Zondag 29/11/2020

Iraanse en Afghaanse ritmen om van te watertanden

Momenten van goddelijke vervoering in Clubtent en op het Danspodium

Van onze medewerker

Antoine Légat

'In every life a little rain must fall". Of nog: "Als het in Parijs druppelt, gaan in Boechout de hemelsluizen open." Die en andere ironische opmerkingen waren vrijdag en zaterdag legio. De schitterende affiche ten spijt zal men zich Sfinks 2000 uitsluitend herinneren als "het festival dat in het water viel". Tja, er zijn grenzen, ook aan het moreel. De dame die we vrijdagmiddag op de trein ontmoetten en die ons programmaboekje verslond op zoek naar de betere acts, zagen we zaterdagavond weer, ergens tussen het openluchtpodium en de Clubtent, onder een immer dreigend wolkendek. Ze stond verkleumd en redelijk nat pissed off te wezen, haast geïmmobiliseerd, tot de knieën in de modder. Grenzen, jawel. En als je er een paar uurtjes later niet eens in slaagt die Clubtent te bereiken om Miguel Poveda en gezelschap zo heerlijk de flamenco te horen en zien bedrijven, dan is de maat vol en kun je nog maar weinig doen. Water-tanden bijvoorbeeld. En ergens gaan schuilen en samen met een stel totaal onbekenden lol trappen. "Want in België regent het slechts bij vlagen, mevrouw. En wat drink je? Nog een watertje?"

Toch ging het festival 'gewoon' door, want in de Clubtent en de Danstent, die onze bijzondere aandacht genoten, vielen er wel degelijk heerlijke klanken te horen. We moeten streng zijn en niet alles kan aan bod komen, maar dit waren onze sleutelmomenten.

Het Iraanse Trio Chemirani, of hoe je een vol uur mensen kunt boeien met louter percussie. Virtuositeit en verfijning: zij gaan goed samen in de Perzische traditie waar de zarb of tombak het hoge woord voert. Die laatste benaming is overigens een klanknabootsing: de tombak is een handdrum, gemaakt van een stuk hout en overspannen met geitenhuid, die een brede waaier van klanken produceert in handen van bedreven muzikanten. Vader Djamchid Chemirani en zijn zonen Keyvan en Bijan vertrekken van de etherische maar tegelijk erg ritmische Perzische poëzie. De nieuwe ronde Clubtent is daarbij een hele verbetering: je kunt van veel dichterbij dan voorheen de artiesten aan het werk zien. Hoe statisch de act van de familie Chemirani ook is, je kunt volop genieten van hun fenomenale technische beheersing. In de gedreven passages doen ritme en klank soms denken aan rock-'n-roll. In alle opzichten klinkt deze muziek hedendaags, maar de boodschap is oeroud en van alle tijden: "Zorg goed voor jezelf, leef in het nu", zegt een twaalfde-eeuws gedicht. Als je je laat meeslepen, voel je iets van de goddelijke vervoering die aan de basis ligt van deze verzen. Een staande ovatie en een bis, het was oververdiend.

Met La Moresca verhuisden we naar de voet van de Vesuvius, om meteen weer op ontdekkingstocht te trekken rond de Middellandse Zee. Sardeense liederen, een door de omnipresente viool gestuwde tarantello en liederen waarin Oud-Griekse elementen nog prominent aanwezig zijn, afgewisseld met hilarisch gezongen stukken waar je helaas de wellicht heel ondeugende teksten niet van begrijpt. Want talenkennis staat in Italië nog steeds niet hoog aangeschreven, zo lijkt het. Ook zonder uitleg is het met La Moresca echter één lange 'Feste Mariane' dankzij de vele verschillende snaarinstrumenten en de traditionele zang. En zeggen dat Vittorio Acone en Mario Rossi begonnen vanuit een louter theoretische interesse in de muziek van Napels en omstreken. Pas in '95 werden ze uitvoerende artiesten. Met succes: de Clubtent ging ervoor uit de bol en werd bedankt met een schitterend bisnummer dat alle karakteristieken bevatte die deze formatie zo genietbaar maakt. Dat op het danspodium intussen het Braziliaanse Cabruêra het goede weer maakte, hadden we dan maar van horen zeggen. Dat heb je met een gelijktijdige programmering.

Een andere Braziliaan schitterde dan weer op het openluchtpodium en deed ons de waterellende (even) vergeten. Maar over deze briljante Lenine leest u elders meer. Tijd voor Fuerza Garifuna in de Danstent. Het pure fungezelschap uit Honduras miste echter deerlijk de zon om de mensen in beweging te zetten. Het Ensemble Kaboul had daar in de Clubtent vreemd genoeg weinig moeite mee. Vreemd genoeg, omdat je Afghanistan niet meteen associeert met vrolijke klanken. Maar deze eclectische muziek (de Indische, Perzische en Arabische invloeden leven er broederlijk naast elkaar) zuigt de aandacht door de complexe maar snel te doorgronden ritmiek, de vurige zang (Nusrat en de gawwali zijn niet veraf) en de kleurrijke instrumentatie: onder meer harmonium, santur (hakkebord bespeeld door de wel zeer goed ingeburgerde westerling Paul Grant) en de tabla zorgen voor een heerlijk Afghaans klankentapijt.

Ons viel vooral een stuk in rag jaman op met een ritme in teental (16 tellen). En het orgelpunt mocht er wezen: een duel tussen de tabla van Yusuf Mahmood en de tombak van een nog vrij jonge gastmuzikant: eerst de tabla, dan de tombak en ten slotte de beide instrumenten samen in één groots percussievuurwerk. Het was nauwelijks te horen dat dit 'slechts' een improvisatie was van lieden die elkaar nooit eerder zagen. Het verrukte publiek bleef maar smeken om een bis, maar de organisatie was onverbiddelijk: de stilaan uit de hand lopende tijdstabel eiste haar rechten op. Afghanistan staat intussen wel te blinken op onze muzikale wereldkaart.

'In België regent het slechts bij vlagen, mevrouw. En wat drink je? Nog een watertje?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234