Zaterdag 21/09/2019

reportage

Inwoners Marshalleilanden zijn ongerust: "De zee klinkt steeds bozer"

Het atol Bikini maakt deel uit van de Marshalleilanden. Tussen 1946 en 1958 experimenteerden de VS hier met atoombommen. Beeld Getty Images

Voor de inwoners van de Marshalleilanden dient zich een enorme ramp aan: de zeespiegel stijgt als gevolg van de klimaatverandering. Terwijl ze nog niet zijn hersteld van de kernproeven die de Amerikanen er in de fifties uitvoerden. De VS gaven en geven niet thuis. 

Nerje Joseph zit op de veranda van haar uit betonblokken opgetrokken driekamerwoning die grenst aan de Stille Oceaan. Op haar schoot heeft zich een kleindochter genesteld. Het is een warme, ­windstille ochtend op het eiland Majuro, de hoofdstad van de Marshalleilanden. Golfjes botsen onschuldig tegen het muurtje van kokosnootschillen achter haar woning.

Nerje Joseph (76) is een kleine vrouw met handen die zijn vergroeid door de reuma. Ze wil graag vertellen over de 67 kernproeven die de Verenigde Staten in de buurt van haar eiland uitvoerden. Ze is eigenlijk al haar hele leven lang boos en verdrietig, maar daarover straks meer.

Eerst vertelt ze over haar buurman, de zee, met wie haar relatie verstoord is. Nog niet zo lang geleden viel ze in slaap van het zacht kabbelende geluid. Het heldere water was een vriend die gul gaf. Als haar vader er met zijn houten kano op uit trok, kwam hij terug met netten vol vis. Maar sinds een paar jaar boezemt de oceaan haar angst in. Het geluid van de zee is veranderd, de golven klinken harder, ongeduldiger. Als het stormt bonzen ze zelfs tegen de muren. Boem! Laat me erin! Boem! Ze is bang dat op een dag de zee haar woning als een aquarium zal vullen.

Nerje Joseph is op de hoogte van klimaat­verandering. Iedereen praat tegenwoordig over de stormen, die heftiger worden en de eilanden langzaam opeten. Ze wijst naar de ontwortelde palmbomen die zielloos over het smalle strand hangen.

Op de klimaattop in Bonn waarschuwde voorzitter Fiji dat een groot aantal eilandstaatjes zoals de Marshalleilanden, de Malediven en Kiribati in acuut gevaar verkeert. Door de zeespiegelstijging en de daardoor verhevigde golfaanvallen zullen tienduizend laaggelegen eilanden over dertig jaar onbewoonbaar worden, blijkt uit een nieuwe ­studie van onder andere de Amerikaanse geologische dienst USGS. De grond verzilt, waardoor zoetwatervoorzieningen ontoereikend worden.

Nerje Joseph spreekt Marshallees, maar ze heeft het over climate change: er bestaat in haar taal geen woord voor.

Tegen haar elf kleinkinderen en enkele kinderen met wie ze de woning deelt, zegt ze dat alles goed komt. Wat moet ze anders? Verhuizen is geen optie; ook al wil ze niets liever dan terug naar huis, naar Rongelap, haar eiland is onleefbaar geworden.

Spelen met zeepvlokken

De Marshalleilanden bestaan uit 29 atollen, ­ringvormige eilandenreeksen, die samen 1.200 eilandjes omvatten, verspreid over een gebied ter grootte van Mexico. Het atol Rongelap, waar Nerje Joseph opgroeide, is een ring van 61 eilandjes zo'n 700 kilometer verderop. Met een glimlach vertelt ze over haar kindertijd. Ze was 11 jaar en ze zwom tussen de vissen boven kleurrijk koraal in de ondiepe lagune. Ze dronk kokosmelk en at fruit van de pandanuspalm. Haar moeder kookte vis in de schaduw van de bomen op het ­poederwitte zand. Het leven was paradijselijk en eenvoudig.

Nerje Joseph. Beeld Anne-Gine Goemans

Was. De Verenigde Staten kozen haar ver afgelegen land uit als testgebied voor een serie kernproeven die zijn weerga niet kende. Van 1946 tot 1958 werden 67 proeven uitgevoerd met als klapstuk Castle Bravo. De krachtigste waterstofbom ooit. De proeven werden boven het atol Bikini gehouden en worden vaak vergeleken met die van Hiroshima: alsof er twaalf jaar lang elke dag de atoomkracht van Hiroshima vrijkwam.

Bewoners van Bikini werden vlak voor de ontploffing van Castle Bravo door de VS geëvacueerd, maar de bevolking op Rongelap lieten ze zitten. Op 1 maart 1954 dachten de Marshalleilanders in de wijde omtrek dat die ochtend de zon opnieuw opkwam. Nerje werd wakker toen ze een gigantische knal hoorde. Ze rende met haar familie naar buiten. De lucht kleurde dieprood en het begon hevig te waaien. Niet veel later trad de mist in en vielen er vlokken uit de lucht. Nerje en de andere kinderen dachten dat het zeeppoeder was en ­wreven de vlokken in hun haren. Met een hand wrijft ze over haar hoofd. Nog voordat de zon onderging, zaten veel eilandbewoners onder de brandwonden en braakten ze hun magen leeg. Ze hadden geen idee wat er aan de hand was.

Twee dagen later kwam er een schip vol blanke mannen. Voor het eerst zag Nerje een wit mens. De 87 eilandbewoners moesten hun kleding uittrekken en op een rij gaan staan. Nerje voelt nog de schaamte, nooit eerder zag ze haar vader of grootvader naakt. De witte mannen hielden een apparaat langs haar lichaam dat een hoog ­piepend geluid maakte. Nerje doet het geluid na, haar kleindochter giechelt.

Ze werden het schip in gedirigeerd, kregen marinekleding aan en werden naar een andere eilandengroep overgebracht, Kwajalein, waar de Amerikanen hun commandocentrum voor de kernproeven hadden gevestigd. Toen ze aankwamen, moesten ze zich wederom op het strand ­uitkleden. Ze kregen een stuk zeep in hun handen gedrukt met de opdracht zich te wassen in zee. “We werden als beesten behandeld”, zegt Nerje met een woede alsof het gisteren is gebeurd. Die week vielen haar haren uit.

Drie jaar later, na een schoonmaakactie, verklaarden de VS het atol Rongelap weer veilig en keerden Nerje en de overige eilandbewoners terug naar huis. Dat was in 1957 en in de jaren daarna nam het aantal gevallen van kanker, ­miskramen door gemuteerde foetussen en sterfte onder jongeren drastisch toe. De burgermeester van Rongelap smeekte de Amerikaanse autoriteiten tevergeefs om hulp. Uiteindelijk was het Greenpeace dat in 1985 ingreep en de bewoners evacueerde. De overheid herhuisvestte Nerje en de overige bewoners op Majuro.

Pas na de evacuatie en de nieuwe informatie van Greenpeace begreep Nerje dat haar schildklierkanker en haar miskramen waren veroorzaakt door de zeepvlokken en de kokosnoten en vruchten bomvol radioactieve isotopen. Een vriendin kreeg een kind dat op een schildpad leek. Een familielid baarde een jellyfish baby, een kind zonder botten, ogen en oren. “Ze lijken meer op een kwal dan op een mens”, legt ze uit. “Het gif blijft de bloedlijnen volgen. Nog niet zo lang geleden is er een jongen met een verlengde ruggewervel geboren. Het zag eruit als een staart. Het is taboe om hierover te praten, maar ik zwijg niet meer. Ik ben er trots op dat ik het heb overleefd.”

Op het hoofd­eiland Majuro wordt de kust­versterking aangebracht. Beeld Anne-Gine Goemans

Nerje legt een hand op het litteken in haar hals dat ze overhield aan de operatie waarbij haar schildklier werd verwijderd. Ze is boos dat ze haar eiland moest verlaten vanwege de nucleaire tests – ook hier bestaan in haar taal niet de juiste woorden voor – en ze vreest dat ze op een dag haar land moet verlaten vanwege de stijgende zeespiegel, zonder ooit te zijn teruggekeerd naar huis.

De Marshalleilanden liggen afgelegen in de Stille Oceaan, ergens tussen Hawaï en Australië. Pas als je in Honolulu het vliegtuig neemt naar de hoofdstad van de Republiek der Marshall­eilanden merk je hoe geïsoleerd het land ligt. Ruim vijf uur duurt de vlucht over de oceaan, zonder land in zicht. Opeens doemen zandbultjes op, gelardeerd met groene stipjes palmbomen. Vanuit de lucht is de opbouw van een atol goed zichtbaar: een kwetsbare ketting van koraal­eilanden, die in hoefijzervorm in het water liggen gedrapeerd.

Verdedigingslinies

Op grote hoogte begrijp je ook waarom deze eilanden dreigen te verdwijnen als de aarde met 2 graden opwarmt. Het land steekt maar net boven het wateroppervlak uit. Het hoofdeiland Majuro is 50 kilometer lang en op sommige plekken slechts 20 meter breed. Op dit magere atol wonen 28.000 mensen, meer dan de helft dan de totale bevolking. Verdwalen is onmogelijk: er is één hoofdweg die automobilisten, voetgangers, ­honden en een enkele fietser met elkaar delen.

Aan weerszijden van de weg staan huizen van beton, afgewisseld door gammele hutjes, ­begraafplaatsen en vele kerkgenootschappen. De zendelingen die halverwege de 19de eeuw naar het land kwamen, hebben duidelijk voet aan de grond gekregen. Achter de bebouwing begint de oceaan of de lagune, het ligt eraan aan welke kant je woont.

Wat direct opvalt, zijn de vele soorten zee­weringen die de bewoners achter hun huizen hebben opgeworpen. Sinds de extreem hevige storm van maart 2014, die grote delen van de eilanden onder water zette, zit de schrik er bij de bevolking goed in. Sommige muurtjes zijn geknutseld van huisvuil en verroeste auto-onderdelen. Andere bestaan uit keien, bijeengehouden door netten. Wie geld heeft, laat een echte muur bouwen van betonblokken om de periodieke king tides, extreem hoogtij, af te remmen. Zelfs de doden worden sinds kort beschermd, nadat de graven bloot waren komen te liggen.

Op de vlucht naar Europa

Als de klimaatverandering doorzet en grote delen van de wereld uitdrogen of overstromen, zullen miljoenen mensen hun land ontvluchten. Europa moet zich daarom voorbereiden op een miljoen klimaatvluchtelingen per jaar, die tegen het einde van deze eeuw asiel zullen aanvragen. Tot die conclusie komen onderzoekers van Columbia University in New York.

Het aantal migranten dat elk jaar probeert zich in Europa te vestigen, zal rond 2100 verdrievoudigd zijn, alleen al op basis van de huidige klimaattrends, onafhankelijk van andere politieke en economische factoren, aldus het onderzoek. Zelfs als de inspanningen om het broeikaseffect tegen te gaan succesvol zijn, zou het aantal asielaanvragen met een kwart stijgen, voorspellen de onderzoekers.

De vraag is hoe Europa zich gaat voorbereiden op de toekomstige vluchtelingenstroom. 'Vluchten voor klimaatverandering' is volgens de huidige internationale afspraken geen grond voor het verkrijgen van een humanitair visum.

Het opwerpen van verdedigingslinies is de grootste bedrijvigheid op het eiland. Ook de president van de Republiek der Marshalleilanden, Hilda Heine, moest een steeds sterkere zeewering in de achtertuin van haar bescheiden presidentiële woning opwerpen. “Niemand wordt hier gespaard door het water”, zegt ze. “Ons land steekt gemiddeld 2 meter boven de zee uit.”

Onze ontmoeting vindt plaats in de vipruimte van het kleine vliegveld. Over een uur vertrekt ze naar de Filipijnen, waar haar man een hartoperatie zal ondergaan. Een gespecialiseerd ziekenhuis is hier niet. De frêle president zit diep weggezonken in een bruine leren bank. Ze spreekt over de wereldse problemen die de uitstoot van broeikasgassen teweegbrengt en waar haar land geen ­aandeel in heeft – industrie is er nauwelijks op de eilanden – maar die het wel in gevaar brengen.

“Ik blijf strijden voor mijn land”, zegt Heine ferm, “en ik blijf vertrouwen houden dat we het tij kunnen keren. Maar het is belangrijk dat wereldleiders klimaatverandering niet langer ontkennen en actie ondernemen. Klimaatverandering is echt en wij moeten dagelijks met de consequenties leven.”

Soms wordt een kleine overwinning geboekt, zoals onlangs de overeenkomst binnen de Verenigde Naties om de koolstofemissies in de internationale scheepvaart te verminderen. “Onze delegatie heeft hard gevochten voor de uitkomst”, zegt Heine, “maar er moet veel meer gebeuren wil mijn land overleven.”

Stortplaats op het eiland Ebeye. Telkens als het land overspoeld wordt, brengt dat ook heel wat troep met zich mee. Beeld Vlad Sokhin/Panos

De president somt bondig op wat haar ­regering onderneemt. Het bouwen van nieuwe zeeweringen, overschakelen op zonne-energie, onderzoeken om huizen en wegen op palen te zetten, het plaatsen van reservoirs om het regenwater op te vangen. Door de overstromingen en toenemende droogte verzilt de bodem, waardoor zoetwaterbronnen opdrogen. Dat is op dit moment de grootste bedreiging. Boeren klagen steeds vaker dat hun gewassen doodgaan door het zout, ­terwijl de landbouw al verre van ­toereikend is. De bevolking is afhankelijk van geïmporteerd voedsel.

‘Niemand verdrinkt, kindje’

Nog voordat Hilda Heine twee jaar geleden tot president werd benoemd, zette haar 29-jarige dochter Kathy Jetnil-Kijiner de voor velen volstrekt onbekende Marshalleilanden op de kaart. De dichter en activist was uitgekozen om de VN-klimaattop in New York te openen. Het was 2014 en ze droeg het gedicht ‘Dear Matafele Peinem’ voor, dat ze schreef voor haar 7 maanden oude dochtertje. “Ze zeggen dat jij, je dochter en je kleindochter zonder wortels ronddwalen met alleen een paspoort om naar huis te bellen”, sprak Kathy, gehuld in traditionele kledij. Ten overstaan van de VN-afgevaardigden van 120 landen, die Kathy tot een staande ovatie wist te bewegen, deed ze haar dochter een belofte. “Mama belooft je, niemand verdrinkt, kindje. Niemand verhuist, niemand verliest zijn thuisland. Niemand zal een vluchteling van klimaatverandering worden. Of moet ik zeggen: niemand anders.”‘

Haar voordracht ging de hele wereld over en sindsdien is dochter Kathy uitgegroeid tot een invloedrijke activist en vaste spreker op internationale klimaatbijeenkomsten. Onlangs droeg Kathy haar gedichten voor op het dak van de Runit Dome: een betonnen koepel op het eilandje Runit (ruim 1.000 kilometer ten noordwesten van Majuro) waaronder een diepe krater het radio­actieve afval van de 67 nucleaire testen bijeen moet houden.

De graftombe, zoals de eilandbewoners het noemen, lekt ondergronds radioactief materiaal. Volgens een rapport uit 2013 van het Amerikaanse ministerie van Energie is de grond rond de koepel al vervuilder dan de inhoud ervan. Een door president Heine nieuw ingestelde nucleaire commissie moet onderzoek doen naar de lekkende koepel uit 1979 en de gezondheid van de plaatselijke bevolking. Ook zal de commissie alsnog trachten te achterhalen hoeveel mensen uiteindelijk zijn overleden door stralingsziekten.

Zelfs de doden worden sinds kort beschermd, nadat de graven bloot waren komen te liggen. Beeld Vlad Sokhin/Panos

Heine is trots op haar dochter en als het kan vragen ze op conferenties zij aan zij aandacht voor de toenemende tropische stormen, het hoge zeewater en de atoomproeven. Maar net als vele andere landgenoten is ook Kathy verhuisd naar de VS. “Mijn drie kinderen wonen inmiddels in het buitenland”, zegt president Heine. “Werk, meer kansen.” Een zachte zucht. “Emigratie is een andere uitdaging waar we voor staan. We proberen het onder meer aan te pakken door de werkgelegenheid te stimuleren.” Onlangs heeft de regering de prijs voor de productie van kopra (gedroogd vruchtvlees van de kokosnoot) verhoogd om de handel een impuls te geven.

Snoep in ruil voor bloed

De vraag is of dergelijke maatregelen nog zin hebben. De exodus is al jaren bezig. Inmiddels woont een derde van de bevolking in het buitenland, waarvan zo’n 20.000 personen in de staat Arkansas, waar ze voornamelijk als arbeiders in de kipverwerkingsindustrie terechtkomen.

Hoewel de Marshalleilanden sinds 1979 ­formeel onafhankelijk zijn, is er een verdrag waarin is vastgelegd dat de Marshall­eilanders zich vrij mogen vestigen in een van de Ameri­kaanse staten. Dat gebeurt steeds vaker. De vluchten die om de dag naar Honolulu vertrekken, zitten vol emigranten met een enkeltje vasteland.

“Je kunt niet zeggen dat de uittocht door klimaatverandering wordt ingegeven”, zegt Alson Kelen in de schaduw van zijn werkplaats met uitzicht op de lagune. “Maar elke overstroming geeft net dat zetje om alsnog te vertrekken.”

Kelen (49) is directeur van de stichting Canoes of the Marshall Islands. Zijn opa en zijn vader waren vroeger de kanobouwers op Bikini. Toen Alson zag dat de kano’s verdwenen, en daarmee hun cultuur, besloot hij het ambacht nieuw leven in te blazen. Vanuit zijn stichting leert hij honderden jongens en meisjes die nauwelijks hun basisschool hebben afgemaakt, om van het hout van de broodboom een traditionele kano met zeil en uitlegger te bouwen. “De jongeren leren over hun cultuur, hoe onze voorvaderen navigerend op de zon en de sterren over de zeeën zeilden. Dat geeft hen weer zelfvertrouwen en een beetje toekomstperspectief. Ook is de kano het allerbeste voor het milieu”, zegt de rondbuikige Kelen.

Naast het bouwen van kano’s bestaat het programma uit onderwijs en voorlichting, onder andere op het gebied van gezondheid en welzijn. Geslachtsziekten, alcoholisme, tienerzwangerschappen en diabetes vormen een groot probleem. Volgens cijfers van de Wereldgezond­heidsorganisatie zijn de Marshalleilanden een van de koplopers als het om diabetes en overgewicht gaat. “Veel gezinnen eten ingeblikt voedsel: tonijn, ham, rundvlees, frisdrank. Zout, vet en zoet. Ze zijn verleerd om gezond te eten.”

Alson gaat rechtop zitten. De glimlach die in zijn gezicht gebeiteld lijkt, verdwijnt abrupt. “Mijn generatie werd verteld dat onze vis en vruchten radioactief besmet waren. Toen begonnen we ingeblikt voedsel te eten.” Zijn verhaal is nagenoeg hetzelfde als dat van Nerje Joseph. Ook de Bikini-bewoners mochten na de nucleaire testen terugkeren naar hun ‘schoongemaakte’ eilanden, maar raadzaam was wel om de kokosnoten en heremietkreeftjes links te laten liggen.

Elke drie maanden monsterde een Ameri­kaans schip met onderzoekers aan, die het bloed van de nog jonge Alson en zijn eilandgenoten onderzochten op stralingswaarden. “Hoewel steeds meer mensen ziek werden, kregen we geen medische hulp. We werden gebruikt als ­onwetende proefkonijnen. Ik kreeg snoepjes in ruil voor mijn bloed.”

Ook de bewoners van het atol Bikini werden wederom geëvacueerd. Alson wijst over het water naar het eilandje aan de overkant van de lagune. De eerste generatie nucleaire slachtoffers woont er noodgedwongen samen met zo'n 300 nakomelingen. Alsons huis staat er, net als dat van zijn moeder, met 95 jaar de oudste overlevende. Hun eilandje zonder wegen en met minimale voorzieningen is goedbeschouwd een wachtruimte. Jaar in, jaar uit hopen de bewoners terug te keren naar huis, maar de straling is nog steeds te hoog.

President Hilda Heine: "Klimaatverandering is echt en wij moeten dagelijks met de consequenties leven." Beeld Anne-Gine Goemans

Na diverse juridische veldslagen werd er met de VS een schikking van 150 miljoen dollar getroffen om de radioactieve atollen te compenseren. Sinds 1986 ontvangen de bewoners en hun nakomelingen van onder meer Bikini en Rongelap uitkeringen en gratis medische zorg en medicijnen. “Maar geld kan het immense leed nooit vergoeden”, zegt Alson Kelen. “En nu gooien de VS een nieuwe bom op ons. Laten we wel wezen, de Amerikanen hebben het grootste aandeel in de opwarming van de aarde.”

De kanobouwer kijkt naar de werkmannen, die verderop een zeewering bouwen. Het koraal waarop het beton wordt gestort, is net zo verbleekt als de dollarbiljetten die steeds binnen hetzelfde kleine circuit worden uitgegeven. “Je denkt toch niet dat zo'n muurtje een oceaan tegenhoudt? Maar als wij kopje-onder gaan, volgt de rest ook.”

Schietschijf voor raketten

Het land dat door toedoen van atoomproeven jarenlang als een van de meest vervuilde plekken op aarde gold, is nu grotendeels afhankelijk van diezelfde aanstichter. Een derde van het inkomen van de Marshalleilanden is afkomstig van de ­verhuur van het atol Kwajalein en de daaruit voortvloeiende werkgelegenheid. De VS hebben op Kwajalein een militaire basis gevestigd die als testplaats dient voor ballistische raketoefeningen. De 97 afgelegen eilandjes omsluiten ’s werelds grootste koraallagune, die blijkbaar een perfecte schietschijf vormt.

Veel Marshalleilanders vinden het onvoorstelbaar dat de Amerikanen tot op de dag van ­vandaag raketten op hen afvuren. Vanaf de luchtmachtbasis in Californië vliegt met grote regelmaat een raket – weliswaar zonder nucleaire lading – door het luchtruim om te eindigen in de lagune. Bewoners van het atol Kwajalein worden via hun tv-scherm met een tekstbalkje onderin beeld gewaarschuwd over het tijdstip van de ­lancering.

Schrijver en journalist Giff Johnson (62) zit in een koffiehuisje langs de stoffige hoofdweg. Zijn diepe verontwaardiging vult met gemak de gekoelde ruimte. Hij vindt het een grof schandaal wat zijn land – Giff werd geboren in Chicago – hier in het geheim uitspookt op de militaire basis. Ook de kernproeven maken hem boos. “Dit jaar werden er hier kinderen geboren zonder oogballen. Geen idee waarom, er wordt niks onderzocht.”

Het leven van Giff in een notendop: op jonge leeftijd werd de rechtenstudent verliefd op de Marshalleilander Darlene Keju. Ze ontmoetten elkaar in Hawaï, trouwden en vestigden zich op de Marshalleilanden. Als snel ontpopte Darlene zich tot een pionier, die als een van de eersten aandacht vroeg voor het lot van de door de ­kernproeven geteisterde eilandbewoners. Trots vertelt Giff hoe zijn vrouw gezondheidsprogramma's en projecten voor jongeren opzette. Toen ze borstkanker kreeg, bleef ze zich onvermoeibaar inzetten.

Darlene werd 45 jaar oud. Ze bracht haar jeugd door op een van de benedenwindse eilanden van Bikini. Ook haar vader en moeder overleden aan borstkanker. “Wie zal zeggen of het door de testen kwam”, zegt Giff terwijl hij zijn handen vragend omhoogsteekt. “Er zijn geen onafhankelijke onderzoeken of cijfers beschikbaar. De Amerikaanse wetenschappelijke rapporten en analyses die er zijn, vertrouwt niemand meer. Het wantrouwen jegens de Amerikanen is hier groot.”

Giff Johnson schreef een boek over zijn vrouw, Don’t Ever Whisper, dat leest als een liefdevol ­eerbetoon aan haar en een aanklacht tegen zijn geboorteland. Er volgden meer boeken van zijn hand over de gevolgen van de nucleaire testen en klimaatverandering. Met zijn publicaties wil hij de voor de buitenwereld onbekende kernproeven onder de aandacht brengen.

“Luister, de Amerikanen willen het liefst dit pijnlijke hoofdstuk sluiten, maar voor veel Marshalleilanders begint het pas. De drang om te weten wordt mede ingegeven door de dreiging dat ze wellicht weer hun land kwijtraken.”

Aangespoelde luiers

Brian Zebedy staat op het strand, achter hem ligt een verlaten rij woningen. Hij woont op het ­uiterste puntje van Majuro, daar waar de zee en de lagune samenkomen. Doordat hij hier is opgegroeid, begon de jonge klimaatactivist zichzelf vragen te stellen. Waarom verbleekt het koraal? Waar zijn de vissen gebleven? Waarom stormt het vaker? “En ik bad. Als ons land weer eens werd overspoeld, vroeg ik God om ons te sparen.”

Brian Zebedy: "Ik blijf hier en ik blijf vechten." Beeld Anne-Gine Goemans

Brian (22) studeerde milieukunde om “zijn land te redden en zijn generatie te leiden”. Hij is ambassadeur van One Young World, een internationale non-profitorganisatie die jonge leiders in spe samenbrengt. Op klimaatconferenties vertelt Brian over El Niño en tropische stormen en ­probeert hij verandering te stimuleren. “Dat valt niet mee”, zegt hij. Tijdens de klimaattop in Bangkok bereidde hij met advocaten een rechtszaak voor om de VS tot vermindering van CO2-uitstoot te dwingen. Terwijl ze bezig waren, werd Trump tot president gekozen. “Verschrikkelijk. We waren terug bij af.”

Brian staat met zijn voeten in het aangespoelde huisvuil. Blikjes, flessen, luiers en plastic zakken reiken tot aan zijn enkels. Met recyclingprogramma’s probeert hij bewoners ervan te overtuigen dat ze hun rommel niet op straat of in zee moeten gooien. “Ook dat valt niet mee”, zegt hij met gevoel voor understatement.

Maar net als een kleine groep hoogopgeleide generatiegenoten is hij geenszins van plan te vertrekken. “Ik word géén klimaatvluchteling”, zegt Brian met de standvastigheid van een leider. “Ik blijf hier en ik blijf vechten.”

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234