Donderdag 19/05/2022

Indianenverhalen (1): het groeiende zelfbewustzijn

Eigenlijk zou het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis mij een honorarium mogen betalen. Overal waar ik vrienden en kennissen tegenkom van wie ik weet dat ze een boontje hebben voor 'de indianen', vertel ik over de nakende tentoonstelling in het Brusselse museum. "De grootste indianenexpositie die in dertig jaar in Europa is gehouden", zeg ik erbij. Steevast moet ik dan uitleggen waar het Jubelparkmuseum - zoals het museum gemakshalve wordt genoemd - zich bevindt. Het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis is namelijk zowat de best verborgen schatkamer van dit land.

Maar sinds ik me ter plaatse ben gaan verdiepen in de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika weet ik niet zeker of de expositie Indian Summer aan de romantische verwachtingen van de indianenfreaks zal beantwoorden. Het stereotype beeld van de indiaan, de nobele wilde van Hollywood-films en Karl May-boeken, zal aan het wankelen worden gebracht. De tentoonstelling wil immers de diversiteit in de culturen van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika belichten. Komt daarbij dat deze verschillende indianenculturen, die door de komst van de blanken flink door elkaar werden geschud, levende en dus geen afgesloten beschavingen zijn.

In de veronderstelling dat ze snel zouden verdwijnen, vertoonden antropologen en verzamelaars rond 1950 plots een toegenomen interesse voor de culturen van de indianen. Of beter voor de 'artefacten' die deze culturen voortbrachten. Maar de antropologen kregen ongelijk: de culturen verdwenen niet, de indianen hebben - samen met hun zelfbewustzijn - hun aparte levenswijze behouden, zij het vaak in een sterk geëvolueerde vorm. Halfnaakt en met oorlogsveren getooid galopperen ze nog zelden over de grasvlakte - voorzover ze dat al ooit hebben gedaan. (Voor de komst van de blanken waren de indianen trouwens niet vertrouwd met het paard). Velen rijden nu rond in een gammele pick-up, dragen jeans en T-shirts en stoppen geregeld bij een hamburgertent.

Maar de volledige assimilatie is mislukt. Heel wat jonge indianen zoeken weer aansluiting bij de aloude spirituele waarden en leren hun eigen taal spreken. Die talen werden er enkele decennia geleden bij hun grootvaders en -moeders in de kostscholen uitgeranseld. Dat de ceremoniële feesten en initiatieriten nog geregeld worden gehouden, merk je als je bij het binnenrijden van een dorp in een reservaat wordt tegengehouden. Zelfs in het erg toeristische Taos in New-Mexico was er eind augustus een week lang geen doorkomen aan. Onverbiddelijk werden we aangemaand rechtsomkeer te maken. En je kan maar beter gehoorzamen want in de reservaten beschikken de indianen over autonomie als het op gezagsuitoefening aankomt. Daar zijn ze zich goed van bewust, vaak tot ergernis van de rest van de Amerikaanse bevolking.

De indianen zijn de laatste tijd ook opvallend assertief als het over de voorstelling van hun cultuur gaat. Dat ze er niet van houden dat kunstenaars zomaar citeren uit hun erfgoed is begrijpelijk. Een familie heeft een soort copyright op bepaalde motieven en afbeeldingen, die hun specifiek verhaal vertellen en een geheel vormen met hun rituelen, gezangen en totempalen. Dat alles samen bepaalt hun identiteit en daar kan je niet zomaar eventjes een fragment van lenen. Musea dienen ook te weten dat op het tonen van bepaalde ceremoniële objecten zoals maskers met een religieuze betekenis een taboe rust. Ook de presentatie van voorwerpen die met de dodenritus of met de afgestorven voorouders te maken hebben ligt moeilijk. In het bekende Heard Museum in Phoenix, Arizona geldt een verbod om deze voorwerpen te fotograferen. Dat museum heeft in de VS een voortrekkersrol gespeeld in de repatriëring van voorwerpen aan indianengroepen.

De steeds zelfbewustere indianen willen bovendien dat hun eigen naamgeving, in hun eigen taal, wordt gerespecteerd. De namen die gemeenzaam worden gebruikt zijn door andere groepen gegeven en berusten soms op misverstanden of zijn in zekere zin beledigend.

Het Jubelparkmuseum kan zich dus zomaar niet veroorloven in de zalen een paar tipi's en enkele totems recht te zetten, een adobe van de Pueblo-indianen te reconstrueren met klei en voorts wat mocassins, maskers en aardewerk uit te stallen. Interessant in dit verband is de unieke tentoonstelling Out of the Mist, die tot april 2000 in het Royal British Columbia Museum in Victoria loopt. Enkele chiefs en ouderen van de negentien oorspronkelijke groepen die leefden op de kusten van Vancouver Island en British Columbia (sinds Captain James Cook er in 1778 aanlegde verkeerdelijk Nootka genoemd) werden door de museumstaf uitgenodigd hun eigen tentoonstelling op te zetten. De kerngedachte van de cultuur van de Nuu-chah-nulth mensen - zo noemen ze zich zelf - is dat alles één is. Het spirituele leven is helemaal verweven met het in onze ogen pragmatische overleven. Het is verbazingwekkend hoeveel bezinning en ceremoniële handelingen voorafgaan aan simpele activiteiten zoals bessen plukken en jagen. Weinig aanhangers van de new age-beweging beseffen dat het banale en het spirituele zo een eenheid vormt in de door hen aanbeden indianencultuur.Eric Bracke

Wordt vervolgd.

Zondag 3 oktober komt hoogleraar Rik Pinxten (UG) om 10.30 uur in het Jubelparkmuseum spreken over 'Kosmologie van de Navajo-indianen. een vergelijkend perspectief'. De tentoonstelling Indian Summer loopt van 23 september tot 26 maart.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234