie graag exporteren. Hoewel Iran een loodzware oorlog uitvocht met Irak, stuurde het land bijvoorbeeld schaarse elite-eenheden naar Libanon. Zij hielpen bij de oprichting van Hezbollah in de strijd tegen bezetter Israël. Iran en Hezbollah zaten begin jaren negentig hoogstwaarschijnlijk ook achter aanslagen op Joodse doelen in Argentinië.

Maar deze eeuw is het revolutionaire vuur afgezwakt en opereert Iran voorzichtiger. Het land moet er namelijk serieus rekening mee houden dat het zelf aangevallen wordt. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu waarschuwt regelmatig dat zijn land desnoods op eigen houtje het Iraanse nucleaire programma bombardeert. De Israëlische luchtmacht beschikt ook over de middelen om de daad bij het woord te voegen.

Ook een Amerikaanse aanval is voorstelbaar. De nieuwe Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton heeft in het verleden regelmatig opgeroepen tot een interventie in Iran. Dat standpunt deelt hij met andere haviken in de Republikeinse Partij. En waar Israël slechts in staat is tot een beperkt luchtoffensief, hebben de Amerikanen een sterk leger dat Iran met een grondoffensief kan binnenvallen.

Dat heeft Washington deze eeuw al bij twee buurlanden van Iran gedaan. In 2001 moesten de Taliban in Afghanistan eraan geloven, en in 2003 werd Saddam Hoessein uit Irak verdreven. De Iraanse strijdkrachten zijn dan ook niet zozeer toegerust om andere landen binnen te vallen, maar vooral om het een invasiemacht moeilijk te maken. De marine van de Revolutionaire Garde heeft bijvoorbeeld kleine snelle bootjes, anti-schipraketten en zeemijnen om te voorkomen dat een tegenstander veilig in de Perzische Golf kan varen.

Omdat Iran geen grote interventiemacht naar het buitenland kan sturen, behartigt het zijn belangen op een onorthodoxe manier. Daarbij moet Teheran vaak schipperen tussen meerdere onaantrekkelijke opties. De fundamentalistische soennitische Taliban waren een vijand van het sjiitische Iran, dus hun val was een opsteker. Tegelijkertijd is een sterke pro-Amerikaanse regering in Kaboel voor Iran geen aantrekkelijk alternatief. Daarom steunt Iran nu aan de ene kant de economische ontwikkeling van Afghanistan, maar geeft het waarschijnlijk ook beperkte steun aan de Taliban bij hun strijd tegen de Afghaanse regeringstroepen en westerse militairen. Iran wilde ook niet dat de VS na 2003 tot in de eeuwigheid met militaire bases in Irak bleven. Om hen weg te krijgen hielp Iran zowel sjiitische als soennitische rebellen. Tegenwoordig heeft Iran juist belang bij een stabiele buur. Vorig jaar bemiddelde Teheran dan ook met succes in een dreigend gewapend conflict tussen de centrale regering in Bagdad en de autonome Koerdische regio.

En hoewel Israël zich in 2000 terugtrok uit Libanon, ontvangt Hezbollah nog steeds geld, training en raketten van Iran. Op deze manier heeft Teheran een bondgenoot die in een eventuele oorlog Israëlische steden kan raken. Dat is een manier om Israël wel twee keer te laten nadenken voor het besluit tot luchtaanvallen op Iran.

Lees verder onder de foto.

De Iraanse minister van buitenlandse zaken Javad Zarif (m.) geflankeerd door zijn Luxemburgse (r.) en Belgische (r.) evenknieën. Beeld Photo News

Probeert Iran de regio te domineren?

Rex Tillerson zei, voordat hij in maart ontslagen werd als Amerikaans minister van buitenlandse zaken, dat Iran een 'corridor tot aan de Middellandse Zee probeert te creëren'. Die zou bestaan uit bondgenoten in Irak, Syrië en Libanon. Een van de redenen dat Tillerson door Trump ontslagen werd, is dat hij te soft richting Iran zou zijn. De gedachte dat Iran het Midden-Oosten probeert te beheersen is dan ook wijdverspreid in rechtse Amerikaanse kringen. De Amerikaanse politicoloog Vali Nasr pleitte er dit jaar voor om het perspectief juist om te draaien. De relatieve Iraanse invloed groeit niet omdat Teheran zo machtig wordt, maar omdat het land stabiel blijft in een chaotische regio. Sinds de val van Saddam Hoessein in 2003 wordt Irak geteisterd door interne conflicten. Het land moest in 2014 zelfs Iraanse hulp inroepen om de opmars van Islamitische Staat te stuiten. Ook Syrië moest de afgelopen jaren Iran om militaire steun vragen bij de strijd tegen binnenlandse opstandelingen en jihadisten.

Iran zelf vindt dat het nu eenmaal recht heeft op invloed in de regio. Minister van buitenlandse zaken Mohammad Zarif schreef in 2014 dat zijn land erfgenaam is van de duizenden jaren oude Perzische beschaving die altijd op handelsroutes tussen oost en west heeft gelegen. Hij zou hieraan kunnen toevoegen dat zijn land over tachtig miljoen relatief goed opgeleide inwoners en een flinke voorraad fossiele brandstoffen beschikt.

Wie met die bril naar het Midden-Oosten kijkt, ziet dat Iran nog steeds vrij geïsoleerd is. Aan de overkant van de Perzische Golf zit aartsvijand Saudi-Arabië. De Verenigde Staten hebben ook nog eens grote militaire bases in Qatar en Bahrein. Aan de westgrens van Iran ligt het chaotische Irak, en aan de oostgrens Afghanistan. Dat land is de grootste opiumproducent ter wereld, waardoor er in Iran veel drugsverslaafden zijn. Ten noorden van Iran ligt dan nog de Israëlische bondgenoot Azerbeidzjan.

Zou Iran ook een Westerse bondgenoot kunnen zijn?

Na de nucleaire deal die de internationale gemeenschap en Iran in 2015 sloten, leefde zeker in Europa even de hoop op een nieuw partnerschap met Iran. Ministers van buitenlandse zaken en EU-buitenlandcoördinator Federica Mogherini togen allemaal naar Teheran voor bezoeken. Het land zou een belangrijke energieleverancier kunnen worden, en had een voor bedrijven aantrekkelijke consumentenmarkt.

Zover is het niet gekomen. Vanuit Iraans perspectief kan de nucleaire deal ook als een mislukte toenaderingspoging gezien worden. Het internationale atoomagentschap IAEA heeft meerdere malen bevestigd dat het land zich aan alle afgesproken beperkingen op zijn nucleaire programma houdt. Maar van de sanctieverlichting die daar tegenover moest staan, is nooit veel terechtgekomen.

Omdat de Verenigde Staten vanaf het begin dreigden met nieuwe strafmaatregelen tegen Iran, durfden westerse banken geen transacties met het land aan. Daarom kunnen Europese bedrijven niet makkelijk met Iran handelen, en profiteert het land economisch niet erg van de deal.

Ook eerdere Iraanse toenaderingspogingen zijn afgestraft. In 2001 steunde Iran de Amerikaanse inval in Afghanistan door inlichtingen over de Taliban te verstrekken. Teheran wilde namelijk ook best van de Taliban af. Toch bestempelde president Bush Iran twee jaar later samen met Irak en Noord-Korea tot 'as van het kwaad'.

Maar Iran zelf wil ook niet met volle overtuiging samenwerken met het Westen. Mahmood Sariolghalam, politicoloog aan de Nationale Universiteit van Iran, beschreef eerder dit jaar de twee stromingen die het buitenlandbeleid in zijn land bepalen. Aan de ene kant staat de pragmatische president Hassan Rouhani die sinds 2013 aan de macht is. Net als sommige eerdere Iraanse presidenten wil hij meer handel drijven met het buitenland. Dat is nodig om de economie aan te jagen, en de vele jonge Iraniërs een beter leven te geven.

Aan de andere kant staat de Opperste Leider in de persoon van Ayatollah Ali Khamenei. Hij is niet verantwoordelijk voor het dagelijkse bestuur van het land, maar heeft uiteindelijk wel het laatste woord over buitenlandse politiek. Khamenei wil Iran juist gesloten en geïsoleerd van het Westen houden. Een open samenleving zou op termijn namelijk het einde van Iran als islamitische republiek kunnen betekenen. Dat zou ook een einde maken aan de machtspositie van de Opperste Leider en zijn binnenlandse bondgenoten.

Tegelijkertijd proberen deze hardliners volgens Sariolghalam hun anti-Amerikaanse lijn tot een soort nationale identiteit te verheffen. Ze zijn er trots op dat ze de met Amerika bevriende sjah omvergeworpen hebben en vinden nu dat ze Iran moeten verdedigen tegen een mogelijke Amerikaanse inval.

Volgens deze lezing zouden de VS en Iran hoogstens incidentele pragmatische afspraken kunnen maken, zoals de nucleaire deal uit 2015. Echt goede relaties zijn voor Teheran niet aantrekkelijk. De religieuze leiders hebben namelijk een externe vijand nodig om in eigen land hun repressie en ondemocratische macht te rechtvaardigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden