Dinsdag 21/09/2021

InterviewSerge Simonart

‘Intelligente mensen moeten meer kinderen maken, als tegengewicht voor de domkoppen die zich als gekken voortplanten’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Het zou zomaar kunnen dat Het leven en hoe het te leiden het boek is waar u op zit te wachten – tenminste als u bereid bent Humo-journalist en schrijver Serge Simonart (60) als de gids in uw leven te omarmen. Vijf kilo inzichten en observaties noteerde hij gedurende 42 jaar op kaartjes, om die nu samen te vatten in vierhonderd bladzijden vol wijsheden.

Het leven en hoe het te leiden leest als een trein, en Serge Simonart, zelf niet geschikt voor een job als diplomaat, toont tussen de lijnen door ook hoe hij de tering naar de nering zette en ondanks zichzelf een heel gelukkig leven leidde.

Serge Simonart: “Ik heb van kinds af aan gedacht dat ik jong zou sterven. Mannen sterven sowieso al jonger dan vrouwen en hoe groter je bent, hoe sneller je doodgaat. Er is geen man van 1,98 meter, zoals ik, die 100 jaar wordt. Toen ik op redelijk late leeftijd een kind kreeg – ik ben er veel te laat aan begonnen – dacht ik meteen: ik moet al mijn goede raad bundelen voor die jongen, voor het geval dat ik er straks niet meer ben.

“Ik noteer al jarenlang elk inzicht over het leven, ons bestaan, relaties en ons functioneren in de maatschappij op kaartjes. De eerste notitie dateert van 1979. Eerst gebruikte ik die voor videoboodschappen die ik voor mijn zoon ben beginnen in te spreken: ‘Je vader is er niet meer, maar misschien heb je iets aan deze woorden...’ Maar gaandeweg raakte ik er steeds meer van overtuigd dat er een gigantische lacune is tussen wat – vaak overstreste – ouders hun kinderen leren en wat de school hun bijbrengt. Een school verzorgt nu eenmaal een basisopleiding voor álle kinderen – dom, slim, vroeg rijp, laat rijp – wat haar programma sowieso al te algemeen en zwak maakt. Over de valkuilen van de maatschappij, oplichterijen, gevaren, de karakters en de psychologie van mensen en hoe je tussen hen moet functioneren, krijg je nergens informatie. De enigen die je daarvoor kunt raadplegen, zijn new agers met hun wollige zelfhulpboeken of de oude filosofen, die gruwelijk worden overschat. Het zijn vaak autistische, misogyne, misantropische sukkels die op een pilaar – soms letterlijk – een beetje betweterig zaten te orakelen over een maatschappij waaraan ze zelf nooit hadden deelgenomen. De grote Sophocles zei: ‘Het beste is om niet geboren te worden.’ Dan denk je toch meteen: van zo’n negatieve, defaitistische, morbide somberman ga ik nooit raad aannemen. Om maar te zeggen: een boek als Het leven en hoe het te leiden bestond nog niet in het Nederlandse taalgebied.”

Het deed me denken aan The School of Life, die de Britse filosoof Alain de Botton bijna vijftien jaar geleden heeft opgericht.

“De Botton heeft zijn waarde, maar het probleem is dat hij ook een autist is, wat ons meteen bij de theorie uit mijn boek brengt dat mensen vaak een beschutte werkplaats zoeken voor hun afwijking, een job die hun afwijking legitimeert, zoals een pyromaan die bij de brandweer gaat werken. De Botton is onaangepast en timide, had altijd problemen met vrouwen, was vroeg kalend, kortom: een sukkel. Een kluizenaar ook, iemand die nooit midden in het leven heeft gestaan en zich daarom veel te veel op de oude filosofen verlaat. ‘He carved a niche for himself’, zou Tom Hodgkinson (Britse schrijver, red.) zeggen. Hodgkinson kan het weten: hij is lui en houdt van lanterfanten en heeft de beweging en het blad The Idler opgericht, waarmee hij het lanterfanten viert en promoot.

“De reden waarom ik denk dat ik goed geplaatst ben om een boek als Het leven te schrijven, is dat ik als plantrekker, journalist, reiziger en mens met ervaring in heel veel verschillende milieus de dingen des levens beter overzie dan iemand als De Botton of Dirk De Wachter, die níét veertig jaar lang notities heeft bijgehouden van zijn observaties over het leven en de maatschappij. Het leven is een boek dat jongeren wekt en wapent. Ik wou dat ik het cadeau had gekregen toen ik 14 of 16 was.”

Wat zou je dan anders hebben gedaan?

“Alles.”

Echt? Je lijkt in het boek redelijk tevreden over je leven, waarin je toch veel je zin hebt gedaan.

“Ik heb een heel boeiend en traumavrij leven gehad. Maar ik geloof al die non-je-ne-regrette-rien-mensen niet. Ze liegen of ze hebben niet nagedacht. Ik heb fouten gemaakt, op het vlak van werk, geld, seks, relaties, alles. Als ik opnieuw zou beginnen, zou ik architect worden, of antiquair. En ik zou veel vroeger schrijver zijn geworden. Dan zou ik nu niet gezien worden als een journalist die af en toe een boek schrijft. Perceptie is alles!

“Dat is ook iets waarop ik in het boek hamer: niemand – geen leraar en ook geen universiteitsbrochure – laat je nadenken over wat de gevolgen van een job of studiekeuze zijn voor je levenskwaliteit. Moet je vroeg op of niet? Heb je stress of niet? Moet je wel of niet in het weekend werken? Kun je met pensioen op 55 of moet je doorgaan tot je 70ste?”

Je raadt mensen, geheel terecht, aan hun eigen gebruiksaanwijzing goed te kennen.

“Ja. Je moet begrijpen dat je als introvert niet aan een ontvangstbalie moet gaan zitten.”

Jouw zelfkennis weerhield je ervan diplomaat te worden.

“Voor 50 procent zou ik daar heel goed in zijn geweest. Ik hou van ouderwetse luxe en grandeur, maar ik zou waarschijnlijk na twee weken al ontslagen worden wegens een gebrek aan tact en omdat ik niet in de rij wens te lopen.

“Nu, eigenlijk vind ik het fout dat we in zulke strikte termen denken over jobs. Waarom zou je niet eens een basketbalspeler laten meedenken of het een goed idee is om Irak binnen te vallen of niet? Soms, zoals in het militaire apparaat, vind ik het ronduit gevaarlijk om dingen alleen maar over te laten aan vakidioten. Hoe krankzinnig is het niet dat de skylines van onze steden uitsluitend zijn gebouwd door mensen die goed zijn wiskunde? Want alleen dan kun je afstuderen als architect. Dat wil dus zeggen dat de 50 procent van de bevolking die, zoals ik, slecht is in wiskunde, nog nooit een gebouw heeft mogen neerzetten. Niet één in de hele moderne geschiedenis! Hoe fout! Hoe eenzijdig! Als ik kon, zou ik meteen mensen zonder wiskundeknobbel een gebouw laten ontwerpen. Ik weet zeker dat er iets heel origineels uit de bus zou komen.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

BANG EN LAF

Je beveelt mensen ook aan om het scenario van hun leven zo snel mogelijk strak in handen te nemen: ‘Het leven is een schaakspel: denk vier zetten vooruit!’ ‘Elke keuze heeft een domino-effect,’ schrijf je ook.

“Ja. Er wordt vaak lacherig gedaan over de ‘wat als?’-gedachte, terwijl ik ‘wat als?’-denken een belangrijke oefening vind: wat als ik op mijn 16de wél was meegegaan met Orson Welles?”

Je bent Welles toen gaan opzoeken in Parijs.

“Ja. Ik was totaal begeesterd door film en door het oeuvre van Orson Welles, en toen ik ergens had opgevangen dat hij een aantal weken in Hôtel Lancaster in Parijs verbleef, ben ik zonder dat mijn ouders het wisten en zonder geld naar Parijs gespoord. Het hotel ontkende natuurlijk dat hij er verbleef, maar ik ben koppig in de lobby blijven wachten tot ik een koerier hoorde zeggen dat hij een pakket kwam brengen voor meneer Welles. Ik ben die man gevolgd en ben voor de deur van zijn suite uitgebarsten: ‘Ik vind uw werk fantastisch en ik wil met u, voor u werken, ik zal alles doen, echt álles...’ Welles droeg geen kleren maar een soort donker fluwelen gordijn, bekeek me spottend maar niet onvriendelijk, liet een zwangere pauze en zei toen: ‘Fine. We leave in an hour.’ Het idiote is dat ik voordien megalomaan had gedacht: natuurlijk zal Welles een bijzondere jongen zoals ik aannemen. Maar toen het ook echt leek te gebeuren, dacht ik plots: hoe is het mogelijk dat hij mij wil meenemen naar Los Angeles? Dit is hoogst verdacht! Mijn argwaan nam de overhand. Ik was opeens bang dat hij een pedofiel was. Ik heb het voorval lang verdrongen omdat ik mezelf misprees als bang en laf. Ook al omdat ik later besefte dat zijn uitspraak ‘We vertrekken over een uur’ een test was, en dat ik in zijn ogen had gefaald. Sindsdien heb ik me afgevraagd hoe anders mijn leven gelopen zou zijn als ik op zijn aanbod was ingegaan.

“Wat was er gebeurd als ik op mijn 17de niet die boze brief aan Guy Mortier had geschreven, vraag ik me ook weleens af. Ik was boos omdat Marc Didden en Marc Mijlemans de muzikanten afbraken naar wie ik luisterde, zoals David Sylvian of Supertramp, die je volgens kenners niet goed mocht vinden. Tot Tom Barman een Supertramp-cover speelde natuurlijk, toen mocht het wel. Bullshit! Na die brief vroeg Mortier me om voor Humo platen te bespreken. Maar wat als ik toen niet al een beetje geld had gehad? Dan was ik ook niet bij Humo begonnen, want het werk betaalde heel slecht.”

Je had geërfd van je grootmoeder.

“Wie zegt dat? Dat is niet waar. Dat was veel later. En het waren mijn ouders die erfden. Ik was als student al voor blaadjes beginnen te schrijven en kon goed sparen.”

‘Vergeet nooit: het leven is niet wat je overkomt, het leven is waar je zelf voor zorgt dat het je overkomt, en wat je doet met wat jou overkomt.’ Je geeft de jongeren wel een loodzware opdracht.

“Als je anno 2021 in het Westen wordt geboren in een redelijk gezin, dan vind ik dat je niet te veel moet zeuren en gewoon iets van je leven moet maken. Ik heb weinig geduld met klagers – tenzij iemand natuurlijk echt een groot probleem heeft, dan help je.

“Nu moet ik opeens terugdenken aan een hulpactie van mij. Ik hoorde in een restaurant eens een man een vrouw heel wreed vernederen, een uur aan een stuk, echt vernietigend. De vrouw zei niks. Ik ben, zoals je weet, niet bepaald iemand die zich dan níét moeit. Ik heb me dus op een gegeven moment naar die man toe gedraaid en heb hem een preek gegeven, ik heb hem echt afgebrand tot op de grond om hem eens een koekje van eigen deeg te geven. Wat bleek? Die mensen hadden een kleurrijk seksleven en die vernederingen maakten deel uit van het voorspel. Helpen is dus niet altijd aangewezen.”

Jij bent zelf een verwoed planner. Het boek legt uitgebreid uit hoe je tactisch moet nadenken, strategieën moet uitzetten en worstcasescenario’s moet overlopen.

“Ja. Iets wat ik nooit heb kunnen begrijpen, is hoe 9/11 in godsnaam is kunnen gebeuren terwijl diensten als de FBI en de CIA jaarlijks miljarden verslinden. Je zou toch mogen hopen dat ze dat geld besteden aan het nagaan van álle worstcasescenario’s! Nu, ik heb me erin verdiept en kennelijk was er wél iemand die het had zien aankomen, maar die werd genegeerd.

“Ik ben inderdaad een planner. Zeggen dat je spontaan bent, klinkt heel sympathiek, maar ik kijk liever wat vooruit. Al hou ik ook niet van berekende mensen, van die types die net iets te goed nadenken over wat ze tegen je zeggen en achter je rug iets helemaal anders vertellen om bij anderen in de smaak te vallen.”

Maar je spreekt met heel veel bewondering over Paul McCartney, die zo slim was om zich kleiner te maken dan hij was tegenover de klassieke muzikanten die zijn eerste klassieke compositie moesten spelen.

“Dat is pragmatisme. Dat is berekening voor een goed doel, niet uit achterbaksheid of om mensen uit te buiten. McCartney begreep gewoon dat, als hij zich zou gedragen als de oppergod van de popmuziek, de klassiek geschoolde muzikanten een sceptische houding zouden aannemen en zouden tegenwerken.”

Toen ik in het boek jouw liefde voor een zekere controle ontwaarde, moest ik terugdenken aan die keer toen wij samen op stap zijn geweest. Ik reed in een auto die ik had gekregen van een vriend die een schroothoop uitbaatte. Die auto was daar achtergelaten maar deed het nog, en ik mocht ’m ‘oprijden’. Ik reed nogal wild en in een scherpe bocht vloog aan jouw kant de gammele deur open. Je zag lijkbleek en we zijn daarna nooit meer samen iets gaan doen.

“Dat moment heb ik volledig verdrongen. Ik vertel in mijn boek over nog een vriendin met zo’n levenshouding van happy-go-lucky. Ze trok naar Vietnam en zou wel zien waar ze terechtkwam. Maar dat was in de tijd dat daar nog overal mijnen lagen! In de optiek van dit boek zou het mij beter zijn uitgekomen dat zij daar was opgeblazen, maar ik moet helaas toegeven dat ze veilig is thuisgekomen.

“Ik herinner me trouwens nog een feest op de boot van een vriend van mij. Jij kwam daar binnen met Thé Lau, en ik heb me er lang voor geschaamd dat ik toen veel te koel ben geweest omdat Thé, die ik later heb leren kennen als een heel innemend en intelligent man, toen dronken was. Ik heb een hekel aan dronken mensen. Ik wijd in mijn boek ook een hoofdstuk aan de misplaatste verheerlijking van drank en drugs. Dat popsterren als Leonard Cohen, Lou Reed, Nick Cave, David Bowie, David Crosby en Iggy Pop drugsverslaafd waren en toch lang leven of leefden, schept zo’n vertekend beeld. Dat lukte hun alleen maar omdat hun geld hen in staat stelde om onder deskundige begeleiding nipt op tijd af te kicken. Dat er in hun periferie miljoenen niet zo rijke figuren aan die rommel zijn gestorven, wordt vergeten.”

ONNOZELE LUDWIG

Ik heb soms wel een beetje moeite met je sombere mensbeeld. We moeten ons wapenen, want ‘de medemens is een onbetrouwbare soort,’ schrijf je. Heb je het boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregman gelezen? Hij legt daarin uit dat het foutieve idee dat de mens een wolf is voor zijn medemens wortel heeft kunnen schieten omdat machthebbers onze angsten exploiteren. Van nature is de mens een samenwerker.

“Ik heb dat boek niet gelezen, maar ik weet wie Bregman is en ik ben geneigd de stelling dat mensen deugen een heel mooie, naïeve, op effectbejag spelende gemeenplaats te vinden. Adolf Hitler heeft zijn ding kunnen doen met steun van het Duitse volk.”

Omdat de mens een kuddedier is, niet omdat die slecht is.

“Maar het is natuurlijk slecht om een kuddedier te zijn! De helft van de mensen deugt níét – kijk maar naar de lezers van Dag Allemaal. Iemand die Humo leest, naar Canvas kijkt en De Morgen en De Standaard in huis heeft, is toch per definitie een beter mens dan iemand die alleen maar roddels wil lezen over uiteenspattende huwelijken?!

“Ik heb nog gesproken met Sammy Davis Jr. in de tijd dat hij nog optrad. Als zwarte ster was het hem verboden om het casino waar hij optrad langs de hoofdingang te betreden, want dat was ‘niggers’ niet toegestaan. Ik moet nu denken aan een documentaire over de Ku Klux Klan, en de gezichtsuitdrukkingen van die smeerlappen tijdens hun veroordeling. Zo van: en tóch ben ik goed bezig. Allemaal stomme boeren die zich belangrijk beginnen te voelen als ze die witte kap op hun kop zetten. Zo heeft Hitler ook miljoenen mensen kunnen afmaken: doordat onnozele Ludwig zich opeens de man voelde toen hij een uniform mocht aandoen.

“Ik vind naïviteit prachtig, maar je leert door scha en schande dat je keer op keer bedrogen en bestolen wordt als je goedgelovig bent en te veel vertrouwen stelt in mensen. Ik probeer mijn zoon (nu 10 jaar, red.) zijn naïviteit zo lang mogelijk te vrijwaren. Het nieuws staat hier nooit op. Ik wil niet dat het brein van mijn kind wordt besmet en bezoedeld met de smeerlapperijen die egoïstische, megalomane assholes uithalen. Ik wil dat er op zijn harde schijf zoveel mogelijk ruimte vrij blijft voor boeiende, positieve en constructieve zaken.»

‘Surf op de golven van de meritocratie’, ronkt één van je hoofdstukken. Ik dacht dat onder meer psycholoog Paul Verhaeghe afdoende had uitgelegd dat het vanwege de groeiende ongelijkheid en de neoliberale werkomstandigheden al lang niet meer zo is dat je door hard te werken krijgt wat je verdient.

“Daar ben ik het dan niet mee eens. Natuurlijk zijn de dingen nooit zwart-wit en natuurlijk maakt het uit in welke omgeving je geboren wordt. Niet iedereen zal zoals Étienne Davignon constructies kunnen opzetten om zijn erfenis door te sluizen zonder successierechten te moeten betalen. Je maakt mij ook niet wijs dat het premierschap van Alexander De Croo niets te maken heeft met de epische politieke loopbaan van zijn vader. Wat Verhaeghe zegt, is voor 50 procent waar en wat ik zeg, is óók voor 50 procent waar, en dat is: dat je in het België van de 21ste eeuw honderden kansen krijgt, veel meer dan toen jij en ik 10 jaar waren.”

Ik ben blij dat ik niet in dit tijdsgewricht aan het begin van mijn leven sta, met al die prestatiedruk, het gedoe rond status en het idee dat het je eigen schuld is als je niet slaagt. Dat is dé bron van stress en depressie.

“Ik vind toch dat mensen tot op zekere hoogte de verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen leven. Om de excentrieke en flamboyante levenskunstenaar Quentin Crisp te citeren (tevens de man die Stings lied ‘Englishman in New York’ inspireerde, red.): ‘Het is zinloos om een halve eeuw lang varkens te kweken en dan te beweren: ‘Ik was voorbestemd om balletdanser te worden.’’ Er zijn mensen met een slechte start, maar er zijn er ook die te weinig van aanpakken weten en te veel klagen.

“Het neoliberalisme heeft ook echt veel goeds voortgebracht. Als ik op mijn 18de een bedrijfje had willen beginnen, had ik niet geweten bij welke dienst ik had moeten aankloppen. Nu zijn er wel twintig diensten die allemaal subsidies uitdelen. Wie ergens een skateramp wil zetten, hoeft maar een kik te geven. Neem het verhaal van de frauduleuze mevrouw El Kaouakibi! Denk je dat die in 1970 honderdduizenden euro’s zou hebben gekregen voor een dansgroepje?”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Je zou haar met een beetje slechte wil wel een plantrekker kunnen noemen. Het leven kunnen we ‘een handleiding voor de plantrekker’ noemen, toch? Je vermeldt zelfs het gevaar van de conculega: ‘In de praktijk is een collega vaak een concurrent, want hij aast op dezelfde voorkeursbehandeling, bonus en promotie als jij.’

“Als ik veertig jaar lang de Humo-journalist ben die Prince en Bowie interviewt, zijn de andere muziekjournalisten natuurlijk slechtgeluimd, want die willen dat ook doen. Maar ze staan er niet bij stil wat daar allemaal bij komt kijken van planning en strategie. In het begin vertaalde ik mijn interviews en stuurde ik bijvoorbeeld een interview met Randy Newman naar de manager van Leonard Cohen: ‘Kijk, dit is een artiest van zijn kaliber, zou ik ook met hem eens mogen spreken?’ Ik heb ook al snel bedacht dat ik internationaal moest gaan werken en heb een heel systeem uit de grond gestampt waarmee ik een interview met Bowie ook verkocht in Portugal, Zuid-Afrika en nog dertien andere landen. Toen Prince met dezelfde manager ging werken als Bowie, volgde ik hetzelfde systeem. Bij Paul Weller was het op een gegeven moment zo dat als hij een nieuw album had, ik de enige was die hem interviewde voor bladen over heel Europa.”

Die exclusieve banden zorgden ervoor dat jij veertig jaar lang de enige Humo-journalist was die Bowie en vele anderen interviewde. Zou het niet boeiend zijn geweest voor Humo om eens iemand met een andere, frisse kijk op pad te sturen?

“Neen, want alleen als je een band met zo iemand opbouwt, wordt elk volgend interview diepgaander en vertrouwelijker. Het moet ook klikken, en het is de ster die beslist of het klikt. Bovendien heb ik niemand tegengehouden om een band met Bowie en co. op te bouwen. Alleen: ik was de enige in de Benelux die daar al dat voorbereidend werk in stopte.”

DE SOA’S VAN UMA

Een beetje individualisme is je duidelijk niet vreemd. Je geeft ook toe dat je bestaan soms eenzaam is: ‘Hoe beschaafder, verfijnder, aparter, erudieter en meer highbrow je bent, hoe groter de kans dat je in bepaalde mate eenzaam en geïsoleerd zal zijn.’

“Dat is zo. Ik heb daar geen problemen mee, want de meeste dingen waarvan ik hou, zoals romans schrijven en lezen, doe je alleen.”

Je bent enig kind.

“Ja, dus móést ik als kind ook dingen alleen doen. Het is voor mij iets vanzelfsprekends. Het is natuurlijk een kip-of-ei-kwestie: ben ik geen teamspeler omdat ik nooit aan ploegsport heb gedaan, of heb ik nooit aan ploegsport gedaan omdat ik enig kind ben en het niet in mijn aard ligt?”

Toch zeg je: een mens is geen eiland.

“Het wordt je in deze maatschappij onmogelijk gemaakt om een eiland te zijn. Je wordt geacht je te integreren en mee te draaien, je hebt buren en collega’s. Ik snap plantrekkers die een beschutte werkplaats voor zichzelf creëren, zoals de cartoonist Peter van Straaten. Een fantastische man en een schitterende tekenaar, maar ook een man met een groot ego, heel koppig en eigenwijs. De meeste cartoonisten zijn eenzaten die het liefst thuis in hun cocon aan hun tekentafel zitten en tekeningetjes maken op hun eigen voorwaarden. Kamagurka is daar het prototype van.”

‘Zoek je eigen oplossing,’ is je devies, ‘en mijdt de therapeut.’

“Ik vind therapeuten inderdaad een overroepen verschijnsel. Ik snap dat ze voor misbruikte kinderen een zegen zijn, maar ik ken mensen van 60 die hun ouders nog altijd verwijten dat ze hen op die ene dinsdagavond in 1999 niet zijn komen halen aan de sportclub. Dan denk ik: get over yourself!

“Mij zijn duizenden dingen tegengevallen in mijn leven: ik heb een jaar over moeten doen toen ik communicatiewetenschappen studeerde. Ik ben zwaar ziek geworden tijdens mijn eerste jaar filmschool. Ik heb níét geërfd van een tante omdat haar man aan een jongere vrouw bleef plakken die een golddigger was en met de erfenis aan de haal ging. Maar het heeft me allemaal niet getekend: you pick yourself up and go on.”

Die houding lijkt je met de paplepel ingegoten.

“Ik heb tamelijk strenge ouders. Het zijn heel lieve, warmhartige, beschaafde mensen, maar ze hebben allebei als kind de oorlog meegemaakt. Ze hebben me altijd ingeprent te sparen en de tering naar de nering te zetten. Mijn vader kon niet tegen lawaai, dus kreeg ik geen brommer en moest ik elke dag tegen de wind in 16 kilometer naar school fietsen. Ik kreeg ook als enige van iedereen die ik kende géén stereo-installatie. De eerste platen die ik voor Humo heb besproken, heb ik afgespeeld op een geleende platenspeler met een box in het deksel. Ik heb thuis niks cadeau gekregen omdat mijn ouders aan hun vrienden wilden bewijzen dat zij hun enige kind níét verwenden. Ik ben dus nogal spartaans opgevoed.”

In Het leven gaat het meestal in ietwat vage termen over vriendschap.

“Toen ik 16 was, heb ik mijn definitie van vriendschap opgeschreven. Ik denk dat ik toen net een paar documentaires over Auschwitz had gezien, want ik schreef: ‘Een vriend is iemand die, als morgen de nazi’s opnieuw aan de macht zijn en hij heeft 24 Joodse vrienden, die mensen met gevaar voor eigen leven verbergt in zijn eigen huis.’ Dat is natuurlijk een definitie die zo strikt en zo veeleisend is dat het héél moeilijk is om eraan te beantwoorden.”

Jij deed ook al aan defrienden voordat het woord bestond.

“Ja. Wie zegt dat hij me waardevol vindt, maar achter mijn rug iemand anders die dat níét vindt gelijk geeft om ook bij hem in de smaak te vallen, hoeft geen deel meer uit te maken van mijn vriendenkring.”

Je geeft tot mijn verrassing ook relatieadvies en citeert Uma Thurman, die jou ooit zei: ‘Alleen durven te zijn is misschien wel de belangrijkste vereiste voor een goede relatie.’ Daarmee ben ik het volkomen eens.

“Ik vond het vooral frappant dat zo’n mooie vrouw, een topmodel toen, dat zei. Als iemand met aanbiedingen te over dat vond, dan moest het wel waar zijn, dacht ik. Ik hoopte die middag op een affaire met haar, maar het is niet gelukt.”

Huh? Je zegt in je boek dat je veel kansen hebt laten liggen omdat je niet aan onenightstands deed, uit angst voor geslachtsziektes.

“Maar Uma Thurman zou toch nooit een geslachtsziekte hebben!”

Dream on! Ik heb wel erg moeten lachen toen ik las dat je, vóór je met een vrouw meeging, eerst inschatte of je er wel vrede mee had dat die later zou kunnen zeggen: ‘O, Serge Simonart, die heb ik ook gehad.’

“Ik ken een man die vanwege een affaire de job van zijn leven heeft gemist. Een nacht hete passie kan heel verstrekkende gevolgen hebben.”

In de inleiding benadruk je dat het een positief boek is, maar je waarschuwt ook voor gevaren en voor de teloorgang van de wereld. Je maant intelligente mensen aan om meer kinderen te maken, als tegengewicht voor de domkoppen die zich als gekken voortplanten.

“Dat is toch zo! Intelligente mensen breken zich duizend keer het hoofd of het wel verantwoord is om een kind op de wereld te zetten, terwijl de dommeriken in zatte buien kweken als konijnen om vervolgens hun kinderen in steek laten, die dan weer een slechte start hebben in het leven.”

Je gelooft dus dat het met de wereld goed afloopt?

“Ja. Herinner je je de sciencefictionseries van vroeger nog, waarin ze voorspelden dat alles geautomatiseerd zou zijn en dat we zouden kunnen bellen vanop een berg? Al die dingen zijn uitgekomen. Ze voorspelden daarin ook dat er ergens in de jaren 2300 een wereldraad zou ontstaan die beslissingen neemt voor de hele planeet. We zullen straks niet anders kunnen dan een VN in het kwadraat installeren. Dan kan Google geen belastingen meer ontduiken en zijn brexits en oorlogen niet meer aan de orde.”

En wat als de domkoppen en masse in opstand komen?

“Ik denk dat de enige oplossing is om Dag Allemaal-lezers enkel stemrecht te geven onder medische begeleiding. Dan komt alles in orde.”

Serge Simonart, Het leven en hoe het te leiden, Borgerhoff & Lamberigts.

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234