Zaterdag 21/05/2022

'Iraanse gevangenen worden zacht als bloemen behandeld'

Arrestanten worden in Iran nog altijd mishandeld en ge�ntimideerd of gedwongen valse verklaringen af te leggen

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

De berichten over Iran gaan de jongste tijd vooral over de vraag of Teheran al dan niet een atoombom aan het produceren is. Maar ondertussen melden verschillende instanties dat de repressie van journalisten en ngo-activisten het jongste half jaar is toegenomen.

De jongste maanden zijn verhalen over Iran vooral gefocust op de vraag of Teheran al dan niet nucleaire wapens aan het produceren is. Die kwestie, zo schrijft The Economist in zijn eind vorige week gepubliceerd nummer over Iran, is een uiting van het dilemma bij de machthebbers in Teheran over de vraag of er betere aansluiting moet worden gezocht bij het Westen, wat het land economisch goed zou doen, of dat alles ondernomen moet worden om de dit jaar een kwarteeuw oude Islamitische Revolutie zuiver te houden.

Voorlopig, zo blijkt uit de berichten van Human Rights Watch, de International Federation for Human Rights of Reporters without Borders, is het harde kamp van de opperste leider, ayatollah Ali Khamenei, duidelijk het machtigst. En dat uit zich in een nog verscherpte repressie tegen internetjournalisten en ngo-activisten.

De huidige golf van repressie is eigenlijk vier jaar geleden al begonnen. Sindsdien werden zowat alle onafhankelijke publicaties verboden, met het ontslag van meer dan 1.800 journalisten tot gevolg. Tevens worden alle onafhankelijke ngo's de mond gesnoerd. Hun medewerkers worden aangehouden, gemarteld en vaak wegens schijnmisdaden als 'morele misdrijven' veroordeeld. De huidige campagne tegen de internetjournalisten en weblogs is in zekere zin het sluitstuk. Het internet is het enige nog resterende kanaal voor kritische stemmen in Iran.

Sinds september, zo schrijft Human Rights Watch, zijn al meer dan twintig internetjournalisten aangehouden. Het gros van hen werd mishandeld en vervolgens op borgtocht vrijgelaten, zonder dat een duidelijke beschuldiging werd geformuleerd.

Op 10 december schreef Ali Mazroi, de voorzitter van de Iraanse journalisten, ex-parlementariër en vader van een van de onlangs weer vrijgelaten reporters, een brief aan president Khatami. Daarin beschuldigde hij de gerechtelijke autoriteiten van mishandeling en intimidatie van arrestanten.

Een dag later al nam de openbare aanklager van Teheran, de erg gehate Saeed Martazari, van wie de International Federation for Human Rights schrijft dat zijn betrokkenheid bij tal van martelingen vaststaat, de nodige maatregelen. Hij liet de voorzitter van de journalistenbond beschuldigen van laster en ontbood drie pas vrijgelaten journalisten. Zij werden, samen met een journalist die nog altijd vast zit, gedurende drie dagen acht uur per dag ondervraagd. Het kwam kort gezegd hierop neer: hij wilde dat de reporters voor hem zouden getuigen. Waren ze daar niet toe bereid, dan riskeerden ze jarenlange celstraffen.

Op 14 december werd op de staatstelevisie een merkwaardige persconferentie uitgezonden. Daarin getuigden de vier journalisten dat ze in detentie 'zacht als bloemen' waren behandeld, dat ze een kamer van 30 vierkante meter hadden (en dus niet een isolatiecel ter grootte van een ruime doodskist), en dat ze over een kleuren-tv beschikten.

Human Rights Watch zegt over voldoende bewijzen te beschikken waaruit blijkt dat gedetineerden geen toegang tot advocaten hebben, systematisch worden gemarteld en van alle medische zorg verstoken blijven. De druk op hen is zo groot dat velen zelfmoordneigingen hebben.

Het gros van de 'werknemers' in de al dan niet clandestiene gevangenissen zijn voormalige veiligheidsagenten, die door Khatami op het einde van de jaren negentig werden weggezuiverd en die vervolgens op de loonlijst van de gerechtelijke autoriteiten terechtkwamen.

Het maatschappelijke klimaat in Iran is er niet alleen een van repressie maar ook van straffeloosheid. De moordenaars van verschillende intellectuelen eind 1998, begin 1999 en van de Canadees-Iraanse fotografe Kazemi in detentie vorig jaar juli zijn nog altijd niet gestraft. Integendeel, Akbar Ganji, de bekende journalist die over de moorden van eind jaren negentig verschillende artikels schreef, zit sinds april 2000 in de cel.

Tevens blijkt dat het feit dat de Iraanse mensenrechtenactiviste en gewezen rechter Shirin Ebadi vorig jaar de Nobelprijs voor de vrede kreeg, niet veel indruk maakt bij Khamenei en de zijnen. Ebadi nam samen met haar collega's de verdediging voor Kazemi op zich, maar in juli van dit jaar werd de betrokken veiligheidsagent vrijgesproken. Enige weken later zei de overheid dat 'het een ongeluk was', en het is onduidelijk of Ebadi's plannen om de zaak aanhangig te maken bij het Opperste Gerechtshof sindsdien enig effect hebben gehad.

"De Iraanse leiders", zo schrijft The Economist, "hebben duidelijk een legitimiteitsprobleem. Nog maar 15 procent van de bevolking steunt hen, bij de frauduleuze parlementsverkiezingen van februari kwam in Teheran nog geen kwart van het electoraat opdagen en nationaal kwam men evenmin boven de helft uit. Iraniërs stemmen momenteel met hun voeten: ze verlaten naar rato van 200.000 per jaar het land."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234