Zaterdag 28/03/2020

Noodweer

“Ineens beseffen we dat deze ‘acqua alta’, dit hoogwater, grensverleggend wordt”

Beeld Photo News

Italië wordt geteisterd door noodweer. In het noordelijk gelegen Venetië bleef het water maar stijgen, tot zowat 75 procent van de stad ondergelopen was. Het hoogtij verraste toeristen én inwoners. De Morgen-medewerker Lode Delputte was toevallig in de dogestad. Dit is zijn ooggetuigenverslag. 

Het klinkt lichtvoetig zoals dat enkel in Venetië kan, maar nooit eerder heb ik me zo dicht bij de klimaatvluchteling gevoeld als maandag. Om 15 uur ’s middags kampte de dogestad met de hoogste waterstand in 40 jaar. Geen acqua alta zoals Venetië er een honderdtal per winter meemaakt en ik er eerder een paar beleefde, maar een onversneden acqua altissima, met pieken tot 150 centimeter aan het centrale ijkpunt bij de Punta della Dogana.

Naar de praktische werkelijkheid vertaald: het San Giacomo dell’Orlo-plein waar we enkele uren eerder, rond de middag, een spritz bianco met wat kaas bestellen, komt in geen tijd blank te staan. We zitten erbij en kijken ernaar: hoe de poten van stoelen en tafels gaandeweg in het water verdwijnen, wel 20 centimeter diep.

Laarzen

Mijn gezelschap lacht erom. We hebben ruim 10 centimeter reserve alvorens de rand van onze rubberlaarzen bereikt is, dat moet meevallen. Wij hébben tenminste laarzen. Minder vooruitziende toeristen lopen nu al blootsvoets in het water, de kinderen op de rug van ma- of palief, sommigen experimenteren nogal klungelig met plastic- of vuilniszakken, anderen hebben schreeuwlelijke hulsels om de benen die slimme handelaars uit het niets en voor grof geld aan de man brengen.

Niet zo mijn vrienden en ik: wij brengen al jaren laarzen mee. De exemplaren houden stand en zijn hoog genoeg om de rest van de dag, de rest van de stad vooral, mee door te komen. 

Al komt ook in dit soort omstandigheid na hoogmoed de val. We hebben San Giacomo verlaten en willen ter hoogte van San Stae, aan het Canal Grande, de vaporetto, de ‘waterbus’, halen. D
e boodschap die we van onze tegenliggers krijgen, klinkt onheilspellend: geen doorkomen aan, het water staat te hoog. 

Op de broeken zien we waterlijnen tot ver boven de knieën, op de brugjes verdringen inwoners en toeristen elkaar om het water uit hun laarzen te hozen. Liters en liters bruin sop. Her en der is ook de stank niet te harden – ik denk spontaan aan Venezia è un pesce (‘Venetië is een vis’) van auteur Tiziano Scarpa, waarin hij met veel humor uitlegt wat voor menselijks er zoal in de kanalen zwemt.

Geen scheepvaart

Het is een kwestie van minuten voor ook wij verdronken voeten hebben en beseffen dat deze acqua alta, onze kleine ervaringswereld welbeschouwd, grensverleggend wordt. De boot nemen? Te laat. Het Canal Grande, al eeuwen de drukste ader van de stad, oogt woest, gezwollen en vervaarlijk, maar voor de rest leeg. De Actv, het Venetiaanse verkeersbedrijf, heeft tot nader order alle scheepvaart stilgelegd.

Te voet verder dan maar,
piano piano, want de weerstand van het water is reëel. Een klein jacht heeft zijn aanlegsteiger verlaten en dobbert door wat zo-even nog een straat was. De medemens aarzelt tussen sardonisch lachen, sportief volharden of vertwijfeld om zich heen kijken.

Onverbiddelijk laat het springtij zien wie veerkrachtig is en wie hysterisch, wie laconiek en wie een dramaqueen. Op dat vlak: een pluim voor de Venetianen, in wier winkels veel koopwaar een drijvend leven gaat leiden, waar pompen doen wat ze kunnen om het overtollige water eruit te spuien en sluispoortjes allang te laag gebleken zijn. Deze door een scherpe siroccowind aangewakkerde waterellende heeft niemand zien aankomen.

Ook wij staan tot de dijen in het water. Niets in Venetië is nog normaal, er zit weinig anders op dan naar ons logies terug te keren, een kleine flat in Cannaregio, op de begane grond. Enkel de pessimisten onder ons zien het onheil arriveren. ‘We zitten zeker drie treden hoog, dat moet lukken.’

Beeld AP

Quod non. De flat staat tot 7 centimeter in het water, in mijn kamer drijft de map met in de vakantie te corrigeren boekbesprekingen (ik ben ook deeltijds leerkracht), en ook mijn Lessico famigliare, een autobiografische roman van Natalia Ginzburg, blijkt doorweekt.

In de keuken doet de elektriciteit het niet, de badkamer is niet langer bruikbaar en er klinkt vreemd gebrubbel uit badkuip en toilet. Door een zeldzame tegenwoordigheid van geest stond mijn koffer hoog en droog, sommige vakantiegenoten hebben minder geluk. In afwachting dat het verhuurkantoor nieuw onderdak voor ons regelt, proberen we te redden wat er te redden valt. Een laptop weifelt tussen leven en dood, maar de verwarming doet het nog, zodat het drogen subiet kan beginnen.

Pyjama

Intussen heeft de sirene weer geklonken die al sinds de jaren 60 de nakende hoogstand aankondigt. Er is haast bij. Onder een gietende regen, met de koffer als paraplu boven het hoofd, strompelen we naar het tweede onderkomen, deze keer één hoog, hartje Ghetto. Mijn jeans is eindelijk halfdroog, hem nogmaals helemaal nat krijgen is geen optie. Zo komt het dat ik, voor het eerst en hopelijk het laatst, in laarzen en pyjama – droogt sneller – door Venetië onderweg ben.

Het nieuwe onderkomen, enkele honderden meters en een zoveelste nat pak verder, ziet er pico bello uit, er is nog wijn op overschot en de enige pizzazaak die het nog doet in de buurt is ons goedgezind. Niets om over naar huis te schrijven, dus. Het inleefmoment ‘klimaatvluchteling’ ligt alweer achter ons. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234