Zaterdag 06/06/2020

Analyse

Ingroeibanen: al decennia een goed idee, maar met weinig succes

Minister van Werk Kris Peeters en premier Charles Michel.Beeld BELGA

'Ingroeibanen' voor jongeren, het concept circuleert al ruim 20 jaar in onze vaderlandse politiek. Ook deze keer toverde de regering dat witte begrotingskonijn uit de hoed. Wat moeten we er deze keer onder verstaan? En is iedereen daar wel zo blij mee?

Tiens, ingroeibanen, kennen we dat niet van ergens?

We schrijven 1992 wanneer Vlaams minister van Tewerkstelling Leona Detiège (SP) een systeem van 'ingroeibanen' oppert. Daarbij moeten werkgevers een subsidie krijgen "als compensatie voor de geringere productiviteit van een beginneling". Federaal minister van Arbeid Miet Smet (CVP) springt op het idee in 1993 als een van de belangrijke peilers van het 'Globaal Plan' van premier Jean-Luc Dehaene. 'Ingroeibanen' vormen vanaf dan een specifiek statuut om meer pas afgestudeerde jongeren aan het werk te krijgen. Het zijn contracten van onbepaalde duur waarbij gedurende de eerste drie jaar korte opzegtermijnen - een maand voor de werkgever, een week voor de werknemer - gelden. Tijdens het eerste jaar krijgt de jongere ook maar 90 procent van het eigenlijke loon.

Het systeem blijkt te weinig aantrekkelijk en het verdrinkt in de zee aan tewerkstellingmaatregelen die in die jaren worden gelanceerd. In 1998 sterft het een stille dood.

In 2004 duikt het concept weer op, maar dan in de beleidsnota van Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a). Die suggereert 'ingroeibanen' voor aspirant-leerkrachten. De didactische opleiding van de leerkracht zou volgens hem grotendeels op de werkvloer moeten gebeuren in de vorm van zo'n 'ingroeibaan'. Pas na die 'in-servicetraining' zou de titel 'leraar' toegekend worden.

Eind vorig jaar laat de N-VA plots een ballonnetje op om de ingroeibanen, zoals we die kenden van Detiège en Smet, in een nieuw vorm te herlanceren. De partij stelt voor om jongeren onder de 21 bij aanwerving minder te betalen dan sectoraal is afgesproken. Na twee jaar zou het loon van de jongere dan wel automatisch op het niveau komen van de barema's waaronder ook zijn collega's vallen. Zo gaat de loonkost naar beneden voor de werkgever en wordt de jongerenwerkloosheid aangepakt, klinkt het.

De regering Dehaene op een persconferentie in 1993. Minister van Arbeid Miet Smet is de tweede van links.Beeld PHOTO_NEWS

Wat is het dan nu geworden?

Het heropgefriste ingroeibanenidee van N-VA is nu in een mengvorm in de begroting beland, al wordt het concept vooral verkocht als een compromis tussen Open Vld en CD&V. De liberalen wilden de minimumlonen voor jongeren naar beneden halen, maar dat was een brug te ver voor de christendemocraten.

De tussenoplossing was om een bestaande tewerkstellingmaatregel aan te passen. Vandaag moeten bedrijven al 0,1 procent van de totale loonmassa, alles samen 90 miljoen euro, spenderen aan jobs voor mensen uit risicogroepen. Sinds 2013 moest een kwart van dat budget naar jongerenjobs gaan. De regering-Michel trekt dat nu op naar de helft, 45 miljoen euro dus.

Volgens minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) verlaagt de regering zo de kost op het brutoloon van de jongeren. "Tegelijk houden we hun nettoloon op peil via de werkbonus en een verlaging van hun werknemersbijdrage."

Over welke profielen er binnen de krijtlijnen van die 'ingroeibanen' vallen, over welke functies het gaat en over wat de specifieke loon- en arbeidsvoorwaarden zijn, moeten de sectoren tegen eind juni cao's afsluiten. Opnieuw sociaal overleg dus. Zeker is dat bij die jobs ook coaching moet voorzien worden door oudere werknemers. "De paritaire comités kunnen jobs op maat 'boetseren', om de overgang van de school naar de arbeidsmarkt makkelijker te maken", luidt het bij minister van Werk Kris Peeters (CD&V).

Wat moet dat opleveren?

De regering rekent er in de begroting op dat via de ingroeibanen 8.000 jongeren snel(ler) werk zullen vinden. Dat zijn jobs die enerzijds de economie doen draaien en dus inkomsten genereren, en anderzijds werkloosheidsuitkeringen uitsparen. Daarom denken de federale excellenties dat de maatregel nog dit jaar 80 miljoen euro kan besparen.

De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (kortweg FOD WASO) moet de invoering en het succes van de ingroeibanen opvolgen. Mocht het de verkeerde kant uitgaan, kan Kris Peeters nog bijkomende maatregelen suggereren.

Iedereen gelukkig, of toch niet?

Alvast één partij in het sociaal overleg - de werkgevers - lijkt niet al te tevreden met het plan. Bart Buysse, directeur-generaal van het VBO, zegt in De Tijd dat de regering de keuzevrijheid van de bedrijven inperkt. "De overheid ziet in het geld dat de bedrijven toebehoort steeds meer een potje om zelf beleid mee uit te voeren." Ook vindt hij het niet evident om bestaande maatregelen zo snel bij te sturen.

Ook Karel Van Eetvelt spreekt sceptische taal in dezelfde krant. "De 90 miljoen euro wordt nu gebruikt voor opleidingssteun en andere begeleidende maatregelen. Door wat van dat geld naar jongeren te verschuiven vallen er op korte termijn heus geen duizenden jobs uit de lucht."

Van Eetvelt wijst op het bestaande systeem van de individuele beroepsopleiding (IBO). Binnen dat systeem kan een werkzoekende jongere de stiel leren bij een bedrijf. "We zouden beter dat beleid versterken in plaats van extra maatregelen uit te vinden."

Het is ook wachten op het eerste communautaire conflict over de maatregel. Jongerenwerkloosheid is een veel groter probleem in Wallonië, terwijl het in Vlaanderen vooral moeilijk is om vijftigplussers aan het werk te houden. De beleidskeuzes daarover leverden in het verleden vaak problemen op tussen het federale en het regionale niveau. Om die spanning weg te nemen, hevelde de zesde staatshervorming die bevoegdheden over naar de gemeenschappen. De vraag is of iemand als Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) nu zo blij is met die nieuwe 'federale bemoeienis'.

Karel Van Eetvelt van Unizo.Beeld BELGA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234