Dinsdag 01/12/2020

Analyse

Iraakse premier ziet aanval op Iraanse generaal als een oorlogsverklaring

De Iraanse leider ayatollah Ali Khamenei met een portret van de gedode generaal Soleimani, met een familielid van de generaal.Beeld AP

Hoe gaat Irak reageren op de dood van generaal Soleimani? Terwijl Iran wraak belooft, roept in Irak, waar de Iraanse generaal is gedood, de stokebrand Muqtada al-Sadr zijn troepen al op om Amerikaanse doelen in het land aan te vallen. 

Met de dubbele liquidatie in Bagdad op vrijdagmorgen zoekt het Amerikaanse leger de grenzen van de Iraakse gastvrijheid op. De premier van Irak, Adel Abdul Mahdi, die al langer onder druk staat van machtige fracties in het parlement om de Amerikanen de deur te wijzen, ziet de Amerikaanse luchtaanval in zijn land als een oorlogsverklaring.

Mahdi sprak vrijdag van een “gevaarlijke escalatie die de lont zal aansteken van een verwoestende oorlog in Irak, de regio en de wereld”. Hij omschrijft de luchtaanval bovendien als een gruwelijke breuk in de voorwaarden waaronder het Amerikaanse leger met ruim vijfduizend militairen in Irak aanwezig is.

Irak, een land met een zwakke regering, al jaren verscheurd tussen Amerikaanse en Iraanse invloeden, is voor beide grootmachten een speeltuin waar ze elkaar kunnen bestoken ver van hun eigen thuisbasis. De Amerikaanse luchtaanval van vrijdag volgde op een week van escalaties over en weer tussen wat in Irak wel de ‘verborgen staat’ wordt genoemd: Iraakse milities, openlijk gesteund door Iran, en het Amerikaanse leger, dat sinds de val van IS in Irak opereert op een steeds wankeler mandaat.

Spoedzitting

Terwijl de Iraanse president Hassan Rohani waarschuwde dat “de grote natie van Iran wraak zal nemen”, voorzag men in Irak dat eventuele vergeldingsacties zich hoogstwaarschijnlijk ook op Iraaks grondgebied zullen afspelen. Het parlement kwam in spoedzitting bijeen. Het kantoor van Iraks belangrijkste sjiitische geestelijke, Ali al-Sistani, roept in een verklaring op tot “zelfbeheersing en wijsheid” en waarschuwt voor de “zeer moeilijke tijden” die aanbreken.

Moqtada al-Sadr, een andere invloedrijke geestelijke en een stokebrand die meestal haarfijn de politieke stemming in Irak aanvoelt, wil dat de Amerikanen Irak verlaten. Ooit liet hij zijn militiestrijders aanslagen plegen op Amerikaanse legerdoelen, maar de afgelopen jaren bepleitte hij juist onafhankelijkheid tegenover zowel de VS als Iran. Vrijdag riep hij zijn strijders op om “het land te beschermen”. 

De Amerikaanse luchtaanval lijkt een opsteker voor radicalere groepen als de hashd al shaabi, de Iraakse volksmilities. Deze milities bepleiten al langer dat het voor de Amerikanen de hoogste tijd is om te vertrekken, maar kregen daar tot nu toe de Iraakse regering niet in mee, die niet alleen onder invloed staat van Teheran, maar ook op alle mogelijke manieren wordt bewerkt door Washington.

Ondergronds verzet

De volksmilities zijn zo kleurrijk als Irak zelf, met christelijke en soennitische brigades. De harde kern bestaat echter uit een handvol sjiitische strijdgroepen die in meer of mindere mate worden gesteund door Iran met wapens, geld en training. Ze kwamen op in het ondergrondse verzet tegen Saddam Hussein of vlak daarna, om aanslagen te plegen op Amerikaanse troepen, een doelstelling die na 2008 aanvankelijk werd verlaten.

De hashd werden groot in de strijd tegen IS en genieten respect onder de Iraakse bevolking. Ze zijn politiek goed vertegenwoordigd in het Iraakse parlement en vallen onder het gezag van de premier. Maar de milities zijn ook betrokken bij wapensmokkel en ontvoeringen. Wie zich tegen hen uitspreekt, eindigt in het gunstige geval in een met Iraanse steun gerunde gevangenis. “Ik hoorde Farsi praten”, vertelde een 33-jarige sjiitische geestelijke – hij kan zijn naam om veiligheidsredenen niet zeggen – die werd opgepakt tijdens een eerdere golf van demonstraties afgelopen zomer tegen de Volkskrant. “Ik vroeg: ben ik nu in Bagdad of in Teheran?”

Zolang IS als gezamenlijke vijand in beeld was, leken de door Iran gesteunde milities en het Amerikaanse leger soms bijna bondgenoten. Tegenwoordig keren de radicalere groepen binnen de hashd zich weer – net als vroeger – met geweld tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak.

Gezuiverd

Eind vorige week pleegde een Iraakse militie, mogelijk de door Iran gesteunde Hezbollah-brigades, raketaanvallen op een Amerikaanse legerbasis bij Kirkuk. Een Amerikaanse aannemer werd daarbij gedood. Amerika reageerde met vergeldingsbombardementen waarbij 24 strijders van de Hezbollah-brigades omkwamen. Op Oudjaarsdag bezetten aanhangers van de Hezbollah-brigades ruim een etmaal lang de Amerikaanse ambassade in Bagdad. Het Iraakse leger leek dat aanvankelijk niet te verhinderen.

Vrijdagmorgen blies Amerika de auto’s op met daarin Kataib Hezbollah-leider Abu Mahdi al-Muhandis en een van zijn adviseurs, het Iraanse hoofd van de Al Quds-brigade, generaal Qassem Soleimani.

In Irak gingen de afgelopen maanden tienduizenden mensen de straat op om te protesteren tegen onder meer de groeiende Iraanse invloed in Irak. De milities probeerden deze protesten in de kiem te smoren: de hashd was vrijwel zeker betrokken bij het doden van 450 Iraakse demonstranten. De Amerikaanse executie van Al-Muhandis lijkt hun blazoen in Irak voorlopig te hebben gezuiverd. De Iraakse minister van Defensie roemde de omstreden militieleider als ‘een martelaar en een held’.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234