Dinsdag 22/10/2019

Integratie tussen de pepers en de patatten

Het theatercollectief Studio Orka herneemt 'Warmoes', een voorstelling over en in volkstuintjes. Die tuinen zijn tegenwoordig multiculturele microkosmossen. Of: hoe het planten van aardappelen en ajuinen de integratie kan bevorderen. 'Een Turk als buur, daar leer je nog iets van.'

Ali Karacaer (62) kijkt met bezorgde blik omhoog. "Aiai, het gaat regenen", voorspelt hij. "Alweer." Samen met zijn vrouw Gulcak (58) en zijn zoon Tufan (19) staan we op het middenpad van zijn volkstuintje in de schaduw van het fort van Merksem. Of zeg maar: volkstuin, want Ali's hof is dan wel niet bijzonder breed, hij is zeker 20 meter diep.

Aliwas 22 toen hij Turkije verliet, zijn herdersbestaan beu en gelokt door de belofte van snel geld. "Maar België bleek het paradijs. Ik wilde niet meer weg." Dus zocht en vond hij een job in de Antwerpse Verzinkerij in Schoten en liet hij 7 jaar later zijn vrouw Gulcak overkomen. Hij haalt een foto uit zijn portefeuille. In zwart-wit kijken een man met een trotse, zwarte snor en een vrouw met blinkende ogen me aan.

Dan begint het inderdaad te regenen. We vluchten in het tuinhuisje. "Hier bid ik vaak", zegt Ali, terwijl hij wijst naar het fragment uit de Koran aan de muur. "Of drink ik koffie met Paul en René, de buren." Of, hoe "volkstuinieren de sociale cohesie versterkt en maatschappelijke integratie bevordert", zoals één van de conclusies luidt van het onderzoek Dagelijkse relaties endiversiteit in Vlaamse volkstuinen uit 2007 van Leen Beyers.

Stond nog in die studie: "De stadswijken met weinig groen waar vroeger de Belgische volkstuinders vandaan kwamen, worden nu bewoond door Zuid-Europeanen, Turken, Marokkanen en meer recente nieuwkomers". Dus vluchten ze uit "drang naar buitenlucht", aldus het onderzoek, naar volkstuintjes in de rand van de stad. Ali, die op het Sint-Jansplein in Antwerpen woont, is dan ook absoluut niet de allochtone eend in de bijt in dit - of enig ander - volkstuintjescomplex. In de provincie Antwerpen ligt het gemiddelde aandeel tuinders met een migrantenafkomst op 29 procent. In Brussel en Vlaams-Brabant is dat 39 procent, in Limburg zelfs 68 procent. De volkstuin als multiculturele microkosmos. West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen hinken met 7 en en 10 procent wat achterop, maar ook daar kun je bezwaarlijk stellen dat volkstuinieren enkel een aangelegenheid is voor de blanke bejaarde man.

"Toen ik dit tuintje 3 jaar geleden begon te huren, bekeken sommigen me wat raar", vertelt Ali, terwijl de regen op het dak van het tuinhuis klettert. "Lang heeft dat niet geduurd. Zodra ik met hen begon te babbelen, was ik aanvaard. We helpen elkaar hier. Mijn buurman Paul heeft me zelfs geleerd hoe ik mijn bewateringssysteem moest installeren. We wisselen ook zaden uit."

Als je van de duivel spreekt. Door de regen komt buurman Paul Arnouts (63) aangelopen. Ali gaat aan de deur van het tuinhuis staan en roept: "Hey Polleke!" "Wat een kloteweer, jong", antwoordt de buurman. Even later ga ik hem opzoeken in zijn state of the art tuinhuis waar hij een kachel in aan het installeren is. "Er zit hier wat bijeen", zegt de joviale man met snor. "Turken, Marokkanen, Oekraïners. En dat werkt prima. Ik zou zelfs meer zeggen: je leert nog eens wat bij. Dat je de eerste scheuten van druiven kunt opeten bijvoorbeeld, zoals Ali doet. Zelf waag ik er me niet aan (lacht), maar interessant is het wel. Bij afspraken zijn allochtonen meestal wel minder stipt dan wij, maar we zijn hier toch in de eerste plaats om van onzen hof te genieten, nietwaar?"

Rabarber met zout

"Het samenleven in een volkstuin verloopt in een sfeer van grote tolerantie omdat er duidelijke afspraken en basisregels zijn", legt onderzoekster Leen Beyers uit. "Je mag geen onkruid laten gedijen, je mag andermans perceel niet onrechtmatig innemen. Alles draait er om tuinieren, om groenten en fruit kweken. De norm die daarbij gehanteerd wordt, is het 'harde werken', eerder dan etnische afkomst. Mensen worden met andere woorden beoordeeld op basis van wat ze doen, minder op basis van wie ze intrinsiek zijn."

Over naar de praktijk. Duidelijke afspraken en basisregels, dus. Ali stopt me een paar papieren in handen. "Ze zijn wel een beetje streng", zegt hij erbij. De papieren zijn de maningen die hij de voorbije jaren ontving van 'het Koninklijk Werk der Volkstuinen afdeling Merksem vzw'. "Gelieve de wc in aanbouw te verwijderen", leest de ene. "Gelieve de grachten vrij te maken", een andere. "Da's een beetje onze schuld", lacht Tufan. "Mama en papa waren meestal op reis naar Turkije als die maningen binnenkwamen." "Ik had de kinderen gevraagd voor de tuin te zorgen, maar ja. De jonge generatie, hé. Eén keer had ik komkommers geplant en toen ik terugkwam, waren ze allemaal weg. Ze dachten dat het onkruid was en hadden alles uitgetrokken! Over computers weet de jeugd van tegenwoordig alles, maar over de natuur ... Ik zou een jaar overleven, hoor, als er plots een voedselstop zou zijn. Van mijn zoon weet ik dat nog zo niet." Zijn lach klatert door het tuinhuisje.

Bij het afscheid snijdt moeder Gulcak met een zakmes een stengel rabarber af en stopt het me in handen. "Ook lekker met suiker", zeg ik. "Suiker? Op rabarber doen wij zout", zegt zoon Tufan. Hoe mooi ook de integratie, sommige eigen gebruiken zijn er nu eenmaal om te koesteren.

Een dag later, op het Gentse Rabot. Met grootse gebaren toont Yusuf Akin (85) me zijn tuintje van 4 vierkante meter. Anderhalf jaar geleden kwam de kleine Turk met de grote snor in het kader van gezinshereniging in de Gentse wijk aan en sindsdien vindt hij zijn heil in dit kleine stukje land. "Vroeger in Emirdag", zo vertelt hij in het Turks, terwijl Dennis Vermarcke van de sociaal-artistieke organisatie Rocsa vertaalt, "had ik een supergroot stuk land met kanjers van pompoenen en tomaten. Toen ik het verkocht, heb ik er veel geld voor gekregen."

Ras apart

Geïrriteerd neemt hij een slak weg die haar weg baant op de bakstenen onder zijn Gentse tuintje. "Een echte plaag", zegt hij. "Allez Yusuf", lacht Vermarcke, "steek ze gewoon in de pot. Niks lekkerders dan escargots!" Hoe klein ook, Yusuf hecht aan zijn tuintje. En aan de andere volkstuinders hier. "Als iemand op reis vertrekt, dan geef ik zijn of haar planten water. Ik hou wel een oogje in het zeil. Ik ken hier iedereen. En ik kom hier elke dag."

Vijf jaar geleden streek de vzw Samenlevingsopbouw Gent neer op de plek waar vroeger de Gasfabriek stond en legde op de betonplaat die de verontreinigde ondergrond afdekt, 69 minituintjes aan én een stadsakker van 1.500 vierkante meter. "De mensen uit de wijk hadden daar zelf om gevraagd", vertelt Dimitri Vandenberghe, een van de opbouwwerkers. "En openbare ruimte creëren voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving en hen betrekken bij stedelijke vernieuwing is een van onze doelstellingen."

Kwetsbare groepen genoeg in het Rabot. Hier vind je veel werk- en daklozen en mensen uit liefst 60 verschillende landen. "Zie je dat groepje daar?" vraagt Vandenberghe en hij wijst een paar mannen aan die even verderop staan te praten. "Dat zijn een Tunesiër, een Slovaak en een Algerijn." "En een Gentenaar! Ook een ras apart", wijst collega Wannes Degelin lachend naar Vermarcke, die er bij is komen staan.

Met euro's hoeven de volkstuinders hier niet te betalen voor hun lapje groen. Wel met Torekes, de eigen munt die Samenlevingsopbouw Gent in het leven riep voor de wijk. Zet je een bloempot op je vensterbank? Help je het zwerfvuil mee opruimen? Gebruik je groene stroom? Dan kan je daar Torekes mee verdienen. En die kan je dan weer gebruiken bij de lokale kruidenier, de sportschool of het volkstuintjescomplex. "We lanceerden de Torekes 2 jaar geleden en nu al maken er zo'n 300 mensen gebruik van", vertelt Vandenberghe. "Het is een vorm van micro-economie waarmee je de leefbaarheid van de wijk verhoogt. Tegenstanders zeggen dat alle vrijwilligerswerk vrijwillig en zonder beloning zou moeten gebeuren, maar je moet daar realistisch in zijn: die tijd is voorbij."

Het systeem werkt: daar gaan ze hier prat op. De begeleiders geloven rotsvast in de maakbaarheid van de samenleving. Van 'in de tuin werken' naar 'interculturaliteit en integratie' is in de hoofden hier maar een kleine stap. "De volkstuintjes zijn een informele ontmoetingsplek geworden", zegt Vandenberghe. "Mensen van alle culturen komen hier koffie drinken, laten hun kinderen hier spelen, slaan een praatje. Dit project draait om zoveel meer dan sla en tomaten." "Vroeger zetten de mensen een paar stoelen voor hun huis en gingen ze daar zitten kletsen, maar dat gebeurt nu niet meer", zegt Vermarcke. "Deze plek heeft die functie overgenomen." De begeleider groeide in het Rabot op. "Ik was de enige Belg in mijn klas", vertelt hij. "Dus heb ik Turks geleerd. En een beetje Arabisch. Of het leven met al die culturen soms niet lastig is? Maar nee! Ik heb dat altijd gezellig gevonden."

Maar ook hier geldt: een multiculturele maatschappij, hoe mini ook, kan pas slagen als er duidelijke rechten en plichten zijn. Vandaar alle begeleiders hier. Vandaar de duidelijke instructies die ze de mensen meegeven. Vandenberghe: "Wie hier een volkstuintje wil, ondertekent een contract waarbij hij ons huishoudelijk reglement goedkeurt. En we zijn streng. Merken we dat iemand zijn tuintje niet gebruikt of verwaarloost, krijgt hij meteen een brief in de bus. Verandert de situatie niet, dan gaat het tuintje naar iemand anders."

Op de stadsakker, waarvan de oogst naar een sociaal restaurant en een sociale kruidenier met gunstige tarieven zal gaan, zijn drie mannen aardappelen aan het planten. Emil Vanlo (54) uit Slovakije spant het touw. "Dat heb ik moeten leren", vertelt hij. "In mijn tuin in Slovakije deed ik dat nooit. Daar maakte het veel minder uit." Vanlo is een zogenaamde "artikel 60", lees: een langdurig werkloze die hier via het OCMW aan de slag kon. "Het werk is leuk en de mensen zijn vriendelijk", klinkt het. "Al is het soms niet makkelijk elkaar te verstaan. We spreken hier allemaal niet zo goed Nederlands, weet u."

De volkstuintjes en de stadsakker zijn tijdelijk. In 2016 komt hier een nieuwe woonwijk met meer dan 500 woningen. Maar ook met gloednieuwe volkstuintjes en een stadsakker. Kortom: wordt vervolgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234