Zondag 20/06/2021

In zwart en wit over goed en kwaad

xMet Hans G. Kresse (1921-1992) had Nederland een stripauteur van wereldniveau. Dick Matena wijdde een kleine maar hilarische biografie aan zijn idool en diens held, Eric de Noorman.

Door Walter Pauli

Brussel l Eric was een held zoals die alleen in de jaren vijftig bestonden. Een Held, dus. Toch zijn Kresses verhalen niet eendimensionaal en dat gaat zeker op voor zijn latere 'Indianenreeks'.

Zeggen dat Nederlanders een minderwaardigheidscomplex hebben jegens Belgen of Vlamingen is de waarheid aardig geweld aandoen. Behalve als het aankomt op stripverhalen: 'onze' stripcultuur staat boven de Moerdijk op een piëdestal. Ze bewonderen 'onze' internationale coryfeeën als Hergé, Franquin of Morris, ze hebben eigenlijk ook geen volksvertellers als Willy Vandersteen, Marc Sleen of Jef Nijs.

Toch telt de Nederlandse strip al van in de jaren veertig drie auteurs wier oeuvre naast dat van de Belgische vedetten kan staan, en het niveau van de Vlaamse drievuldigheid zelfs veruit overstijgt: Marten Toonder (1912-2005), auteur van Heer Bommel en Tom Poes, Pieter Kuhn (1910-1966), auteur van Kapitein Rob, en dus Hans Kresse (1921-1992), auteur van onder meer Eric de Noorman en de Indianenreeks.

Dat komt vooral door hun virtuoze tekenstijl. Ook voor Belgen is die zeer herkenbaar, wegens een compleet afwijkende code van wat in dit land gangbaar was in de doorsneejongerenstrips. Eén: ze tekenden alledrie (bijna) altijd in zwart-wit. Toonder hanteerde een stijl die aan Disney doet denken, Kuhn en Kresse waren grootmeesters in het realistische genre, zij het dat ze erg beïnvloed waren door de toonaangevende Amerikaan Hal Foster, auteur van 'Prins Valiant'.

Twee: alledrie moesten ze het niet hebben van 'tekstballonnen': ze tekenden plaatjes, en daaronder kwam alle tekst. Daardoor kreeg je tegelijk mooiere tekeningen en langere verhalen. Wellicht leverden de tekenaars wat in op situatiehumor, maar daar was het hen niet om te doen.

Het eerste verhaal van 'Eric de Noorman' verscheen in 1946, het laatste in 1964. Eric was dus een klassieke held die alleen in die jaren vijftig kon gedijen. Buck Danny was dat eigenlijk ook: die twintigste-eeuwse piloot was even recht, even rechtzinnig, even blond als de vroegmiddeleeuwse Noorman, met even blauwe ogen - hoewel dat bij Eric natuurlijk niet te zien was. Maar ondanks de zwart-wittekening zágen de lezers blauwe ogen. Neen? Ooit al een hoogblonde viking gezien met bruine irissen?

Zo sterk was de tekenkunst van Kresse, zo evocatief zijn zwart-wit. Een tekenaar hoeft niet elk detail met fotografische precisie weer te geven om scherpe en soms onvergetelijke indrukken op te wekken.

Een van die jonge maar verstokte 'Eric de Noorman'-lezers was Dick Matena (°1943). Matena is een van de bekendste en misschien wel de beste van de striptekenaars die vandaag actief zijn. In 2003 won hij de Bronzen Adhemar voor zijn verstripping van De avonden van Gerard Reve.

Matena blijkt niet alleen virtuoos het potlood te kunnen hanteren. Hij heeft ook een meesterlijke pen, zo bewijst hij met de biografie die hij schreef over zijn idool (en later zelfs vriend) Hans Kresse. Die biografie dateert al uit 1998 (vandaar het voorwoord van wijlen Marten Toonder) maar toen was dat een slechts in kleine kring verspreide uitgave. Nu brengt uitgeverij Atlas een geüpdatete versie op de markt. Gelukkig.

Toonder schreef immers een erg persoonlijke biografie, absoluut geen kleffe hagiografie. Zijn herinneringen aan Hans Kresse en 'Eric De Noorman' zijn ook een terugblik op zijn eigen jonge jaren. Die jaren vijftig waren een decennium van herkenbaar goed en kwaad, en 'Eric de Noorman' was een strip die zelfs geen moeite deed daaruit te springen. In de vroegste jaren werd 'Eric' zelfs uit de middelmaat gered door het virtuoze tekenwerk van Kresse. Veel scenario's die hij aangeleverd kreeg, uit, waren ondermaats, zeker in de beginperiode. "Zo overeind als zijn tekenwerk door de jaren is gebleven, zo volstrekt door de mand gevallen zijn sommige van zijn verhalen", zegt Matena.

Maar dat verbetert. Reizen naar Atlantis of gevechten met levende mummies en dergelijke onzin maken plaats voor betere, historischere verhalen. Al bleven ook die erg jarenvijftigachtig. Eric trouwde wel, maar seks krijgt de lezer niet te zien (in de echtelijke slaapkamer heeft die, getrouw de geest van die tijd, niets te zoeken). Als er een vijand opdook, begreep zelfs de meest naïeve lezer dat: slechteriken zagen er vals uit.

Matena wijdt een van zijn scherpzinnigste hoofdstukjes aan de vrienden van Eric de Noorman, zijn bondgenoten, zijn eigen soldaten ook. Die sterven namelijk allemaal. Ze vangen nogal eens een pijl of bijl op die eigenlijk voor Eric is bedoeld. Of ze sterven een heldendood. Misschien wel het beste Ericverhaal, Svitjold's offer, is vanaf het eerste plaatje een noodlottige queeste naar wat Matena "een indrukwekkende, wagneriaanse heldendood" noemt. Svitjold was in eerdere verhalen Erics politieke raadgever. Om zijn koning te redden laadt hij de vloek van het zwaard Tyr op zich (waardoor hij wist dat een vroege dood zijn lot zou zijn). Svitjold wil die vloek toch ontlopen: hij verlaat het hof van Eric en trekt zich in alle eenzaamheid terug in een hut aan de kust, ver van zijn vertrouwde burcht.

Dan breekt Svitjolds offer aan. Vanaf het eerste strookje, met een peinzende Svitjold die over de zee staart, onrustig en bang, raakt zelfs de jonge lezer onder de indruk van de overweldigende sfeer, die Matena typeert als "kaal, somber, angstaanjagend en uitzichtloos". Zo toonde toen al Kresse dat ook dat soort verhalen, ondanks de scherpe en herkenbare tweedeling tussen goed en kwaad, niet eendimensionaal of simpel hoeven te zijn.

Als mei '68 in de lucht hangt, kapt Hans Kresse met 'Eric De Noorman' - en stopt Matena ook zijn boekje. Dat is begrijpelijk maar jammer, want Kresse tekent nadien zijn allerbeste werk. Parallel met de ontwikkeling die de westerns doormaakten in de post-John Wayneperiode was Kresses 'Indianenreeks' realistisch, in de jarenzeventigzin van het woord: indianen waren geen schurken meer, en evenmin goede maar onnozele zij het tamelijk heetgebakerde 'romantische wilden'. Het leverde Kresse, als een van de weinige oudere striptekenaars, lof op de toen ook hoogst maatschappijkritisch ingestelde striprecensenten.

Twee verhalen springen eruit: Mangas Coloradas (1972) en vooral het onvolprezen Wetamo (1973), evenveel evocaties van historische personages. De eerste indiaan was een Apachenopperhoofd dat leefde van 1790 tot 1863, verwant aan Cociche, de schoonvader van Geronimo: zijn stam werd laffelijk uitgemoord omdat indianenscalpen toen geld opbrachten, Kresse verhaalt de wraak van de indiaan.

Het tweede hoofdpersonage, Wetamo, was een vrouwelijk opperhoofd dat halfweg in de zeventiende eeuw aan de Amerikaanse Oostkust de strijd aanbond tegen de eerste Britse kolonisten. Ditmaal gestoeld op een intelligent en solide scenario, gebruikt Kresse zijn meesterlijk zwart-wit voor een verhalen waarin de goeden onstuimig en onvoorzichtig zijn en de slechten volhardend en slim.

Het eerste plaatje toont Wetamo in 1662: in vol ornaat en begeleid door haar krijgers vaart zij met een kano de rivier af, klagend over haar stervende man: "Wamsutta, oh mijn Wamsutta." Het laatste plaatje zie je diezelfde Wetamo in 1676, ook in een rivier, maar nu eenzaam, spartelend, gewond, naakt Vlak voor ze sterft, murmelt ze de naam van haar lang gestorven liefde: "Wamsutta, oh mijn Wamsutta."

Klassiek dus, maar dan in de betekenis van een verhaal met een weloverwogen structuur, een ingehouden toon (het felle geweld is nergens gratuit, het naakt niet voyeuristisch, de vuilste karakters nooit ordinair), in één woord: een strip die 'af' is. Dat hadden ze in de jaren zeventig nog niet gezien: een topstrip getekend door een man die de nieuwe tijden begreep maar daarom zijn métier uit de door Matena zo gekoesterde jaren vijftig niet verloochende.

Mijmeringen bij een mythe. Hans G. Kresse's Eric de Noorman van Dick Matena is verschenen bij Atlas.

Ondanks het zwart-wit zágen de lezers de blauwe ogen van Eric de Noorman. Zo sterk was de tekenkunst van Kresse, zo evocatief

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234