Woensdag 21/04/2021

Intiem

undefined

"De wachttijd voor het veer naar het Vrijheidsstandbeeld is anderhalf uur", galmt een stem door Battery Park. Ik fiets traag langs de lange rij geduldig wachtende toeristen. Met ruim vijfhonderd schuiven ze aan, toegangskaartjes in de hand, voor de nieuwe lelijke tent waar ze gecontroleerd worden op het bezit van wapens of bommen. Wat een zonde om op die manier een zonnige zaterdagmiddag te verspillen. Enkele minuten later snuif ik de lichtzoute geur van de Hudson-rivier op. Na een kwartier fietsen langs het water sla ik af aan West-Houston Street, de grens tussen Greenwich Village en Soho. In Walker-park op de hoek van 7th Avenue is een twintigtal mannen met peper- en zoutkleurig haar intens aan het squashen. De meesten hebben hun bezwete bovenlijven ontbloot. Ik ga even zitten op een bank in de zon. Voor wie geniet van het zicht van goed geconserveerde specimen van in de veertig en ouder in actie, is dit een uitstekende plek om ongestoord aan oogsport te doen.

Dan steek ik de drukke 7th Avenue over. Taxi's, vrachtwagens en auto's razen me voorbij. Aan de overkant begint Carmine Street. Plots lijk ik beland in een straatje op mensenmaat in een Europees stadje met bomen, winkelluifels, terrasjes en de groene koperen kerktoren van Onze Lieve Vrouw van Pompei. Carmine is een kort straatje naar New Yorkse normen, amper anderhalve straatblok lang. Het is ook smal. "Ga je naar het park Woefie?", vraagt een man aan een hond aan de overkant van de straat. "Ja", antwoordt zijn baasje. De mannen praten nog wat over en weer, zonder hun stem te verheffen. Op 7th Avenue zouden ze minstens megafoons nodig hebben voor zo'n gesprek van-voetpad-tot-voetpad.

Carmine is een van die zeldzame intieme, bijna huiselijke straatjes die nog van het oude New York overschieten. We hebben dat te danken aan het geopinieerde en excentrieke volkje dat ook al in het begin van de 19de eeuw Greenwich Village bevolkte. New York City, toen slechts een fractie van wat het nu is, lag een heel stuk ten zuiden van hier. De Village was nog een echte 'village', een dorp waar je woonde of op bezoek ging als je van de groene buiten hield. In 1811 kwamen voorzienige stadsbestuurders met hun fameus 'rooster'-stratenplan op de proppen. Met potlood en meetlat verdeelden ze Manhattan in gelijke rechthoekjes tot waar nu de 150ste straat is, voor het gemak parken vergetend. De Villagers vochten met hand en tand tegen het efficiënte maar kille recht-op-recht-plan. Het gekke was dat ze wonnen. Hun wijk is de enige boven Canal Street met een grillig, onmodern stratenplan. Op de stadskaart lijkt het alsof iemand met een knuppel links onderaan barsten heeft geslagen in het modernistische stadsglasraam.

In 1822 verloor de Village voorgoed zijn pastoraal karakter. Dat jaar woedde er een felle gele koorts- en cholera-epidemie in de dichtbevolkte stad rond Wall Street. Duizenden vluchtten weg naar gezondere oorden zoals Greenwich Village. Daar flansten projectontwikkelaars vliegensvlug tijdelijke woningen voor hen ineen. De woningnood was ook toen al groot. Toen de epidemieën waren uitgewoed en de vluchtelingen naar hun eigen huizen terugkeerden, gingen duizenden van New Yorks armsten in de noodhuisjes wonen. Zo werd de Village deel van New York City.

Carmine Street is nog een van die echte Greenwich Village straatjes, niet opgesmukt voor toeristen zoals Bleecker Street dat bijvoorbeeld is. Ik passeer een kleine schoenmakerij en een even kleine droogkuis. Wat verder is een boekenwinkel met een naam die langer is dan zijn gevel: Unoppresive Nonimperialist Bargain Books. Er zijn enkele voorschootgrote muziekwinkeltjes zoals Vynil Mania Records en House of Oldies, "the World Headquarters of out of print 45's & LP's". In Carmine Street Guitars, in een gebouw van 1820, nodigt de eigenaar me uit in het atelier achter de winkel waar hij gitaren bouwt. "This was a speakeasy during Prohibition" (een illegaal cafeetje tijdens de Drooglegging in de jaren twintig), vertelt hij. Aan de muren hangen bestofte foto's van dankbare klanten zoals Lou Reed, Papa Chubby, de Allman Brothers en Patti Smith. Hij heeft ook veel Europese klanten. "Na 11 september kwamen er veel minder, maar nu zijn ze volop aan het terugkomen", zegt hij.

Intussen is het lunchtijd. Carmine Street telt verbazend veel internationale restaurantjes. Op het terras van Trattoria Spaghetto hoor ik een Amerikaan vrolijk konijn bestellen. Het valt me op omdat konijn eten voor de meesten hier taboe is. Op Father Demo Square, waar Carmine Street eindigt, is elk bankje bezet. Twee hoogbejaarde mannen babbelen in het Italiaans, volhouders misschien uit de tijd toen hier vooral Sicilianen woonden. Nu wonen er vooral jonge mensen, uit de vier windhoeken. Een jongen schetst een sjofele vrouw die ineengezakt zit te slapen op de bank naast hem. Een Frans en een Amerikaans gezin smullen dampende pizza. Joe's Pizza, achter hen, wordt door de kenners als een van de beste van Amerika beschouwd. De troep vette, bedelende duiven op het groezelige plaveisel doet zijn part om het pleintje Italiaans te doen lijken. Pastoor Demo van de Onze Lieve Vrouw van Pompei-kerk op de hoek, een zeventig jaar geleden overleden Italiaanse volksheld, zou tevreden zijn mocht hij zijn oude stek terugzien.

Jacqueline Goossens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234