Zondag 17/11/2019

Turkije

In Turkije kun je als Jood beter niet opvallen

Neve Salom bij de Galatoren in hartje Istanbul is de bekendste van de negentien synagogen in de stad. In het aanpalende Joods museum vertellen foto’s, kledingstukken, gebruiksvoorwerpen en religieuze parafernalia ruim vijf eeuwen Joodse geschiedenis in Turkije. Beeld Joris Van Gennip

Joden kunnen veilig over straat in Turkije, incidenten zijn er nauwelijks. Aan de andere kant moeten Joden vooral onder de radar blijven. Want er is ook een hardnekkig antisemitisme, dat ‘zo’n routine is geworden, dat het nauwelijks nog opvalt’. 

Over antisemitisme in Turkije zijn twee verhalen te vertellen. Het ene is dat van een niet-bestaand antisemitisme. De Joodse gemeenschap, 16.000 personen groot, leeft probleemloos te midden van de islamitische bevolking. Joden kunnen veilig over straat, mishandeld wordt er nooit iemand. Joden worden niet gediscrimineerd. President ­Recep Tayyip Erdogan spreekt zich ­geregeld fel uit tegen antisemitisme en bezweert dat eenieder die de Joodse medeburgers een haar durft te krenken, met hem te maken krijgt.

Het andere verhaal is dat van een ­virulent en vanzelfsprekend antisemitisme, dat al vele tientallen jaren brandend wordt gehouden door islamisten, rechts-nationalisten en delen van links. Het zijn antisemieten die ‘de Jood’ verantwoordelijk houden voor veel wat er mis is in de wereld, de schouders ophalen over een shampooreclame met de afbeelding van Adolf Hitler en sinds 1940 meer dan veertig vertalingen van Mein Kampf hebben uitgegeven.

De twee verhalen lijken met elkaar in strijd te zijn. Alleen: ze zijn allebei waar.

Beeld Joris Van Gennip

Het niet-bestaande antisemitisme is te zien in een straatje nabij de Galatatoren, hartje Istanbul. Turken en toeristen slenteren langs Neve Salom, de bekendste van de negentien synagogen in de stad. Dienst is hier alleen op zaterdag, maar dagelijks kunnen bezoekers terecht in het aanpalende Joods museum. Foto’s, kledingstukken, gebruiksvoorwerpen, religieuze parafernalia en tekstborden vertellen ruim vijf eeuwen Joodse geschiedenis in Turkije. Het rode parochetkleed hangt er voor de ehal, de plek waar de torahrollen worden bewaard.

“Voorheen kwamen hier vooral buitenlanders”, zegt directeur Nisya ­Isman Allovi. “Tegenwoordig proberen we Turkse scholieren binnen te halen. Die weten er niet veel van. Als ik vraag hoeveel Joden in Turkije wonen, zeggen ze soms: vier miljoen.”

De onbekendheid heeft ook een gunstige verklaring: een belaagde minderheid kun je de Turkse Joden niet noemen. “In het dagelijks leven is er niets aan de hand”, zegt Allovi. “Ik zie er Joods uit, maar ik heb nooit problemen gehad. Op school waren mijn klasgenoten moslim. Mijn beste vriendinnen waren moslim.”

“Ik moet eerlijk zijn: daadwerkelijk antisemitisme hebben we niet op straat, in de bureaucratie, bij de overheid”, zegt Ivo Molinas, hoofdredacteur van het Joodse weekblad Shalom. “Voor de wet zijn we gelijke burgers. Ik heb dezelfde rechten als een moslim. Sinds de jaren zeventig hebben we geen incidenten tegen Joden gezien.”

Dat betekent niet dat er geen fysieke gevaren bestaan voor de Joodse gemeenschap in Turkije. Op 15 november 2003 reden met explosieven gevulde vrachtwagens Neve Salom en een andere synagoge in Istanbul binnen. Er vielen 23 doden en ruim 300 gewonden. Vandaar dat Neve ­Salom niet, als voorheen, een houten deur heeft, maar een dubbele metalen kluispoort.

Een blijk van breed gedragen antisemitisme was de aanslag niet. Extremisten van Al Qaida werden aangewezen als daders. Heel Turkije toonde zich geschokt. Wel is de Joodse gemeenschap sindsdien alerter. “Vooral als de spanning rond Israël en Palestina oploopt”, zegt Allovi. “De politie stuurt dan een paar extra mannetjes.”

Beeld Joris Van Gennip

Met ‘Israël’ hebben we een haakje te pakken naar dat andere verhaal over antisemitisme, de afkeer van Joden die in Turkije bijna spreekwoordelijk is. Niemand heeft dit verschijnsel uitvoeriger gedocumenteerd dan Rifat Bali, een 70-jarige Joodse historicus en uitgever met een reeks boeken over de Turkse Joden op zijn naam.

Antizionisme

Een van de twee lijnen daarin is die van antisemitisme verpakt als anti­zionisme. Een gevoelige kwestie, ook omdat vrienden van Israël soms de antisemitismekaart trekken zodra de staat Israël wordt gekritiseerd. En anti­zionisten zeggen steevast dat ze niets tegen Joden hebben. Ook Bali slaagt er in Antisemitism and Conspiracy Theories in Turkey niet altijd in de twee helder te onderscheiden.

Met vele voorbeelden maakt hij wel duidelijk dat de afkeer van Israël in Turkije soms extreme vormen aanneemt, zeker wanneer het geweld tussen Israël en Hamas in de Gazastrook oplaait. Vooral tijdens de tocht van de door Turkse activisten bemande – en door Israël met grof geweld geënterde – hulpvloot naar Gaza in 2010 liepen de emoties hoog op, mede aangewakkerd door president Erdogan.

Die bezondigde zich daarbij volgens Bali aan ‘antisemitische stereotypen’ over Israël, maar tegelijk riep hij op het Israëlische volk noch de Turkse Joden de schuld te geven van het optreden van de regering-Netan­yahu. Dat sluit aan bij het officiële discours sinds jaar en dag: Turkije is een tolerante natie die haar minderheden beschermt en onze Joden zijn Turkse burgers als alle anderen.

Maar dat heeft een prijs: Joden moeten niet opvallen. “De strategie van de Joodse leiders is een low profile te houden”, zegt Bali in zijn kantoor in Osmanbey, de textielwijk van Istanbul. “Ze houden zich buiten politieke kwesties.” Op een van de panelen in het Joods museum staat: “De Joden hebben altijd, in woord en daad, hun loyaliteit aan hun land bewezen”.

In die stilzwijgende afspraak met de Turkse staat speelt de Armeense kwestie een belangrijke rol. De Joodse gemeenschap weigert – net als de Is­raëlische regering – voor de massamoord op de Armeniërs de term ‘genocide’ te gebruiken. “De Holocaust was volgens hen uniek”, zegt Bali, “en wat anderen over de Armeense genocide zeggen is een leugen. Zo laten de Joden zich gebruiken voor de internationale pr van Turkije.”

Het low profile geldt ook voor de openbare ruimte. Joden kunnen beter niet te koop lopen met hun religieuze identiteit. Keppeltjes worden niet zichtbaar gedragen, dat is vragen om scheve blikken of vervelende opmerkingen over Israël. Daarom protesteert Bali als de verslaggever verwijst naar Europa, waar Joden wel last hebben van agressie.

“Dat kun je niet vergelijken. In Europa dragen Joden keppeltjes. Joden demonstreren er voor Israël. Hier kan dat niet. Een Jood in Turkije kan niet openlijk zionist zijn. Als in Istanbul morgen honderd Turkse Joden de straat op gaan voor Israël, zal dat uitlopen op geweld.”

Inzake Israël moeten de Turkse Joden op eieren lopen. Dat merkt ook Molinas met zijn weekblad Shalom. De Turks-Israëlische betrekkingen zijn ijziger dan ooit (hoewel de wederzijdse handel bloeit). Daarover de Turkse regering bekritiseren is nauwelijks mogelijk, zeker niet nu het persklimaat in Turkije onder druk staat.

Molinas houdt zich angstvallig aan de feiten. Maar dan nog. “We schrijven dat de beschietingen van Israël op Gaza disproportioneel zijn. Maar ook dat er een reden was voor de aanval: de raketten van Hamas. Dan krijgen we te horen: ‘Jullie zijn zionisten, jullie vertegenwoordigen Israël.’”

Anderzijds komt de kritiek uit ­eigen kring, vooral van naar Israël geëmigreerde Turkse Joden. “Die willen geen kwaad woord over Israël horen. Bij het minste of geringste noemen ze ons ‘zelfhatende Joden’. Dus als we van twee kanten worden aangevallen, doen we het kennelijk niet zo slecht.”

Historicus Bali ziet het iets minder positief. Hij is uitermate kritisch over de leiders van de Joodse gemeenschap en over de redactionele koers van Shalom. Zij durven, vindt hij, geen stelling te nemen. Niet tégen Israël, vanwege de eigen achterban, “ook niet als daar alle reden voor is”, en niet vóór Israël, vanwege de reactie van Turkse zijde. Zo zitten de Joodse leiders in een schizofrene situatie. Naar buiten toe moeten ze zich onthouden van steun aan Israël, intern moeten ze zich onthouden van kritiek op Israël.

Beeld Joris Van Gennip

De ‘abstracte Jood’

Belangrijker nog, los van Israël, is die andere vorm van antisemitisme, de afkeer van en angst voor ‘de Joden’ in het algemeen. Dat is wat Bali ‘de abstracte Jood’ noemt. Hoofdpersoon in een mondiale samenzwering, waarin ook de Amerikanen, de grote banken en andere duistere krachten een rol spelen. Het is een denktrant met een lange voorgeschiedenis in Turkije, verslaafd als het is aan complottheorieën.

Bali noemt in zijn boek menig krankzinnig voorbeeld. Het opbreken van het Ottomaanse rijk zou een zionistische wraakactie zijn geweest, omdat de sultan weigerde Theodor Herzl en zijn plan voor een Joodse staat te steunen. Kemal Atatürk was volgens islamistische complotdenkers een dönmeh, lid van een aan het jodendom verbonden sekte. Atatürks verbod van de traditionele fez zou een Joods opzetje zijn geweest: een Joodse hoedenfabrikant werd er schatrijk van.

Zo bruin worden ze tegenwoordig niet meer gebakken, maar volgens Bali en Molinas is in Turkse kranten een naar antisemitisme riekend complotdenken nog altijd gemeengoed. “Soms beseffen ze niet eens dat ze antisemitisch zijn”, zegt Molinas. “Antisemitisme is zo’n routine geworden, dat het nauwelijks nog opvalt wanneer het zich voordoet”, aldus Bali. De sociale media hebben het verschijnsel een nieuwe dynamiek gegeven.

‘Zionisten’ figureren volop in de samenzweringen en in de VS opereert een Joodse lobby die, in Bali’s woorden, “de media, de filmindustrie en de financiële wereld controleert en de belangen van Israël behartigt”. Evenzovaak worden Joden niet expliciet genoemd en blijft het antisemitisme ongrijpbaar, zozeer zelfs dat soms de vraag zich opdringt: is het wel antisemitisme?

‘Üst akil’, wordt de geheimzinnige macht achter de schermen vaak genoemd, ‘de ‘opperste wijsheid’. “Dat wat alles controleert”, zegt Molinas. “Gaat het slecht met de economie, dan komt het door de üst akil.”

Beeld Joris Van Gennip

Erdogan

Een toneelstuk in 1977 getiteld Mas-Kom-Yah ging over de gevaren voor de islam en voor Turkije van de vrijmetselarij (Mas), het communisme (Kom) en de Joden (Yah). Auteur, regisseur en medespeler van het stuk was de 23-jarige islamitische activist Recep Tayyip Erdogan.

Een jeugdzonde. Tegenwoordig noemt Erdogan antisemitisme steevast een ‘misdrijf tegen de menselijkheid’. Toch geeft het te denken dat de president de huidige zwakte van de lira, de Turkse munt, toeschrijft aan een ‘internationale rentelobby’, die erop uit is Turkije te ondermijnen.

Eén ding staat vast: als er sprake is van antisemitisme, dan is dat niet gericht tegen de Joodse gemeenschap in Turkije. “Door hun kleine aantal zijn de Joden een soort beschermde diersoort”, zegt Bali. “Daardoor kan men best, anders dan vijftig jaar geleden, een of twee Joden een hoge rang geven in het leger. Veel meer zullen het er toch niet worden.”

Recente antisemitische incidenten komen dan ook niet voor in het boek van Bali, afgezien van de bomaanslag op de twee synagogen in 2003 en de moord datzelfde jaar op een Joodse tandarts.

Evenmin is het kwaad direct toe te schrijven aan Erdogans AK-partij, sinds 2002 aan de macht. Het antisemitisme in Turkije gaat veel verder terug en samenzweringstheorieën komen evenzeer uit de koker van links en rechts-nationalisten.

En hoewel de Turks-Joodse leiders de afgelopen jaren assertiever zijn geworden, trekken ze de antizionistische bliksem liever niet naar zich toe. Zo verdwijnt alles onder de deken van schijnbare tolerantie. “Antisemitisme is een oude kwaal”, zegt Bali, “die alleen kan worden genezen als de overheid het erkent als een probleem dat moet worden opgelost. Is er geen probleem, dan heb je geen oplossing nodig.”

Sefardische Joden in Turkije

Het overgrote deel van de Joden in Turkije zijn Sefardische Joden, afstammelingen van de Joden die in 1492 uit Spanje en Portugal werden gezet. Eeuwenlang spraken zij het aan het Spaans verwante Ladino, een taal die aan het verdwijnen is. Het Turks-Joodse weekblad Shalom heeft een bijlage in het Ladino.

Na de stichting van Israël emigreerden 30.000 Turkse ­Joden naar het nieuwe land. Sindsdien is de Joodse gemeenschap langzaam blijven krimpen tot ruim 16.000, van wie de meesten in Istanbul wonen. De laatste jaren betreft de emigratie vooral westerse landen. De kwaliteit van het onderwijs is voor veel jonge ouders een reden voor vertrek.

Sommigen maken gebruik van de Iberische route. Spanje en Portugal gaven vijf jaar geleden alle Sefardische Joden wereldwijd het recht op een Spaans of Portugees paspoort. Dit als genoegdoening voor het uitzetten van de Joden in 1492.

Circa eenderde van de Turkse Joden heeft een Spaans of Portugees paspoort, naast het Turkse. Via het Iberisch schier­eiland kunnen zij in de hele EU terecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234