Zaterdag 14/12/2019

'Intimiteit en escapisme zijn onze enige wapens'

Vraag hem niet om te kiezen tussen theater en muziek, 'hoewel je in Vlaanderen eigenlijk maar één ding mag doen'. Workaholic Wim Opbrouck is van alle markten thuis, maar als hij thuis is regeert de rust: 'Dat is nodig, want de realiteit is fucking hard.'

Als de kolos Wim Opbrouck (45) aan de voet van de Mont Ventoux zijn stem verheft, dansen echo's van de elementen. Ze zijn elkaar waard in monumentalisme, berg en mens.

De West-Vlaamse acteur en theatermaker heeft altijd al gevoel gehad voor het hogere, vooral voor de rituelen ervan. De col Ventoux, waar het licht drie keer per dag verandert, is met zijn mystieke onherbergzaamheid in hem gekropen.

"Ik zit hier nu drie weken voor de opnames van de film Ventoux, naar het boek van Bert Wagendorp. En iedere dag word ik gegrepen door een andere sensatie, door een andere stilte. Als de regisseur zegt: we rijden tien bochten verder met de camera en jullie wachten hier twintig minuten op een muurtje, dan laat ik alles los. Vier acteurs op dat muurtje op die col, in de brandende zon, die vervolgens tot een diep gesprek komen - veel dichter kun je niet bij elkaar zijn.

"Het verhaal is simpel: vier vrienden beslissen na dertig jaar nog een keer terug te keren naar de Ventoux. Ze hebben een leven achter de rug, met gebroken relaties, met vallen en opstaan, met desillusies en verlies. Alle vier bevechten ze hun angsten en demonen. Ik speel een Vlaamse Surinamer die in Zutphen een reisbureau leidt. Mijn probleem is dat ik te zwaar ben om de berg op te fietsen. Toch moet het lukken. Ik wil me niet laten kennen als Dikkertje Dap, wil geen papzak zijn. Ik dans nog te graag."

Soms was er ook gêne. "Om te draaien voor de film moest de berg ook worden afgezet. Daar stond dan ergens halverwege een bordje 'Route barrée'. Leg dat maar eens uit aan wielertoeristen. Zij willen maar één ding: naar de top. En dus werd ik veelvuldig aangesproken door Belgen, en niet altijd even vriendelijk. Ik legde uit dat de film over vier mannen gaat die in een midlifecrisis zitten. De vrouwen in het fietsgezelschap meteen op de toeter: 'Hier zijn er nog vier met een midlifecrisis.' Hilariteit. Uiteindelijk moest ik met mijn fiets mee op de foto. De Ventoux is Lourdes geworden."

Vechtpartijen

We hebben afgesproken voor de lunch in Gargas, op het onmetelijke domein van de Zwitserse eigenaar van wielerploeg BMC. Het landschap is adembenemend. "Maar verderop in het kleine stadje Apt is de pastorale minder poëtisch", zegt Opbrouck. "Daar zie je achterstand en immigratieleed. Het gevaar van deze streek is dat je je in het paradijs waant en vervreemdt van de werkelijkheid. Ook daarom laat ik het paradijs alleen in mijn hoofd toe.

"Het grandioze aan mijn vak is dat je een alibi hebt om altijd op zoek te gaan en verwonderd te zijn. Om een zekere naïviteit te bewaren. Ik ben ook nog eens op een leeftijd gekomen dat ik dingen kan doorgeven."

De schrale werkelijkheid van de septemberverklaring in zijn thuisland is hem niet ontgaan. Later zal hij preciseren: "Ik zal blijven vechten voor de kunsten, opdat wij niet aan de waarheid ten onder zouden gaan (Goya). Ik heb het gevoel dat wij al sinds mijn geboorte aan het besparen zijn en dat de crisis een alibi is voor houthakkers. Zijn het de kunsten die ons in die crisis hebben gestort? De witte sector? Het onderwijs? Het verenigingsleven?"

Wim is op zijn mooist als er iets van verontwaardiging in hem opkomt. Dan staart hij strak naar een horizon van hem alleen en blaast hij de wangen lichtjes op. Toch maar terug naar de kunst.

Schuld en spijt

"Ik voel me een renaissancekunstenaar. Hugo Claus was dat ook: dichter, schilder, romancier, filmregisseur, enzovoort. Soms hoorde je iemand zeggen dat zijn beelden en gouaches minder waren dan zijn boeken. Ik acteer, maak muziek, teken, doe gekke dingen op tv, maar in Vlaanderen mag je eigenlijk maar één ding doen: altijd wordt me gevraagd een keuze te maken tussen theater en muziek. Alsof je niet ernstig mag worden genomen wanneer je als acteur ook nog zingt. In Frankrijk is dat vanzelfsprekend, weten we van Yves Montand.

"Ik heb met De Dolfijntjes overal gezongen en gespeeld. Op bierbakken en op festivals. Tussen vechtpartijen en in een nevel van rook. Ik ben door een lerares tot De Oostakkerse gedichten gekomen, tot Pablo Neruda en Carlos Drummond de Andrade. Poëzie is de moeder van alle taalgevoeligheid. Maar ik eigen me het recht toe om ook te tekenen, accordeon te spelen en schunnige liedjes te zingen. Scatologie is ook kunst."

Wim Opbrouck is een workaholic. Recentelijk heeft hij ziel en zaligheid gegeven aan drie films: Café Derby, Ventoux en Bowling Balls. "Ik geniet daarvan. Een personage in film of op toneel leert altijd iets over jezelf. Het verplicht je te leven in verbeelding. Toneel houdt de realiteit op. Acteren is een vak dat het lastig maakt om mooi oud te worden, maar het geeft wel inzicht in wie je bent.

"Ik hou van de nuance, maar ook van de keerzijde van de medaille. Soms zelfs van de toegeving. Op een vergadering in het NTGent durf ik rustig te zeggen: heren, ik weet het even niet. Beken je ongemak, ook aan andere acteurs. Misschien heb ik mij soms te nederig opgesteld. Het mag ook geen pose worden. Maar machtsposities hebben mij nooit kunnen fascineren. Ik zoek altijd naar de vertaling van de realiteit, naar een verhaal."

Na vijf jaar als artistiek leider van NTGent kiest Wim Opbrouck weer resoluut voor het spelen. "Ik ben nooit geil geweest van die functie. We hebben het goed gedaan, maar ik wil mijn vrijheid als acteur terug. Bij mijn aantreden heb ik zelf de beperkingen aangegeven. De cijfers tonen aan dat er goed is gewerkt. Ik geloof meer dan ooit in de kracht van het ensemble, maar één legislatuur lijkt me lang genoeg. Ik wil niet in de verleiding komen mezelf als instituut op te pompen. Tegelijkertijd speler en coach zijn is een luxe voor derde provinciale, in eerste klasse kan het niet.

"Gisterenavond zat ik in mijn B&B in Bonnieux. Op dat moment was er een première in Gent. Ik hoorde daar natuurlijk te zijn. Er knaagde iets van schuld en spijt. Ik heb het vier jaar met plezier gedaan: vergaderen, pendelen, onderhandelen voor NTGent. Nu is er de roep van de buik om spelen en zingen. Films, theater, televisie en ook nog een vrouw en twee kinderen - dan kun je bezwaarlijk van de ondraaglijke lichtheid van het bestaan spreken."

Toen hij veertien was en in de Vooruit een handvol artiesten aan een tafeltje zag zitten, wist hij onmiddellijk: het toneel is mijn wereld, het podium mijn epicentrum. "Ik had mijn eigen muziekgroepje, was de hele tijd aan het organiseren. Ik heb eigenlijk een ouderwets parcours afgelegd: klein begonnen. Ik heb nooit geloofd in geparachuteerde carrières. Ik zie meteen wie de passie voor toneel heeft en wie niet. Zonder passie verstuift alles, talent en verbeelding. Daarnaast ben ik altijd van eenvoudige principes geweest: je bent op tijd en je bent stil - ik ben niet zo tolerant voor divagedrag. Met de intimiteit van een kleine theaterzaal voel ik me het meest verwant. NTGent is mijn warme handschoen: zo bespeelbaar, net groot genoeg, net intiem genoeg."

Welkom in Bavikhove

Nu haalt hij met dragende stem Oscar Wilde aan: "Consequent denken, is iets voor mensen zonder verbeelding." Die gedachte brengt hem rust, zegt hij. "De vrijheid om niet altijd en overal consequent te moeten zijn, geeft ruimte aan twijfel en aan een ondefinieerbaar verlangen naar schoonheid. Inconsequentie voedt ook de estheet.

"Ik hou van schoonheid. Ben zelfs een beetje maniakaal in de zoektocht naar een mooie plek. Vroeger was ik er nog manischer in. Als we vanuit Harelbeke naar het zuiden van Frankrijk reden, wou ik al bij de eerste stop op de banale snelweg een mooi uitzicht hebben. Déjeuner sur l'herbe op een dekentje was meestal onhaalbaar, maar ik wou het niet opgeven. Mensen zeggen vaak: 'Ach zo'n hotelletje , het is maar voor één nacht.' Dat vind ik een gruwelijke zin. Luxe hoeft niet, maar iets van schoonheid wel.

"We waren met De bende van Wim eens op stap in Frankrijk. Het was een vrije dag. Ik zei tegen Michiel Hendryckx dat ik goesting had in thee en scones. Een halve dag hebben we gezocht naar een cottage in een baai met uitzicht op de Atlantische Oceaan. Een goeie plek is van levensbelang. Het gaat niet alleen om het uitzicht, het gaat ook om het gezelschap. NTGent is zo'n goeie plek.

"Als je zoals ik in een collectief werkt en de kudde bij elkaar moet houden, heb je een vluchtheuvel nodig waar het stiller is. Dat zegt een van de luidste bekken en grapjurken uit het theater. De lach is ook niet simpel, maar stilte is de mooiste beloning voor een toneelspeler. Ooit hoorde ik de Japanse zenmeester van Leonard Cohen zeggen: 'Hij kan het nog met minder, maar hij weet het nog niet.' De zanger was toen al 75 en verbleef in een klooster. Ik begrijp die uitspraak ten volle, maar er is ook de verlokking van barok: less is niet altijd more."

Tegengif tegen IS

Ineens zegt hij: "Diepte-interviews zijn tricky voor een acteur. Het gevaar dreigt dat je beschaamd en verlegen wordt over jezelf." Wim Opbrouck redt het vandaag wel. Hij is openhartig en scherp, lief en aanraakbaar, een enkele keer aan de rand van boosheid. Vooral als het gaat over oorlog en vrede. Of over de onnoemelijke onnozelheid dat er in dit rijke land straks in de winter in sommige straten geen licht zal zijn. "Alsof het hier Afrika is. Wat doet de staat dan eigenlijk met ons geld?

"Mij zal het niet raken. Ik heb beslist dat ik in de maanden van duisternis mijn accordeon neem en drie uur lang verhalen zal vertellen. Bij kaarslicht en haardvuur. Iedereen is welkom bij mij thuis, aan de Leie in Bavikhove. Ik woon in een ouwe vlasfabriek, omgeven door weilanden. Naar Vlaamse normen in een behaaglijke stilte. Met kaars, accordeon en een kaasplankje komen wij de duisternis van Electrabel wel door."

Toen ik hem om dit interview vroeg, zei hij: "Het kan in Frankrijk tijdens de opnames voor de film, maar niet in het weekend dat mijn vrouw overkomt." Ook bijzonder, het huwelijk van een gevierd acteur en televisiemaker dat standhoudt.

"Ik ben met vrouw en kinderen naar New York geweest. Een prachtige reis. Aan tafel werden weer echte gesprekken gevoerd. Mijn zoon en dochter spraken openhartig over liefde, seks en drugs. Ik was aangenaam verrast. Ik wil de kinderen zien opgroeien en er voor mijn vrouw zijn. Dat bewaak ik.

"Als ik thuiskom en ik gooi er een paar akkoorden uit op de piano, is alle gedoe weg. Volmaakte rust. Dat is nodig, want de realiteit is fucking hard - je ziet altijd weer nieuwe inslagen op je afkomen. Wat hebben wij als wapen? Intimiteit en escapisme. Toen destijds Johan Museeuw in opspraak kwam, zeiden de renners: 'Als we aan het fietsen zijn in het peloton valt alle bullshit weg.' Daar begreep ik alles van."

Aan werk heeft het nooit ontbroken, maar de theatermarathon Ten Oorlog van Tom Lanoye was wel de absolute doorbraak van Wim Opbrouck. De enorme productie dreef hem naar de massa. Een ander hoogtepunt was een hoofdrol in de televisieserie In Vlaamse velden, als de Gentse gynaecoloog Philippe Boesman. Als een monnik heeft hij zich ingelezen in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. "Ik heb zelfs gesprekken gevoerd met oude Gentse gynaecologen. Het verraste me hoe gevoelig de Vlaamse kwestie in die kringen nog lag.

"Weet je dat ik na In Vlaamse velden overstelpt werd met mails van rancuneuze kijkers? De een schreef: 'Meneer Opbrouck, de kerk die u op de achtergrond liet zien was niet die van Vladslo, hoor - historische fout.' 'Een ander: Meneer Opbrouck, het stiksel op de achterzool van de frontsoldaat was van een latere tijd - historische fout.' Bij dat soort geneuzel ontsteek ik in een woede van Buñuel."

"Sophie de Schaepdrijver schreef dat die oorlog voor haar niet zinloos was. Etienne Vermeersch verwees naar een oorlogsmonument met de tekst: welk nut ligt er in het storten van hun bloed. Oorlog brengt gespletenheid. Het vreemde was dat ik de stem van de gewetensbezwaarde niet hoorde. Waar bleef de stem van Jaurès, van de suffragettes, van 'Alle menschen werden Brüder'? Ik verplaatste me voortdurend in de kleine mens die vermorzeld wordt in de grote perversie van de oorlog. Maar de waarheid bleef troebel.

"We hebben het gemakshalve over vijftig jaar vrede. Hoezo? Ik schaam me nog altijd voor Sarajevo, zie nog de jongen die in de diepste ellende op de ruïnes ging zitten en cello speelde in het zicht van een sluipschutter. Iedere oorlog is er een die er niet hoeft te zijn. Zeggen we dat nog wel luid genoeg?

"Ik blijf op mijn vredeseiland luisteren naar Pete Seeger en John Lennon. Straks geef ik een voorstelling met alleen vredesliederen. Dan zal ik vanuit mijn tenen zingen. Nee, Kurt Weill heeft de Tweede Wereldoorlog niet kunnen tegenhouden en Pete Seeger Vietnam ook niet. Om van Wannes Van de Velde nog te zwijgen, maar zij zijn voor mij wel het sprankeltje hoop om dit tranendal door te komen. Als ik 'We Shall Overcome' op die avond van vredesliederen zing, is dat mijn tegengif tegen IS, Afghanistan, Irak, enzovoort. Ik zal in die voorstelling alle oorlogen meenemen, door de jaren heen."

Chagrijnige kunstenaar

Een politieke theatermaker is hij niet, dat zie ik verkeerd. "Theater is per definitie politiek, maar het politieke engagement is voorbehouden voor mannen als Vuile Mong en zijn Vieze Gasten. Nadat hij op het atheneum was komen spelen, begreep ik alles. Vrede werd een leidraad.

"In 1985 ging ik met de Vredesbeweging vanuit Kortrijk naar de antirakettenbetoging in Brussel. De hele trein zong 'We Shall Overcome'. Als ik eraan denk, krijg ik weer rillingen. Vandaag mis ik die verbondenheid. Natuurlijk kan ik de poort van de barbaren niet sluiten met een liedje, maar ik wil tenminste nog laten horen dat we dat als samenleving en als beschaving wel graag zouden willen."

Onvergetelijk was ook zijn vertolking in Rood, waar hij in de huid kruipt van de getormenteerde en chagrijnige kunstenaar Mark Rothko. "Hij schilderde graag. Vaak zie je dat als het over kunst en cultuur gaat, het plezier wordt weggeknipt. In documentaires over kunstenaars lijkt het of je alleen het kwetsbare, de angst en twijfels mag zien. Lol en onnozelheid worden weggegomd. Humor en plezier zijn mij ook lief. Zoals de momenten waarin je schaamteloos jezelf durft te zijn. Het beeld van de kunstenaar moet geen bidprentje worden.

"Ik ben lijflustig in conversatie, ja. Warmbloedig van natuur. De ambiance van copain-copain is een innerlijke aanvechting. Jongens onder elkaar: altijd feest. Maar opgepast: ik heb in NTGent nog nooit gepleit voor gezelligheid. Alleen, goedmoedigheid is ook een manier van werken.

"Al op het atheneum was ik bevriend met leraren. Ik volgde plastische kunsten. Er werd Pink Floyd gespeeld. Dat was na de katholieke school een bevrijding. Op mijn twaalfde maakte ik kennis met de mediatheek van de academie. Het abonnement was een verjaardagscadeautje. Je mocht platen mee naar huis nemen. Thuis had ik tot dan toe alleen James Last gehoord en 'Tombe la neige'van Adamo. Er was geen sprake van Dylan, Coltrane, Parker. Dat schamele abonnement is de poort geweest naar mijn hele latere leven."

Crapuul

Acteurs oefenen in het sterven, maar Wim Opbrouck houdt de dood veraf. "Als romanticus organiseer ik graag de dingen voor mezelf. De rituelen van de dood zijn me dierbaar. Van de begrafenis van prinses Diana heb ik geen seconde gemist. De muziek met hymnes en koorzangen, met het Requiem van Verdi - ik liet me er helemaal mee vollopen.

"Sinds ik directeur van NTGent ben, heb ik drie mensen moeten begraven. Onder hen theatermaker Erik De Volder. Zijn uitvaart was bovenaards mooi en troostend. Zijn vrienden van Parisiana zorgden voor de muziek. De hele zaal vol. Één brandende kaars. Het was een perfecte voorstelling, religieus en speels, maar dat mag je niet zeggen. Na de plechtigheid begon het te sneeuwen - er ontstond een sneeuwballengevecht."

In zijn tijd, in het katholieke West-Vlaanderen, werden jongens die naar het atheneum gingen voor minderwaardige leerlingen aangezien. Als crapuul zelfs. Het vooroordeel kwetst hem nog steeds. "Het was niet op het atheneum dat leraren in de broekjes van de jongens zaten, hè. Mijn vader heeft zijn hele leven in dienst van het Rijksonderwijs gestaan. Ik kom uit een vrijzinnig nest, heb mijn vrijheid niet moeten bevechten.

"Soms denk ik: was het niet beter geweest als ik ook een strenge katholieke opvoeding had gekregen? Dan had ik ook iets kunnen bevechten. Nog steeds heb ik grote interesse voor religieuze muziek en kerkelijke ambiance. Voor het theatrale en liturgische. Alleen, tegenwoordig is de troost van het hogere weg."

En daarmee wordt wanhoop onbegrensd. "Ik zie veel woede om me heen. Verborgen woede, zoals verborgen armoede. Die Syriëstrijders zijn natuurlijk ook erg boos. De samenleving radicaliseert op meerdere fronten. Wat doet dat met een toneelspeler? Tijdens het interbellum in Berlijn was er animositeit, er werd veel gelachen. Ik zie de behoefte aan divertimento ook nu toenemen. Tegelijkertijd hoop je dat de samenleving iets weerbarstiger wordt. Het mag wat vrijer, wat libertijnser. Ik heb genoeg van de schuldcultuur. Je rookt, je rijdt te snel, je bent te dik, et cetera. Schuld muss sein. En daaraan gekoppeld angst."

Met kritiek kan hij leven. Maar de scheldpartij die een paar jaar geleden na een optreden in Avignon over hem heen donderde, tikte aan. "Met koortslippen ben ik toen naar Portugal gevlucht om bij te komen. Nog steeds flitst het door mijn hoofd: ze gaan toch weer niet roepen. Als ik met mijn accordeon op het podium sta en ze beginnen te roepen, denk ik: kust mijn kloten. Maar als personage op het toneel ben je kwetsbaarder. Dan wankel je toch even, bij kabaal. Soms zelfs bij een zucht."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234