Vrijdag 04/12/2020

Inwoners krijgen al zes dagen lang geen voedsel, water of hulp meer

'Een van mijn zonen raakte gisteren gewond door splinters en hij blijft maar bloeden. Ik kan niets doen om hem te helpen'

'Humanitaire catastrofe' in belegerd Falluja

Geen voedsel, geen water, geen hulp. Terwijl het onophoudelijke schieten een rookgordijn opgetrokken heeft over de verwoeste Iraakse stad Falluja zitten duizenden Iraakse families nog altijd te wachten op broodnodige hulp. Zeven vrachtwagens en ambulances van de Rode Halve Maan hebben het belangrijkste ziekenhuis van de stad bereikt, in de westelijke rand. Maar het bleef ook gisteren nog te gevaarlijk om de Eufraat over te steken en de plaatselijke bevolking hulp aan te reiken.

Falluja / Mosoel / Baiji

Reuters

'De toestand is ontzettend hard", zei een per telefoon gecontacteerde inwoner in de centraal gelegen Hay al-Dubat-wijk. "We hebben geen eten of drinken meer. Mijn zeven kinderen hebben allemaal diarree. Een van mijn zonen raakte gisteren gewond door splinters en hij blijft maar bloeden. Ik kan niets doen om hem te helpen."

De man, die zichzelf als Aboe Moestafa kenbaar maakte, zegt dat hij in zijn straat Amerikaanse troepen en leden van de Iraakse Nationale Garde heeft gezien terwijl er ontploffingen te horen waren. "Er liggen lichamen op straat." Aboe Moestafa zegt dat hij in zijn buurt zo'n zes families weet wier leven de jongste dagen in vergelijkbare omstandigheden verliep. Dan barst hij in tranen uit. "Hoewel het vandaag Eid-feest is (einde van de ramadan, red.), vasten we nog altijd. Allahu akbar, Allahu akbar (Allah is groot)."

Hulpverleners noemen de situatie in Falluja, waar de VS en het reguliere Iraakse leger een week geleden een zwaar militair offensief ontketenden, "een humanitaire catastrofe".

Meer dan de helft van de 300.000 inwoners van Falluja sloeg op de vlucht tijdens de bombardementen die in de aanloop naar het offensief plaatsvonden. Vele duizenden anderen bleven evenwel in de stad vastzitten, terwijl de gevechten om hen heen toenamen. Er zijn geen cijfers bekend over hoeveel burgers daarbij omgekomen of verwond zijn. De enige informatie die de buitenwereld krijgt, komt van mensen die in Falluja gebleven zijn en daar pijn en honger lijden, en bang zijn.

Volgens sommige getuigenissen is de stank van ontbindende lijken niet te harden. Anderen zeggen dat kinderen gestorven zijn omdat het onmogelijk was hulp te bieden. Een familie heeft een negenjarige jongen in haar tuin moeten begraven nadat het kind door een wonde in de maagstreek doodgebloed was.

Duizenden vluchtelingen wonen intussen in geïmproviseerde kampen buiten de stad. Anderen zijn naar familie getrokken. "Het was verschrikkelijk. We hadden geen water of elektriciteit meer. Ik zag een lijk op straat liggen en een tank die er zomaar over was gereden", zegt de 65-jarige vrachtwagenchauffeur Mohammed Ali Shalal, die vrijdag nog kon ontkomen en een schuilplaats gevonden heeft bij een neef in het nabije Amriya, waar twintig mensen in een tweekamerflat huizen. "In Falluja hadden we hooguit nog wat droog brood te eten en dronken we vuil water. Ik kan nog altijd niet geloven dat ik in veiligheid ben, nu ik erover spreek."

Volgens Shalal kregen inwoners van Falluja op zeker moment via luidsprekers het bevel om zich naar een nabijgelegen moskee te begeven voor ondervraging. "Oudere mensen mochten naar huis terug, jongeren werden gearresteerd", zei secretaris-generaal Jamal al-Karbouli van de Rode Halve Maan gisteren, wachtend op toestemming om Falluja binnen te mogen. "Als we de stad alsnog binnen kunnen", luidde het gisteravond, "dan blijven we wachten. Zo niet, dan keren we terug naar Amriyat al-Falluja, waar we het voedsel ook kunnen distribueren."

In voorsteden als Amriya en Habbaniya zitten sinds het begin van het offensief zo'n tienduizend inwoners van Falluja te wachten om naar huis terug te keren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234