Woensdag 20/01/2021

reportage

In Venezuela heb je in de gevangenis een beter leven dan daarbuiten

Archiefbeeld. Een Venezolaanse politieagent houdt de wacht voor de gevangenis van San Cristobal.Beeld EPA

In Venezuela kunnen gedetineerden doen en laten wat ze willen, zolang ze de gevangenis maar niet uitlopen. Bendes heersen er. Het leidt tot een bizarre paradox, merkt correspondent Marjolein van de Water: het leven in Venezuela is in de gevangenis luxueuzer dan erbuiten.

De snoeiharde bas van de reggaeton muziek doet de metershoge speakers trillen. Een stuk of vijf gedetineerden van de Venezolaanse gevangenis Yare 1 zitten ernaast, onderuit gezakt op kapotte plastic stoelen. Ze hebben vrouwen op schoot en drinken rum rechtstreeks uit de fles. Op lange tafels liggen zakjes wiet en cocaïne, op prijs gesorteerd. Het is zondagochtend half negen, maar daar stoort niemand zich aan.

In deze gevangenis in San Francisco de Yare, op drie uur rijden van de Venezolaanse hoofdstad Caracas, is geen bewaker te bekennen. Althans, geen bewakers die voor de staat werken. Er lopen wel zwaarbewapende gedetineerden rond, werkzaam voor de criminele organisatie die hier de scepter zwaait.

"Ze behandelen ons goed", vindt Joan Gil (30), die sinds twee jaar in voorarrest zit. "Als je een regel overtreedt, schieten ze je in je voet. In andere gevangenissen word je meteen vermoord." Zes jaar geleden zat Gil hier ook, toen was Yare 1 de gevaarlijkste gevangenis van het land. "Er woedde destijds een hevige oorlog tussen twee bendes", legt hij uit. "Het was hier een hel."

Gil klimt behendig via een gammele trap het dak op. De zon schijnt fel, een aangename bries zorgt voor verkoeling. "Zie je die barakken daar?" Hij kijkt naar een paar krotten op de binnenplaats, de muren zitten vol kogelgaten. "Ze schoten hier vanaf het dak, er vielen tientallen doden", vertelt hij. "Nu is de gevangenis in handen van een enkele organisatie, dat schept rust."

De bendeleiders bepalen de wetten binnen de gevangenismuren, de staat komt niet verder dan de poort. Gil is daar blij mee. "Kijk, dat gebouw daar is Yare 3", zegt hij wijzend op een aangrenzend gevangeniscomplex. "Daar zijn de bewakers de baas. De gevangenen moeten een uniform aan, en mogen maar een uur per dag naar buiten." Hij grijnst breed. "Dan hebben wij het hier beter, hier gaat geen enkele deur op slot."

Overlevingsstrategie

Gedetineerden die een gevangenis runnen, het is een veelvoorkomend fenomeen. Niet alleen in Venezuela, in heel Latijns-Amerika. "De oorzaak daarvan ligt bij de overbevolking van de gevangenissen", zegt Gustavo Fondevila, een Argentijnse politicoloog die onderzoek doet naar gevangenissystemen in Latijns-Amerika. "De afgelopen twintig jaar is de gevangenispopulatie exponentieel gegroeid, terwijl de budgetten achterbleven."

Dat leidde op veel plaatsen tot mensonterende omstandigheden. "Gevangenen zonder water en voedsel, zonder matrassen, in cellen vol ongedierte", somt Fondevila op. De gedetineerden begonnen zich in bendes te organiseren om hun rechten af te dwingen. "Het was aanvankelijk een mechanisme om te overleven. Inmiddels gaat het allang niet meer om basisbehoeften, de bendes regelen nu ook de toevoer van wapens, drugs, vrouwen en alcohol."

De mate van controle varieert per land en per gevangenis. "Vaak is sprake van een akkoord tussen de heersende criminele bende en bewakers", legt Fondevila uit. "De gedetineerden bepalen de regels, maar bewakers hebben nog wel een zekere autoriteit binnen de gevangenismuren." Venezuela behoort samen met El Salvador en Honduras tot de extreemste gevallen. "Daar heeft de staat helemaal niets meer te zeggen in de gevangenissen."

'Op jullie hurken'

Voor het toegangshek van het Yare-complex staat een lange rij vrouwen. Een corpulente politieagent zit op een bureaustoel, bekijkt de identiteitskaarten en typt de gegevens vervolgens hardhandig in op een vergeeld toetsenbord. In groepjes van drie gaan de wachtende bezoekers een stenen gebouwtje binnen. "Kleren uit en op jullie hurken", blaft binnen een vrouwelijke bewaker. "Heupen naar voren, benen wijd."

De agenten laten alleen vrouwen binnen die een kuis wit T-shirt dragen. Mannen zijn niet welkom, mobiele telefoons verboden en lichamen en tassen worden uitvoerig gecontroleerd op verboden middelen. Maar eenmaal binnen lopen de dames op hoge hakken en in pikante pakjes, niemand doet moeite wapens en drugs te verbergen.

In principe kan het bezoek alles mee naar binnen nemen", zegt Joan Gil. "Maar daar zijn kosten mee gemoeid. Als je bijvoorbeeld een fles whisky wilt, betaal je eerst de bende. De bendeleider licht dan de bewakers in zodat deze bij jouw bezoek een oogje toeknijpen." Gil heeft geen geld voor dat soort smokkelpraktijken. "Ik koop af en toe een flesje hierbinnen", zegt hij. "Of cocaïne, dat kost een dollar per gram. Als je onversneden spul wilt, betaal je drie dollar."

Gil sjokt over de binnenplaats op de begane grond. Gedetineerden met getatoeëerde gezichten bieden er vanuit golfplaten hutjes hun diensten aan. Er zijn kappers, geldwisselaars, tatoeëerders, verkopers van allerhande drugs. Op hun ontblote bovenlijven zitten rafelige littekens. Tussen de kraampjes zitten mannen te kaarten met op tafel bankbiljetten en pistolen. Gil koopt een paar verse maiskoeken, gaat op een muurtje zitten en laat zijn oog rusten op een dansende vrouw.

De schaarsgeklede dame steekt haar achterwerk naar achter en beweegt haar billen ritmisch op de muziek. Met de heupen draaiend zakt ze langzaam naar beneden. "Veel vrouwen komen hier om een weekend lang drugs te gebruiken", zegt Gil. "Het zijn hoeren, ze laten zich gebruiken door degene die het spul betaalt." Zelf heeft Gil zijn vriendin Mariana Sánchez (21) een paar dagen op bezoek. "Zij komt uit liefde", verzekert hij en besluit te gaan kijken of ze al wakker is.

Binnen zijn de gangen smal. Er zijn kakkerlakken maar niet overdreven veel. "We houden het zelf schoon", verklaart Gil terwijl hij een vunzig gordijntje opzij trekt. Daarachter ligt zijn vriendin chips te eten op een vochtig eenpersoonsmatras. Ze tuurt in een spiegeltje. "Ik zie er verschrikkelijk uit", moppert ze en begint met het aanbrengen van een dikke laag make-up. Verliefd kijkt Sánchez naar Gil. "Ik heb hem een week voordat hij werd opgepakt leren kennen", zegt ze. "Hij is de liefde van mijn leven."

Het kamertje is zo'n twee vierkante meter groot. Op de dagen dat er geen bezoek is, slaapt Gil er met drie andere mannen. Als de vrouwen komen, worden gevangenen zonder bezoek naar het dak verbannen. Daar verblijven ze onder plastic zeilen, of in de open lucht. "Ze mogen drie dagen het dak niet af", aldus Gil, grinnikend van leedvermaak. "Want het is verboden naar andermans vrouwen te kijken. Daar staat de doodstraf op."

Crimineelste continent

Toen Gil enkele jaren geleden vrijkwam, was hij vastbesloten het rechte pad te blijven bewandelen. "Maar ik had nog nooit een normale baan gehad, ik had geen idee waar ik moest beginnen." Hij sloot zich aan bij een bende en verdiende geld met autodiefstal, afpersing en ontvoeringen. "Ik maakte al mijn geld op aan drugs en drank", vertelt hij. "Ik voelde me ontzettend alleen toen, het maakte me allemaal niks meer uit."

Het liep volledig uit de hand toen Gil en zijn maten het aan de stok kregen met een rivaliserende bende. "Het was hun leven of het mijne", mompelt hij. "Maar ik heb nooit onschuldige burgers vermoord." Gils rechterarm hangt slap naar beneden, op zijn pols zitten vier rauwe littekens, zijn vingers kan hij niet meer bewegen. "Er gingen twee kogels doorheen. Een week later werd ik gearresteerd."

Latijns-Amerika is met stip het crimineelste continent op aarde. Moordcijfers in landen als Venezuela, El Salvador en Honduras zijn de hoogste ter wereld. "Gevangenissen zijn bedoeld als oplossing voor het criminaliteitsprobleem", aldus politicoloog Fondevila. "Maar ze zijn een probleem op zich geworden. Bendes coördineren vanuit de gevangenis ook misdaden buiten de muren. Ik durf te concluderen dat gevangenissen criminaliteit verergeren."

In de meeste landen doen autoriteiten nauwelijks moeite de situatie te veranderen. Deels heeft dat te maken met corruptie, de bendes gebruiken een deel van hun winst om de autoriteiten om te kopen. Maar in landen als Mexico hebben criminele organisaties de facto meer macht dan de staat, autoriteiten durven niet in te grijpen. "Bewakers kunnen geen kant op", aldus Fondevila. "Bendeleiders zeggen: als je niet meewerkt, laten we je kinderen vermoorden."

Antropoloog Elena Azaola heeft nog een andere verklaring. "Deze landen worden verscheurd door criminaliteit", aldus Azaola, die sinds dertig jaar onderzoek doet naar gevangeniscultuur in Latijns-Amerika. "Een groot deel van de geterroriseerde bevolking ziet het liefst dat delinquenten wegrotten in hun cel. Investeren in het gevangeniswezen is voor politici de laatste prioriteit, het levert immers geen politieke winst op." Volgens Fondevila zijn gedetineerden over het algemeen beter af in gevangenissen die door bendes worden gecontroleerd. "Er zijn minder moorden en verkrachtingen. Het is een perverse conclusie, maar gedetineerden zijn beter in staat de orde te handhaven." Azaola is minder stellig. "Gevangenbewaarders kunnen ontzettend wreed zijn en gevangenen martelen of uithongeren. Maar ook bendes misbruiken hun macht op sadistische wijze."

De bendeleider

In sommige opzichten is het in Yare 1 beter toeven dan buiten de gevangenismuren. Maar dat heeft meer te maken met de diepe politieke en economische crisis in Venezuela. Buiten heerst extreme schaarste, producten als rijst, meel, luiers, paracetamol en condooms zijn nauwelijks meer te krijgen. Hierbinnen liggen ze hoog opgestapeld in kraampjes op de binnenplaats. "Het bezoek doet hier boodschappen om het buiten op de zwarte markt met winst te verkopen", zegt Gil.

Voorzichtig kijkt hij door de kier van een openstaande deur. "Hier woont een van de leiders", fluistert hij. "Maar er is nu niemand." Het is een ruime kamer met airconditioning en jacuzzi. De leiders mengen zich nauwelijks onder de andere gevangenen. Ze hebben medewerkers die de orde handhaven. Die patrouilleren in de gangen, met blinkende pistolen in de aanslag.

"Ik heb een keer straf gehad omdat ik een schuld niet op tijd betaalde", vertelt Gil. "Toen moest ik naar de kerk tot alles was betaald." Met 'de kerk' bedoelt hij een ruimte op de tweede verdieping. Daar zitten gevangenen die zedenmisdrijven hebben begaan, of veroordeelde politieagenten of militairen. Ze dragen allemaal verplicht een stropdas en mogen door de rest van de gevangenen als een soort slaven worden gebruikt.

"Als je in de kerk zit, mag je niet drinken en geen drugs gebruiken", aldus Gil. "Je moet alle kutklusjes doen en je wordt afgezeken." Hij maakt een hoofdbeweging naar een van de mannen met stropdas die met neergeslagen ogen de tassen van een bezoeker de trappen op sjouwt. "Er zitten trouwens ook echte gelovigen bij. Die zitten vrijwillig in de kerk, ze vinden het fijn om de hele dag te bidden."

Gil en Sánchez zitten verliefd aan elkaar te plukken. "Als hij straks vrij komt, beginnen we een nieuw leven", zegt Sánchez. Vooralsnog is niet duidelijk wanneer Gils proces begint, het voorarrest kan nog jaren duren. Maar daar staan de twee liever niet bij stil. "Ik wil snel zwanger worden", zegt Sánchez stralend. Gil knikt instemmend. "Alles wordt anders als ik vrij ben."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234