Maandag 14/06/2021

Indignado's in de stille Kempen

'Nee', zei Jefke Mangelschots tegen de fabrieksdirecteur. 'Ik blijf bij mijn maten staan.' Het nee van Jefke was een kantelmoment tijdens de staking van 1971 in het Kempische Balen. Negen weken lang vochten de arbeiders van Vieille Montagne. En ze wonnen. Ook dankzij Jef Sleeckx, een eenvoudige leraar die er zijn roeping als politicus vond. Binnenkort in uw bioscoop: 'Groenten uit Balen'. Dit is het verhaal achter de film.

Op 8 januari 1971 breekt in de zinkfabriek Vieille Montagne in de Kempische gemeente Balen een staking uit. Zo'n 1.500 arbeiders leggen het werk neer. Ze eisen een verhoging van hun uurloon met tien frank. De staking is een wilde staking, zonder steun van de vakbonden en dus zonder stakingsgeld. Niettemin houden de arbeiders het negen weken vol. Waarna er iets gebeurt dat zo goed als niemand ooit voor mogelijk had gehouden. De directie abdiceert, de arbeiders, 'simpele boerkens uit de Kempen', halen hun slag thuis. De Grote Staking inspireert. Arbeiders in andere Kempense fabrieken besluiten het voorbeeld te volgen, er volgt een stakingsgolf.

Jonge intellectuelen willen, nog begeesterd door de idealen van mei '68, de stakende arbeiders in hun armen sluiten. Sommigen willen met hen verbroederen. Sommigen willen hen klaarstomen voor de rode revolutie. Sommigen kijken met belangstelling toe. Zo bijvoorbeeld de nog piepjonge schrijver Walter van den Broeck.

Van den Broeck is in januari 1971 leraar Nederlands aan de rijksschool van Balen. In die school geeft ook Jef Sleeckx les, een leraar geschiedenis die in die dagen zijn roeping als volkssocialist ontdekt. Sleeckx stelt zijn collega Van den Broeck voor om iets over de staking te schrijven. Van den Broeck aarzelt niet. Hij zal een stuk over en voor de arbeiders schrijven.

Op 8 januari 1972, of net één jaar na het uitbreken van de staking, wordt in het volkshuis van Balen Groenten uit Balenvoor het eerst opgevoerd. Het toneelstuk zal tot Van den Broecks eigen verbazing uitgroeien tot dé evergreen van het Vlaamse theater. Geen enkel stuk is hier vaker opgevoerd. Maar die eerste opvoering in Balen zal altijd de meest legendarische blijven. In het volkshuis zijn meer dan vierhonderd arbeiders van Vieille Montagne getuige van de première. Wat ze te zien krijgen is het verhaal van de staking, bekeken vanuit het standpunt van een modaal arbeidersgezin. Hun staking, hun verhaal. Het verhaal dat hun levens heeft veranderd. En niet alleen die van hen.

Mol, 2 december 2011, we zijn op bezoek bij Jef Sleeckx. Over luttele dagen gaat de verfilming van Groenten uit Balen in première. Sleeckx, 74 intussen, heeft de film al mogen zien en vindt hem prachtig. Hij speelt er zelf ook een kleine figurantenrol in, maar dat is bijzaak. Zijn rol achter de schermen was veel bepalender.

Om zich in de materie van de film in te werken, mochten de acteurs, onder wie Stany Crets en Lucas Van den Eynde en regisseur Frank Van Mechelen op audiëntie bij de oude Sleeckx. De heren acteurs zullen er zich niet verveeld hebben. De oude Sleeckx is wat men noemt een rasverteller. Een man met de gave van het woord. Een man met een beierende stem en met een nog altijd verbazend scherp geheugen.

In mijn Volkswagen gesprongen

Hoe hij, een leraar geschiedenis, destijds bij de grote staking betrokken raakte? Eén vraag en je krijgt van Sleeckx een urenlange monoloog. Een monoloog die in dit geval begint bij een lezing in de de rijksschool van Balen, begin januari 1971.

"Om de maand gaven we zo'n lezing. Walter van den Broeck kwam dan bijvoorbeeld praten over literatuur, terwijl ik iets kwam vertellen over filosofie en geschiedenis. Zo gaf ik op een dag een lezing over het marxisme, toen er plots een vrouw in het publiek recht stond. Die vrouw zegt: 'Gij hebt hier goed klappen, gij, maar enkele kilometers verder zijn ze aan het staken.' 'Ge hebt gelijk', heb ik gezegd. Ik ben onmiddellijk gestopt met spreken. Ik ben in mijn Volkswagen gesprongen en ben naar de stakers gereden."

Het is het moment waarop Sleeckx' lange carrière als volkssocialist begint. Ook al wacht hem bij het stakingspiket een allesbehalve warm onthaal.

"Toen ik eraan kwam, stapte Piet Poppeliers, de stakingsleider, op mij af. 'Wat komt gij hier doen?', zei Piet. 'Maakt dat ge weg komt, of we schieten u in de vaart.' Piet moet gedacht hebben dat ik een van die maoïsten was. En daar moesten ze niks van hebben, de arbeiders."

Sleeckx laat zich niet afschrikken en komt de volgende dag terug. En ook de volgende. In zijn eerste dagen bij het piket leert Sleeckx, die later de bijnaam Jef Piket zou krijgen, iets wat hij de rest van zijn leven zal onthouden.

"Op dag drie komt Piet Poppeliers naar mij. Om te zeggen dat ze met een probleem zaten. Veel stakers hadden een huisje af te betalen. Omdat de staking niet erkend was door de vakbond, hadden ze geen geld en zouden ze niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Ik heb dat probleem dan proberen op te lossen. Ik heb de leningmaatschappijen kunnen overtuigen om de afbetaling een paar maanden op te schorten. Voor mij was dat een kleine moeite, maar voor de arbeiders was dat iets groots. Dus groeide het vertrouwen. Ik had hen niet alleen mijn woord gegeven, ik had ook iets gedaan. Dat heb ik altijd onthouden. Als ge wilt dat mensen u vertrouwen, dan moet ge iets voor hen doen. Niet praten, want het woord is zo ontkracht dat niemand het woord nog gelooft. Ge moet het gewoon dóén."

Sleeckx zal in die dagen nog veel doen. Zo zorgde hij ervoor dat de vrouwen van de stakers bij de zaak betrokken werden. "Dat van die vrouwen is belangrijk", zegt Sleeckx. "Als ge een staking wilt winnen, hebt ge de vrouwen nodig. Want hoe gaat dat, zo'n staking. De eerste week is dat plezant, de tweede wordt het ambetant, en de derde week beginnen de vrouwen zwaar te zeveren. Dus wat hebben we gedaan? We hebben die vrouwen een belangrijke rol gegeven. Ze werden ingezet om voedselpakketten te maken."

De rol van de vrouwen blijft in Groenten uit Balen, het toneelstuk, niet onderbelicht. Aan het eind van het stuk vertelt Clara, de vrouw des huizes, wat de staking met haar heeft gedaan. Het staat er zo: "Die voorbije negen weken, daar heb ik elke seconde van gelééfd. Dat is een tijd die ik nooit meer vergeet. Ge zult zien, over een paar jaar vertellen we aan die kleine die nu nog in de maak is over de staking van eenenzeventig, als hij vraagt of we iets 'van vroeger' willen vertellen. Zoals mijn vader over de oorlog vroeger."

Sleeckx vind het een prachtige scène. "Want zo is het ook gegaan. De vrouwen zijn me dat ook zo komen vertellen. Dat ze spijt hadden dat het gedaan was, want dat ze tijdens die staking geleefd hadden. Dat was voor mij het hoogtepunt van die staking: het moment waarop die vrouwen dat aan mij kwamen vertellen. En waarom zeiden ze dat, denkt ge? Ze hadden samen die voedselpakketten gemaakt. Solidair geweest. Dát gaf hen het gevoel dat ze hadden geleefd."

Solidariteit. Samenwerking. Het was volgens Sleeckx de brandstof waarop de staking negen weken lang bleef draaien. Solidariteit was er onder de stakers en hun gezinnen, maar solidariteit kwam ook van linkse intellectuelen, die gaandeweg door de grote staking gefascineerd waren geraakt. "Walter van den Broeck is nooit naar de staking geweest", zegt Sleeckx. "Alles wat in zijn toneelstuk staat, is gebaseerd op de verhalen die ik hem heb verteld. Maar Walter heeft ons wél geholpen. Op zijn manier. Zo moesten er op een bepaald ogenblik pamfletten zijn, om uit te delen aan de gendarmes die ons bedreigden. Walter heeft die pamfletten geschreven. 'Vriend gendarme', scheef hij. 'Wij staken hier voor ons brood. Als jullie ooit staken, dan komen wij jullie ook helpen.' Ik kan u zeggen, dat pamflet miste zijn effect niet. Die gendarmen wisten plots niet meer wat gezegd of gedaan.

"Omdat er geen geld was, zijn Piet Poppeliers, enkele leden van het comité en ik op den duur ook gaan spreken aan de poorten van andere fabrieken. Zo hebben we andere arbeiders kunnen overtuigen om een uurloon af te geven. En zo groeide ook de overtuiging dat iets waarvan iedereen dacht dat het niet zou lukken - een staking in de Kempen - toch zou lukken.

"Na verloop van tijd kwamen ze van heel Vlaanderen naar hier. Ik belegde vergaderingen bij mij thuis, om te bespreken hoe we beter konden samenwerken. Paul Goossens kwam af. En Walter De Bock. Ludo Martens ook. Ik heb het al vaker gedacht: als ze toen een bom op mijn huis hadden gesmeten, dan was heel links Vlaanderen weg geweest. Alleman kwam naar hier. Want hier gebeurde iets nieuws. In de Kempen nog wel. Want dat is iets dat ge in dit verhaal toch ook niet uit het oog moogt verliezen. Wij spreken nu over het begin van de jaren zeventig. De Kempen waren toen nog een achtergesteld gebied. Kempenaren werden als minderwaardig beschouwd, en zo keken ze ook naar zichzelf. De arbeiders hier verdienden een stuk minder dan in Wallonië. Het was ook geen toeval dat er in de Kempen zo veel vervuilende fabrieken waren."

Zwijgen of ophoepelen

Achtergesteld. Vervuild. Negentiende-eeuws. Zo was de wereld van de Kempische fabrieksarbeider ook volgens Rik Molemans. Molemans - Rikske voor de vrienden - was arbeider bij Vieille Montagne toen in 1971 de staking uitbrak. Het beeld dat hij van die tijd schetst is hallucinant. "Wij woonden in de cité, een wereld op zichzelf, die niks met Balen of Mol te maken had. De kerk, het kerkhof, het gasthuis en de huizen, alles in onze cité was van de fabriek. Het was een wereld waarin elk beetje verzet onderdrukt werd. Als ge uw mond opentrok, kreegt ge te horen dat ge kondt kiezen: zwijgen of ophoepelen. Zo was dat toen, en zo was het al tachtig jaar.

"Ge moet weten: Vieille Montagne was een vervuilende fabriek. Omdat ik, samen met tweehonderd andere stielmannen, in het atelier werkte, had ik daar minder last van, maar veel arbeiders werden ziek. Ze kregen de loodziekte. Lood werd toen als de boosdoener gezien, maar eigenlijk was cadmium nog veel erger. De bedrijfsdokter maakte wel medische dossiers van de mensen, maar ze werden niet bekendgemaakt. Het was één grote doofpotaffaire.

"Van loodziekte krijg je krampen in de spieren. Dat deed vreselijk veel zeer. Mensen die de ziekte kregen, werden soms opgenomen in het ziekenhuis van Lommel. Er zijn gevallen bekend van mensen die van de pijn uit het raam van dat ziekenhuis zijn gesprongen. Vreselijke verhalen, maar ze werden niet serieus genomen. Quatsch, zei onze ploegbaas dan. Hij heeft er zijn bijnaam aan overgehouden. De Quatsch.

"Het feit dat meer en meer mensen ziek werden, begon voor wrevel te zorgen bij het werkvolk. Daar kwam nog bij dat die mensen verhalen hoorden van de arbeiders in Hoboken, of die van Prayon in Wallonië, die veel betere lonen kregen. Daar werd meer en meer over gesproken."

De wrevel wordt sociale onrust. Begin januari 1971 leggen Rik Molemans en zijn tweehonderd collega's van het atelier het werk neer. Ze verzamelen in de eetzaal. Molemans vertelt, naar eigen zeggen voor het eerst, hoe die actie in een grote staking uitmondde.

"Wij zaten in die eetzaal als plots den Hannes, de meestergast, binnenkwam. 'Luistert mannen', zei hij, 'ge kunt ginder buiten, bij de brug gaan staan, of ge gaat weer aan het werk. Waarop iedereen naar elkaar begon te kijken. Dat duurde misschien vijftien seconden, maar voor mij leek dat een eeuwigheid. Toen ben ik rechtgesprongen. 'Mannen, wat is 't nu feitelijk', heb ik gezegd. 'Ge komt hier zitten om te protesteren, en nu schijt ge in uw broek. Als ge wilt protesteren, dan volgt ge mij maar'. Ik ben het afgestapt, met de daver op het lijf, want voor het zelfde geld was ik de enige. Ik ben tot achter het hoekske gestapt, en daar even blijven staan, om te zien of er nog mannen volgden. Even later zag ik dat er ene kwam. En dan nog ene. En op den duur kwam alleman."

De oude brug

Vieille Montagne heet vandaag Nyrstar. In plaats van 1.500 werken er nu nog 600 mensen. Maar de brug, de scheidslijn tussen de fabriek en de wereld erbuiten, die is er vandaag nog altijd.

Als Jef Sleeckx naar het oude bruggetje stapt, vertelt hij het verhaal van Jefke, een al wat oudere arbeider die ook onder de grote druk niet plooide. "Hier, op deze plek stond hij, Jefke Mangelschots. Nen helen brave, christelijke mens. Hij stond hier met zijn fietske voor de brug toen de directeur - in die tijd was dat nog een halfgod - op hem kwam afgestapt. 'Jefke', zegt de directeur, 'kom toch naar binnen jong. Kom hier'. Maar Jefke kwam niet. Jefke zei nee. 'Nieje, ik blijf hi, ik blijf bij mijn maten staan.'

In het verhaal van de grote staking was het een kantelmoment, vertelt Sleeckx. "Als Jefke, die doodbrave christelijke mens van zestig, weigert om de brug over te komen, dan is het binnen, dacht ik. Dan hebben we gewonnen. Ik ben er trouwens zeker van dat het ook voor de directeur een kantelmoment was. Dat hij op dat ogenblik heeft ingezien: die mannen gaan hier niet toegeven. Die gaan door tot het binnen is."

Uiteindelijk kregen de arbeiders 9,75 frank per uur opslag. Het betekende het einde van de staking, maar het was ook het begint van iets nieuws. Enkele weken later richt Jef Sleeckx samen met Piet Poppeliers het Groot Arbeiders Komitee (GAK) op. Een soort vakbond was dat, maar niet in een etiket te vangen. Een "monster met vele tentakels", aldus Sleeckx, "waarin arbeiders en intellectuelen ideeën en ervaringen uitwisselden.

"Zo organiseerden we bijvoorbeeld volkskampen in Westende. Van overal kwamen ze daar naartoe. Ik herinner me zelfs een delegatie uit Kiruna, Noord-Zweden. Op zo'n kamp heeft Jan Decleir trouwens voor het eerst Mistero Buffo van Dario Fo gespeeld. De arbeiders mochten dan beslissen of het stuk in het ABN of in het dialect werd opgevoerd."

Ondanks het aanvankelijke succes was het GAK geen lang leven beschoren.

"Het is stukgelopen op de studenten", zegt Sleeckx vandaag. "De mannen van Amada (voorloper van de PVDA), die altijd maar over de revolutie spraken. Over de echte problemen van de arbeiders ging het niet meer. Dat heb ik ook tegen Ludo Martens en de studenten gezegd. 'Die revolutie van u, die gaat niet lukken. De mensen staan hier, en gij, gij staat daar. Ge gaat niet ergens naartoe door te springen, wél door te groeien. Als ge ergens wilt geraken, moogt ge maar ne millimeter van de mensen blijven. De kloof tussen jullie en de arbeiders is veel te groot. De mensen denken niet aan die revolutie. Daar hebben ze schrik van.'"

Rauwe miserie

Vandaag, 41 jaar later, gaat zo'n verhaal als dat van de Grote Staking bijna vanzelf baden in een gloed van sepia. Kleine anekdotes worden heldenverhalen, de rauwe miserie romantiek.

Rik Molemans houdt niet van dat soort geschiedvervalsing. "De staking was een moeilijke periode, met veel angst, onzekerheid en miserie", zegt hij. "Ik was erbij toen Groenten uit Balen voor het eerst werd opgevoerd in het Volkshuis van Balen. Ik heb toen toch een paar keer moeten schreien. Dat stuk was zo just... alle miserie die ge zelf had meegemaakt kwam terug."

En dan moest het moeilijkste nog komen. "Niet lang na de staking waren er sociale verkiezingen in de fabriek. Piet Poppeliers en ik hebben die met grote voorsprong gewonnen. Plots waren we hier een soort bazen, met een eigen bureau. Heel sjiek allemaal, maar er rustte ook veel druk op onze schouders. De verwachtingen waren groot. Te groot misschien. Wij moesten ervoor zorgen dat alle lonen van de arbeiders gelijkgeschakeld werden. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk was dat een heel ingewikkelde zaak. Eerlijk gezegd: sommige kwesties gingen mijn petje te boven. Ik had niet doorgeleerd hé.

"Délégué zijn betekent in de eerste plaats: werken voor anderen. Veel werken. Vergaderingen hier en vergaderingen ginder. Ik was bijna nooit thuis. Ik woon hier op anderhalve kilometer van de Keiheuvel (een recreatiedomein in Balen, JdP), maar heb nooit de kans gehad om daar eens met mijn dochter naartoe te gaan.

"Als ge dat zo bekijkt, zegt ge: ik had het beter niet gedaan. Maar ik ben nu eenmaal een sociale mens. En het had natuurlijk ook voordelen, délégué zijn. Ik kon zonder risico mijn mond opentrekken. Ik ben ooit eens bij de directeur moeten komen. Het eerste wat hij zei was: zoudt gij uw klak eens niet afzetten. Ik heb nee tegen hem gezegd. 'Er is er maar ene waar ik mijn klak voor af zet, en dat is voor de kapper.'"

Ondanks alle tegenslagen, mislukkingen en teleurstellingen zijn Molemans en Sleeckx hun socialistische overtuiging trouw gebleven. "Dat sociale zit gewoon in mij", zegt Molemans, "mijn moeder had dat, ik heb het van haar geërfd en krijg het er niet uit. Misschien was er daarom voor mij geen andere weg. Misschien heb ik het daarom gedaan: omdat ik niet anders kon."

Terwijl Rik Molemans zijn strijd leverde als ABVV-afgevaardigde in de fabriek, kwam Sleeckx in beeld van de BSP, de partij die ondertussen sp.a heet.

Sleeckx werd in 1976 lijsttrekker in Mol. Door zijn toedoen werden de gemeenteraadsverkiezingen hier voor het eerst gewonnen door de socialisten. Later zou hij het nog tot volksvertegenwoordiger schoppen. Nog tot 1999 bleef Sleeckx actief in de partij. Als luis in de pels. Schenenschopper. Beschermheer van de verworpenen der aarde. Een volkssocialist die het om de haverklap aan de stok kreeg met de grote tenoren binnen zijn partij. Karel Van Miert, Willy Claes en Louis Tobback, allemaal hebben ze zich ooit moeten verhouden tot Jef Piket. Maar niemand die hem ooit uit de partij heeft gesmeten. Daarvoor was Jef te veel een stemmenkanon.

U kunt het al raden. Met de huidige sp.a heeft Jef Piket niet zoveel affiniteit. Het hart van Jef klopt daarvoor te links. Het gaat vandaag uit naar de indignado's. Stephane Hessel. Indignez-vous. Neem het niet! Jef heeft het uiteraard gelezen. "Wat Hessel schrijft staat letterlijk in een boek over mij, dat in 1999 is verschenen. Emotion, reflexion, action. Zo ging het het ook tijdens de staking. Ik was geëmotioneerd, ik heb nagedacht, en daarna actie ondernomen.

"Daarom ben ik ook zo blij dat die film er nu is. Het is een actueel verhaal. Groenten uit Balen, dat is feitelijk hetzelfde verhaal als Occupy Wall Street. Of van de indignado's. Het is een verhaal van mensen die verontwaardigd zijn. Gaan nadenken. En dan handelen.

"Vandaag is die beweging nog niet groot. Wij leven in een tijd waarin iedereen wordt geïndividualiseerd, door meer en meer behoeftes te creëren. Een dikke auto vinden we belangrijker dan onze moeder. Maar dat kan niet blijven duren. Op een dag zal het op zijn. En dan zullen we gedwongen zijn om terug te vallen op het enige wat we hebben. Op onze solidariteit."

Groenten uit Balen, een film van Frank Van Mechelen, komt op 14/12 in de zalen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234