Donderdag 13/05/2021

Internetporno is een krachtige, gevaarlijkeverslaving

'Jongeren op de drempel van hun adolescentie moet 'pornoverstand' bijgebracht worden'

Johann Hari

ziet hoe internetporno het tienerbestaan ingrijpend verandert

Ik behoor tot de laatste generatie van westerse tieners die alle moeite van de wereld hadden om aan porno te raken. Ik herinner me nog de wanhopige testosterongolf die de speelplaats overspoelde toen ik elf was en het gerucht ging dat een van mijn kameraadjes een pornoblaadje van zijn vader bemachtigd had. Penthouse ging van hand tot hand als een breekbare Mingvaas, de pagina's werden bestudeerd met de ernst van geleerden die zich in de Talmoed verdiepen.

Het zou jaren duren voor ik nog een seksblaadje te pakken kreeg. Tegenwoordig moeten jongens van elf hard hun best doen om porno te ontlopen. De lichaamssappen sijpelen je inbox binnen zodra je een e-mailaccount opent, elke denkbare (en somtijds ondenkbare) sekshandeling is slechts een google verwijderd. Vorig weekend bleek uit een enquête in The Independent on Sunday dat de helft van alle kinderen al op pornosites is geweest.

Wat leren we uit de vaststelling dat de meeste elfjarigen close-ups van genitaliën en penetraties kunnen bestuderen in hun slaapkamer? Als ik die generatie van gasten een beetje jonger dan mezelf bekijk, dan merk ik toch een paar positieve effecten. De tieners en jonge twintigers van nu zijn in seksueel opzicht waarschijnlijk de mondigste uit de Europese geschiedenis. Velen gebruiken het internet als een digitale Kama Soetra en surfen vrolijk naar nieuwe vormen van seksuele expressie.

Ik vind het niet afkeurenswaardig dat opgroeiende tieners nieuwe manieren ontdekken om een van de belangrijkste genotsterreinen van het menselijke leven te ervaren zonder de steriele hulpmiddelen van vroeger. Ik zie het als iets waar we blij om moeten zijn. Anderzijds kan ik me echt niet aansluiten bij pornolibertijnen als Gore Vidal of propornofeministen als Camille Paglia, die de opkomst van de digitale porno vieren als een glorieuze dionysische orgie na twee millennia van onnatuurlijke christelijke repressie.

Ik vind die argumentatie intellectueel verleidelijk, maar dan bedenk ik me dat dezelfde lui ook mensen als Larry Flynt verheerlijken, de uitgever van Hustler. Hij was de man die verkoos verslag uit te brengen van een echte groepsverkrachting in Baton Rouge, in de vorm van een foto op twee pagina's van een vrouw die was vastgebonden op een biljarttafel. Het opschrift luidde: 'Welkom in Baton Rouge, Amerikaanse hoofdstad van de groepsverkrachtingen!'.

Voor elk positief effect van porno zijn er ook kerels als Larry Flynt en een massa slachtoffers. Een vriend van me omschrijft zichzelf als een 'chronisch pornoverslaafde' en klaagt er voortdurend over dat zijn (erg mooie) vriendin nooit de tien miljoen oneindig gewillige fantasievrouwen die zijn laptop bevolken kan benaderen. Ik ken tienerjongens die leven met de volstrekt onrealistische verwachting dat vrouwen 'er altijd zin in hebben' en zin hebben in alles. En het ergste: ik ken meisjes die hun uiterste best doen om aan die absurde verwachtingen tegemoet te komen. Meisjes die zich de pornografienormen eigen hebben gemaakt en zich proberen wijs te maken dat ze plezier beleven aan de eindeloze verzoeken van hun vriendjes om anale seks, seksspeeltjes en 'uitwisselingen' met hun maten.

Er bestaan uiteraard vrouwen die er oprecht van genieten en zij moeten beschermd worden tegen de geheven vingertjes van de puriteinen. Maar als ik rond me kijk, zie ik een pak meer vrouwen die zich wanhopig proberen om te bouwen tot door het internet geschapen babes.

En de schade kan nog groter zijn. Jennings Bryant, een Amerikaans psycholoog, wilde uitzoeken wat er gebeurt met mannen die worden blootgesteld aan enorme hoeveelheden porno. Zijn testpersonen hadden al snel genoeg van softporno en gingen op zoek naar meer en meer extreme vormen. Mannen die eerst zeiden dat ze porno met geweld of verkrachtingsfantasieën onaanvaardbaar vonden, gingen het al snel geestdriftig consumeren.

De Canadese psychologen James Check en Ted Guloien stelden mannen bloot aan grote hoeveelheden verkrachtingsfantasieporno. Ze merkten dat ze naarmate ze meer porno toegediend kregen in toenemende mate akkoord konden gaan met uitspraken zoals 'verkrachting is zo erg nog niet', 'vrouwen klagen te hard over verkrachting' en 'sommige vrouwen vinden het leuk verkracht te worden'. Wordt een van de kenmerken van dit nieuwe tijdperk, behalve de deugddoende toename van de seksuele openheid, dan ook een golf van seksuele aanrandingen?

De christelijke puriteinen van weleer, die de 'viezigheid' van porno verafschuwden, waren duidelijk fout. Maar de feministische puriteinen van weleer, die porno verafschuwden vanwege de misogynie, hadden wel een punt. Het feit dat volgens een recent onderzoek 30 procent van de vrouwen tegenwoordig wel eens internetporno bekijkt, lijkt die stelling te ondergraven, tot je de cijfers gaat bestuderen en merkt dat vrouwen liever wat vuile praat verkopen in chatrooms dan te geilen op mannen die vernederd worden.

Maar wat kunnen we eraan doen? Zelfs als we besluiten dat de negatieve effecten van ons nieuwe pornutopia de positieve ruimschoots overstijgen - en daarover durf ik me oprecht niet uit te spreken -, kunnen we het niet stoppen. Het internet is oncensureerbaar. De politie kan beelden van kinderen die verkracht worden zelfs niet uit zoekrobots verwijderen, ook al vindt iedereen dat ze dat moet doen.

Toch betekent dat niet dat we het dan maar moeten negeren. Het betekent wel dat we kinderen al van jonge leeftijd moeten leren hoe ze met porno moeten omgaan. Jongeren op de drempel van hun adolescentie moet 'pornoverstand' bijgebracht worden. Iedereen heeft als kind geleerd op zijn hoede te zijn voor reclame. Helaas weten jongeren niet dat ze ook sceptisch moeten zijn tegenover wat porno impliceert.

Ooit kreeg ik van een zeventienjarige te horen: "Mijn eerste ervaringen met vrouwen in een sekscontext was toen ik ze op websites leerde kennen. Ik was een jaar of elf, twaalf toen ik de websites begon te bezoeken en ik heb daar verschrikkelijke fouten door begaan. Als ik meisjes benaderde, verwachtte ik dat ze helemaal mee waren met de dingen die ik gezien had."

De seksuele opvoeding die hij had gehad, was "net iets uit een andere eeuw. Toen ik veertien was, leerde ik in de klas wat een vulva was. Op die leeftijd had ik dat al jaren heel gedetailleerd bestudeerd op mijn computerscherm, net zoals alle andere jongens in het lokaal." Hij wist hoe een vagina eruitziet. Wat hij niet wist, is dat er een gigantische emotionele kloof gaapt tussen porno en de werkelijkheid.

De volgende keer dat er nog eens een rel ontstaat naar aanleiding van seksuele opvoeding voor jonge tieners, weet dan dat het snel een stuk erger kan zijn. De enige vraag die telt, is: wil je dat je kinderen zich onderdompelen in de wereld van de internetporno in de naïeve veronderstelling dat alles wat ze zien normaal is? Of wil je dat ze terdege voorbereid zijn op die krachtige, levensgevaarlijke drug?

© The Independent

> Johann Hari is auteur en columnist voor The Independent.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234