Zaterdag 26/11/2022

In Vangheluwe zijn kop kruipt veel isomo

24 JANUARI 2011: NOG 40 DAGEN,

11 UUR, 58 MINUTEN EN 26 SECONDEN TOT CARNAVALSZONDAG

“Carnavalswerkhallen, met Vermeiren Luc.” Zijn beltoon, blijkt later, is het getoeter in de intro van de omstreden carnavalshit over Frank Vandenbroucke. Zijn werkplek moet uniek zijn. Al vijftien jaar is Luc Vermeiren toezichter in de carnavalswerkhallen van Aalst. Let op: fulltime. Eigenlijk volstaat een blik op de pdf met de openingsuren van de hallen om een idee te hebben van wat carnaval in Aalst betekent. Echt gesloten zijn die hallen enkel op Allerheiligen, Wapenstilstand, Kerstmis en Nieuwjaar. En op dinsdag 8 en woensdag 9 maart. Dan zal Aalst slapen na drie dagen feest. Zondag Carnaval, maandag maandagstoet, dinsdag Voil Jeanettenstoet. Maar nu, maandag 24 januari, zegt het schema: elke werkdag open van 13 uur tot 3 uur ’s nachts. “Kom één van de volgende weken ’s nachts maar eens kijken”, zegt Luc. “In de hallen is er altijd wel iemand bezig.”

Het zullen de laatste cijfers in dit verhaal niet zijn, maar toch al even: Aalst telt 63 officiële carnavalsgroepen, in de twaalf met graffiti versierde hallen is er plaats voor 56. “Vijftien groepen staan op de wachtlijst voor een plaats.” Vijftien? “Ah ja, die 63 zijn de officiële groepen, maar daarnaast zijn er ook nog tientallen losse groepen. Sommige met een thema. Maar helaas kun je ook gewoon in Aalst van de trein stappen met een voetbaltruitje aan en dan stap je net zo goed mee. Dat maakt de organisatie moeilijk. Vreemd genoeg kunnen ze voor het na-Tourcriterium wel een parcours helemaal afsluiten, maar voor carnaval lukt dat niet.”

Radio Ajoin

In zijn bureautje hangt een affiche van de Tettenplekkers, een plattegrond toont waar de Snotneizen, de Sjattrellen, de Toerenbiejoekes en de Tettemoeisjen in de werkhallen zitten. Maar er klinkt vooral muziek. Oline stuurt op Radio Ajoin 24 uur op 24 non-stop carnavalsliedjes de ether in. Ik hoor ‘Richard, drink a nie canard, alcohol is bazaar’, een liedje van de preventiedienst van de stad, maar op de playlist staan ook ‘As g’in men oeige kijkt’ van Johnny en Bart Marcoen en ‘Vieren in men woik’ van Orendprins Sven. En Frigo: ‘Zetj anen trekker isj boiten.’

Of een mens dat niet beu wordt, is een stomme vraag. “Beu? Het eerste wat ik ’s morgens doe, is die radio opzetten en het laatste wat ik ’s avonds doe is hem afzetten. Aalst heeft makkelijk vijfduizend verschillende carnavalsliedjes, je hoort dus altijd iets anders. Dat kan ik niet beu worden. Thuis heb ik 121 singles, elpees ook en honderden cassettes die ik allemaal nog eens moet digitaliseren. Eigenlijk verzamel ik alles van carnaval. Ik heb de originele handgeschilderde vlaggen van ’39 en ’54, programmaboekjes van ’46 en ’47 en alle nominettes. Alleen dat van 1954 mankeer ik. Als ik dat ooit op eBay vind, dan betaal ik daar gerust 1.000 euro voor.”

Een klein lexicon van carnaval in Aalst is handig. Een nominette is een naamlintje, door keizers, prinsen en groepen speciaal ontworpen, voor wie dat wil in te naaien op kostuums. Nog belangrijk om te weten is dat Kristof Devos op 22 januari als enige kandidaat Prins Carnaval werd en dit weekend als Kristof II met twee privéchauffeurs van de stad de stoeten zal openen. Binnen de groepen onderscheiden ze drie soorten: kleine, middelgrote en grote. “De wagen van een kleine groep mag niet langer dan 13 meter zijn en ze moeten minstens vijftien leden in kostuum op de wagen hebben. De wagen van een middelgrote groep is tot 25 meter lang, met twintig leden in kostuum. En een grote groep mag een wagen van 50 meter hebben en moet minstens vijfentwintig leden in kostuum erop hebben.”

Alleen de maximale hoogte hebben ze gemeen: 4,48 meter. “Ze moeten onder de brug van de spoorweg door kunnen, de laagste van het parcours. Die is 4,5 meter.”

Die regels zijn van belang. Via een ingewikkeld puntensysteem met bonus- en strafpunten zal een jury op zondag 6 maart prijzen uitreiken in die drie groepen.

15.000 euro

Weir zoeken nen isomo kop van Kamiel: 0499/345.344. Ad valvas bij Lucs bureau hangen oproepen van groepen, ook uit Ninove en Erembodegem en zelfs Dendermonde. Buiten Aalst kunnen zelfs hele wagens verkocht worden, maar binnen Aalst hooguit een kop. Een nieuw carnaval is een nieuw thema en een nieuw thema is een gloednieuwe wagen. In hal 1 flikkeren de lampjes van de Zwiejtollekes, tegen de muur van het kot van voorzitter Theo De Brouwer (63) hangen foto’s van het Vredeplein in Aalst. Nieuw aangelegd, vroeger ook wel de ‘Kats’ genoemd. Theo moest niet lang zoeken. “We proberen het altijd een beetje Aalsters te houden”, zegt de gepensioneerd spoorwegbediende. “Verleden jaar was dat het station, nu het Vredeplein. We hebben de nieuwe zitbank nagebouwd, de fontein en het oorlogsmonument. En tien koppen van katten. Allemaal in isomo gesneden en afgewerkt met gyproc. Je komt toch als snel aan een budget van 15.000 euro, alleen voor isomo.”

Theo ziet de blik van ongeloof. En glimlacht: “Ge moet van hier zijn om dat te begrijpen.”

Hij is dat. Van toen hij zestien was carnavalist, van thuis meegekregen. Met Aalsterse spot zou je kunnen zeggen: zelfs minister Philippe Muyters kan berekenen dat Theo al 47 jaar meeswingt. En steeds meer. “Heel eerlijk: ik heb nu al een paar ideetjes voor volgend jaar”, glimlacht hij. “Maar in juli kiezen we echt en dan beginnen we er eigenlijk aan. Ontwerpen, tekenen, stillekes uitvoeren. Ook hier in de hallen. Zelfs in de zomer komen we regelmatig hier, al eens praten, een pintje drinken. Maar hoe dichter carnaval nadert, hoe meer we hier natuurlijk zitten. Vorige week heb ik mijn vrouw twee keer gezien, maar in de laatste week zie ik ze niet meer. (glimlacht) Ik heb één geluk: mijn vrouw is er even gek van als ik. Zij naait thuis de kostuums, bijvoorbeeld. Misschien dat het anders niet zou lukken. Als je als carnavalist zou getrouwd zijn met iemand die anti-carnaval is, dan houdt je huwelijk onmogelijk stand.”

Is er nog leven buiten carnaval? Ja, knikt Theo. “Maar als mijn vrouw dit zou horen, zou ze zeggen dat ik lieg.” De kattenkoppen, de bank en de fontein staan nog in het wit, er is nog een pak werk, maar Theo’s ervaring zegt dat het wel zal lukken. Zijn ‘Zwiejtollekes’ hebben nummer 62 in de stoet, dat is achteraan en dat is van belang: “Dan wordt het stilaan donker en dan kun je met veel licht werken. Dat scheelt in spektakel. Groepen die achteraan komen, hebben meestal voordeel bij de jurering.”

Ge moet van hier zijn om dat te begrijpen, is een zinnetje dat Theo en Luc regelmatig gebruiken. Luc, tot drie jaar geleden drijvende kracht achter groep ‘Vriet’ en nu lid van de losse groep ‘KonterVeRkIErT’ (“die hoofdletters zijn belangrijk, dat zijn de letters van Vriet”), legt nog iets uit. “Onze groep had vorig jaar een liedje over Frank Vandenbroucke. Dat was geen probleem, tot dat onlangs opdook op YouTube en de moeder van Vandenbroucke een klachtenbrief stuurde. Ik heb er niks meer van gehoord, maar ik zou ook niet weten wat het probleem was.”

In dat liedje onder meer de zin: ‘Zen leste rit was gereeën, hij eet mé een zwerte gevreeën’, verwijzend naar de dood van de renner in een achterafhotelletje in Senegal. “Ik vond dat er niet over. We hebben niks anders dan de waarheid gezongen. Carnaval was in de Middeleeuwen al lichte anarchie en dat is het vandaag nog. In Aalst lopen we 362 dagen per jaar in de pas, maar die drie dagen vegen we er onze broek aan.”

Pas op: met grenzen, zegt Luc. “Kwetsen zullen we nooit doen. We zullen niet lachen met de overstromingen in Geraardsbergen of met een oorlog. En één keer, ik denk in 1979, is Noig na een kilometer uit de stoet gezet. Ze hadden op hun wagens reuzengrote penissen en vagina’s, die ook allemaal bewogen. Zeer vervelend omdat er langs de kant van de weg toch veel kinderen staan te kijken. Dat was er kles over. Maar verder kan veel. De Lodderoeigen hebben dit jaar een zinkend schip met Bart De Wever erop, het stadsbestuur van Aalst is er elke keer bij. Dat is de spot van Aalst en daar moet je kunnen mee leven. Als dat niet mag, kun je beter stoppen met carnaval. Trouwens: als je niet wordt opgevoerd, dan heb het voorbije jaar ook niks betekend.”

Lucs eigen ‘KonterVeRkIErT’ zal als knapenkoor van ‘Horen, zien en zwijgen of de pastoor zal kijven’ zingen, met als ondertitel: ‘Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam’. In de persmap kondigt Tisj ‘Keirk en Leven: ni vies van ne kinjersurpries’ aan. Bij Beplekt en Bespoeten is de leuze: ‘Elke paster ee wel isj ne snotneis’. In de kop van Roger Vangheluwe kruipt veel isomo.

20 FEBRUARI 2011: NOG 13 DAGEN,

1 UUR,

26 MINUTEN EN

44 SECONDEN TOT CARNAVALSZONDAG

De aftelling gebeurt op de website van Aalst Carnaval, het is zondagavond, in de kantine van de werkhallen eet Luc Vermeiren samen met De Loizenmaanen kip met curry. Een warme maaltijd die de koude van de TL-verlichting binnen en de vrieskou buiten bestrijdt. “Het valt nog mee”, zegt Luc. “In de vorige hallen vroor het binnen harder dan buiten.”

Alweer een stomme vraag: “Zijn de wagens klaar?” Luc schudt het hoofd. Omdat “het nog dertien dagen is”, maar vooral: “Voor mij is een wagen nooit klaar. Zelfs niet als ze op zondagochtend buitenrijden. Altijd kan er nog iets beter.” We gaan zo kijken, maar eerst een foutje rechtzetten. Parrain, had ik vorige keer in mijn notitieboekje geschreven. Zo sprak iedereen Luc aan. Vanavond weer (in de zin: “wilt ge nog wat kip, parrain”) maar dat is fout. “Veel mensen weten hier niet eens dat ik Luc heet, iedereen zegt paroi. Dat is prei, in het Aalsters. Ik ben groot en heb wat opstekend haar, een beetje zoals een prei dus. En het komt ook wel door mijn vorige job. Ik was kok in een paar grootkeukens, de link met eten is snel gelegd. Maar toen ik last kreeg van mijn rug, ben ik deze job gaan doen. Voor mij een droomjob. De week na carnaval word ik 43, ik kan dit nog gerust 22 jaar doen. En als we tot 70 moeten werken, dan straffen ze mij daar niet mee. Ooit zou ik het carnaval van Rio wel eens willen zien, maar dat zal nooit lukken omdat het samenvalt met dat van Aalst. Ze mogen mij 100 miljoen euro geven, dan nog blijf ik hier. Dat meen ik. Ja, ge moogt denken dat ik zot ben.”

Dat hij z’n vrouw - zij zit bij Zwisj - hier leerde kennen, verbaast niet. Vier jaar geleden was het. “Om 6 uur ’s ochtends, de dinsdag van de Voil Jeanettenstoet. ‘Ik heb een knuffel nodig’, zei ze.” Zoontje Siebe is een paar maanden oud.

Gestudeerde carnavalisten

Onder de verfplekken staat op z’n sweatshirt ongetwijfeld Beschomt, maar dat was voor hij aan de wagen van dit jaar begon. Wie Tony Swings heet, zou niet eens een artiestennaam moeten zoeken als schlagerzanger. Maar hij is dus carnavalist. Gepassioneerd. 37 jaar, in 1999 zelf Prins Carnaval, nadien jarenlang voorzitter van Beschomt, nu bestuurslid. “En kleuterleider”, zegt hij, pal op middernacht, wanneer zondag in maandag kantelt. “Straks om kwart over acht sta ik op de speelplaats voor toezicht. Geen probleem. Met zeven uur slaap heb ik genoeg. In september zijn we begonnen aan de wagen, sinds Nieuwjaar ben ik hier elke dag. Zes maanden per jaar ben ik er voor carnaval, zes maanden voor mijn gezin.”

Hij zegt het niet, maar zijn blik zegt het wel: ge moet van hier zijn om het te begrijpen. “Weet je wat het probleem is? Het imago. Ik weet nu al dat je dinsdagavond in het tv-nieuws alleen beelden zal zien van dronken en halfnaakte Voil Jeanetten. Maar we zijn niet allemaal marginale dronkaards. Kijk naar mezelf, ik heb ook gestudeerd. Dit is gewoon een passie. Denk je dat hier drieduizend zotten rondlopen? Andere mensen gaan op in een bloemencorso, er zijn er die als wielertoerist elke dag op hun fiets zitten en muzikanten repeteren en spelen heel hun leven dezelfde liedjes. Als dit geen passie was, dan zat ik vanavond met mijn vrouw in de zetel naar Ella te kijken.”

Vannacht krijgt Donald Duck oogjes. “Een heel precies werkje”, zegt Luc. “In de ogen zitten de details.” Tony spuit en verft met vaste hand, z’n thema is ‘Disneywoorhein!’ en dat heeft een reden. “We lachen met de polemiek tussen vaste groepen en losse groepen. De losse verwijten de vaste groepen dat ze te veel Disneyland-parades doen en vinden dat zij zelf voor de peper en het zout in de stoet zorgen. Wel: daar zijn we mee aan de slag gegaan.”

Grote Disneyfiguren dus op de wagen, die op een enorm bed van met-isomo-nagemaakt-zout zitten. “Maar we moeten opnieuw beginnen”, zegt Tony. “Het bleef niet plakken.” Aan echt zout zal er nochtans geen gebrek zijn: liefst 40.000 zakjes (“zoals je die op het vliegtuig krijgt”), peper ook. Duizend bekers popcorn gaan ze uitdelen met het logo van Beschomt erop. Budget? “40.000 euro”, zegt Tony. “Maar dat komt ook door onze LED-verlichting. We hebben zeshonderd meter gekocht in China, per persoon op de wagen zit er elf meter verwerkt in onze kostuums. Die kosten elk 800 euro.”

Beschomt heeft het nummer 56, loopt achteraan in de stoet, licht is belangrijk. “Twee jaar na elkaar waren we tweede, dit jaar willen we winnen.”

Al zegt Tony ook: “Feesten kun je elk weekend. Mijn carnaval eindigt als de wagens op zondagmorgen buitenrijden.”

Een hal verder staat het Ros Ballatum, het plagende antwoord van Aalst op het Dendermondse Ros Beiaard, bekleefd met honderdduizenden stukjes kapotgeslagen spiegel. Op een andere wagen het Belfort, gevormd door speelkaarten. “Vijfhonderd boeken van 52 kaarten, dat zijn er 26.000”, klinkt het. Nog een hall verder: een koppeltje dat een kop bekleeft met stukjes regelmatig verknipt telefoonboekpapier. Eindeloos geduld. “Neem carnaval weg en de economie van Aalst stuikt in elkaar”, zegt Luc Vermeiren. “Al die isomo, verf, houten platen, pingpongballetjes... noem maar op. Middelgrote groepen werken met budgetten van 30.000 euro, bij grote is dat snel 50.000. Tel maar uit.”

Dat we in de buik van carnaval zitten, zeg ik. En Paroi onthult iets. Op z’n lichaam is carnaval vereeuwigd in een achttal tattoos. Van een ajuin over een Voil Jeanet tot het versierde AALST op zijn buik. “Kostte me in die tijd 25.000 frank (620 euro, RVP), maar ik heb er levenslange garantie op. Als de letters eraf gaan, mag ik ze gratis opnieuw laten inkleuren. Elke veertien dagen moet ik m’n buik wel scheren.”

25 FEBRUARI,

NOG 8 DAGEN,

11 UUR,

27 MINUTEN EN

41 SECONDEN TOT CARNAVALSZONDAG

Carnaval moet een vreemd virus zijn. Aangeboren en weinig besmettelijk. Tenminste: zelf voelen we het nog niet. Patrick Georges wel. Hij kwam ooit uit Middelkerke, leerde Aalstenaar Sandy Lievens kennen en het duo runde in de Geraardsbergsestraat lange tijd de Spastic Shop. “Deden we exclusieve en extravagante mode voor mannen”, vertelt Patrick. “Maar ook showkleren voor Zohra en veel voor travestieshows. Tot De Lodderoeigen ons in 2003 kwamen vragen hun kostuum te ontwerpen. Hun thema was heilige koeien, we hebben dat gedaan en ze wonnen meteen.”

Acht jaar later: de tuin van Atelier Sandy grenst aan de achterzijde van de carnavalswerkhallen en dat zegt eigenlijk alles. “Tien maanden per jaar werken we voor carnaval”, knikt Patrick. “Voor tien groepen doen we alles, van ontwerp tot afwerking, maar voor veertig groepen doen we ontwerpen en eerste modellen. Niet alleen voor Aalst, maar goed: voor de stoet van dit jaar hebben we 377 kostuums gemaakt.”

Vijfduizend boa’s

Daar is stof voor nodig. Stof en veel veren. In een lade zitten de langste veren van koningsfazanten, kosten tussen 35 en 95 euro per stuk. Oranje geverfde nekveren van een haan ook, pluimpjes van bosfazanten. Maar vooral staan beneden tientallen kartonnen dozen vol pluimen. “In 2009 namen we de activiteiten van Plume de Belgique over, een bedrijf uit Hulshout. Veertien ton veren in totaal. Maar kijk, vorige week is onze container aangekomen met onze bestelling uit China. Vijfduizend boa’s hebben we daar laten maken, onder meer de stadsboa in de kleuren van Aalst. Die weegt 250 gram per stuk, terwijl een normale boa amper 50 gram weegt. Als die aanslaat, moeten we er volgend jaar meer hebben.”

Sandy is de ontwerper (“ik heb een hekel aan naaien”), veel groepen sturen zelf volk om te komen stikken (“dat verzacht de prijs”), maar met een wat oudmodisch aandoende machine borduurt Patrick wel het logo van Tisj op een mantel. “Voor hem hebben we ooit een volledig kostum in veren gemaakt. Niet evident voor een carnaval in de winter, maar ze hadden het ervoor over. ‘Sambalosta’ was hun thema, zomer in het midden van de winter.”

Op twee rekken hangen rijen kostuums, per lid van de groep zijn op voorhand maten genomen, straks krijgt elk lid zijn zakje met zijn kostuum. Vanavond komen ze die ophalen. “Maar discretie is zeer belangrijk. Twee groepen uit Aalst op hetzelfde moment? Dat kan niet. Als ze komen werken, dan moet de ene groep wachten tot de andere buiten is. En soms komen ze met dezelfde foto als inspiratie. Dan kunnen we niet anders dan hen inlichten. Het kan niet dat tijdens de stoet twee groepen in dezelfde kleren rondlopen.”

Geen dubbelgangers

Beter kan die discretie niet bewezen worden dan thuis bij Cyriel Troch, met zijn 85 jaar in Aalst een begrip. Meer dan zestig jaar is hij getrouwd, maar zijn vrouw zegt: “Pas zondagmorgen zal ik weten hoe hij in de stoet stapt.” Dinsdag is geen geheim. Dan zet hij z’n pruik op, trekt z’n vellen frak aan, een beha, neemt een vogelkooi en stopt er een haring in. Dan wordt Cyriel weer Voil Jeanet. Is hij sinds 1937. Hele foto- en plakboeken vol heeft Cyriel, foto’s van hoe hij zelf door groepen werd uitgebeeld, één van die koppen staat in zijn tuin. “Mijn outfit is wel eens veranderd”, zegt Cyriel. “Maar zolang ik kan, zal ik als Voil Jeanet meegaan. Die kriebel is daar, elk jaar. Maar voordien wil ik er niet te al te veel aan denken. Want het duurt maar één dag. Als je er te lang naar uitkijkt, is het te snel gedaan.”

Ooit won hij 125 euro drank “van Van den Abeele” als schoonste Voil Jeanet. Maar iets steekt ’m. “Er is te veel bloot. Terwijl Voil Jeanetten helemaal niet om bloot draaien. Hoe groter de stoet, hoe beter. Maar dat bloot moet eruit. Er staan kinderen aan de kant te kijken.”

2 MAART 2011,

NOG 3 DAGEN,

12 UUR,

35 MINUTEN EN

9 SECONDEN TOT CARNAVALSZONDAG

Heisa in Aalst: De Saazers krijgen er van de families van slachtoffer Els Van Dooren en veroordeelde Els Clottemans van langs omdat ze de parachutemoord in de stoet willen. Er wordt gepalaverd, niet gecommuniceerd, vergaderd en uiteindelijk besloten: het mag wél. “Het is niet wenselijk om enige vorm van censuur op te leggen aan de carnavalsgroepen”, laat CD&V-burgemeester Ilse Uyttersprot weten. Aan de werkhallen heeft prins Kristof II in de namiddag al zijn mening gegeven. “Geen enkele groep wil kwetsen. Als Alex Agnew er een mop over zou maken, zegt niemand iets. Dit was misschien wel het proces van de eeuw, waarom zou dat niet mogen? Er staat trouwens veel andere miserie op de wagens.”

In zijn hand houdt hij de scepter die hij op 22 januari veroverde. Mooi afgewerkt met swarovskisteentjes, net zoals zijn mantel zal zijn. Prins worden was zijn kinderdroom. Zelfs het jaar stond vast: 2011. Om het te worden, tartte hij zelfs het lot nooit. “Wie ooit Prins Carnaval wil worden, mag die scepter voordien nooit aanraken. Dat heb ik dan ook nooit gedaan.”

Zondag, in de eerste stoet sinds de erkenning als Unesco Werelderfgoed, is Kristof prins. Hij neemt een week vrij op het werk. En hij is de enige niet. Een andere Kristof, Reynaert, was tot z’n 17de voetballer bij Eendracht Aalst. Viel zelfs één keer in op Ander- lecht. Maar een liesblessure deed ’m stoppen en de verdediger werd carnavalist. Tot woensdag heeft hij vrij genomen, de laatste hand leggend aan de wagen van Bedesterd. En die geur van verf is nu overal.

Nog één keer lopen we langs bij Theo De Brouwer. De katten van de Zwiejtollekes hebben een grijze grondlaag, er wordt nu volop gespoten. “Dat zal nog tot zondagochtend zo zijn”, zegt hij. “Gelukkig geven ze goed weer zondag, dan kunnen de wagens nog wat drogen.” Om half 10 zondagmorgen zal hij de wagen buitenrijden, om kwart voor 12 plaatsnemen in de vorming van de stoet, om 16 uur kunnen vertrekken en om half 10 terug zijn in de hallen. “Misschien gaan we nadien nog iets eten, maar daarna ga ik met mijn vrouw toch wat slapen.”

Zondag stoet. Maandag stoet. En dinsdag Voil Jeanetten-stoet. Nadien loopt de markt vol voor de poppenverbranding. En gaan de beelden van huilende carnavalisten de tv’s rond. Ook bij Luc? “Elke keer”, besluit Paroi. “Carnaval wordt afgesloten met drie liedjes. Eerst komen de doedelzakken die ‘Amazing Grace’ spelen. Dan volgt ‘De Verbranding’ en uiteindelijk ‘Oilsjt, stad van mijn dromen’. Dan komen de tranen. Altijd.”

En dan volgt een vierde liedje: Weir doeng voesj. “Dan begint carnaval 2012.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234