Woensdag 22/01/2020

Interview met Serge Dorny, directeur van de opera van Lyon

'Een operahuis moet in staat zijn om een artistiek project te begeleiden, dat project moet niet aangepast worden aan de mogelijkheden van het instituut'

'Ik ben overtuigd van mijn esthetische keuzes'

Lyon

Van onze medewerker

Stephan Moens

De West-Vlaming Serge Dorny, in vorige levens artistiek directeur van het Festival van Vlaanderen en van het London Philharmonic Orchestra, is bezig aan zijn tweede seizoen als directeur van de Opera van Lyon. De eindejaarsproductie aldaar, de weinig bekende operette Moskva, Tsjerjemoesjki van Sjostakovitsj, is alvast een schot in de roos, maar hoe ziet Dorny, die inmiddels een huis bij Lyon heeft gekocht en er met zijn familie woont, zijn verdere werk in de tweede stad van Frankrijk?

'Ik ben nooit tevreden, maar artistiek vond ik mijn eerste jaar toch zeer interessant. De ontmoeting met Peter Stein, die verschillende opera's kwam regisseren, was voor het huis fantastisch. De lokaal-politieke dimensie was eerder moeilijk. De stad bekijkt mensen die niet van de regio zijn met een zekere argwaan en de lokale pers heeft daarop ingespeeld, maar ik trek mij dat niet meer aan. Ik ben overtuigd van mijn esthetische keuzes, van de equipes die ik samenstel en van de noodzaak van bepaalde interne veranderingen. De instelling moet in staat zijn om een artistiek project te begeleiden en dat project moet niet aangepast worden aan de mogelijkheden van het instituut."

Heeft het publiek in Lyon die keuzes aanvaard?

"De opera is, sinds ik hier ben, beter ingebed in de stad. De toegankelijkheid is groter geworden en wij zijn ook meer aanwezig in de stad. De zaalbezettingen zijn zeer goed: opera ongeveer 95 procent, ballet, wat vroeger een probleem was, ongeveer 92 procent, concerten rond de 90 procent. Wat interessanter is: 22 procent is jonger dan 28 jaar. Dus ja: de mensen nemen deel aan het artistieke project in al zijn facetten: de 'normale' activiteit maar ook opendeurdagen en andere speciale evenementen. Dat is ook te danken aan onze randactiviteiten: educatieve projecten, samenlevingsprojecten, een 'zomerterras', mogelijkheden om een blik achter de schermen te werpen... Omdat die relatie tot het publiek verbeterd is, worden we nu ook door de politici op alle niveaus bijzonder goed gesteund."

Heeft dat ook met 'city marketing' te maken?

"Ja, maar ik denk dat het vooral met de lokale respons te maken heeft. We hebben hier een 'charte de coopération culturelle', een soort convenant; dat legt sterk de nadruk op 'travail de proximité'. Welnu, we zijn een van de weinige instellingen die daarmee bezig zijn. Maar anderzijds zien politici uiteraard ook een internationale dimensie. Daar spelen we bijvoorbeeld op in met ons Janácek-project (Dit seizoen speelt het festival van Glyndebourne zijn volledige succesvolle Janácek-cyclus in Lyon, SM). Dat is een uithangbord; die voorstellingen zijn nog nooit als cyclus gebracht. Dus ja, er zijn twee elementen: grotere lokale verankering en grote artistieke integriteit op internationaal niveau."

Uw eerste jaar had relatief weinig eigen producties. Gaat dat beteren?

"Ja. Dit jaar zijn er al vier, waarvan Moskva, Tsjerjemoesjki de eerste is. Dat moet nog een beetje vooruit maar meer dan vijf kunnen we ons financieel niet veroorloven. Volgend seizoen komt er een nieuwe Faust van Pascal Dusapin, Mazeppa van Tsjaikovski, een nieuwe Così fan tutte met William Christie en Adrian Noble, Die sieben Todsünden van Weill, en starten we met een nieuwe Offenbach-reeks."

Hoe profileert u Lyon tegenover de andere nationale Franse opera's? Tegenover Gerard Mortier in Parijs bijvoorbeeld?

"Ik denk dat we in de eerste plaats niet met dezelfde mensen zullen werken en niet dezelfde producties gaan doen. Wat we hier ontwikkelen, zou in vele opzichten elders niet mogelijk zijn. Het is gebaseerd op de specificiteit van het huis. Ik heb geen orkest van honderdvijftig man, ik heb geen enorm koor. Ik ga dus niet in één seizoen een Rosenkavalier, een Boris Godoenov en een Walküre plannen. Je kunt dat constant betreuren maar dat doe ik niet. Wij zijn niet de Bastille, wij zijn niet Bordeaux, Genève of Brussel. We zijn Lyon, we hebben een fantastische zaal (van architect Jean Nouvel, SM) en een aantal mogelijkheden die ik probeer te maximaliseren. Allereerst in de repertoirekeuze: Moskva, Tsjerjemoesjki is een werk dat hier thuishoort, Le Roi malgré lui van Chabrier, de Poesjkin-opera's van Tsjaikovski, Mozart... dat zijn werken die geen reusachtig orkest nodig hebben.

"Ten tweede ga ik niet in op de fix-and-fit-cultuur, waardoor dezelfde projecten overal te zien zijn. We zeggen allemaal dat we een stagione-systeem hebben, maar eigenlijk spelen we in een soort wereldwijd repertoiresysteem, net waar we tegen waren. Daarom vind ik het belangrijk om equipes te mobiliseren die ervaren dat een project hen toebehoort. Ik probeer dus een aantal bevoorrechte relaties te ontwikkelen met een aantal regisseurs en dirigenten. Hun relatie met de opera van Lyon is niet één avontuur, het is als een boek met verschillende hoofdstukken.

"Een derde element van identiteit is de repertoirekeuze. Er zijn ongeveer vijftigduizend opera's in het repertoire. Die zijn niet allemaal van dezelfde kwaliteit, maar er zijn er zeker genoeg goede. Nochtans zie je in alle belangrijke huizen van de wereld alles bij elkaar niet meer dan honderd titels. Dat komt omdat we het liefst de werken spelen die ons het nauwst aan het hart liggen, maar ook degene die we het best kennen. We willen ons niet al te kwetsbaar opstellen; met 'nieuw' repertoire steek je je nek uit. We denken vaak: we moeten één Mozart hebben, één Verdi, één Wagner... en plots is het seizoen al vol. Ik wil anders denken, meer thematisch. Dit jaar heb ik geprogrammeerd rond 'het individu'; volgend jaar is dat Je est un autre, het identiteitsprobleem. Daarna misschien Les chemins de l'amour of La nuit... Dat biedt kansen om een interessant, artistiek coherent voorstel te formuleren, om de medewerkers daarvoor te enthousiasmeren en om het te communiceren naar het publiek zonder al te didactisch te zijn.

"Het laatste element van de identiteit is de relatie van de opera tot de stad en de regio. Je kunt die aanwezigheid in de regio zien als een lastige verplichting uit het lastenboek, maar ook als een opportuniteit. Een van de volgende jaren doen we een festival van eenakters. We creëren die in drie steden: telkens twee in Valence, Saint-Étienne en Grenoble, met regisseurs die een binding hebben met die steden. Daarna komen die zes opera's in één festival in Lyon. Met andere woorden: niet 'Lyon komt naar jou' maar 'Jullie komen naar Lyon'. Je moet al die dingen als artistieke componenten benaderen, niet als verplichtingen."

Volgende maand wordt de vacature voor de Munt open verklaard. Heeft men u al gepolst?

"Nee, maar ik heb er natuurlijk wel weet van. Ik ben voor de komende jaren hier een aantal projecten aan het ontwikkelen en voor mij is de betrokkenheid daarbij heel belangrijk. Je moet een project wortels én vleugels geven. Dat vraagt een zekere standvastigheid en een zeker engagement. Het is ook aan de directeur om de eigenheid van het huis en van de projecten vorm te geven en te garanderen. Dat kan ik niet zomaar opzijschuiven. Ik heb hier mensen rond mij verzameld met wie ik heel graag verder wil samenwerken. De steun van de medewerkers, de artiesten en de overheid is er zeker en vast. Ik vind het hier bijzonder interessant. Dus: op dit moment stelt de Brusselse vraag zich nog niet, maar mocht ze zich stellen, moet ik dat allemaal in overweging nemen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234