Maandag 03/10/2022

Interview de jonge Belgische modeontwerper Bruno Pieters

'Soms moet ik mezelf verplichten niet te veel na te denken. Het is erg moeilijk om consequent te blijven''Hoeveel mensen dromen er niet van om hun dromen te realiseren? Mij hoor je dus niet klagen'

@9* eind blokje=

'Mijn kleren zijn meer dan stukken stof'

De fysieke gelijkenis tussen Bruno Pieters en de jonge Yves Saint Laurent is treffend. Maar ook op het gebied van vakmanschap heeft de jonge ontwerper iets met de oude meesters. Pieters debuteerde in 2001 in Parijs met een couturecollectie, in 2002 stapte hij over op prêt-à-porter. Een gesprek met een zelfverklaarde naïeveling met een voorliefde voor kwaliteit.

door Cathérine Ongenae

Het is een sombere dag, maar in het kantoor van Bruno Pieters, op de hoek van de Aalmoezenierstraat en de Nationalestraat in Antwerpen, is het knus. Van de bedrijvigheid in het aanpalende atelier is weinig te merken, de duisternis lijkt het geluid te dempen. Wij zitten aan het enige lichteilandje aan zijn bureau. De sfeer doet me denken aan die van zijn defilés in Parijs. Ook daar slaagt hij er elke keer opnieuw in om het opgejaagde modevolkje tot fluisteren te bewegen als ze de halfduistere zaal zaal betreden. Wind die door de boxen waait, of zeegeluiden, zachtrood licht, en dan de collecties die altijd iets elfachtigs hebben: een defilé van Pieters heeft bijna iets sacraals.

Het is pas nu dat ik me realiseer dat dit de rechtstreekse projectie is van de bezieling van deze jongeman. Om te praten met Bruno Pieters moet je je in een lagere versnelling begeven. Hij wikt en overweegt, praat zacht, maar wat hij zegt, getuigt van een sterk karakter. Zo kennen we de West-Vlamingen. Pieters, de jongste uit een gezin van drie, is afkomstig uit Brugge. Zijn ouders waren eigenaar van het bekende visverwerkingsbedrijf Pieters. Zeven jaar geleden werd het verkocht. "Omdat het ernaar uitzag dat er geen opvolging zou komen", glimlacht hij.

Brugge staat niet bepaald bekend als een avant-gardistisch modebastiljon. Hoe reageerden uw ouders toen u zei dat u mode wilde gaan studeren?

"Ik ging naar school op de kunsthumaniora, ik was dus toch al een 'verloren zaak'. Maar ze hebben me altijd gesteund. Waarschijnlijk hadden ze liever dat ik economie of zoiets zou gaan studeren, iets wat meer werkzekerheid geeft. Dat is normaal, elke ouder wil het beste voor zijn kind. Of ik nu mode ging doen of ik ging schilderen, dat maakte het verschil niet meer. Toen ik in het derde en vierde jaar van de Academie persaandacht kreeg, en ik na mijn studies aan de slag ging bij Martin Margiela en Christian Lacroix, gingen ze er ook echt in geloven. En nu zijn ze erg trots."

Was u als tiener al bezig met mode?

"Eigenlijk hield ik meer van schilderen. Maar tijdens het laatste jaar van de middelbare school begon het driedimensionale me te fascineren, en mode hoorde daarbij. Het vakmanschap van grote namen als Yves Saint Laurent en Christian Lacroix, daar had ik al langer bewondering voor. Als kind kon ik uren naar foto's van hun werk kijken."

Als kind al?

"Ja ja, ik snuffelde graag in de tijdschriften van mijn moeder. Ik heb nooit collecties getekend, of zo, of kleren gemaakt voor poppen. Integendeel, ik heb lang getwijfeld tussen schilderen, beeldhouwen en mode. Uiteindelijk is het mode geworden, omdat daar erg veel disciplines in samenkomen. Fotografie, in 3-D werken op buste, en tekenen, iets wat ik altijd al graag heb gedaan.

"Toen ik op de Academie van Antwerpen aankwam, wist ik niets over Belgische mode. Toen men me op het ingangsexamen vroeg wie mijn favoriete ontwerpers waren, antwoordde ik Saint-Laurent en Galliano. Behalve Walter Van Beirendock kende ik niemand."

Een van uw sterkste eigenschappen is het vakmanschap dat u in uw collecties legt.

"In het begin van mijn studies was dat nochtans niet zo. Op een kunstschool leer je geen patronen tekenen of naaien. Tot we in het derde jaar een cursus kregen over drappage, van de intussen overleden Jeroen Pessers, die onder meer bij Givenchy en voor veel couturehuizen had gewerkt. Hij heeft me de technieken van de haute couture geleerd. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Zodra je dat onder de knie hebt, kun je als ontwerper alle kanten uit."

Wat u meteen na uw studies ook hebt gedaan. U deed ervaring op in Madrid en Parijs.

"Mijn eerste job was bij het Spaanse merk Antonio Pernas. Tot Jenny Meirens, de toenmalige zakenpartner van Martin Margiela, me belde met de vraag of ik voor Maison Martin Margiela en New York Industry wilde werken. Dat heb ik enkele maanden gedaan, maar ik wilde meer dan een freelance job. Mijn eerste vaste baan was bij de Antwerps-Nederlandse couturier Joseph Thimister, later ging ik voor de haute-couturelijn van Christian Lacroix aan de slag."

Sinds 2001 werkt u enkel nog aan uw eigen collecties. Was de drang om uw eigen ding te doen zo onweerstaanbaar?

"Ik ben er eigenlijk op een heel naïeve manier aan begonnen. Ik had het gevoel dat ik op modegebied iets moest vertellen. Maar ik ben wel klein begonnen. Meteen met prêt-à-porter beginnen was te hoog gegrepen, couture leek me beter. Dat was een goede introductie, en een interessant leerproces. Een jaar later heb ik de prêt-à-porterlijn opgestart. Helemaal anders, maar uiteindelijk wel boeiender dan couture. Bij couture is er vooral de show. Enkele vrienden en een paar musea kopen wat stuks maar daar blijft het bij. Je hebt niet het genot van iemand op straat te zien die je kleren draagt. Persoonlijk en professioneel haal ik meer bevrediging uit de commerciële collectie."

U zegt dat u iets wilde vertellen met uw werk. Zoals?

"Mijn eerste twee collecties, de couture dus, waren studies, op het mantelpakje en op de blouse. Ik heb daar twee jaar aan gewerkt, dus wilde ik het resultaat uiteraard laten zien. Ik werkte toen zonder thema's, puur op de vorm en de snit van de kleren. Intussen ben ik geëvolueerd, en zoek ik een referentiekader. Dat kan een film zijn, of een schilderij. Voor de huidige zomercollectie heb ik me bijvoorbeeld laten inspireren door de film Zabriskie Point, van Michelangelo Antonioni. Vorige winter was het Jonathan Livingstone Seagul. Je vindt de sfeer van die films bijvoorbeeld terug in de kleuren die ik gebruik."

Is die aantrekkingskracht visueel of emotioneel?

"Puur visueel. Hoewel mijn collecties ook erg romantisch zijn. Ik heb me ooit gebaseerd op de eenhoorn. Het unieke, de eeuwige jeugd... Tijdens mijn shows vind ik het ook belangrijk om mijn publiek onder te dompelen in die sfeer. Ik projecteer stukjes film, hou de lichten gedempt. Zodat het verhaal achter mijn collectie beter tot zijn recht komt. Dat is belangrijk, noodzakelijk zelfs. Mijn kleren zijn meer zijn dan stukken stof."

Denkt u wel eens na over het democratische, of ondemocratische, van mode?

"Ik denk dat Belgische mode toegankelijk is, dat veel mensen het zich kunnen permitteren. Maar niet iedereen is geïnteresseerd in mode. En niet iedereen is geïnteresseerd in kwaliteit. Er is een grote groep die vooral veel wil. Ik vind dat er niets mis is met luxekledij, het is een economisch verantwoorde sector. Al mijn kleren worden in België gemaakt, wat veel werkgelegenheid creëert. Bovendien doen de mensen die mijn kleren maken dat erg graag. Ze genieten er ook van als ze mijn stukken in een winkel of een magazine zien. Ze zijn echt trots. Dat vind ik positief. Dus zo ondemocratisch is het niet."

Uw collecties worden nu nog in kleine oplage geproduceerd. Droomt u ervan een wereldwijd bekend merk te worden?

"Het is uiteraard de bedoeling dat we blijven groeien, maar om echt massaal te gaan produceren... Dan verlies je per definitie een stukje kwaliteit, en dat interesseert me niet. Anderzijds heb ik niets tegen grote confectiehuizen. Wat Lagerfeld voor H&M heeft gedaan, bijvoorbeeld, vind ik wel mooi. Maar ik heb het ook moeilijk met het feit dat je niet weet waar die kleren zijn gemaakt, en wie ze heeft gemaakt. Er zijn zoveel zaken waar je ons vak bij stil kunt staan. Soms moet ik mezelf verplichten niet te veel na te denken. Het is erg moeilijk om consequent te blijven. Tijdens de jaren negentig was men daar meer mee bezig. Vandaag vinden veel mensen dat er ergere problemen zijn dan kleren van slechte kwaliteit die in onduidelijk omstandigheden zijn gemaakt in lage loonlanden."

Er zijn ook zoveel ontwerpers en merken. Voor een jonge ontwerper moet het niet gemakkelijk zijn om mensen te overtuigen.

"Toch ervaar ik dat niet als negatief. Het klopt dat het moeilijk is voor jonge mensen, en dat het vroeger gemakkelijker was om een label op te starten. Maar ik heb de indruk dat het positief evolueert. Ik ben al heel blij dat ik zoveel goede respons krijg, en dat ik kan doen wat ik graag doe. Dat ik de kans krijg om mezelf op mijn manier uit te drukken. Hoeveel mensen dromen er niet van om hun dromen te realiseren? Mij hoor je dus niet klagen."

Hoe begint u daar als jonge snaak aan?

"In het begin was het erg moeilijk, dat geef ik toe. Ik heb ook altijd geprobeerd om mijn familie er zo weinig mogelijk in te betrekken, omdat ik wilde bewijzen dat ik het ook alleen kan maken. Mijn ouders hebben hun leven opgebouwd, ik wil hetzelfde doen met het mijne. Het is wel hard werken. Met drie mensen doen we hier dezelfde hoeveelheid werk als een ander huis met vijftien mensen doet."

U werkt ook samen met uw zus Frederique.

"Zij is verantwoordelijk voor het commerciële gedeelte. Ik had dringend iemand nodig om me uit de nood te helpen, en zij is ingesprongen. Ze is gebleven, en ik ben haar daar erg dankbaar voor."

Draagt u moeder uw kleren?

"Soms. Als ze iets in haar stijl vindt. Wat niet altijd het geval is, maar ik denk dat ze het meeste wel mooi vindt."

Bestaat er iets als de Bruno Pieters-vrouw?

"Ik heb een heel gevarieerde cliëntèle. Ik heb al allerlei soorten vrouwen gezien in mijn kleren. Ik kan er geen type uitpikken. Ik denk dat de Bruno Pieters-vrouw weet wat ze mooi en interessant vindt. Ze trekt zich weinig aan van wat er in de glossy magazines wordt aangeprezen, en ze let ook niet op advertenties."

De concurrentie van de grote luxelabels moet toch groot zijn.

"Dat is ook zo, maar er zijn gelukkig nog altijd vrouwen die voor iets persoonlijks kiezen. Die iets anders willen dan de anderen, iets waar niet heel België mee rondloopt."

Wat is uw grootste eigenschap?

"Mijn naïviteit."

Is dat een goede eigenschap voor een ontwerper?

"Ik leer zoals een kind dat doet, met vallen en opstaan. Sommige mensen beginnen aan iets met een duidelijk omlijnd plan, erg berekend. Ik ben veeleer impulsief. Ik ga er gewoon voor, volg mijn gevoel. Soms kom ik wel eens stoten tegen, maar uiteindelijk komt alles altijd op zijn pootjes terecht. En ik heb ook het gevoel dat mensen die spontaniteit appreciëren. Ik werk ook gemakkelijk samen met mensen. Voor Delvaux werk ik samen met Laetitia Crahay, en dat gaat goed. Ik heb geen groot ego, ik heb er geen probleem mee om een project te delen."

Hoe wapent u zich tegen de hardheid die toch wel eigen is aan de modewereld?

"Ik omring me enkel met mensen die ik vertrouw. Ik vermijd negativiteit."

Uw twee recentste collecties zijn geïnspireerd op film. Zou u zelf ook films willen maken?

"Ik doe dat wel graag. Ik heb al een documentaire gemaakt over hoe een collectie tot stand komt. Ook fotografie boeit me. Ik maak zelf foto's voor tijdschriften, zoals voor Vogue Nippon, bijvoorbeeld. Mijn interesses reiken verder dan alleen maar ontwerpen. Al heb ik weinig tijd voor andere zaken. Lezen doe ik amper. Behalve in kunstboeken, waar ik veel inspiratie uit haal. 's Avonds, als ik thuis ben, draai ik graag de knop om en kijk ik zoals iedereen naar een dom televisieprogramma. Anderzijds besef ik dat ik te weinig buiten kom. Onlangs ben ik nog eens naar een dansvoorstelling van Rosas gaan kijken, en toen pas realiseerde ik me hoeveel interessante zaken ik de laatste jaren gemist heb. Ik ben te veel gefocust op mijn kleine wereld. Ik heb me voorgenomen om in de toekomst ook wat meer van kunst en het werk van anderen te gaan genieten." n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234