Dinsdag 20/04/2021

Investeren in start-ups van hier: wie durft?

De start-upscene in ons land is de kinderschoenen ontgroeid. Met dank aan de vele investeerders die geld veil hebben voor innovatieve ideeën. Zelfs veel geld. Maar voor het écht grote werk schieten we alsnog tekort.

Ruim 302 miljoen euro werd dit jaar al opgehaald door beloftevolle ondernemingen uit de start-upscene. Dat is iets minder dan de 354 miljoen euro van het jaar daarvoor, maar de tendens is er wél eentje met een stevige groeicurve. Dat blijkt uit de cijfers van adviseur Omar Mohout van het Belgische technologiecentrum Sirris. Gerekend over de jongste drie jaar hebben investeerders zo'n klein miljard euro aan durfkapitaal geïnvesteerd.

Die boom heeft twee voorname redenen. De conjunctuur is in goede doen, wat de economie laat floreren, en de investeringen doet aantrekken. En er is het lagerentebeleid, waardoor investeerders die wat geld te spenderen hebben op zoek zijn naar rendement. Tegelijk stellen banken steeds vaker strengere eisen, waardoor er een potentieel is ontstaan voor andere vormen van kredietverschaffing.

Tienduizend luchtballonnen

In de start-upwereld redeneren financiers als volgt. Tienduizend ideeën leiden tot de opstart van duizend bedrijven. Honderd van die starters krijgen durfkapitaal, twee groeien door tot marktleider. Anders gezegd, er zijn er vele die zich geroepen voelen om de nieuwe Google of Facebook te worden. Durfkapitaal is dan ook een breed begrip. Je hebt zowel de grote durffondsen, als particuliere investeerders, over crowdfunding tot overheidsvehikels, zoals ARKimedes bij de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV.

Een durfkapitaalinvesteerder heb je in alle maten en gewichten. Waar het klein begint bij de 'friends, family en fools', zeg maar de onmiddellijke vrienden en familie-omgeving van de start-up, die wat spaargeld veil hebben voor de jonge starter, is er ook het crowdfundingfenomeen dat almaar aan belang wint.

MyMicroInvest is daarbij het grootste platform voor crowdfunding in ons land, waarbij investeerders elk een stukje van een groeibedrijf kopen. Ook de overheid steunt die vorm van financiering door een fiscaal voordeel aan de financiering te koppelen. Investeerders krijgen een belastingvermindering van 30 tot 45 procent, voor een bedrag van maximaal 100.000 euro.

Wil je als starter ook graag wat ondernemersadvies, dan klop je beter aan bij het businessangelnetwerk. Dat zijn ondernemers die de jonge starter graag bijstaan met raad en daad, en wat centen. Maar eerlijk is eerlijk, dat is het kleinschaliger werk. Wie groter droomt en een nieuwe technologieparel als Clear2Pay (betaaltechnologie) of Collibra (staat grote bedrijven bij voor de analyse van hun gegevens of big data), wil worden, heeft grotere tickets nodig.

Vinger op de wonde

Grotere tickets betekent meteen ook grotere risico's. De vuistregel bij financiers luidt dat je met durfkapitaal bij één op de drie bedrijven al je geld kwijt bent. Bij een derde krijg je het geïnvesteerde geld terug, bij het resterende derde is er enig rendement. Die laatste categorie moet voldoende rendement opleveren om de verliezen van dat eerste derde goed te maken. In een zeldzaam geval heb je het gouden ticket. Dat terrein is voor de professionele spelers, of voor de meer kapitaalkrachtigen.

Voorbeelden van ondernemers die het zelf gemaakt hebben, en als investeerder een nieuwe fase van hun professionele leven inluiden, zijn er genoeg. De meest bekende is allicht Marc Coucke, die met zijn investeringsholding Alychlo tig ondernemingen financierde.

Andere voorbeelden zijn Michel Akkermans, die zelf twee keer van nul een internationaal technologiebedrijf uitbouwde én verkocht. Zijn toenmalige partner bij Clear2Pay is Jurgen Ingels, die ook intussen zijn sporen meer dan verdiende als durffinancierder.

Ingels legt de vinger op de wonde als hij stelt dat ons land weinig grote fondsen telt. "Je hebt er drie tot vier die tussen de 75 tot 100 miljoen euro aan kapitaal beheren. Maar in de huidige gedigitaliseerde en geglobaliseerde markt bots je daarmee meteen op het plafond van de mogelijkheden. We hebben dan ook een probleem met de scale-upfase, het moment waarop een bedrijfje door moet groeien. Met een paar miljoen euro red je het niet. Precies omdat je in deze fase met de rest van de wereld concurreert, heb je voor een scale-up toch al minstens 50 miljoen euro nodig." Als je fonds 'slechts' 75 miljoen euro bedraagt, snap je de waanzin.

Duco Sickinghe, de ex-topman van Telenet, heeft precies daarom met zijn investeringsmaatschappij Fortino Capital een nieuw fonds opgericht voor grotere groeibedrijven. Fortino oogstte onder meer succes met zijn investering in Teamleader, een Gentse softwarestarter die de workflow van kmo's digitaliseert. 'Fortino Capital II Growth' wordt een groeifonds met 200 miljoen euro voor investeringen in groeibedrijven. Ook Urbain Vandeurzen bracht met een groep gelijkgestemde ondernemers 250 miljoen euro bijeen in Smile Invest.

Investeerders stoppen enkele miljoenen in zo'n fonds, en laten de operationele leiding over aan de fondsbeheerders. Na enkele jaren krijgen ze dan, indien het goed is, hun geld terug met een stevig rendement. Waarna een deel van die opbrengst opnieuw in een dergelijk fonds wordt gestopt en de investeringscirkel van voor af aan begint. Er zijn diverse van zo'n fondsen in ons land, met namen als Volta Ventures dat onder meer Marc Coucke kon verleiden, net als Jonas Dhaenens (Combell), Peter Hinssen (Across), of Jurgen Ingels. Ook Hummingbird Ventures telt bekende namen onder zijn investeerders. Zoals Wouter Vandenhaute (Woestijnvis), Jan De Clerck (tapijtgroep Domo), Paul Thiers (ex-Unilin), of Peter Opdebeeck (ex-Real Software).

Weinig tegen te doen

Hoe broodnodig dergelijke fondsen en hun investeerders ook zijn, ook zij botsen snel tegen hun plafond. Om u een idee te geven: Collibra haalde dit jaar in twee keer bijna 90 miljoen euro op. De Brusselse start-up kon rekenen op Marc Zuckerberg van Facebook, via zijn durfkapitaalfonds Iconiq Capital.

Tegen dergelijke spelers kunnen onze investeerders te weinig doen. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) is zich bewust van dat euvel. Samen met de beroepsvereniging van de Belgische investeringsfondsen (BVA) onderzoekt hij of het mogelijk is om met de Belgische verzekeraars en pensioenfondsen een deel van hun miljardenreserves naar Belgische groeibedrijven te laten vloeien.

Concreet mikt het voorstel op een bedrag van 350 tot 400 miljoen euro, ondergebracht in een zogenoemd dakfonds. "Dat is een fonds dat investeert in andere fondsen", aldus Pierre Demaerel, secretaris-generaal van de BVA. "Het dakfonds investeert dus zelf niet in bedrijven, en verstoort op die manier de markt niet. Het vergroot alleen de slagkracht van de bestaande fondsen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234