Maandag 10/05/2021

'In Vlaanderen is maar plaats voor één Pieter Aspe'

Nauwelijks negen jaar geleden debuteerde Pieter Aspe (50) met de misdaadroman Het vierkant van de wraak. Dertien boeken en ongeveer zeven-honderdduizend verkochte exemplaren later is hij met een ruime voorsprong de populairste auteur van ons gewest en wordt met spanning uitgekeken naar Tango, nummer veertien in de reeks,

en Aspe, een tv-bewerking van zijn eerste tien hits. Een gesprek over het geheim

van zijn succes en de wortels van zijn schrijverschap. 'Mijn enige criterium is: ik mag er zelf niet bij in slaap vallen.'

Jeroen de Preter en Bart Holsters

Foto Stephan Vanfleteren

Een boodschap van hoop voor alle dertigers en veertigers met een vlakke en uitzichtloze carrière: het is nooit te laat om het roer volledig om te gooien. Pieter Aspe was achtereenvolgens werkloze, commissaris voor de zeewaterontzouting, meubelrestaurateur en conciërge alvorens hij op zijn eenenveertigste met buitengewoon veel succes als misdaadauteur debuteerde. "Beginnen is normaal gezien het moeilijkste", vertelt Aspe. "Ik had het wat gemakkelijker dan de anderen, omdat ik een schrijver was met een verhaal: toen ik debuteerde was ik nog conciërge van de Heilige Bloedkapel in Brugge. Een conciërge die een misdaadverhaal geschreven had dat zich in die stad afspeelt, dat vond de pers blijkbaar interessant. Ik heb voor mijn debuut in elk geval ongewoon veel aandacht gekregen, met als gevolg dat ik meteen gelanceerd was. Maar een goede start is natuurlijk niet alles. Er zijn wel meer auteurs die een goede start nemen en nadien volledig wegzakken. Bij mij ging de verkoop per boek vooruit. Van mijn tweede boek, De Midasmoorden, zijn twee keer zoveel exemplaren verkocht als van het eerste. Dat succes heeft me geïnspireerd om er een reeks van te maken, met telkens dezelfde personages."

De reeks wordt gedragen door commissaris Pieter Van In, een verstandige, charismatische man met de nodige gebreken: hij drinkt en rookt te veel, is niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon en is weinig gezagsgetrouw. Een man met wie de Vlaming zich graag vereenzelvigt, kortom.

"Ik denk niet dat de reeks haar succes alleen aan Van In dankt. Er zijn wel meer misdaadverhalen waarin een charmante, nonchalante en drinkende politie-inspecteur de hoofdrol speelt. Volgens mij is het meer de combinatie van de personages. De rustige, wijze homo Guido Versavel, de mooi en schrandere Hannelore Martens en de slordige maar doortastende commissaris Pieter Van In, samen zorgen ze voor een zekere chemie. Verder vermoed ik dat mijn boeken een goede mengeling bieden van een aantal geliefde elementen: er is een spannend verhaal, er is niet te veel gruwel, ik maak al eens een grapje, en de personages evolueren in de loop van de serie. Dat laatste zorgt voor een effect dat te vergelijken is met dat van een soap: de lezers willen weten hoe het verder gaat met de personages."

Streeft u dat effect bewust na?

"In het begin niet. Het zijn de critici die me erop attent hebben gemaakt dat het een goede methode is. (lacht) Ik houd trouwens wel vaker rekening met hun opmerkingen. Zo heb ik in mijn laatste boek, 13, heel wat prijsgegeven over het verleden van Van In. Dat idee haalde ik uit een kritiek van Fred Braeckman (misdaadrecensent van deze krant, JdP/BH). Hij had in een recensie geschreven dat de lezer eigenlijk nauwelijks iets over het verleden van de drie personages afweet. Sindsdien onthul ik in elk boek wat meer over hun achtergrond."

Hebt u al naar Witse gekeken?

"Ja, toevallig, enkele weken geleden. Een kwartier, tot ik erbij in slaap viel. Aspe is beter."

U hebt de reeks al gezien?

"Eén aflevering, en ik was er zeer over te spreken. Het heeft iets Engels."

Terwijl uw boeken toch heel Vlaams zijn.

"Ik bedoel Engels in de manier waarop het is verfilmd: er wordt droog geacteerd, en er zitten nogal wat scènes in die op het eerste gezicht overbodig zijn maar wel voor een rustpunt zorgen. Er is bijvoorbeeld veel aandacht voor het decor, voor sfeerschepping in het algemeen. Niet dat het traag is, maar je hebt wel tijd om het rustig te bekijken en de plot te analyseren."

Had u er geen moeite mee dat de door u geschapen personages nu een vreemd gezicht krijgen?

"Tijdens de opnames moest ik even wennen aan Lucas Van den Eynde als Versavel. Versavel was namelijk het enige personage waar ik zelf een redelijk precies beeld van had. Maar na de openingsscène was ik al volledig mee. Ik vermoed dat de lezers die de tv-serie willen volgen er evenmin problemen mee zullen hebben. Skyline, de productiemaatschappij, heeft daar trouwens een onderzoek naar verricht. Ze hebben een preview georganiseerd voor mensen die mijn werk kenden en voor mensen die nog nooit een boek van me gelezen hadden. Naar het schijnt waren de twee groepen even tevreden."

Uw eerste boeken leken van bij het begin geschreven met het oog op verfilming.

"Dat is me al vaker gezegd. Ik heb wel eens een cursus scenarioschrijven gevolgd, maar dat was pas na De Midasmoorden. Ik volgde die cursus omdat de VRT me om scenario's voor Recht op recht vroeg. Op hun aanraden ben ik toen een cursus gaan volgen. Ik heb er een en ander van opgestoken, maar tegelijk moest ik vaststellen dat mijn boeken eigenlijk al volgens het boekje waren geschreven. Terwijl ik me tijdens het schrijven nooit met regeltjes heb beziggehouden, ook niet in het begin. Ik heb altijd maar één wet nagevolgd: wat ik heb geschreven, moet ik zelf boeiend vinden. Als ik er bij in slaap val, gooi ik het in de prullenmand."

Misschien is die filmische stijl wel te verklaren door het feit dat u meer misdaadverhalen op tv gezien hebt dan gelezen?

"Toen ik eraan begon, kende ik het genre nauwelijks. Ik had wel eens een boek van Geeraerts gelezen, en zaterdagavond keek ik als jonge kerel naar Amerikaanse feuilletons als Mannix en The Men From U.N.C.L.E., maar die series heeft iedereen van mijn generatie gezien. Als ik al eens een misdaadroman las, dan stoorde ik me aan al die overbodige uitweidingen. Nog altijd trouwens. Smilla's gevoel voor sneeuw van Peter Høeg, bijvoorbeeld. Dat is een van de mooiste thrillers die ik ken, maar het is wel te dik. Sommige stukken zijn gewoon langdradig. Ik had er zeker honderd bladzijden uit gehaald."

Uw collega Jef Geeraerts deinst ook niet terug voor een technische uitweiding meer of minder.

"Ik heb veel respect voor Geeraerts: hij is de pionier van de Vlaamse misdaadroman. Maar die uitweidingen vind ik er ook te veel aan. Ik begrijp wel waarom hij dat doet. Geeraerts zegt in interviews altijd dat hij erg veel tijd aan research besteedt. Het lijkt me niet meer dan logisch dat je dat aan zijn boeken merkt. Als je zes maanden opzoekingen gedaan hebt, heb je automatisch de neiging om daar uitvoerig verslag van uit te brengen. Anders heb je al die moeite voor niets gedaan."

Besteedt u veel tijd aan research?

"Nee, ik doe dat niet graag. Het moet vooruitgaan. Als ik iets wil weten over een bepaald onderwerp, dan bel ik een specialist ter zake op en probeer ik zo snel mogelijk te weten te komen wat ik moet weten. Voor Het Dreyse Incident wilde ik weten of je in Vlaanderen een bank kunt kopen en hoe je dat doet. Ik heb toen naar de Financieel-Economische Tijd gebeld en legde mijn vraag voor. Ik werd onmiddellijk doorverbonden met de specialist ter zake, een man die toevallig een grote fan van mijn werk was. De volgende dag zijn we samen wat Duvels gaan drinken. Efficiënter kan niet. Als je dat allemaal zelf zou moeten uitzoeken, ben je zo een paar jaar bezig."

U was de veertig voorbij toen u debuteerde. Wist u toen al dat u een goede verteller was?

"Absoluut niet. Op school was ik bijvoorbeeld zeker geen uitblinker in stellen. Om de vijf jaar zie ik tijdens de klasreünie mijn leraar Nederlands van toen terug, en volgens hem waren mijn opstellen iets onder de middelmaat. Dat ik uiteindelijk toch ben gaan schrijven, is het directe gevolg van een weddenschap. Een goeie vriend van mij was al jaren vol van het idee om een boek te schrijven. Hij bleef daar maar over bezig. Op een dag hebben we gewed: we gaven elkaar elk precies een jaar de tijd om een boek te schrijven. Hij heeft dat boek nooit afgewerkt, ik wel."

Hebt u nooit gedacht: had ik die weddenschap maar op mijn dertigste afgesloten, dan had ik mijn schaapjes nu allang op het droge?

"Achteraf bekeken heb ik daar wel eens spijt van, ja. Anderzijds kun je je afvragen of ik wel zoveel succes zou hebben als ik tien jaar eerder was begonnen. Het moment was echt wel gunstig: Geeraerts was net vertrokken bij Manteau, dus zaten ze daar met een serieus gat. Ze waren met andere woorden koortsachtig op zoek naar een nieuwe misdaadschrijver."

In negen jaar tijd hebt u het van conciërge tot de bestverkopende schrijver van Vlaanderen geschopt. Hoe lekker voelt dat?

"Ik denk daar nauwelijks over na. Nu ik succes heb, zou ik het niet graag zomaar afstaan. Dat zou wel pijn doen, denk ik. Maar een streefdoel is het nooit geweest, echt niet. Bekend zijn heeft me trouwens altijd een verschrikking geleken."

En nu u het bent...

"... valt het best mee. Ik ben ook niet het soort beroemdheid dat wordt lastiggevallen op straat. Af en toe lacht er iemand eens vriendelijk naar me of steekt er iemand zijn duim op. Maar zich opdringen of een gesprek willen forceren, nee."

En het geld dat plots bij beken binnenstroomt?

"Ook dat valt nogal mee, hoor. Bovendien ben ik aan het scheiden. (grijnst) De helft ben ik dus kwijt."

Zult u nog schrijven als het financieel niet meer moet?

"Zo ver denk ik niet vooruit. Voorlopig is mijn doel: nog zes Van Ins, in een ritme van twee boeken per jaar. Over drie jaar bestaat de reeks dan uit twintig afleveringen. Als de producent dat wil, kan hij dan een tweede tv-serie van tien afleveringen maken. Daarna zullen we wel zien. Misschien schrijf ik vanaf dan nog één boek per jaar. Geld is zeker niet mijn enige drijfveer. Ik schrijf gewoon graag."

En veel.

"Niet overdreven veel. Ik schrijf elke dag, van 's morgens acht uur tot twaalf uur 's middags. De rest van de dag neem ik vrij. Als beloning."

Het fameuze writer's block is u onbekend?

"Niet helemaal. Vroeger schreven mijn boeken zich als het ware zelf. Ik zette me zonder veel plannen aan mijn schrijftafel, schreef de eerste zin, en liet de tweede dan voortvloeien uit de eerste. Maar tijdens het schrijven van 13 ging het plots allemaal wat minder vlot. Ik begon me af te vragen of de mensen de reeks niet stilaan beu waren. Bovendien is het boek geschreven in een moeilijke, hectische periode in mijn leven. 13 heeft me in elk geval meer tijd en moeite gekost dan gebruikelijk. Of het ermee te maken heeft weet ik niet, maar over het resultaat was en ben ik ook niet helemaal tevreden. Het veertiende, Tango, vind ik een veel beter boek. Misschien wel mijn beste."

Kunt u uw persoonlijke problemen kwijt in de persoon van commissaris Van In?

"Niet alleen in hem. Zowel in Hannelore Martens, Guido Versavel als Pieter Van In zitten aspecten van mezelf. Ik verdeel mezelf netjes over de drie."

Guido Versavel is een homofiel. Een zeldzaamheid binnen de politie.

"Vreemd genoeg is het niet de politie maar wel een deel van de holebi-gemeenschap die daar kritiek op heeft geleverd. In een van hun blaadjes is ooit geschreven dat ik er erover moet zwijgen omdat ik niet weet hoe homo's functioneren. Misschien hebben ze wel gelijk, maar de kritiek sloeg echt nergens op. Er stond dat Versavel te zachtaardig is om een homo te zijn. Wat moet je met zo'n kritiek in godsnaam aanvangen? De enige reden dat ik van Versavel een homo heb gemaakt, is dat ik de clichés wilde doorbreken."

Laat u zich vaak inspireren door de actualiteit?

"Nee. Ik lees af en toe Het Laatste Nieuws of De Morgen, maar niet op regelmatige basis. Ik denk niet dat één van mijn veertien boeken ook maar een beetje gebaseerd is op een verhaal dat de pers heeft gehaald."

Het verhaal De kinderen van Chronos vertoont nochtans opvallende parallellen met de affaire-Dutroux.

"Ik zat er toen inderdaad heel dichtbij, maar het boek was al klaar toen Dutroux werd gepakt. Dat is dus louter toeval."

Gaat u het proces nu op de voet volgen?

"We zullen niet anders kunnen, zeker?"

Wat verwacht u ervan?

"Ik kan me niet voorstellen dat Dutroux minder dan dertig jaar zal moeten zitten. De publieke opinie eist dat. Over de vraag of hij een geïsoleerde pervert dan wel een radertje in een netwerk was, kan ik me niet met zekerheid uitspreken. Maar als ik zie hoe vaak het gerecht in deze zaak al tegengewerkt is, krijg ik toch de indruk dat er hooggeplaatste personen beschermd moeten worden. Het probleem is: bewijs dat maar eens.

"Wat me aan al die affaires van de jongste jaren nog het meeste stoort, zijn de vrijspraken op basis van procedurefouten. Van sommige beklaagden is duidelijk bewezen dat ze schuldig zijn. Als die dan vrijgesproken worden op basis van een procedurefout, kan ik me daar behoorlijk over opwinden. Zeker, de wet is er om gerespecteerd te worden, maar in bepaalde gevallen weegt een domme procedurefout niet op tegen het misdrijf. Ook meer in het algemeen vind ik dat de wet in dit land vaak veel te strikt wordt toegepast."

Dat hebt u dan gemeen met Van In. Hij rookt waar het niet mag, stapt soms dronken in zijn auto en bedient zich bij het oplossen van een moordzaak vaak van minder legale technieken.

"Elke goede politieman doet dat. Als ze iets willen forceren, zijn ze verplicht om soms net over de rand te gaan. Helaas krijgen ze dan vaak te maken met de beste advocaten, die dat tegen hen kunnen gebruiken. Natuurlijk is het een mes dat aan twee kanten snijdt: je kunt de politie ook niet zomaar haar zin laten doen. Voor je het weet zijn de mensen overgeleverd aan hun willekeur.

"Zo radicaal de wet met de voeten treden als Van In soms doet, lijkt me in werkelijkheid niet mogelijk. Hij kan zich nu eenmaal dingen permitteren die niemand bij de politie zich kan veroorloven. Het grappige is dat de lezers daar geen enkel probleem mee hebben. Integendeel zelfs. Je kunt het een beetje vergelijken met wat Brusselmans of Jean-Luc Dehaene allemaal mogen. Die zeggen of doen ook dingen die niemand anders zich kan permitteren. Meestal wordt hen dat niet kwalijk genomen, omdat ze Brusselmans en Dehaene heten."

Hebt u tijdens het schrijven ooit gedacht: zo ver kan ik Van In niet laten gaan, ik heb als volksschrijver een te grote verantwoordelijkheid?

"Nog nooit. Van In is misschien geen voorbeeld voor de mensheid, maar zijn de mensen die de wet strikt naleven dat dan wel? Ik vind van niet. Ik huiver van al die zuurpruimen en zeveraars die er een sport van maken om alles te verbieden. Binnenkort mag je nergens meer roken of sneller rijden dan 30 kilometer per uur. Ik denk dat de lezers het net waarderen dat Van In zulke regels systematisch met voeten treedt. Hij kan zich dat natuurlijk ook veroorloven omdat hij niet om te kopen en niet te beïnvloeden is. Hij heeft zo'n beetje de allure van een vrijheidsstrijder."

Die bovendien een grote aantrekkingskracht heeft op jonge, mooie vrouwen?

"(lacht) Dat begrijp ik ook niet goed. En toch heeft nog nooit iemand me gezegd: dat kan niet, zo'n slordige, slechtgeklede ongelikte beer met zo'n mooie vrouw... Het is een beetje la belle et la bête, zeker?"

Lijkt u ook op dat punt op Van In?

"Niet echt, nee. Ik weet wel dat mijn lezerspubliek voornamelijk uit vrouwen bestaat. Naar het schijnt zijn er ook nogal wat die inmiddels Duvels drinken, maar voor de rest? Af en toe een complimentje of een glimlachje, en dat is het dan."

Voor complimenten en glimlachjes moet u naar het schijnt niet bij de concurrentie zijn.

"Eg vriendschappelijk gaat het er in het wereldje inderdaad niet toe. (lacht) Er wordt wat afgerekend in ons milieu. Volgens sommigen bestaan er in de wereld van de misdaadauteurs zelfs twee kampen: het kamp-Bob Mendes en het kamp-Pieter Aspe. Die geruchten zijn vooral het gevolg van een dubbelinterview in Humo. Mendes vergeleek tijdens dat gesprek zijn werk met het mijne. 'Ik spring van een duikplank in het zwembad', zei Mendes, 'en jij laat je gewoon van de kant glijden.' Niet erg sympathiek, toch?"

Volgt u de concurrentie?

"Ik probeer dat. In elk geval lees ik wat er in de pers over hen verschijnt. Ik moet er rekening mee houden dat mijn plek binnenkort door iemand anders wordt ingenomen. In Vlaanderen is er volgens mij maar plaats voor één Pieter Aspe. De markt is gewoon niet groot genoeg voor twee goedverkopende misdaadauteurs. Als er in mijn genre een nieuwe bestsellerauteur opstaat, is mijn tijd gekomen. Maar dat duurt nog wel even. Zo'n schrijver moet langzaam zijn publiek opbouwen, en mijn publiek moet mij ontrouw worden. Dat duurt nog wel minstens een jaar of twee."

Wie is de belangrijkste troonpretendent?

"Er zijn een stuk of vijf kandidaten. Deflo lijkt me de grootste kanshebber. Ik heb hem eens gezegd dat hij, als hij iets vroeger gedebuteerd had, misschien wel evenveel boeken zou verkopen als ik nu."

Biedt Nederland geen expansiemogelijkheden?

"Ik heb er naar schatting twaalfduizend boeken verkocht. Voor een Vlaming is dat niet slecht, zeker omdat de verdeling er allesbehalve gesmeerd loopt. Ze verspreiden je boeken, maar daar is alles mee gezegd."

Zijn uw boeken niet te Vlaams om in het buitenland aan te slaan?

"Dat denk ik niet. De Amerikaanse misdaadromans spelen zich toch ook heel duidelijk tegen een typisch Amerikaans decor af? Als het uit Vlaanderen komt, zijn wij er altijd als de kippen bij om te zeggen dat het provinciaal is. Volgens mij is er maar één belangrijk verschil tussen auteurs uit Vlaanderen en de rest van de wereld: de promotiemachine werkt elders beter. Karen Fossum werd onlangs gevraagd waarom de Scandinavische misdaadroman het zo goed doet in het buitenland. Haar antwoord was: omdat wij een goede promotiemachine hebben."

Bestaan er plannen om Aspe in een buitenland te lanceren?

"Vorig jaar hebben er negentien buitenlandse uitgeverijen belangstelling getoond. Daaronder zaten Amerikaanse, Duitse, Spaanse, Britse en zelfs Japanse uitgevers. Tot nu toe is er één contract getekend: binnenkort verschijnt De Midasmoorden in het Duits."

In die roman verkondigt Van In te pas en te onpas dat het 'Herrenvolk' sinds de Tweede Wereldoorlog nog geen spat veranderd is. De Duitsers zullen dat graag lezen.

"(lacht) Ik ben benieuwd. Van In heeft trouwens honderd procent gelijk, vind ik. Toen ik nog conciërge was, kreeg ik vaker dan me lief was met de Duitsers te maken. Ze zijn dus echt niet veranderd, hé. Waar ze ook komen, ze nemen Duitsland mee. Alsof ze nog altijd de de wereld willen veroveren. Die mentaliteit van 'het is hier allemaal van ons', die krijg je er blijkbaar met geen stokken uit. Ik heb dat overigens al eens gezegd in een interview. Behalve van twee verontwaardigde Duitsers die in Vlaanderen wonen, kreeg ik toen ook een reactie van Herman Van Molle. Hij vertelde me dat het allemaal nog veel erger is."

U gebruikt uw personages wel meer om ergens eens goed uw mening over te zeggen.

"Ik kan dat maar moeilijk laten, ja. Zo verkondig ik graag dat de mensen niet moeten geloven wat de kranten schrijven. Ze schrijven niet om de waarheid te vertellen, maar om doelgroepen te bedienen. Een krant schrijft wat de doelgroep bevalt. Als ze iets anders schrijven, dan wordt er ingegrepen."

Bent u niet bij uitstek een schrijver die schrijft om lezers te behagen?

"Ja, maar ik geef dat ook toe, terwijl jullie dat nooit zullen doen."

Stel dat uw uitgever u vraagt om een controversiële passage te schrappen. Zou u dat dan doen?

"Als ze met goede argumenten komen misschien wel. Ik schrijf niet om controverse uit te lokken. En ik beweer ook niet dat ik een held ben. Ik ben op dat punt zeker niet beter dan een ander."

Hebt u nooit eens zin om uit het Van In-patroon te stappen en iets geks te doen?

"O jawel, maar alleen na twaalf uur."

Een niet zo aardige slotvraag nog: uw beeldspraak is, om het vriendelijk uit te drukken, zeer origineel. In De Midasmoorden gaat er iemand zitten 'als een Tibetaanse lama die net de lotto heeft gewonnen'.

"(gniffelt) Heb ik dat geschreven? Tja, die beeldspraak van mij... Mijn leraar Nederlands lachte er destijd al mee. Toen ik mijn eerste boek schreef, dacht ik: laat ik me maar eens op hem wreken en er nog een schepje bovenop doen. Eens zien wat dat geeft. Ik ben het blijven doen."

Vanmiddag wordt in Brugge het Groot Aspe-misdaadspel gespeeld. De eerste aflevering van 'Aspe' wordt uitgezonden op vrijdag 13 februari (VTM, 21.10). In april verschijnt Aspes veertiende roman 'Tango', samen met 'Aspe was hier', een fotodocumentaire over het Brugge van Pieter Aspe.

'Dat ik ben gaan schrijven, is het gevolg van een weddenschap. Een vriend van mij was al jaren vol van het idee een boek te schrijven. Op een dag hebben we gewed: we gaven elkaar elk precies een jaar de tijd om een boek te schrijven. Hij heeft dat boek nooit afgewerkt, ik wel''Ik schrijf elke dag, van acht uur 's morgens tot twaalf uur 's middags. De rest van de dag neem ik vrij. Als beloning''Als er in mijn genre een nieuwe bestsellerauteur opstaat, is mijn tijd gekomen. Maar dat duurt nog wel even''Tja, die beeldspraak van mij... Mijn leraar Nederlands lachte er destijds al mee'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234