Woensdag 07/12/2022

Internationale conferentie buigt zich over teruggave joodse kunstwerken

Eén jaar na de internationale conferentie over het nazi-goud in Londen zijn 44 landen en 13 ngo's in Washington bijeen om zich te buigen over de door de nazi's gestolen kunstwerken en andere goederen. De Verenigde Staten, die de conferentie bijeengeroepen hebben, willen de kwestie geregeld zien tegen 2000. Dan moet de volledige historische waarheid rond de holocaust gekend zijn.

Brussel.

Eigen Berichtgeving

'Het wordt een erg complexe conferentie', aldus de Amerikaanse adjunct-staatssecretaris Stuart Eizenstat in de Franse krant Libération, "omdat ze over erg gevoelige problemen handelt." Volgens Eizenstat is het de bedoeling "een consensus te bereiken over de manier waarop de kwestie definitief kan worden geregeld".

In tegenstelling tot de conferentie vorig jaar in Londen ligt de nadruk deze keer niet op het door Hitler in - Zwitserse - banken gedeponeerde goud van de joden, maar op de gestolen kunstwerken, het joodse vastgoed in Centraal- en Oost-Europa en de levensverzekeringen die talloze slachtoffers hadden afgesloten. Een laatste doelstelling is van filosofisch-historische aard: volgens directeur Wesley Fischer van het Holocaust Memorial-museum in Washington is de geschiedkundige herinnering "even belangrijk als financiële compensatie. De betrokken volkeren moeten hun eigen geschiedenis kennen, en die van de joden tussen 1933 en 1945."

Juist dat niet-materiële aspect dreigt binnen de joodse organisaties voor onenigheid te zorgen. Zo vindt het Crif, de organisatie die de joodse instellingen in Frankrijk verenigt, een financiële tegemoetkoming, voor zover die al mogelijk is, niet echt een oplossing. Wat blijft er immers over eenmaal alle materiële schade vergoed is, vraagt de organisatie zich af. Kunnen de pakweg tweeduizend schilderijen uit joods bezit in de Franse musea daar niet beter blijven en een herinneringsrol vervullen?

Het is een probleem waar het radicalere Joods Wereldcongres (JWC) zich niet mee bezighoudt. Het JWC, daarin gesteund door het Amerikaanse Congres, staat een 'monetaire' oplossing voor en wil dat alle musea die kunstwerken uit joods bezit in hun collectie hebben, die kunst veilen en het geld ervan aan joodse instellingen overmaken. Maar, geven vertegenwoordigers van de met de JWC verbonden commissie voor de Restitutie van Kunstwerken toe, "in tegenstelling tot verzekeringsdocumenten of bankpapieren zijn de kunstwerken over de hele wereld verspreid en bevinden ze zich meestal in handen van eigenaars die niet eens weten dat ze joods bezit zijn".

Eizenstat, de organisator van de conferentie, hoopt dat "musea, galerieën en privé-personen eindelijk zullen beseffen dat de herkomst van een kunstwerk minstens even belangrijk is als de authenticiteit ervan".

De problematiek rond de geroofde joodse eigendommen is bijzonder actueel. Niet alleen dringt de tijd omdat er steeds minder rechtstreekse rechthebbenden overblijven, ook krijgen steeds meer, vooral Zwitserse, bankinstellingen met rechtszaken te maken. De straffen waarmee meerdere Amerikaanse staten deze zomer dreigden, hebben de Zwitserse banken er ook toe gedwongen open kaart te spelen en alles samen 1,25 miljard dollar op de rekening van holocaustslachtoffers of hun nabestaanden te storten - iets waar Belgische banken en verzekeringsinstellingen nog niet aan toe zijn.

"In België is de hele zaak een beetje trager op gang gekomen. Gebrek aan middelen, zeker, maar gebrek aan bewustzijn ook." David Süsskind, covoorzitter van de Belgische afdeling van de Internationale Restitutiecommissie, vraagt zich af waarop de Belgische instellingen wachten. "Ze hebben al vijftig jaar de tijd gehad om iets te doen. Maar goed, de joden hier hebben tot nu toe ook minder druk uitgeoefend dan in sommige andere landen."

Toch komt er volgens Süsskind ook in ons land schot in de zaak. "Vanaf 1 januari krijgt de door de Belgische regering ingestelde onderzoekscommissie voor de teruggave van joodse goederen meer middelen voor research."

De vraag wat er in België met de kunstwerken precies is gebeurd en over hoeveel werken het gaat, blijft vooralsnog onbeantwoord. Volgens Rudy Van Doorselaer, die als vorser aan de Belgische onderzoekscommissie is verbonden, zijn de kunstwerken sowieso maar een klein onderdeel van het geheel. "De essentiële vraag blijft wie wat gedaan heeft en wat er met de joodse goederen is gebeurd. Wij doen de Belgische regering een instrument aan de hand waarmee zij kan optreden, daar waar onrechtvaardigheden hebben plaatsgevonden." (LD)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234