Vrijdag 19/07/2019

Interieurs die klinken als jazz

Op de jongste International Contemporary Furniture Fair in New York werd het Belgische ontwerpersduo Bataille & ibens bekroond voor een een bank die ze al in 1986, vijftien jaar geleden dus, ontworpen hadden. Het beste bewijs dat ze op hun tijd vooruitliepen.

Brussel / Van onze medewerkster

Chris Meplon

Zo'n halfjaar geleden werkte een gloednieuw Belgisch bedrijfje zich in Milaan in de kijker door in première een collectie van vijf kleine objecten voor te stellen. Geen wonder, want ze waren ontworpen door niemand minder dan John Pawson. Intussen pakten dezelfde initiatiefnemers van WOW (When Objects Work) in eigen land uit met een tweede reeks objecten. Ditmaal werk van het Belgische ontwerpersduo Claire Bataille en Paul ibens.

Nu zelfs de Britse architect John Pawson, 'de paus van het minimalisme', zich verwaardigt om fruitschalen, vazen, kandelaars, ja zelfs fotolijsten voor familiekiekjes te ontwerpen, lijkt de oorlog tegen het kleine decoratieve object in het interieur definitief te zijn uitgewoed. Gedaan dus met de hooghartige praatjes over die overbodige prullen waar alleen sentimentele huismoeders aan gehecht zouden zijn. Maar hopelijk is het nu omgekeerd ook maar eens gedaan met de karikaturale beschuldigingen van onmenselijke strengheid en ascetisme aan het adres van Pawson en tal van anderen die gemakshalve over dezelfde kam worden geschoren.

Ook Claire Bataille en Paul ibens staan bekend als aanhangers van soberheid. In die zin vormen ook zij makkelijke doelwitten voor wie graag veralgemeningen rondstrooit over de zogenaamd bloedeloze minimalisten. Ze hebben in ieder geval nooit de behoefte gevoeld om kleine functionele objecten als te min af te doen. Vanaf het begin hebben ze er evenveel aandacht aan besteed als aan grote ruimtelijke gehelen. Kwalitatief dan, want kwantitatief bedraagt het kleine werk amper 10 procent van hun activiteiten.

"We hebben nooit een onderscheid willen maken tussen grote en kleine projecten. Voor ons is dat dezelfde inspanning. Onze benadering is dezelfde", zegt Claire Bataille. Het verwerpen van traditionele scheidslijnen, of die nu tussen groot of klein of tussen buiten of binnen zijn, is typerend voor Bataille en ibens. Ze hebben zich nooit in een artificieel keurslijf laten dwingen. Het is in dat opzicht veelzeggend dat ze in 1968, toen ze samen hun studiebureau oprichtten, de naam Claire Bataille & Paul ibens Design kozen en bijvoorbeeld niet het ogenschijnlijk meer voor de hand liggende Bataille & ibens Interieurontwerp.

Beiden waren in 1962 afgestudeerd als interieurontwerpers aan de Antwerpse Academie. Volgens de toen heersende opvattingen en officiële nomenclatuur in België stond de interieurontwerper een trapje lager dan de architect. Hij was iemand die er pas in tweede instantie werd bijgehaald om de architectuur op te smukken met pronkmeubelen en bekledingen. Bataille & ibens waren hun tijd vooruit. Ze waren veel te sterk geïnteresseerd in architecturale aspecten zoals ruimtelijkheid, verhoudingen, licht en perspectief om zich met die traditionele rol van 'decorateur' te willen vereenzelvigen. Hun aanpak was veel vooruitstrevender dan die van hun meeste generatiegenoten.

Decennia later doet hun werk trouwens nog altijd zeer eigentijds en actueel aan. Hun studiebureau legde zich de afgelopen dertig jaar vooral toe op de interieurarchitectuur van privé-woningen, mode- en andere winkels, kantoren en showrooms. Ze tekenden ook voor een aantal opvallende nieuwbouwprojecten in samenwerking met andere architecten. In 1978 ontwierpen ze een veelbesproken houten prefabconstructiesysteem, '78+', een overtuigend bewijs dat hun interesse veel verder reikte dan interieurinrichting in de enge betekenis. Een aantal van hun meubels en verlichtingsobjecten die voor specifieke opdrachten tot stand kwamen werd later door Belgische bedrijven als Durlet en Light in productie genomen. Een recent voorbeeld is een houten bank uit het midden van de jaren tachtig. Het jonge Antwerpse bedrijfje Appart, dat in korte tijd een collectie meubels van bekende Belgische architecten samenbracht, nam de productie en distributie van de bank op zich. Er kwam een bijkomend ontwerp van een bijpassende tafel en onlangs werden de bank en tafel uitgebreid met nieuwe afmetingen en afwerkingen.

In de jaren negentig ontwierpen Bataille en ibens in samenwerking met Val-Saint-Lambert een reeks kristallen wijnglazen met de naam Palladio. Met Wiskemann ontwierpen ze het zilveren bestek Ag+. Die glazen en het bestek zijn de nieuwste aanwinsten in de WOW-collectie.

U bent bijna veertig jaar afgestudeerd. Wat is hetzelfde gebleven? Wat is veranderd?

Paul ibens: "Mijn leermeesters, Jules De Roover, Bob Van Tenten, waren Bauhaus-specialisten. Ze hebben mij geleerd dat je met binnenhuisarchitectuur ruimte kan scheppen, ook al zijn de basisstructuren slecht. Dat doe ik nog elke dag: die ruimte scheppen. Sommige dingen zijn veranderd. In de loop van de jaren is de discrepantie tussen interieurarchitecten en designers bijvoorbeeld sterk gegroeid. Designers leren in hun opleiding om tot industriële oplossingen te komen. Ze vertrekken daarbij van techniek en machines. Ze komen vaak sneller tot resultaten. Wij komen er ook, maar leggen heel andere accenten. Wij vertrekken veeleer van een nood. Ik voel me persoonlijk niet gelukkig als ik niet vanuit een constructief gegeven kan vertrekken. Toch blijkt dat wij al zo lang bezig zijn met het analyseren van technieken dat we automatisch ook tot de goede vorm komen. Als we bijvoorbeeld een bepaald profiel voorstellen door logisch denken en afleiden, laten we dat achteraf berekenen. Meestal geven de ingenieurs toe: 'Oké, het kan met dit profiel en die dikte.' Zij doen het met de computer, wij komen er via ervaring, intuïtie, overleg en tekenen met het potlood."

Vindt u het even interessant om objecten te ontwerpen als interieurs? Ze vormen toch maar een heel klein percentage van uw activiteiten?

Paul ibens: "Aan objecten werk je vaak veel langer, omdat ze geschikt moeten zijn voor serieproductie. Wij zoeken vaak naar eenvoudige vormoplossingen, schuwen allerhande modieuze details. De oplossingen die we voorstellen zijn niet altijd makkelijk te realiseren. Daarom blijft het aantal objecten klein."

Claire Bataille: "Op het zilverwerk hebben we bijvoorbeeld lang gezwoegd. Bij die kleine, dunne koffielepeltjes komt het op een kwartje van een millimeter aan. Dat zijn we niet gewoon."

Wat was nu bijvoorbeeld uw concrete uitgangspunt bij die lepeltjes?

Claire Bataille: "We vertrekken altijd van ergonomische eisen. Als je naar het bestek kijkt, zie je onmiddellijk de curve die goed in de hand ligt. Bij de glazen is die aandacht voor hoe je ze vastneemt nog duidelijker" (in de relatief brede voet van het glas is een kleine ronde uitsparing voorzien waar je vinger precies in past, wat de greep vergemakkelijkt).

Is de vraag naar modieuze objecten en interieurs niet veel groter geworden?

Paul ibens: "De interieurs die we uittekenen willen we duurzaam. We ontwerpen voor mensen die er moeten in leven en zelfs al doen we in grote mate onze eigen zin, vanuit een soort eigen geweten letten we erop dat de klant zich thuis zal voelen in het interieur. De laatste jaren stellen we wel vast dat mensen veel meer gaan bouwen en inrichten in functie van hun job, relaties, vrienden of kunstcollectie. Echt leven in de woonruimte lijkt van minder groot belang. De notie duurzaamheid roept bij hen vooral veiligheid op, niet leefkwaliteit."

Zouden sommige van uw inrichtingen er helemaal anders uitzien als u carte blanche had gekregen?

Claire Bataille: "Absolute carte blanche bestaat naar mijn gevoel niet. De persoonlijkheid van de opdrachtgever stuurt altijd voor een stuk. Maar onze benadering blijft in essentie altijd dezelfde. Eenvoudig en hedendaags. Afhankelijk van de specifieke wensen van de opdrachtgever ligt de nadruk meer of minder op comfort."

Wat is voor uzelf de essentie van wonen?

Claire Bataille: "Een keuken en een groot bed! Eten en slapen. De rest volgt. Daarna kun je beginnen dromen. Dan komt er plaats voor poëzie, boeken, luxe..."

Veel mensen verdenken minimalistische architecten ervan dat ze licht, leegte en ruimte belangrijker vinden dan eten en slapen.

Claire Bataille: "Het enige minimalisme dat ik interessant vind, is dat van iemand zoals Donald Judd in de jaren zestig. Iets doen met zeer weinig middelen. Dat spreekt me aan. Nu denkt iedereen dat alles met een eenvoudige look minimalistisch is. Maar als er achter uiterlijke eenvoud overal technologisch vernuft verborgen zit, is dat helemaal geen minimalisme. Donald Judd greep niet naar ingewikkelde technologieën. Bij een project in de VS liet hij bijvoorbeeld alles door plaatselijke cowboys in elkaar timmeren. Maar dan wel op een doordachte manier, en met aandacht voor eenvoudige details."

Is Donald Judd uw grootste inspiratie geweest?

Claire Bataille: "Er zijn er ontelbaar meer. Romaanse architectuur bijvoorbeeld. Ik zou ook Tadao Ando kunnen noemen. Het gaat hem niet zozeer om één figuur, maar om een tijdgeest die ons inspireerde. Ook kunst heeft ons altijd sterk beïnvloed. Ooit heb ik sterk getwijfeld of ik kunst zou gaan studeren."

Als u vandaag terugkijkt naar uw ontwerpen van bijna veertig jaar geleden, uw buffetkast uit 1963 voor Spectrum bijvoorbeeld, staat u dan nog altijd achter uw ontwerp van toen? Zou u het nog op dezelfde manier doen?

Claire Bataille: "Ja, dat denk ik wel. Als ik een kast moest ontwerpen, zou ik dat nog op precies dezelfde manier doen. Alleen ben ik vandaag niet meer overtuigd van de functionaliteit van zo'n commode. Ik zou ze dus ook niet meer ontwerpen. In een woning heb je bergruimte nodig, maar daarom niet in de vorm van een meubel. Ik ben absoluut niet geïnteresseerd in het meubel als pronkstuk. Je hebt in een woning maar heel weinig meubels nodig. Je kunt al zo veel doen met gewoon een bank."

Hoe was u reactie toen u op de laatste International Contemporary Furniture Fair in New York een prijs kreeg voor een bank die u notabene al in 1986, dus vijftien jaar geleden, ontworpen had?

Claire Bataille: "Het kwam echt als een schok, maar ik was er dolgelukkig mee. Het is zo'n doodsimpele bank, speciaal ontworpen destijds voor de woning Vandendriessche, die wat kloosterachtig was. Ik had nooit gedacht dat iemand die ooit nog zou willen kopen. De prijs was een totale verrassing. Maar ik was vooral ook blij voor Peter Galliaert van Appart, die de moed had om die bank in productie te nemen."

De bank bestaat nu ook in een knalrode, gelakte versie. Degenen die beweren dat u niet van kleuren houdt, zullen verrast opkijken.

Paul ibens: "We houden wel van kleuren, maar we passen die zeer weinig toe in woningen. Veel meer in kantoorgebouwen omdat je daar meer ruimte hebt. In kleine ruimten zijn kleuren veel moeilijker toe te passen. Het wordt al snel een aanslag waar je je niet goed van voelt. Vandaar dat we in woningen meestal de voorkeur geven aan wit."

Ik geloof niet dat u ooit iets ontworpen hebt in kunststof. Is plastic taboe?

Claire Bataille: "Neen, het kon gewoon niet in België. Daar hebben we nooit de industrie voor gehad. Geen enkele Belgische industrieel zou het ooit in z'n hoofd hebben gehaald om een interieurarchitect te vragen om iets te ontwerpen. Alles waar je heel dure matrijzen voor nodig hebt, hebben wij nooit kunnen maken. We zijn altijd ambachtelijk blijven werken."

Wat is voor u nu de omschrijving die uw werk op de best mogelijke manier typeert?

Claire Bataille: "Jazzy. Ik heb altijd interieurs willen ontwerpen waarin jazzmuziek goed zou klinken. Dat is de sfeer die ik er altijd heb willen insteken: ruimte, licht, ritme, perspectief, dromen, improvisatie: pure jazz!"

'Ik ben absoluut niet geïnteresseerd in het meubel als pronkstuk'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden