Maandag 24/01/2022

'In VS zal groot mediadebat losbarsten'

'In de Europese media merk ik stukken meer respect voor de intelligentie van de Irakezen. Als je de Europese media bekijkt, zie je dat Irak een land is met gewone mensen', zegt Dominique Wolton, onderzoeksdirecteur bij het Franse wetenschapsfonds CNRS. Wolton, die al jaren actief is op het kruispunt van communicatie, maatschappij, politiek en cultuur, is een van de bekendste mediadeskundigen van Frankrijk. Een gesprek over nieuws en televisieverslaggeving in de tweede Golfoorlog.

Brussel / Parijs

Eigen berichtgeving

Lode Delputte

Hoe wordt deze oorlog verslagen als we hem met de eerste Golfoorlog vergelijken?

Wolton: "Er is duidelijke vooruitgang geboekt in vergelijking met de eerste Golfoorlog, in 1991. Toen had CNN een volstrekt monopolie. Deze keer zijn ook de Europese en Arabische zenders van de partij. Die laatste werken duidelijk op een veel onafhankelijker manier dan de Amerikanen. De reden voor hun onafhankelijkheid zie ik ten eerste in het feit dat zowel in Europa als in de Arabische wereld de oorlog fel omstreden is, ten tweede in het voornemen zich anders op te stellen dan de erg patriottische media in de VS. Als we de mediaverslaggeving vergelijken met die van 1991, zie ik een duidelijke verbetering. Er is veel meer pluralisme."

Maar van dat pluralisme krijgt de Europese tv-kijker meer te zien dan de Amerikaanse, of niet?

"Fox News uiteraard, maar zeker ook CNN blijven door en door Amerikaans. In deze oorlog kun je de Amerikaanse audiovisuele media herkennen aan de manier waarop ze de vijand portretteren. Irak, zijn leiders en zijn bevolking worden er als halve wilden voorgesteld. Er is niet de geringste belangstelling voor volk en cultuur. Als je als Amerikaanse kijker naar een Amerikaanse zender kijkt, dan kan de oorlog zich net zo goed in Guatemala afspelen. Want waar die vijand zit, doet er daar niet toe. Hij ís er gewoon, hij is slecht en moet dus geminacht worden.

"In Europa merk ik stukken meer begrip en respect voor de intelligentie van de Irakezen. Als je de Europese media bekijkt, zie je dat Irak een land is zoals de andere: met moderne, functionerende steden, met grote gebouwen, met schone straten waar veel mensen in op stap zijn. Mensen die normale levens lijden ook en voor wie het leven ondanks alles doorgaat. Maar dat laatste zien Fox en CNN niet, althans, ze stellen er zich geen vragen bij. Hun kan het absoluut gestolen worden of dit of dat gebouw gebombardeerd wordt of dit of dat stuk patrimonium de lucht ingaat. Als ze intussen maar de woorden 'preventief' en 'humanitair' kunnen gebruiken. De wijze waarop Fox en CNN tv brengen, zegt in de eerste plaats veel over het gemiddelde Amerikaanse wereldbeeld: dat is niet alleen simplistisch en tweeledig, het is ook archaïsch."

In Europa ziet u al die dingen niet?

"Nee, en ik kan u zeggen dat ik voortdurend vergelijk. De Europese media werken niet alleen stukken nauwkeuriger, ze zijn ook bescheidener, en dat siert. Bovendien, en daarvoor zouden we de Europese mediabazen moeten bedanken, zijn de Europese media massaal op het terrein aanwezig. Er is een zeer grote verscheidenheid aan bronnen en perspectieven voorhanden. Ik voorspel u trouwens dat er ten gevolge van deze oorlog een groot intern mediadebat zal ontstaan in de VS. Zodra voldoende journalisten op het terrein doorhebben dat de anchorlui in hun veilige tv-studio's politieke leugens verkondigen die niet in overeenstemming zijn met wat de reporters ter plaatse hebben gezien, zullen er keuzes moeten worden gemaakt. De journalisten zullen zich van de ideologen willen onderscheiden en eisen dat de karikatuur ophoudt. Ze zullen inzien dat er objectief bekeken geen coalition bestaat, net zoals deze oorlog niet over liberation gaat. Beide termen zijn ideologische constructies."

Maar wat verstaat u onder reporters ter plaatse, de 'embedded' journalisten die met het US Army optrekken?

"Veel hangt van de blik en persoonlijke ingesteldheid van de journalist in kwestie af. Toch denk ik niet dat het embedded journalism zoals we het dezer dagen te zien krijgen een stap vooruit is voor de journalistiek. Ten eerste valt er op het tv-scherm absoluut niets te beleven. Ten tweede is zelfs díe informatie niet op vrije wijze tot stand gekomen, ten derde proberen ze voortdurend angst en spanning te verkopen. Ze verkeren in - en verschaffen ons - de illusie dat ze aan rechtstreekse oorlogsverslaggeving doen. Wat ze in werkelijkheid brengen is rechtstreekse doodsverslaggeving."

Nogal wat tv-verslagen gebeuren met videofoons, je krijgt mozaïekbeelden waarop synthetische mannetjes lijken te dansen. Een wargame, deze oorlog? Hebben we enkel nog een joystick nodig om zelf soldaatje te spelen?

"Daar ben ik het niet mee eens. Nogmaals, in 1991, toen er volstrekt geen pluralisme voorhanden was, leek de oorlog veel meer op een spel dan nu. Door de dramatische aanloop naar dit conflict en het feit dat iedereen intussen wel weet dat het Brits-Amerikaanse offensief de wereldorde ter discussie stelt, beseffen tv-kijkers, ook kinderen, dat de toestand ernstig is. Bovendien zijn er, anders dan in 1991, zeer veel beelden die juist laten zien hoe de zaak er op het terrein voorstaat. Het terrein, de geografie zeg maar, heeft hier een duidelijke overwinning geboekt op de klinische virtualiteit waarop de bedenkers van de oorlog toch wel hadden gehoopt."

Werkt het pluralisme waarover u het hebt niet contraproductief? Doet de veelheid aan bronnen de kijker het noorden niet verliezen, waardoor hij afhaakt?

"Nee. Als mensen afhaken, komt het niet door de veelheid aan bronnen die ze niet gebolwerkt krijgen, maar door het feit dat ze het evenement al beu zijn. En dat is heel erg: als je na een week al op een oorlog uitgekeken bent, betekent dat dat je oorlog een beetje als elk ander gebeuren gaat bekijken - wat het allerminst is. Het snelle afhaken is dan ook in de eerste plaats tekenend voor de banaliteit die almaar vaker van geweld blijkt uit te gaan."

Denkt u dat deze oorlog een mijlpaal wordt in de televisieverslaggeving, of in de journalistiek tout court?

"Uw vraag komt te vroeg. De oorlog is nauwelijks begonnen. Toch vallen er misschien al enkele aanwijzingen te ontwaren: de revanche van de terreinjournalisten op de anchors in de comfortabele salons van de hoofdsteden is er mogelijk een van. Het valt me op dat veel, vooral Europese, journalisten in Irak erg degelijk werk afleveren. Hun reportages over deze vreselijke oorlog dragen ertoe bij dat de belangstelling voor de rijkdom en complexiteit van de Arabische wereld toeneemt. Ook voor het Midden-Oosten zelf zal deze oorlog, althans voor wat nieuws en verslaggeving betreft, een kentering meebrengen: met een tv-zender als Al-Jazeera zal de kraan van de persvrijheid niet meer kunnen worden dichtgedraaid. Alleszins in vergelijking met 1991 zie ik een duidelijke herwaardering voor het beroep van journalist."

Wat is er in 1991 zo misgelopen dat nu anders is?

"Op de monopolisering door CNN na, lag het grote probleem in het feit dat het publiek meer gefascineerd was door de technologie en de snelheid van de beelden dan door de oorlog als dusdanig. Deze keer heb ik de indruk dat de televisietechnologie gewoon geworden is en nu weer plaats maakt voor de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt opnieuw sterker dan het beeld. Iedereen voelt de tragedie van de geschiedenis aan. Dat was bij de eerste Golfoorlog veel minder het geval. Het televisiemedium lijkt bescheidener geworden, en heeft daarom aan ernst gewonnen."

Dominique Wolton, L'autre mondialisation, 2003, Parijs, Flammarion, 211 p., 20 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234